ReligieTheologie

Schrijf een korte overpeinzing à la Stephan de Jong

Vorige week verscheen het boek U doet niets, want U bent God van ds. Stephan de Jong. Het boek bevat 40 korte overpeinzingen met een nieuwe visie op Gods handelen in de wereld. Uit dit boek plaatsten we eerder de overpeinzing Vrolijkheid hier op Theoblogie.
Theatermaker, schrijver en theoloog Kees van der Zwaard schreef naar aanleiding van dit boek de korte overpeinzing Rust.

Schrijfwedstrijd
We nodigen alle lezers van Theoblogie uit een eigen korte overpeinzing te schrijven in de stijl van Stephan de Jong en Kees van der Zwaard. U kunt uw bijdrage onder dit bericht als reactie plaatsen. De deadline is 1 april 2014, u mag 300 woorden gebruiken. Stephan de Jong en Esther van der Panne zullen alle bijdragen beoordelen. De winnaar van de mooiste overpeinzing wordt beloond met een exemplaar van het boek van Stephan de Jong of van Karel Eykman, Een knipoog van u zou al helpen. Bij iedere psalm een gedicht.

We wensen u veel inspiratie.

9 reacties

  1. Diederik van Dijk
    5 maart 2014 om 10:21

    Overgave
    Kind aan huis bij de Heere God mogen zijn, omdat Hij je zonden vergaf. Verlost van schuld en doem. Leven voor rekening van Christus. Dit is de grootste weldaad die een mens kan ontvangen. Dat een mens zijn verzet tegen Christus opgeeft en leert rusten op geschonken genade. Dat er een streep gaat door je ernstige bidden, je bekeerd-zijn, je zuchten, je kerkgang, je vrome voornemens en alle andere vruchteloze worstelingen om aangenaam te wezen voor God. Dat je stopt met je afmattende pogingen om Hem te bewegen barmhartig te zijn.

    Wie dit kent, weet dat er geen grotere rust en ontspanning bestaat dan deze wetenschap: ik hoef niets meer te verdienen voor God. Alles is verrekend met Christus. Wat Hij aan het kruis heeft verworven, mag ik als verloren zondaar door geloof in ontvangst nemen. En zelfs dat geloof is niet iets wat ik zelf op tafel moet leggen, maar is in Christus geschonken (Hebr. 12: 2). Het is de ellende van de mens, dat hij eerst verbroken moet zijn, voordat hij hieruit wil leven. Wij doppen liever onze eigen boontjes, dan te leven uit Zijn hand. Wie daartoe uiteindelijk is gebracht, zal niet met verve kunnen vertellen over zijn diepe bekeringsweg. Die weg klaagt de bekeerde zondaar slechts aan. De vijandschap tegen vrije genade maakte het nodig dat hij in die weg eerst werd verbrijzeld, voordat hij zich overgaf aan Christus.

    Deze overgave, waardoor verzoening met God ontstaat, is de grootste overgave die een mens kan meemaken. Van loden last naar lieve lust! Iets vergelijkbaars is ondenkbaar. Naarmate het leven vordert, ben ik daarover echter anders gaan denken. Je verzondigde bestaan aan Christus overgeven, is één ding. Maar om ook je gehele leven, het leven van alledag, in Zijn handen te leggen, dat is minstens zo’n grote overgave. Het leven met soms z’n mooie kanten, maar ook het leven dat zich afspeelt in gebrokenheid, verdriet, zorg, wrok of een onverwerkt en onopgelost verleden. Het leven waarmee wij niet kunnen klaarkomen en waartegen wij niet zijn opgewassen. Als ambtsdrager verbaasde ik mij er vaak over hoeveel leed mensen meetorsen. Alles hebben en toch ongelukkig.

    Om dít dagelijkse leven in Christus’ handen te leggen, daarvoor moet een mens waarschijnlijk opnieuw verbroken worden. Om Zijn woord ter harte te nemen: ‘Maakt u geen zorgen voor de dag van morgen’ (Mat. 6: 34). Ik geloof dat een mens ook deze raad nooit zal opvolgen, tenzij hij aan het eind van al zijn vruchteloze pogingen komt om zelf het leven in eigen hand te houden. Dat vergt opnieuw ingrijpen van bovenaf. Wij moeten erachter komen, dat wij helemaal niet kúnnen zorgen. Wij willen door bezorgdheid zorgeloos worden, maar in werkelijkheid wordt het tegendeel bereikt. Alleen al de gedachte aan morgen geeft mij prijs aan oneindige bezorgdheid. Maar wie morgen geheel in Gods handen legt en vandaag geheel ontvangt wat hij voor het leven nodig heeft, die is alleen in werkelijkheid veilig gesteld. Het dagelijks ontvangen maakt mij vrij van morgen.

