Het intrigeert mij al jaren: hoe komt het toch, dat de wereldwijde kerk groeit als kool, behalve in West Europa, c.q. in Nederland? Het lijkt wel of we onder een soort glazen kaasstolp leven. De zegen stroom langs de buitenkant naar elders. Af en toe lekt er een druppeltje naar binnen. Maar hier is het geestelijke armoe.
Is er sprake van een oordeel van God over de lauwe westerse kerk? Moeten we onszelf vergelijken met de kerk van Laodicea in het boek Openbaring? Is God onze religiositeit spuugzat? Heeft God daarom de hemel boven ons gesloten?
Of hebben we dat veel meer aan onszelf te danken? Heeft het denken van de moderne mens op de een of andere manier het venster naar boven verduisterd? Frances Schaeffer heeft me in de jaren ’70 enorm geholpen in het denken hierover. Hij liet in ‘de God die leeft’ de ontwikkeling in het denken van de mens zien en de consequenties daarvan in samenleving en cultuur. Ook Brad Long, van wie enkele hoofdstukken in het boek ‘Als God de hemel opent’ zijn opgenomen, heeft me geholpen om niet alleen oog te hebben voor de vele zegeningen van de ‘Verlichting’, maar ook oog te krijgen voor de verduistering van de Verlichting. Het ‘ni Dieu et ni Maître’ van de Franse revolutie klinkt nog steeds door. Ik vond het wel humor dat iemand als Kluun in zijn boekje ‘God is gek’ schrijft, dat slechts 14 % van de Nederlanders atheïst is, maar dat het er soms op lijkt, dat ze allemaal bij de media zijn gaan werken. Lees verder







