Geen categorieOverige

Cees den Heyer gunt Anastasius Veluanus ‘voordeel van de twijfel’

GarderenEen groot leider met charismatische capaciteiten was Anastasius Veluanus, de ‘hervormer van Garderen’, volgens Cees den Heyer niet. ,,Evenmin een origineel theoloog die nieuwe wegen bewandelt.’’ Niettemin heeft Den Heyer in zijn boek ‘Verlichte voorgangers’, met portretten van theologische ‘vrijdenkers en dwarsliggers’, een plaats voor hem ingeruimd – onder meer omdat Veluanus zijn kerkelijke superieuren niet meer wilde gehoorzamen. Dit interview door journalist Jan Kas werd eerder geplaatst in de Barneveldse Krant. Wij danken hem hartelijk voor de toestemming om het interview op Theoblogie te plaatsen.

‘Opmerkelijk’ vindt Cees den Heyer het – een monument voor een pastoor in het orthodox-protestantse Garderen. De beeldengroep van Gerard Overeem voor de hervormde Dorpskerk symboliseert leven en werk van Anastasius Veluanus. ,,Het is geen standbeeld, maar een beeldengroep van figuren die op de een of andere manier met elkaar verstrengeld zijn. Het is een verstrengeling die geen aanhankelijkheid of innigheid suggereert, maar een worsteling. Een bordje onthult dat de man in de zestiende eeuw pastoor te Garderen is geweest. Het gebeurt niet zo vaak dat pastoors in dorpen of steden in provincies boven de grote rivieren herdacht worden met een kunstwerk. Zeker niet in een dorp als Garderen, waar het grootste deel van de inwoners behoort tot de – zware! – reformatorische geloofsrichtingen die over het algemeen niet geneigd zijn tot oecumenische uitwisselingen met de kerk van Rome. Het vervolg van de tekst brengt helderheid: de pastoor werd een aanhanger van Luther. Die zin maakt veel duidelijk.’’

Boerenzoon uit Stroe, zes jaar pastoor in Garderen, na gevangenschap predikant in de Palts. Anastasius Veluanus (‘herrezen Veluwenaar’) noemde Jan Gerritsz Versteghe (circa 1520-1570) zichzelf. Emeritus hoogleraar Nieuwe Testament en bijbelse theologie Cees den Heyer portretteert Versteghe in zijn boek ‘Verlichte voorgangers’. De ‘hervormer uit Garderen’ is daarin wel een eenling. Tussen de regels door proeft de lezer hoe Den Heyer zich afvraagt of hij er wel goed aan doet Veluanus op te nemen in de rij van ‘geleerde dwarsliggers’, vrijdenkers, vertegenwoordigers van ‘de ruimzinnige stroming van het bijbelse humanisme’ zoals Erasmus, Spinoza, Coornhert en Balthsar Bekker, in één adem met theologen als Schillebeeckx en Kuitert. De doorslag gaf blijkbaar dat Versteghe in elk geval ‘zijn tijd vooruit was’ en – zoals ook sommige andere geportretteerden – voor zijn denkbeelden gevangen zat en moest vluchten. Den Heyer, die met korte biografieën tevens ‘de strijd tussen dogma en Bijbel in Nederland’ wil schetsen, typeert Veluanus als ,,een zoeker die aarzelt en soms terugschrikt voor de consequenties van zijn bevindingen’’.

Versteghe, opgeleid aan de gereformeerd-gezinde latijnse scholen in Harderwijk en Amersfoort, werd in 1544 vice-cureyt, waarnemend pastoor in Garderen, in de kerk waar hij als kind was gedoopt. Zes jaar later werd hij min of meer gedwongen zijn volgens inquisiteurs ketterse opvattingen te herroepen. Na gevangenschap neemt hij echter de wijk naar ‘Duitsland’, waar hij in 1554 onder de naam Anastasius Veluanus zijn boekje ‘Der Leken Wechwyser’ publiceert, een ‘theologie voor gemeenteleden’. Het geschrift wordt in korte tijd meerdere malen herdrukt. ,,Hij is’’, schrijft Den Heyer, ,,niet de enige en ook niet de eerste die het van essentieel belang acht dat de Bijbel in de landstaal kan worden gelezen en dat de theologische discussie aan een breed publiek wordt gepresenteerd. Men kan dit kenmerkend noemen voor hervormingsgezinden. De gevluchte pastoor schaart zich in een lange rij.’’ Den Heyer noemt namen als Petrus Waldes, John Wycliffe, Johannes Hus, Geert Grote en Maarten Luther.
Het ,,indrukwekkende pseudoniem’’ van ‘de boerenzoon van de Veluwe’ bevat een belijdenis, stipt Den Heyer aan. ,,Anastasius Veluanus – de herrezen of opgestane Veluwenaar. Hij zal de fraaie naam met zorg gekozen hebben. Onder druk van de inquisiteurs in Amersfoort heeft hij zijn hervormingsgezinde overtuigingen verloochend en in het openbaar herroepen. Sindsdien heeft hij een zware tijd achter de rug en is hij door diepe dalen gegaan, maar hij is nu een nieuw en herboren mens – als het ware opgestaan tot een nieuw leven; het woord anastasis is een verwijzing naar de opstanding van Jezus Christus. Zijn worsteling is ten einde. Hij herroept zijn herroeping – eens en voorgoed. Vanaf die tijd gaat hij in volle overtuiging zijn weg en speelt hij een belangrijke rol in de gereformeerde kerk van Westfalen.’’

Den Heyer vindt het ,,niet eenvoudig het denken van Anastasius Veluanus in het kort te typeren’’. ,,Aanvankelijk vertoont zijn kritiek op de kerk van Rome overeenkomsten met wat we ook tegenkwamen bij de middeleeuwse critici, bij Geert Grote en de Moderne Devotie. Ook voor hem is de rijkdom van de kerk een doorn in het oog en hij hekelt het weelderige leven van de geestelijkheid als in flagrante tegenspraak met het evangelie van Jezus Christus. Evenals Cornelis Hoen laat hij zich kritisch uit over de transsubstantiatieleer (de rooms-katholieke opvatting dat tijdens de consecratie in de eucharistieviering brood en wijn veranderen in het lichaam en het bloed van Christus terwijl ze het uiterlijk behouden, red.). Voorts keert hij zich tegen zaken als het pausdom, het verplichte celibaat, de beeldenverering, de voorstelling van het vagevuur en het vasten.’’

In de rij portretten van vrijdenkers en dwarsliggers ,,gun ik hem het voordeel van de twijfel’’, schrijft Den Heyer. ,,Hij heeft niet de kenmerken van een groot leider met charismatische capaciteiten. Hij is geen origineel theoloog die nieuwe wegen bewandelt. Hij sticht geen kerk of theologische school. Hij verdwijnt in de schaduw van zijn reusachtige tijdgenoten, mannen van naam als Luther en Calvijn. Hij behoort tot de hervormers van het tweede garnituur. Hij speelt geen heldenrol, voor martelaar is hij kennelijk niet in de wieg gelegd, maar als hij eenmaal het besluit heeft genomen zijn kerkelijke superieuren niet meer te gehoorzamen en de vlucht neemt, stijgt zijn ster, begint hij te schrijven en zet hij zijn visie op heldere wijze op papier in de hoop ‘de leken’ te helpen in hun bezinning op de betekenis van hun geloof. Ondanks zijn bezwaren tegen de dopersen en hun pleidooi voor een volwassenendoop heeft hij respect voor de door Menno Simons sterk benadrukte evangelische manier van leven. Dat de gelovige door de doop opnieuw geboren is – wedergeboorte – moet blijken in de manier van leven. Hij hecht grote waarde aan het praktisch christendom. Zijn accentuering van de oproep tot bekering en een christelijk leven kan hij moeilijk verenigen met de calvinistische predestinatieleer (dat God van tevoren heeft bepaald welke mensen hij zal uitverkiezen en welke hij zal verwerpen voor de hemelse zaligheid, red.). In die zin kan hij niet zonder meer tot de volgelingen van Calvijn worden gerekend.’’

Deze plaatsbepaling komt overeen met de conclusies van de gereformeerde predikant Gerrit Morsink, die in 1986 promoveerde op levensloop en ontwikkelingsgang van de Garderense pastoor. Morsink noemde Veluanus in een interview met de Barneveldse Krant ,,niet bepaald een fan van Calvijn’’. ,,Hij voelde zich verwant met de Zwitserse theoloog Bullinger, die minder de predestinatie op de voorgrond stelde. Er moest zijns inziens niet te veel over uitverkiezing gepraat worden, opdat mensen niet zouden gaan denken dat zij in het verdomhoekje zaten en er voor hen geen hoop meer was’’, aldus Morsink in 1986. ,,Anastasius wilde geen eenzijdige predestinatieleer die moedeloos maakt omdat zij zoekende zielen stranden laat op een onwrikbaar besluit van eeuwigheid waardoor zij wellicht ten dode opgeschreven zijn. Hij was er vuurbenauwd voor dat mensen alleen maar zouden zeggen: De Here moet het maar doen. Er moest meer gepreekt worden over God die zijn heil aanbiedt aan iedereen. Daarin was Anastasius eensgeestes met Bullinger. In de Institutie, de geloofsleer van Calvijn, komt dat ‘welgemeend aanbod der genade’ echt wel aan de orde, maar volgens Anastasis gaat het bij Calvijn te veel over de predestinatie.’’

‘Belijdenisgeschriften en dogma’s horen in museum thuis’

Cees den Heyer heeft bewondering voor de degenen die hij in zijn boek ‘Verlichte voorgangers’ portretteert. ,,Ze gingen ieder op hun eigen wijze de weg die ze meenden te moeten gaan. Onberispelijk waren ze niet en evenmin heilig. Zoals alle mensen hadden ze hun eigenaardigheden, hun tekortkomingen en hun ambities. Maar wie hun sporen volgt, krijgt respect voor hun creativiteit en hun standvastigheid. Kritiek bracht hen niet van de wijs, tegenwerking vormde geen belemmering om hun mening openbaar te maken, en zelfs bedreigingen weerstonden zij. Dankzij hun geschriften, hun invloed en het voorbeeld dat zij gaven vertoont de geschiedenis een lijn van bevrijding en van volwassenwording.’’

Ieder van de geportretteerden heeft, aldus Den Heyer, een rol gespeeld in de historie van kerk en christelijk geloof in Nederland. ,,Ze waren visionair, moedig, creatief en meestal hun tijd vooruit. De geschiedenis wordt gemaakt door concreet levende mensen en niet door abstracte ideeën. Dat geldt in dezelfde mate voor de geschiedenis van kerk en geloof. Ze waren mensen die de Bijbel gingen lezen en tot de verrassende en verwarrende ontdekking kwamen dat er spanningen en zelfs conflicten waren tussen bijbelteksten en eeuwenoude dogma’s en uitspraken in belijdenisgeschriften. Soms voorzichtig en aarzelend, maar niet zelden ook vol vuur en overtuiging, legden ze de vinger bij de zwakke plekken in het kerkelijke instituut. Voor hun eigen leven hadden die verworven inzichten veelal diepingrijpende consequenties. Desondanks weigerden ze de weg van de minste weerstand te kiezen. Achteraf kunnen we alleen maar dankbaar zijn dat ze zich niet hebben laten weerhouden voor hun mening uit te komen.’’

Den Heyers selectie is aanvechtbaar. Onmiskenbare vrijdenkers als Dirck Coornhert, Hugo de Groot en Baruch de Spinoza, Jan Hendrik Scholten, de vader van de moderne theologie’, en ‘radicaal’ G.A. van den Bergh van Eysinga worden beschreven, evenals ‘reformatoren’ als ‘modern devoot’ Geert Grote, humanist Erasmus en de Friese doopsgezinde Menno Simons. Den Heyer staat ook stil bij twintigste-eeuwse theologen als Miskotte en Van Ruler, die weliswaar de theologie een wending hebben gegeven, maar zeker geen dwarsliggers waren.

Zichzelf noemt Den Heyer ook, in iets meer dan een voetnoot. Als nieuwtestamenticus publiceerde hij zo’n vijftien jaar geleden een boek waarin hij uiteenzette dat de ‘verzoeningsleer’ in de dogmatiek van de orthodox-protestantse kerken niet zou stroken met de teksten in de evangeliën uit het Nieuwe Testament. Met name het dogma van de verzoenende betekenis van het lijden en sterven van Jezus Christus zou niet terug te vinden zijn in de bijbelse geschriften. In de heftige discussies over Den Heyers visie blies de gereformeerde kerk in Garderen (nu voortgezet-gereformeerd) een stevig partijtje mee met protestbrieven naar de synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland.

Den Heyer is historicus. ,,Geen toekomstvoorspeller. Ik kan niet zeggen hoe het verder gaat met de kerk en met het christelijk geloof. Ik weet wel zeker dat angst een slechte raadgever is. De kerk doet er onverstandig aan het verleden te verheerlijken. De wereld verandert en mensen veranderen. Oude beelden en voorstellingen hebben hun zeggingskracht, hun waarde verloren. Belijdenisgeschriften en dogma’s behoren in een museum thuis en niet in een gemeente van mensen die met beide benen in deze wereld willen staan en op zoek zijn naar zingeving en spiritualiteit. De toekomst is niet aan de orthodoxie, aan degenen die alles bij het oude wensen te houden. Er zullen steeds weer nieuwe vrijdenkers en vrijdenksters komen die nieuwe perspectieven openen. Mensen zijn niet alleen ‘ongeneeslijk’ religieus, ze zijn ook verrassend creatief en daarom blijf ik hoopvol gestemd.’’

Andere boeken van Cees den Heyer die nog leverbaar zijn, zijn: Symbolen in de bijbel, Opnieuw: wie is Jezus?, Van Jezus naar Christendom, Twee testamenten, Paulus, man van twee werelden.

3 reacties

  1. 31 juli 2012 om 11:20

    Belijdenisgeschriften en dogma’s horen in een museum thuis. Daarin heeft Den Heyer gelijk. Oude en eerbiedwaardige traditie omringen we met bewarende zorg. Met de tegenstelling die Den Heyer vervolgens maakt, heeft hij groot ongelijk. Dogma’s en belijdenisgeschriften horen uitgerekend thuis in een gemeente van mensen die met beide benen in deze wereld willen staan. Onze benen bewegen zich in de bedding van de christelijke traditie en staan daarom stevig in in de wereld van nu.

  2. Wim Dekker
    31 juli 2012 om 23:57

    Orthodoxie en ‘degenen die alles bij het oude wensen te houden’ lijkt mij niet hetzelfde. Het is juist boeiend om te zien hoe de orthodoxie telkens weer in weet te spelen op nieuwe vragen en daarin vooral ook een kritische kracht ontwikkelt. Bonhoeffer, Miskotte en vandaag iemand als Stanley Hauerwas zijn daar sprekende voorbeelden van. Wat was en is de kritische kracht van de theologie van hen, die het orthodoxe spoor verlieten? Er is een groot verschil tussen vernieuwing en aanpassing aan de tijdgeest. Ik heb het boek van den Heijer nog niet gelezen, maar ben benieuwd of dit grote verschil er ook uitkomt.

    • lezer
      1 augustus 2012 om 21:13

      Geachte heer Dekker,

      Allereerst hartelijk dank voor uw 2 prachtige boeken: Afwezigheid van God en Marginaal en missionair. Wat u hierboven zegt snijdt hout. Ik geniet ook van de boeken van uw promotor prof. dr. A. van de Beek. Ook zijn boeken zijn ontmaskerend voor de tijdgeest. Daar moet je bij vrijzinnigen niet mee aankomen. Als ik zijn en uw naam (boeken) noem ontvang ik doorgaans weinig applaus, ook niet bij veel orthodoxen trouwens. Het is interessanter met de tijdgeest mee te gaan in de kerk en weer een volgend kerkelijk aktie programma te kunnen lanceren. Dan blijven we zelf immers in control. Toch één opmerking. U noemt Bonhoeffer, Miskotte, Hauerwas. Op zich prima natuurlijk. Maar, waarom moeten we het (weer) uit de VS halen en theologen uit het verleden noemen. Dat vind ik wat te gemakkelijk. Zij kunnen moeilijk of geen weerwoord geven. U had wat mij betreft daarom ook Van de Beek in het rijtje mogen noemen. Liever zelfs. Want hij is iemand uit ons midden en legt de vinger wel steeds (in onze context) op de zere plek in veel publicaties. En het zou goed zijn als meer theologen ook vooral Van de Beek niet vergeten te lezen. Of worden profeten in eigen woonplaats onder theologen en dominees niet geeerd? Gods zegen op uw werk gewenst.

      met groet,

      lezer