    Hoe komt een mens tot deze overgave? Misschien vooral door stil te staan bij die eerste overgave aan Christus, waardoor de zondaar met God werd verzoend. Als God ons Zijn geliefde Zoon schonk, zou Hij ons dan met Hem ook niet alle andere dingen schenken? Vanuit de vrede met God krijgen wij op Zijn tijd ook vrede met onszelf, met ons leven en lot, met alle diepe wegen waarin Gods hand ons leidt en zelfs met de dood. Christus heeft aan het kruis ook de last van ons dagelijks leven afgenomen en gedragen in onze plaats. Het leven blijft er even ondoorgrondelijk en soms even huiveringwekkend om. Ons hart blijft een donker ding. Maar op Christus’ gezag mogen wij als Zijn kinderen leven als de vogelen des hemels en de leliën des velds. Verlost van onszelf. Kinderlijk onbezorgd. Voor een gelovige wordt – bij het ouder worden – de doodkist niet getimmerd, maar afgebroken.

  2. Henry Wolterink
    5 maart 2014 om 11:25

    Geheim

    ‘Ieder mens gelooft, iedereen!’ zei de man in het ziekenhuisbed. En ik zag zijn sterk sprekende, donkere ogen oplichten in het vermagerende gezicht. En hij vertelde, hoe hij een paar weken terug nog van alles deed en nu hier lag en vrijwel niets meer kon. De kerk kon zijn behoefte aan spiritualiteit al jaren niet meer vervullen, maar als hij rondfietste door de natuur, de bloemen en de vogels zag, dan wist hij, zo vertelde hij, dat er een Geheim is, zo groot, een Geheim dat zijn leven droeg.
    ‘Ik geloof in het leven en in de mensen en volgens mij heeft iedereen zoiets nodig’ zo zei hij.

    Maar wat nu als je in het ziekenhuis terecht komt en niet meer (zo makkelijk) je fietsje kunt pakken en er op uit kunt gaan om in de natuur of tussen de mensen iets van dat Geheim van het leven te beleven?
    Wat nu als je wereld niet veel groter meer is dan je kamer, je rolstoel en de paar stappen naar de douche? Wat nu als je door die beroerte niet meer goed uit je woorden kunt komen, als je dagritme bepaald wordt door de medicijnen die je moet innemen of door de momenten waarop de verpleegkundige tijd heeft om met je naar het toilet te gaan?
    Wat nu als alles en iedereen om je heen je eraan herinnert dat je in een ziekenhuis verblijft en dat je leven draait om dat wat je níet meer kunt?

    Soms is het er zomaar (weer) even. In die broeder met zijn grappen, in die dokter die zomaar naar de foto van je kleindochter vraagt, in die vrijwilliger die even samen met jou naar die schaatsrit op tv kijkt, in die zon die op zo’n koude februari dag net even het hoekje van je kamer raakt, in die witte wolken die langs de blauwe lucht zwieren.

    Geheim…. Leven…. God?

  3. Marjolein
    7 maart 2014 om 10:55

    Selfie

    ‘Alles, Stella,’ zeg ik en ik reik haar de camera aan, ‘het is eigenlijk alles.’ En dat het eruitziet alsof de hele engelenschare achter jou, op de fjord, klaarstaat om je te begeleiden naar boven, denk ik en pers mijn lippen op elkaar. Waarom wil ze foto’s nemen? Wat heeft dat voor zin?
    (Stella, mijn ster – Karin Kinge Lindboe)

    Waarom maken we zo graag foto’s? Omdat we dat ene moment vast willen leggen voor altijd. Maar is dat echt mogelijk, of vervaagt het beeld toch met de jaren, wordt het een herinnering van ooit eens lang geleden? Alles wat wij in ons dagelijks bestaan mee maken zetten we graag op de foto en we delen het ook graag met anderen.

