En het geschiedt na deze dingen dat God Abraham beproeft.
Hij zegt tot hem: ‘Abraham!’
En hij zegt: ‘Zie, hier ben ik!’
Hij zegt: ‘Neem nu je zoon, je enige, die je liefhebt, Isaak, en ga jij! naar het land Moría, en offer hem daar tot een brandoffer op een van de bergen, die ik je zeggen zal.

Werner Pieterse in zijn nieuwe boek Waar ik je zoek over deze Bijbeltekst:

‘Het was toch een nieuw begin na het eerste fiasco van de schepping? Waarom dan deze tocht naar de dood? Drie dagen lang. Hartverscheurende, verstilde scènes. Uitgerekend hier wordt voor het eerst het woord liefhebben gebruikt. Vader en zoon. Dit is een van de donkerste Bijbelverhalen. Willen we wel een God die zulke eisen stelt, of hebben we niets te willen. Zijn we dan toch in een klassieke tragedie beland, met duivelse dilemma’s en onontkoombaar noodlot. ‘Welke zin heeft toch/dat naast ander verdriet/deze kwellende pijn om een kind/de mens opgelegd wordt door god? (…) Of brachten verhalen/in bundels van dichters/dit onder de mensen,/zomaar, zonder zin?’

Kinderoffers zijn van alle tijden. In ieder Frans gehucht een oorlogsmonument ter ere van de dode zonen voor het vaderland. In rijen van drie vier dezelfde namen. God als idee. Trouw aan vaderland, natie die miljoenen de loopgraven in jaagt. De macht vraagt offers, ieder systeem heeft een prijs. Maar deze God was toch juist anders?

Juist vanwege dit verhaal heeft Kierkegaard een lofrede op Abraham geschreven. ‘Als hij het mes in zijn eigen borst zou hebben gestoken zou hij in de wereld bewonderd zijn (…). Maar bewonderd worden is één ding, iets anders is de poolster te worden die angstigen redt.’ In Kierkegaards lezing gaat Abraham de diepste angst aan. Tot het uiterste. Want wat als liefde en geloof elkaar uitsluiten? Absolute, ondeelbare liefde kan net als onvoorwaardelijke trouw een offer voorbij het moreel voorstelbare vragen. En dan? Dit is het tragische dilemma van elkaar uitsluitende liefde en waarheid. Wie al te snel over de gruwelijkheid van Gods vraag of de absurditeit van geloof begint, ontwijkt de pijn van de keuze die hier tot het extreme wordt opgerekt en door zovelen moet worden gemaakt. ‘Welk gebed spreek je dan uit?’

Abrahams trouw geeft God de mogelijkheid om voor de jongen te kiezen. Zo is Abraham ‘de poolster die angstigen redt’. Vrees niet. Deze God vraagt geen mensenoffers. ‘Het geloof stelt de enkeling hoger dan het algemene.’ JHWH verschijnt ook nu als engel.
Waarom heeft Abraham trouwens niets gevraagd, geprotesteerd? Blind geloof is levensgevaarlijk. God en Abraham zullen elkaar niet meer spreken. De relatie is voorgoed verstoord. Het verhaal gaat verder met Isaak, die overigens opvallend zwijgzaam blijft.’

***

Werner Pieterse, voorganger in Amstelveen, is een eigenzinnige, literaire theoloog die de theologie en de wereld van de Bijbel weet te verbinden met de crème de la crème van de hedendaagse kunst, literatuur en film. Hij loopt niet om de moeilijke teksten in de Bijbel heen, juist niet, hij zoekt naar oude waarheden die nog van kracht zijn en dus herkenbaar zijn. Heel poëtisch kan hij schrijven over God, als een moeder die een kinderkamer inricht, inclusief de sterretjes op het plafond. Later, God die zijn kind kwijt is en als een wanhopige moeder roepend door het donker rent. Hij vergelijkt de alom geprezen koning David zonder aarzeling met DSK. Zijn nieuwe boek Waar ik je zoek is een boek vol heimwee, strijd en verlangen.

N.a.v.: Waar ik je zoek / Werner Pieterse / Uitgeverij Kok / als paperback en als e-book

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *