Geen categorieOverige

Dag 24 – Jezus en Petrus

‘Maar ik heb voor je gebeden opdat je geloof niet zou bezwijken. En als jij eenmaal tot inkeer bent gekomen, moet jij je broeders sterken.’ (vs. 32)

Ongetwijfeld zal Simon Petrus zich de belangrijkste van Jezus’ leerlingen hebben gevoeld. Hij is immers de woordvoerder van de leerlingen. En zo impulsief en zelfverzekerd als hij altijd reageert… hij is zelfs bereid om de gevangenis in te gaan en voor meester Jezus zijn leven te geven.
Als er één zal moeten leren om de minste te worden, dan is het wel Simon Petrus. Niet voor niets wordt hij door Jezus apart aangesproken: ‘Simon, Simon!’ Want ook Simon Petrus dreigt – net als Judas – in de handen van Satan te vallen. ‘Voordat je het weet, Petrus, heb je drie keer ontkend dat je Mij kende. Let maar op het kraaien van de haan!’
God geeft Satan, de machtige tegenspeler van Jezus, de gelegenheid om het geloof van Simon Petrus en de andere leerlingen op de proef te stellen. Om het kaf van het koren te scheiden. Maar tegenover Satan staat ook nu Jezus. Hij bidt voor Simon Petrus, dat zijn geloof niet zal bezwijken in de beproevingen door Satan. Wie de beproeving weet te weerstaan, zal sterker worden in zijn geloof.
Zo leert rabbi Jezus hem en ons dat het gebed een machtig wapen kan zijn in de strijd tegen Satan!

Wie zelfverzekerd is en aan eigen trouw niet twijfelt, loopt het meeste gevaar te bezwijken.

Bron: Jan Kronenberg, 40 x Lucas. Daboekje voor de lijdenstijd