    Ik vraag mij wel eens af waar u foto’s van zou maken. Waar houdt u nou van? Zou u nu een rugzakje inpakken met een banaan en wat boterhammen met jam en dan de bergen in trekken op zoek naar dat ene plekje met het perfecte uitzicht over de wereld? Of gaat u liever op uw buik liggen in de modder om met een macrolens een beeld te maken van de Tanzaniaanse sluipwesp, want zelfs het kleinste insect ter wereld heeft uw grootste interesse! Misschien wandelt u wel door de straten van New York om foto’s te maken van het straatleven daar. Gaat u met uw camera op zoek naar de schoonheid van de aarde of zoekt u dan naar de pijn?

    Het zal mij eigenlijk niets verbazen dat u net als iedereen gewoon een selfie van uzelf maakt. Voor de grap en omdat u met een selfie weet dat u de aandacht trekt. Geen betere marketingmanier voor u als God om de wereld duidelijk te maken dat u er bent en dat we rekening met u moeten houden.

  4. 20 maart 2014 om 08:20

    “Tot ziens!” We kijken nog een keer achterom voordat ze de voordeur sluiten. Dan lopen we het tuinpad af, stappen in de auto en zien hoe ze voor het raam zijn gaan staan. Zijn arm om haar heen. Ze zwaaien en wij zwaaien terug. Dan rijden we dezelfde lange rechte weg terug.
    Op de heenweg vlogen hier zwermen vogels. Omhoog, omlaag, wervelend dansend door de lucht. Links, rechts, met wisselende leiders en vele volgelingen. Nu zien we het schijfje maan en de pinkelende sterren, stil aan de koude hemel. We zijn sprakeloos. Even. We zoeken naar woorden.
    “Ze zag de voorjaarsmode hangen in de etalage. Vrolijke, heldere kleuren. Hij zei nog: “Zullen we naar binnen gaan?” Ik zucht. De donkere weg laat zich moeilijk inschatten. Ik vind het lastig rijden sinds de lantaarnpalen ’s avonds uit gaan. Zeker op provinciale wegen. Ik kan er niet goed tegen. Het duister omhult me en ik heb moeite om de afstanden in te schatten. Nog even en het is Pasen. De veertig dagen voorafgaand aan dit opstandingsfeest beklemmen me. En dat laat ik toe. Het leven vraagt om stilstaan bij het lijden dat om me heen is, in me is, dat zich dagelijks laat horen en lezen. Op de televisie, in de krant, in de verhalen van mijn cliënten, mijn buurtgenoten, mijn geliefden.
    “Ben je naar binnen gegaan?” Ik keek haar aan.
    “Nee, ik liep door. Ik zal niets meer van die kleding kunnen dragen. Zelfs de plantjes van het zaad dat we hebben geplant, zal ik niet zien opkomen.” Ze zweeg. Ik sloeg mijn arm om haar heen en stil troostten we elkaar, zonder woorden. Ik streelde haar haren en voelde haar emoties.
    “We zien elkaar terug.”
    “Ja. Dat troost me zo. Wat een rijkdom.”
    Tot ziens.

  5. Gerda van Vliet
    27 maart 2014 om 17:07

    AARDEWERK.

    Ze ebben nog een beetje na, die woorden op Aswoensdag. Aardse woorden die over mij gaan en over God. Ik kijk U er eens op aan, terwijl ik voorzichtig mijn voeten een volgende stap laat zetten op het modderige pad. Struinend door uw schepping, is het een gewoonte geworden me een beetje tegen U uit te spreken.

    Die rituele woorden van as en aards, U hebt ze vast ook gehoord en dan weet U dat ze niet gelijk passen in mijn protestants gevormde denken. Maar toch, ze blijven hangen. Weet U, ik vind het wel een mooie gedachte om terug te buigen naar waar ik vandaan kom, naar de aarde, om een teken te ontvangen dat me op de een of andere manier aan U verbindt.

    Hoewel, mijn oorsprong is ook modder. U hebt mij opgetrokken uit de klei om er aardewerk van te maken, uw handen vies gemaakt voor mij. Ik kijk mijzelf er eens op aan, aardewerk ben ik en dus breekbaar.

    Dan ontdek ik een merkteken. Ik volg de lijn ervan met mijn vinger en voel mijn naam. Dat hebt U toch niet helemaal goed gedaan, God. Als maker graveer je je eigen handtekening. Of hebt U die niet? Ik bedenk me uw hand en wat ik er over weet. Een diep litteken is het eerste wat ik zie en als ik beter kijk ontwaar ik daar dwars doorheen letters. Gegrift in uw hand, het is mijn naam.

    Ik zak door mijn knieën en zet mijn handen in de modder, besef hoe aards U met mij bent bezig geweest, maar ook hoe kostbaar U mij vindt. U hebt me gestreeld, uw hand op mij gelegd, mijn kwetsbaarheid geborgd.

  6. Hennie
    28 maart 2014 om 14:51

    Lieve God,

    Onlangs bezocht ik de tentoonstelling ‘Gods portret’, zoekend naar wie U bent. Door de diversiteit aan schilderijen ging ik in verwarring weg.

    Het eerste portret was zwart als de nacht. Met vuile grijze strepen en een paar puntjes wit. ‘Rechtvaardig’ stond eronder.
    Portret ‘Liefde’ was ongelooflijk roze. Roze rozen. Maar rozen hebben naast ruikende bloemen scherpe doornen. Hoe groter de bloem, hoe groter de dorens. Toch?
    Bij ‘Vader’ werd mijn hart werd licht. Liefdevolle, zachte handen omvatten een opgeheven kinderhoofdje. Om het mondje zweefde een lachje.
    Een ondergaande of opkomende zon – het zal de opkomende geweest zijn – heette: ‘Daystar’. Rood, oker en stralend goud braken een bres in akelig zwart, huiverend indigo en rouwend paars.
    Van ‘King of Glory’ spatte een palet van geel. Ik moest bijna mijn hoofd omdraaien voor intensiteit van de kleuren. De kunstenaar moet overweldigd zijn geweest door U.
    Ik drentelde langs ‘Mighty God’, Everlasting Father’ en ‘Prince of Peace’. Een drieluik in terra tinten. Aquarel. De vredesprins, geschilderd in bleek terra en romig wit leek te zweven op wattige wolken, terwijl de sterke God in bijna vlammend rood gevangen was. De Eeuwige Vader was het rustpunt. Rustige olijfbruine penseelstreken vergleden naar een dromerige robijnrode horizon.
    Vele schilderijen passeerde ik. Het laatste portret was, op een handtekening na leeg. ‘God bestaat niet’, las ik. Is leegheid het overblijfsel wanneer U niet bestaat?

    Bij de uitgang vroeg de hostess mij een aanvulling te maken.
    Aarzelend schilderde ik mist met grijs, wit en zilver. Kruislings zette ik met scarlet twee druppelende strepen. Sadisme, zeggen velen. Ach ja, zoveel hoofden, zoveel zinnen. Ik noemde de creatie ‘Ondoorgrondelijk Paradox’.
    Wie bent U? Veroorzaakt de beperkte blik van ons mensen die bontheid aan beelden? Of bent U te groot om in één portret te schetsen?

    Een zoekende ziel.

  7. Hennie
    28 maart 2014 om 14:54

    Lieve God,

    Onlangs bezocht ik de tentoonstelling ‘Gods portret’, zoekend naar wie U bent. Door de diversiteit aan schilderijen ging ik in verwarring weg.

    Het eerste portret was zwart als de nacht. Met vuile grijze strepen en een paar puntjes wit. ‘Rechtvaardig’ stond eronder.
    Portret ‘Liefde’ was ongelooflijk roze. Roze rozen. Maar rozen hebben naast ruikende bloemen scherpe doornen. Hoe groter de bloem, hoe groter de dorens. Toch?
    Bij ‘Vader’ werd mijn hart licht. Liefdevolle, zachte handen omvatten een opgeheven kinderhoofdje. Om het mondje zweefde een lachje.
    Een ondergaande of opkomende zon – het zal de opkomende geweest zijn – heette: ‘Daystar’. Rood, oker en stralend goud braken een bres in akelig zwart, huiverend indigo en rouwend paars.
    Van ‘King of Glory’ spatte een palet van geel. Ik moest bijna mijn hoofd omdraaien voor intensiteit van de kleuren. De kunstenaar moet overweldigd zijn geweest door U.
    Ik drentelde langs ‘Mighty God’, Everlasting Father’ en ‘Prince of Peace’. Een drieluik in terra tinten. Aquarel. De vredesprins, geschilderd in bleek terra en romig wit leek te zweven op wattige wolken, terwijl de sterke God in bijna vlammend rood gevangen was. De Eeuwige Vader was het rustpunt. Rustige olijfbruine penseelstreken vergleden naar een dromerige robijnrode horizon.
    Vele schilderijen passeerde ik. Het laatste portret was, op een handtekening na leeg. ‘God bestaat niet’, las ik. Is leegheid het overblijfsel wanneer U niet bestaat?

