BijbelGeloofGeschiedenisJezusKerkMaatschappijTheologie

De Bijbel is voor iedereen leesbaar

De Bijbel is bedoeld om door alle mensen gelezen te worden. Dat lijkt een open deur intrappen, maar toch ziet het er naar uit dat de Bijbel in Nederland steeds meer een gesloten boek aan het worden is. In de helft van alle huizen is er een aanwezig. Maar één op de acht Nederlanders leest er ook regelmatig in. En dat terwijl één op de vier zichzelf christen noemt. Degenen die wel in de Bijbel lezen voelen zich er vaak onzeker over. ‘Je kunt een tekst op zoveel verschillende manieren uitleggen, hoe weet ik nou of ik het goed begrijp?’ ‘Ik heb er voor mezelf wel wat aan, maar als iemand anders tot heel andere inzichten komt, dan kan dat natuurlijk ook. Ik heb de waarheid niet in mijn broekzak.’

Toch spraken de Here Jezus en de profeten en de apostelen meestal in het openbaar tegen heel gewone mensen. Zij schreven geen moeilijke theologische werken, bedoeld voor specialisten, maar boeken en brieven die in de gemeente voorgelezen moesten worden (Kol. 4:16; 1 Tess. 5:27; Op. 1:3). Er waren soms problemen in de communicatie, weerstand of afwijzing, maar het kwam maar zelden voor dat men hen niet begreep. Voor ons ligt het wat ingewikkelder omdat de afstand in tijd en de culturele verschillen groter zijn, maar in de Bijbel zelf heb je ook al te maken met heel verschillende culturen over een tijdvak van enkele duizenden jaren. En je leest in het Nieuwe Testament toch niet dat men dat als een groot probleem ervoer. Het zal dus ook wel met ons te maken hebben en hoe we tegen de Bijbel aankijken.

Laatst las ik een boek van een Japanse schrijver. In een Nederlandse vertaling, dat wel. Ik wist niet veel van de Japanse cultuur en zal ook best wat nuances gemist hebben, maar over het algemeen had ik het idee dat ik de schrijver wel kon volgen. Sterker nog, door het lezen van dit boek weet ik nu meer over Japan dan daarvoor. Zo is het ook met het lezen van de Bijbel. Een beetje achtergrondinformatie zal zeker helpen, maar we moeten niet overdrijven. Laatst gaf iemand bijbelstudie over de vraag van de Sadduceeën over de opstanding (Mat. 22:23-33) en begon eerst van alles over deze joodse richting te vertellen. Maar bijna alles wat we over hen weten, komt uit het Nieuwe Testament. We hadden dus ook gewoon kunnen gaan lezen. Het punt wat we nodig hebben om deze geschiedenis te begrijpen, namelijk dat de Sadduceeën niet in de opstanding van de doden geloofden, noemt Matteüs zelf meteen al in vers 23.

Laten we dus proberen met wat meer vertrouwen te lezen. De Bijbel heeft misschien minder uitleg nodig dan wij denken. Het is niet erg als we niet alles begrijpen. De kern van de boodschap is over het algemeen wel duidelijk.

Toch wil ik graag een paar opmerkingen maken die kunnen helpen bij het lezen van de Bijbel.

 

Zorgvuldig lezen

Als je op ‘tempelreiniging’ googelt, vind je al gauw plaatjes van Jezus die de verkopers met een zweep de tempel uit ranselt, terwijl de duiven wegvliegen uit de kapotgesmeten kooien. Maar klopt dat beeld wel? Was Jezus werkelijk zo gewelddadig? In de bijbeltekst zelf is hier weinig van terug te vinden. Matteüs (21:12) en Lucas (19:45) beschrijven het hele gebeuren in slechts één zin. Alleen Johannes (2:14-17) vermeldt de zweep. Maar die lijkt voor de dieren bedoeld, niet voor mensen. Tenminste als je letterlijk vertaalt en geen woorden invoegt: ‘Hij maakte een zweep van touw en dreef allen uit de tempel, de schapen en de runderen’ (Joh. 2:15 NBG51). Tegen de duivenverkopers zei de Here Jezus alleen maar dat ze weg moesten gaan en hij gooide hun stoelen om. Nergens lees je iets over kapotte kooien of wegvliegende duiven.

Nu is dit niet zo’n heel ingrijpend voorbeeld. Maar slordig lezen kan tot serieuze misverstanden en moeilijkheden leiden. Als jongen kwam ik al in de knoei met de gelijkenis van ‘de vijf wijze en de vijf dwaze maagden’ (Mat. 25:1-13). Diep in mijn hart had ik medelijden met de dwaze meisjes en vond ik dat het eigenlijk de schuld van de bruidegom was dat hun olie was opgeraakt. Hij kwam per slot van rekening te laat! Had ik maar wat beter gelezen… Want er staat in vers 7 dat ze hun lampen pas in orde gaan maken als de bruidegom arriveert. Die brandden dus helemaal nog niet. Jammer dat veel nieuwere vertalingen invoegen dat de meisjes geen ‘extra’ olie hadden meegenomen. Dat versterkt de gedachte dat ze wel genoeg hadden gehad als de bruidegom maar op tijd geweest was. Maar er staat: ‘Want de domme namen wel hun lampen met zich mee, maar geen olie.’ (WV2012). Dat is pas dwaas; wat heb je nou aan een olielampje zonder olie?

