Geen categorieGeloofSpiritualiteit

Genoeg voor vandaag – Ons dagelijks brood

In het komende nummer van het tijdschrift Open Deur – met als thema ‘Ons dagelijks brood’ – verschijnt onderstaand artikel van Yvonne van den Akker-Savelsbergh.

 

Genoeg voor vandaag

‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ bidden we in het Onze Vader, zoals Jezus zijn leerlingen leerde. Het is niet zomaar een verzoek: bij nadere inspectie blijken de woorden zelf stevige kost. Wat wilde Jezus ons met dit gebed leren?

Doornat en moe bereikten we eindelijk op onze pelgrimstocht naar Rome het einddoel van die dag, St Séverin, een dorpje in de Ardennen. Een vriendelijke dame leidde ons naar het parochiehuis waar we de nacht konden doorbrengen. We ontbeten bij een mevrouw die ons uitermate hartelijk ontving. Er waren nog meer dames, die geanimeerd met elkaar in gesprek waren. Zij vertelden dat zij eens per week bij elkaar kwamen en dan brood bakten. Brood bakken vergt veel tijd: het deeg moet tweemaal rijzen. In de wachttijd lazen ze samen bijbelverhalen en praatten daarover. Kostbare uren, waarin werd gelachen en gehuild. Was het brood eenmaal klaar, dan deelden zij het uit in het dorp.

Ons brood
Het gezamenlijke bakken en delen deed denken aan het Onze Vader. Daarin spreken we over onze Vader en ons brood. Zo kunnen alleen broers en zussen spreken, want niemand kan de Vader voor zichzelf opeisen. En met ‘ons brood’ spreken we onszelf en elkaar aan. Je kunt niet oprecht om ons brood bidden, als je met droge ogen kunt aanzien dat je broer of zus geen brood heeft. Waar we kunnen, geven wij ‘brood’.

Om wat voor brood bidden we eigenlijk? Het Onze Vader staat in het begin van het evangelie naar Matteüs, in hoofdstuk 6. Slechts tweemaal eerder komt ‘brood’ voor, bij de beproeving van Jezus in de woestijn door de duivel (hoofdstuk 4). Eenmaal materieel en eenmaal in de betekenis van ‘woord van God’. Verderop zien we dat brood staat voor ‘vertrouwen in de Vader’, voor ‘overvloed en verzadiging’, ‘voor het heilbrengend optreden van Jezus’ en voor zijn ‘messiaanse zending’. Bij de laatste maaltijd van Jezus met zijn leerlingen krijgt brood zelfs de betekenis van ‘lichaam van Jezus’.

Bijzonder is dat in dit evangelie Jezus de enige is die brood uitdeelt. Dit geven gaat steeds gepaard gaat met barmhartigheid, gebed en het breken van het brood. Die actieve, biddende en gevende houding wordt ook van ons gevraagd. Dat blijkt uit het broodverhaal waarin Jezus de leerlingen terechtwijst wanneer ze tegen de avond de mensen naar huis willen sturen: ‘Júllie moeten hun te eten geven.’ Vijf broden en twee vissen bleken genoeg voor al die mensen.

In de loop van het evangelie blijkt telkens weer dat Jezus leeft van het woord van God. Hij vertolkt Gods stem en is net als de Vader gever van brood. Terwijl wij in het Onze Vader brood vragen aan de Vader, geeft Jezus bij het laatste avondmaal zichzelf als brood aan de leerlingen. Het brood en de wijn tot vergeving van de zonden van velen zijn tekenen van zijn liefde voor de Vader. Ook die betekenis klinkt mee in de bede om brood, waarbij het gaat om materieel brood én om brood als het woord van God zoals dat door Jezus is geïnterpreteerd en ‘gedaan’.

Genoeg voor vandaag
In de broodbede staat een Grieks woord (epiousios) dat meestal vertaald wordt met ‘dagelijks’: ons dagelijks brood. Maar we weten niet precies wat dit woord betekent. Het komt praktisch alleen in het Onze Vader voor. Er zijn, afhankelijk van welk woord je het afleidt, allerlei vertalingen mogelijk, onder meer: dagelijks, vandaag, morgen, toekomend, voortdurend, noodzakelijk. Bij ‘dagelijks’ gaat het niet om een tijdbepaling – er staat al ´heden´ – maar eerder om een bepaalde hoeveelheid of een rantsoen. Net als in Exodus 16: de Israëlieten mochten elke dag maar zoveel manna oprapen als voldoende was voor die dag. Alleen op de zesde dag moesten zij ook voor de zevende dag verzamelen. Het is een leerschool in vertrouwen op God.
Ook Jezus bindt de mensen op het hart om zich geen zorgen te maken over de dag van morgen: ‘Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij. Maak je dus niet bezorgd over de dag van morgen, want iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen zorgen.’

Op onze tocht naar Rome werden wij elke dag weer overstelpt met ‘ons dagelijks brood’ in de vorm van een vriendelijk woord, een kopje koffie of die keer dat wij vroeg in de avond naar een slaapplaats zochten. We hadden er al 34 kilometer op zitten en het miezerde. Ons bed bleek nog 7 km verder te zijn, nergens was een bus te bespeuren. Een mevrouw liep naar haar auto en wij vroegen haar de weg. Hoewel ze de andere kant uit moest, bood ze aan ons te brengen. Op onze vraag hoeveel wij haar schuldig waren, antwoordde zij: ‘Niets’. Zij kuste ons en wenste ons een mooie tocht.

Yvonne van den Akker-Savelsbergh, exegete Nieuwe Testament.

 

Opmaak 1