    Bij de uitgang vroeg de hostess mij een aanvulling te maken.
    Aarzelend schilderde ik mist met grijs, wit en zilver. Kruislings zette ik met scarlet twee druppelende strepen. Sadisme, zeggen velen. Ach ja, zoveel hoofden, zoveel zinnen. Ik noemde de creatie ‘Ondoorgrondelijk Paradox’.
    Wie bent U? Veroorzaakt de beperkte blik van ons mensen die bontheid aan beelden? Of bent U te groot om in één portret te schetsen?

    Een zoekende ziel.

  8. Tjerk Nap
    30 maart 2014 om 16:23

    De regenboog, Gods memobriefje.

    Dan zegt God tot Noach en tot zijn zonen:
    ik van mijn kant, hier ben ik,
    Gen 9:8-10

    Zo is God. Een God die ons aanspreekt, die erbij is. ‘Ik van mijn kant, hier ben ik!’ Onvoorwaardelijk.

    Hoezo, onvoorwaardelijk? In 6:5 lees ik dat de Ene spijt krijgt van zijn schepping omdat de mens het kwade zoekt, elke dag opnieuw. De mens voldoet niet aan Gods ‘voorwaarde’.
    Wegvagen zal hij die mens …

    God wilde liefde van die ‘ander’ die Hij geschapen had. Een wederkerige relatie, waarin liefde met liefde beantwoord wordt en er gedeelde vreugde is.
    Maar de mens leeft er op los. Los van God, verstopt. Los van elkaar, de ander niet hoeden maar doden.
    Schoonspoelen zal God die ontaarde wereld.
    Toch stelt hij eerst wat zaaigoed veilig. Het leven moet wel doorgaan…

    Maar na de vloed is niet de mens schoongespoeld, maar God. Hij is genezen van zijn idealisme.
    Hij beseft (8:11) dat de mens nog steeds het kwade zoekt. Maar hij besluit desondanks: ‘Ik zal niet nog eens al wat leeft zó slaan als ik heb gedaan!’

    God is bekeerd tot onvoorwaardelijke liefde. Hij accepteert zijn risicovolle schepping. Hij besluit af te zien van dictatuur. Geen voorgeprogrammeerde robots wil hij. Geen voorwaarden vooraf. Hij verklaart alleen nog zijn liefde: Ik van mijn kant, hier ben ik…

    De regenboog is Gods memobriefje, teken van zijn eeuwige onvoorwaardelijke liefde. Liefde die wacht op een antwoord, in vrijheid.

  9. Henriette
    31 maart 2014 om 20:57

    Veel is geschreven, eeuwen in tijd.
    De bijbel is gebleven, een eeuwigheid.
    In deze tijd vol verwachting en leven,
    zie ik de warmte van God gebleven.
    Zijn liefdevolle Handen gegeven aan ons,
    om in te koesteren en te warmen soms.
    Zoals een ieder de zonnewarmte voelt,
    is Zijn liefde stralend voor ons bedoeld.
    Strek je armen uit en voel Zijn kracht.
    Het overstijgt de angst van de nacht.
    Geborgen in Zijn armen en ogen,
    kijkt Hij naar mij met mededogen.
    Vragen waarom Heer’? blijven bestaan.
    Maar vertrouwen zegt mij door te gaan.
    Vastklampen aan Zijn belofte die is.
    Ook al blijft de toekomst ongewis.
    Jezus’ lijden tekent Zijn dragende zorg.
    Hij herkent moeheid en pijn als Borg.
    Zijn Zitten aan Gods Rechterhand,
    geeft mij ‘t besef, mijn Vader-land.
    Hunkerend verlang ik naar die dag.
    Te zijn in Zijn nabijheid en lach.
    Eeuwige vreugde, begrijpend ’t doel.
    Zijn plan, geeft vernieuwd gevoel.
    Rust hebben in gekend te zijn.
    Gezien te worden zonder moeite…en pijn.
    Zijn gezicht, de stralende zon,
    is vervulling, de blijvende Bron.