 

Bij zorgvuldig lezen hoort ook dat je niet te snel allerlei teksten met elkaar in verband brengt en bijvoorbeeld de vier evangeliën op een hoop gooit, alsof er vier keer hetzelfde staat. Als iets twee of meer keer verteld wordt, is dat meer dan een herhaling van zetten. Elke evangelist heeft zijn eigen doel en doelgroep en legt zijn eigen accenten om het Evangelie dicht bij zijn lezers te brengen.

Ook Koningen en Kronieken bijvoorbeeld vertellen wel over dezelfde geschiedenis, maar wel vanuit een gedeeltelijk andere invalshoek. Probeer ieder verhaal te lezen vanuit zijn eigenheid.

Concentreer je op de hoofdzaak

Volgens Lucas hadden de mensen op de Areopagus in Athene ‘voor haast niets anders tijd dan voor het uitwisselen van de nieuwste ideeën’ (Hand. 17:21). Soms lijkt het daar in een preek of bij een bijbelkring ook wel eens op. Het wordt pas interessant als we iets horen wat we nog niet wisten. De hoofdboodschap wordt voor vanzelfsprekend aangenomen. Het gesprek gaat vooral over details en moeilijkheden in de tekst. Dat kan leiden tot allerlei creatieve interpretaties en manieren van lezen die we in het dagelijks leven nooit zouden toepassen. Als een verhaal zich in Bethlehem afspeelt, worden er prachtige dingen afgeleid uit het feit dat dit vertaald ‘broodhuis’ betekent. Een link met het hemelse brood is dan zomaar gelegd. Maar niet alles wat zich in Driebergen afspeelt heeft iets te maken met de betekenis van de plaatsnaam. En de inwoners van Moddergat zullen ook niet blij worden als je daar allerlei conclusies aan verbindt.

Hoe vaak heb ik niet gehoord dat God ons op een heel persoonlijke manier kent, omdat het woord voor ‘kennen’ in het Hebreeuws ook kan duiden op de intieme omgang tussen man en vrouw. Maar als hetzelfde woord gebruikt wordt, wil dat nog niet zeggen dat dezelfde betekenis meespeelt. In de woorden zondagschool, zondagsrijder en zondagskind komt hetzelfde woord voor, maar drie keer met een andere lading. Je zegt toch ook niet dat iemand een zondagsrijder geworden is omdat hij vroeger naar de zondagschool ging?

Sommige vondsten zijn bijna canoniek geworden. Zo zijn er allerlei ‘oplossingen’ bedacht voor de kameel die niet door het oog van een naald kan (Marc. 10:25; Luc. 18:25). Met dat ‘oog’ zou een kleine deur bedoeld zijn waardoor iemand een stad nog kon binnengaan als de poort al gesloten was. Helaas is bij opgravingen iets dergelijks nooit gevonden. Of bij de kameel zou het in feite gaat om een scheepskabel. In het Grieks scheelt dit maar een lettertje. En inderdaad zijn er een paar latere handschriften van het Nieuwe Testament met die lezing. Maar in alle handschriften uit de eerste eeuwen staat ‘kameel’. Gewoon laten staan dus. ‘Scheepskabel’ is in feite een verzwakking. Alsof je je er nog iets bij zou kunnen voorstellen dat die door het oog van een naald gaat. Maar de boodschap is juist dat het absoluut ten ene male onmogelijk is. Voor mensen dan. Gelukkig is niets onmogelijk voor God! (Marc. 10:27). En als je van die hinderlijke kameel af denkt te zijn, wat moet je dan met die tekst over blinde leiders, ‘die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken’ (Mat. 23:24)? Dat kan toch ook niet?

Concentreer je op de evidente boodschap. Daar hebben we onze handen al vol aan. En laat je niet afleiden door allerlei spitsvondigheden. Details kunnen de kernboodschap ondersteunen of verhelderen. Maar je kunt je er ook zo in verliezen dat de hoofdzaak uit het zicht raakt.

 

Geloven en gehoorzamen

Toen ik op de middelbare school voor het eerst een boek moest lezen in het Engels, was dat een ramp. Ik kwam veel woorden tegen die ik niet kende en zocht die allemaal op in het woordenboek. Na een paar dagen was ik nog maar op bladzijde 15. Gelukkig hielp de leraar Engels me uit de brand. ‘Gewoon doorlezen’, zie hij, ‘totdat je het echt niet meer begrijpt en dan zoek je de paar woorden op die vaker voorkomen.’ Dat werkte. Ook zonder dat ik alle woorden kende, begreep ik best waar het boek over ging.

Zo is het ook met bijbellezen. Blijf niet hangen bij de meest onbegrijpelijke woorden of teksten. Laat de moeilijkheden gewoon staan. Uiteindelijk gaat het er niet om dat je alles snapt. Dat is zelfs voor de grootste bijbelgeleerden niet weggelegd. De Bijbel is geen studieboek, maar een levensboek. God wil niet dat we Hem doorgronden, maar dat we Hem geloven en gehoorzamen.

Verder lezen? Bestel het boek hier.

Geen reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *