Apologetiek

Een indringende les van Tsjechische theoloog over twijfel én God vinden*

Kort na de zomervakantie maakte ik in de Martinikerk in Groningen een dienst mee als kerkganger. We lazen uit het Matteüs-evangelie het gedeelte over de rijke jongeling. Een intrigerend verhaal, dat zich lastig laat inpassen in het geijkte schema van zonde en vergeving.

Ik hoorde het verhaal die morgen met nieuwe oren, als een geschiedenis waarin het verhaal van veel Nederlanders mee-echoot. Een welgesteld en keurig aangeharkt leven, waarvan je zelf niet weet wat er mis mee zou zijn, en toch… Toch de onrust die maakt dat je vraagt en zoekt naar meer. Ik vroeg me af aan wie de rijken nu hun vragen stellen over eeuwig leven en welke antwoorden ik zou hebben.

In het geheim
Dat ik het nu meer dan anders hoorde met de oren van veel Nederlanders had te maken met een boek dat ik in de zomer las: Geduld met God van de hand van Tomáš Halík.

Halík is een Tsjechisch theoloog, filosoof en psycholoog, die tijdens de communistische periode in zijn land in het geheim priester werd gewijd. Hij legde een weg af naar het christelijk geloof en is gevoelig voor de vragen van zoekers. In Geduld met God neemt Halík Zacheüs, een andere rijke die belangstelling heeft gekregen voor Jezus, als voorbeeld voor veel hedendaagse zoekers. Zacheüs is iemand die vanaf een afstandje wil kijken wie Jezus is en zo door Jezus wordt gevonden.De ondertitel van het boek luidt twijfelen als brug tussen geloven en niet-geloven. Eerlijk gezegd vond ik die toevoeging wat bedenkelijk omdat ik langzamerhand een beetje moe word van het modieuze verheerlijken van twijfel. Alsof alleen een dieptwijfelend mens een echte gelovige kan zijn en ieder die iets meer vertrouwen heeft zichzelf overschreeuwt.Dat is echter niet wat Halík beoogt te zeggen, zo merkte ik toen ik ging lezen. Bij hem fungeert twijfel niet als een doel op zichzelf, maar als een brug naar geloven.

Halík maant gelovigen tot echt luisteren en kijken naar wat de ander beweegt en om de twijfel van de ander serieus te nemen, in plaats van de grote waarheden over de zoeker uit storten. Halík noemt dat ‘Zacheüs bij zijn naam noemen’. Jezus stopt immers voor de boom waarin Zacheüs zich heeft verstopt, kijkt en noemt zijn naam. Zacheüs weet zich op dat moment gekend en komt uit zijn schuilplaats.Die manier van omgaan met twijfelaars, waarbij er ruimte is voor de ander in zijn eigenheid, mist Halík geregeld in de kerk.

Vaak wordt gezegd ‘Jezus is het antwoord’, zonder dat er geluisterd wordt naar de vraag. Het gaat er voor hem niet om dat we de goede dingen weten te vertellen over Jezus, maar dat de ander Jezus in ons ontmoet.

Halík praat anders over, of beter: met, atheïsten dan wij normaal gesproken doen. Hij ziet hen niet in eerste instantie als gevaarlijke vijanden, maar als mensen die op zoek zijn, mogelijk naar God. Hij maakt zich solidair met mensen die God niet kunnen vinden. In ieder geval niet in de steile zekerheden, de geloofswaarheden of in een institutioneel christendom. De eerste zin van zijn boek is veelbetekenend: ‘Op veel punten ben ik het met atheïsten eens, vaak op bijna ieder punt – behalve in hun geloof dat God niet bestaat.’

Die solidariteit vraagt erom dat de kerk haar eigen gebrek aan Godservaringen, het gevoel God soms kwijt te zijn, serieus neemt. Halík verbindt dit met de weg van Jezus Christus, die zelf door diepe Godverlatenheid is heen gegaan, voor mensen die God kwijt zijn. Ook de geestelijke ervaringen van de Franse non Thérèse van Lisieux die in dezelfde tijd leefde als Nietzsche, gebruikt Halík om ons een spiegel voor te houden.

Thérèse doorleefde de ‘materialistische gedachten’ van de atheïstische medemens en bad voor hen. Aan het einde van haar leven ervoer ze een diepe Godverlatenheid, waarin er geen houvast meer was. Halík interpreteert haar ervaringen als een weg waarlangs het hart van de kerk verruimd wordt met de ervaring dat God ver bij ons vandaan is. Dat is nieuw terrein voor een kerk die eerst te gesloten was.

Het gaat om een ongewapende, onbevangen houding waarmee de ander tegemoet wordt getreden in de hoop dat hij of zij in ons Christus kan ontmoeten. De manier waarop Halik dat beschrijft en zelf ook beoefent, vind ik erg indrukwekkend. Die indringende les leer ik van dit boek en daarbij neem ik dan de pagina’s die bij mij weerstand oproepen graag voor lief.

Terwijl ik dit schrijf zit ik in de trein te luisteren naar muziek en klinkt in mijn oren een lied waarin Jezus’ gebed en worsteling in Gethsemané tot klinken wordt gebracht. ‘Blijf hier met mij, waak en blijf bidden.’ Een mooie samenvatting van ‘Geduld hebben met God’. Wachten op God, wakend en biddend, met en voor hen die Hem kwijt zijn.

Ds. Sjaak van den Berg is algemeen directeur IZB

Naar aanleiding van Tomáš Halík, Geduld met God. Twijfel als brug tussen geloven en niet-geloven, Boekencentrum, 19,95 euro

* Dit artikel verscheen in het Friesch Dagblad op 24 augustus 2015