Geen categorieOverige

Besef van crisis en urgentie is veel sterker dan tien of twintig jaar geleden – interview met dr. Wim Dekker

Een jaar geleden, op 28 april 2011, verscheen het boek  ‘Marginaal en missionair’ van Wim Dekker. De ‘kleine theologie voor een krimpende kerk’ heeft sindsdien veel losgemaakt. Inmiddels is de 5e druk verschenen. Een terugblik: ‘Er is veel meer besef van crisis en urgentie dan tien jaar geleden. ’

De publicatie van het boek heeft in brede kring reacties opgeroepen; recensies, gesprekken, blogs, tweets (zie www.izb.nl). Bijval en tegenspraak.

‘Veel mensen blijven haken bij de passages in het boek over crisis en oordeel, het handelen van God met zijn kerk in ons land. Ze zeggen niet dat de analyse klopt, maar wijzen die ook niet af. Ze herkennen veel van wat ik schrijf over twee ervaringen die langs elkaar schuren. Aan de ene kant de afval, mensen die via de achterdeur uit de kerk verdwijnen, ook in de kring van het gezin, de familie en vrienden.  Het lijkt alsof er een hele andere geest waait, waardoor mensen het geloof gewoon zien verkruimelen tussen hun vingers. Aan de andere kant worden mensen vandaag juist uitgedaagd om meer missionair te zijn. De Protestantse Kerk is meer dan ooit missionair. Die twee ervaringen botsen op elkaar. Doen we iets verkeerd? We zetten ons in voor missionair werk en toch gaat het achteruit. We lijken ten prooi aan krachten die ons te boven gaan…

‘Marginaal en missionair’ onderscheidt zich van andere boeken over dit thema, dat het beschrijft ‘hoe het is’ in plaats van ‘hoe het zou moeten zijn’. Dat roept herkenning op, vooral bij collega-predikanten. Nu eens niet een boek over idealen – waarbij je dan denkt: misschien dat het bij deze of gene gemeente ‘lukt’, maar bij ons is dat tot nu toe nog niet het geval – maar over de rauwe werkelijkheid, waar we dagelijks middenin zitten. Dat heeft iets vertroostends. En het stimuleert de bezinning op het handelen van God, die deze weg kennelijk met ons gaat.’

De kerk maakt een terugtrekkende beweging, althans in Nederland en West-Europa. Elders in de wereld bloeit ze op.
‘Ik zeg niet dat het evangelie uit West-Europa verdwijnt, maar wel dat er voor ons een andere tijd aanbreekt.  Het Constantijnse tijdperk, waarin de kerk een bevoorrechte positie had, ligt achter ons. De kerk zal wel blijven, denk ik, maar in een heel andere gestalte, als kleine minderheid. Hoe stellen wij ons daarop in? Kun je evengoed blijmoedig christen zijn in zo’n context? Dat zijn brandend-actuele vragen.’

Probleem
Bram van de Beek schrijft over het verschil tussen ‘probleem’ en ‘crisis’. Heeft de kerk een probleem, dan zoekt ze een oplossing. Beleeft ze een crisis, dan dient ze zich te bekeren.
‘Dat ben ik met hem eens en daar botst het ook wel met lezers. Er is een categorie die mijn boek veel te pessimistisch vindt en de crisis beschouwt als een ‘uitdaging’. Maar dan ervaar je de situatie toch nog teveel als een oplosbaar ‘probleem’. Bekering vraagt een heel traject van verootmoediging, waarin je een heleboel kwijtraakt. Mogelijk ontdek je ook nieuwe dingen, maar  dan als geschenk van God geeft; niet zozeer eigen vindingen.

In de Bijbel worden  situaties die wij benoemen als ‘problemen’ altijd gerelateerd aan het handelen van God. Hij heeft er iets mee voor. Dat is een andere dimensie. ‘Problemen oplossen’ zoals er vandaag over wordt gesproken,  is zo bezien: menselijk spreken over een geestelijke zaak. Als je die problemen aanpakt zoals je gewoonlijk met andere problemen omgaat , kom je helemaal niet toe aan de vraag wat God je in deze situatie heeft te zeggen, te leren.’

Wat dan?
‘Die me veel gesteld in het afgelopen jaar.  Zouden we dan niet veel meer moeten bidden? Ds. Kees van Ekris heeft tijdens de lezersdag de vraag opgeworpen of het mogelijk is de secularisatie stuk te bidden. Hij vertelde het verhaal van de rabbijn, die meer sympathie had voor Abraham dan voor Noach. Want Noach liet het toch maar gebeuren dat de zondvloed kwam, Abraham deed voorbede. 

En als we ons moeten bekeren, zei ds. Bert Karel Foppen, tijdens die dag. Op welke punten dan? Is dat concreet aan te wijzen? Dat blijft in het boek vaag, hoewel de tekst die vraag wel sterk oproept. ‘

Context
Het is eigenlijk een vraag naar de spiritualiteit van een krimpende kerk.
‘Hoe we onze context ervaren  is sterk bepalend voor de manier waarop we bijbellezen, bidden en omgaan met God. Als  je denkt ‘we hebben een probleem, wij moeten er tegenaan’, dan ga je bidden om kracht en om vindingrijkheid. En je raadpleegt de bijbel als was het  een ‘handboek voor missionaire activiteiten’.  Dan vind je ook nog wel een paar teksten.

Ik kan daarom niet vaak genoeg onderstrepen hoe belangrijk het is dat we het in zekere mate eens worden over de analyse van de situatie waarin de kerk zich bevindt. Zolang we daar zeer uiteenlopende gedachten over hebben, belemmert dat een zinvol gesprek over wat ons nu te doen staat.

Om het concreet te maken: er zijn collega’s die vandaag in het kader van gemeenteopbouw een serie bijbelstudies of preken houden over Nehemia over de herbouw van de tempel. Alsof die context zomaar is te vergelijken met de onze. Wie zegt dat? Ik in ieder geval niet. Ik ervaar dat als een heel andere wereld. Dit is niet de tijd van opbouw en uitbouw, maar van beproeving. We liggen op de zeef en het zal blijken wat ervan overblijft. We teruggeworpen op de kern van ons geloof. ‘Wilt gij ook niet heengaan?’ Als je vanuit die context de bijbel leest, dan vallen je heel andere gedeelten op, met andere accenten. Je ontdekt dat geloven ook in de bijbel nooit een vanzelfsprekende zaak is geweest. De kruisiging van Christus, zijn afwijzing, gaat een veel grotere rol spelen in je (geloofs)leven. Nochtans is dat niet het laatste woord, al is het door het oog van de naald gegaan.

Dwarsverbindingen
Je hebt ook reacties gekregen in de trant van ‘Wat een zwartkijker is die Wim Dekker nou toch. Bij ons gaat het nog redelijk/goed.’
‘Ja, maar die lezers kijken niet verder dan hun eigen gemeente. Meestal een gemeente in een groeisituatie of een keuzekerk, die is gegroeid ten koste van veel afbraak in de regio. Geen misverstand: het is mooi dat er bloeiende gemeenten in Nederland zijn, maar ze kunnen de deplorabele situatie van de kerk in het algemeen maskeren.  Ook een beroep op explosieve groei van de kerk in Afrika of Azië, mag ons de ogen niet doen sluiten voor de ernst van de crisis hier. Wie denkt dat het kopiëren van de aanpak of de spiritualiteit van de kerken in andere werelddelen zal leiden tot een revival, heeft het mis. Dan maak je je los van 2000 jaar Europese geschiedenis. Je kunt niet zomaar tijdloos dwarsverbindingen leggen door de wereld. ‘

Verbond
Stefan Paas heeft op dit punt wel munitie aangedragen, tijdens je promotie. Als je zo refereert aan de volkskerken, die in Europa zijn afgebrokkeld, dan blijft je in het probleem hangen, zegt hij. We maken deel uit van een multiculturele, multireligieuze samenleving een mondiale samenleving. Bovendien: de kerk mag gemarginaliseerd zijn, maar was het ooit veel beter? Kun je de kansen die deze situatie biedt, niet spiegelen aan situaties elders in de wereld? Paas benadrukt veel minder die historische lijnen en taxeert de waarde van het Constantijse tijdperk ook heel anders.
‘Daar gaan de wegen wel uiteen. Natuurlijk, ik laat me graag inspireren door mooie dingen die in Azië en China gebeuren. Maar in de analyse van onze context, zeg ik: God gaat zijn gang in de geschiedenis van Europa. In die geschiedenis wordt nu een nieuw hoofdstuk geschreven.

Een verwijzing naar kerkgroei en –bloei in Azië helpt je niet, als je in een reformatorisch of evangelisch milieu opgroeit en je de afbrokkeling van de kerk in ons land op je in laat werken.  Natuurlijk, christen-jongeren die hier in de minderheid zijn, kunnen zich laten bemoedigen door geloofsgetuigenissen die ze op internet lezen van leeftijdgenoten elders in de wereld. Ze kunnen op werkvakantie geloofsgenoten ontmoeten. Dat zijn mooie dingen, maar dat is wel een heel ander verhaal. Ik zie nog steeds het belang van de historische denklijn.  De beweging van ongelovigen in de tijd van de Verlichting, heeft zich in de 19e eeuw voortgezet en  is in de 20e eeuw door democratisering en emancipatie algemeen geworden. Nu worden de laatste bolwerken die bereikt, die van orthodoxe christenen. Als dat proces op je in laat werken in het licht van het verbond, dat altijd zo’n grote rol gespeeld heeft in onze kerkelijke traditie, dan is dat schokkend. De traditie van geloven van geslacht op geslacht, wordt finaal afgebroken. Overgrootvader was christelijk, opa ook, maar nu: de kinderen worden niet meer gedoopt; kleinkinderen weten er niets meer van. Dus hoe zit dat met het verbond van God, van generatie op generatie, waar mensen altijd op gepleit hebben?

Dat zijn belangrijke elementen in mijn analyse: Ik houd van de volkskerk. Ik vind ook niet dat de Constantijnse tijd niet een vergissing is geweest. God gaat een relatie aan met een volk, van geslacht op geslacht.  In dat proces komt nu in een breuk. ‘

Leiding
Wordt de ernst van deze crisis naar jouw indruk voldoende beseft?
‘Het besef van crisis en urgentie is veel sterker aanwezig dan tien of twintig jaar geleden. Als je indertijd over missionair werk sprak, overheerste er nog veel meer de gedachte van restauratie, herstel, afgedwaalden terugbrengen naar de kudde. Dat idee is weg. Eerder proef je iets van ‘het is dweilen met de kraan open’. Of: het is iets heel nieuws, als mensen tot geloof komen.

Intuïtief voelen mensen aan dat de tijd van ‘geloven van geslacht op geslacht’ passé is. Het is een wonder als je tot geloof komt. De kans dat de gedoopte kinderen afvallen is zeer groot. Dat brengt tot verlegenheid. Niemand zal zeggen: ‘God handelt niet meer’ of:  ‘God is weg, de Heilige Geest is van ons geweken.’ Het zou ook zeer onterecht zijn als dat gezegd zou worden. Maar God gaat een nieuwe weg en er kraakt en scheurt veel. De huidige tijd, met de verwarrende indrukken – afval hier, kerkgroei elders, ongelovige kinderen en kleinkinderen, het levensklimaat – vraagt om geestelijke leiding.’

Waar bestaat die uit?
‘In de crisis tussen de twee wereldoorlogen kwam in Duitsland de theologie van het Woord op. Karl Barth zei: ‘het is voor ons een grote verrassing dat het Woord ons in deze crisis meer nabij is dan ooit daarvoor’. En dat kwam omdat hij en anderen de bijbel gingen lezen in de context van de afbraak, met een sterke concentratie op het kruis. Ze herontdekten het werk van Luther, niet door zo maar weer eens een paar boeken van hem op te slaan, maar vanuit de nood van de toenmalige situatie.

Als wij nu in deze tijd, vanuit deze analyse, vanuit onze verwarring, opnieuw de bijbel lezen, zullen we ontdekken wat het vandaag betekent om de Gekruisigde te volgen. Daar ben ik diep van overtuigd. Lees de nieuwtestamentische brieven: geen spoor van triomfalisme. Eerder een zich verblijden in het lijden, doordat we met Christus lijden in de hoop op zijn heerlijkheid.

Daarom vind ik het zo mooi als mensen over dit boek zeggen dat het gaat over ‘hoe het echt is’.

Als je daar bent aangeland en je gaat de bijbel lezen, dan zul je merken dat God daar ook is. God is daar waar wij echt zijn: in onze verlorenheid, waar het ons bij de handen afbreekt. De bijbel is er vol van.’

Gemeenschap
Maar waar leg je dan de accenten in het leidinggeven. Wat ga je dan vooral (niet) doen?
‘Het valt me op dat er nog zo vaak wordt gepreekt, dat er nog zoveel bijbelkringen worden gehouden vanuit een soort tijdloos geestelijk leven. Maak veel meer de situatie bespreekbaar waar mensen nu inzitten.  In veel gemeenten gebeurt dat niet, uit angst voor somberheid.  Oké , we willen het er wel een avondje over hebben, over verootmoediging en zo, maar daarna moeten we weer verder met andere dingen…

Terwijl je juist door de ernst van de vragen onder ogen te zien, de kracht van de gemeenschap (opnieuw) kunt ervaren. De gemeente van heel uiteenlopen mensen die niet in de eerste plaats voor elkaar gekozen hebben, maar aan elkaar gegeven zijn; de gemeenschap die met trouw en volharding tegen de stroom op roeit. Daardoor kun je ook groeien in geloof.  Je ontdekt de waarde van de gemeenschap waarin je bent geplaatst; een wonderlijk stel mensen, met Christus in het midden.  In de liturgie, in de eredienst, en in de kleine bijeenkomsten doen we de ervaring op van de Emmaüsgangers. Waar twee of drie samenzijn is hij in ons midden en kunnen we de kracht van de Opgestane ervaren. Geloven we dat werkelijk? Of gaan we weer terug naar Jeruzalem zonder dat we Christus hebben gezien en met elkaar overleggen om de zaak weer zo goed mogelijk te regelen? Veel gepraat in de kerk, ook van actieve betrokkenen, komt op het laatste neer. De ervaring dat je totaal aan de grond gaat zit, het echt niet meer weet… en in die situatie door Hem wordt opgezocht. ‘

Hoe missionair is dit?
‘Het missionaire is hier helemaal niet weg. Want vanuit de ontmoeting met Christus trek je er op uit  om het anderen te vertellen. Let wel: we zijn gezonden, als schapen onder de wolven. Geen succesverhaal; de wereld zit er niet op te wachten.  Het is niet realistisch om te veronderstellen dat de kerk met wat meer eigentijdse vormen weer gaat bruisen. Realistisch is het wanneer je de gemeenschap met Christus ervaart vanuit zijn opstanding en niet anders kúnt dan het evangelie te vertellen.  Als schapen onder de wolven – een dienaar is ook in dat opzicht niet meer dan zijn Heer. ‘

Vragen
Wat vind je zelf de lastigste vraag in deze crisis?
‘Het moeilijkst vind ik dat er in de lijn van de geslachten zoveel wordt afgebroken. Ik ontmoet veel mensen die de situatie terdege onderkennen, maar veel verdriet hebben over het afhaken van hun kinderen en kleinkinderen.  Gaan die dan voorgoed verloren? vragen ze me soms. Die vraag zwelt aan. Er worden uiteenlopende antwoorden op gegeven. Sommigen zetten alle kaarten op de barmhartigheid van God. Is de huidige generatie niet minstens zoveel slachtoffer als dader? Heeft God niet een eeuwig verbond van genade met hen? Als ze dertig jaar eerder geboren waren, zouden ze dan nog wel bij de kerk zijn geweest? Anderen benadrukken veel sterker de noodzaak van het geloof, de band met de kerk. Zonder geloof gaan ze toch verloren?

Ik maak geregeld besprekingen mee waarin mensen er bij me op aandringen hier een antwoord op te geven.  Ik denk dat we die vragen bij God mogen laten. Als we ze voortijdig willen oplossen, heeft dat toch weer iets van: de zaak onder controle willen hebben. We zitten in een crisis. Dit is er een onderdeel van: dat er vragen zijn, waar we geen antwoord op hebben. Met open vragen voor het aangezicht van God durven blijven staan, pleitend op zijn barmhartigheid, dat is meer de gestalte van het echte geloof dan het verzinnen van antwoorden.’

Interview door Koos van Noppen

 Zaterdag 21 april om 10.00 uur spreekt dr. Wim Dekker tijdens een IZB-bezinningsdag in de Utrechtse Jacobikerk over de vraag ‘Hoe gaan we het gesprek aan met agnostische tijdgenoten?’ Co-referent is dr. Arjan Markus. Toegang gratis. Aanmelden: info@izb.nl.

Van dr. Wim Dekker verschenen bij Uitgeverij Boekencentrum twee uitgaven: Marginaal en missionair (5e druk) en Afwezigheid van God.

3 reacties

  1. lezer
    19 april 2012 om 10:42

    Ik denk dat de diagnoses van Wim Dekker en Bram van de Beek juist zijn. Het gaat niet om een ”probleem” dat je kunt oplossen, maar om een ”crisis” en dat vraagt om bekering. Maar waarvan?

    Van een horizontaal naar een verticaal perspectief.
    Van probleemsoplossend denken naar verootmoediging voor God. Het moet in de kerk weer overal over God gaan, en alleen over God, over de verzoening met God van verloren zondaars door het offer van Christus.

    En dominees die het liever over antropologie hebben dan over de God van de Bijbel en over de zonde, het oordeel en de verzoening met God in Christus, zouden een ander ”vak” moeten kiezen. Want in de kerk moet het om de God van de Bijbel gaan.

    En zoals Bram van de Beek zegt in Soteria 2011, 4 (blz. 15): ”Wie niet deugt in leer of leven moet vermaand en wie niet gehoorzaamt, nogmaals terechtgewezen en tenslotte in het uiterste geval verwijderd. Dat is echter een ingrijpende zaak zoals het amputeren van een lichaamsdeel of het wegsturen van een kind. Wie zich wel bekeert kan niet zonder boete en dat mag en moet ook zichtbaar worden in een boetetraject. Want de kerk is het lichaam van Christus. Zij is zijn bruid en ‘wat zal Christus, onze Here en rechter, denken als zijn meisje dat aan Hem is gewijd en bestemd is voor zijn heiligheid, bij een ander in bed ligt?’ ”

    De PKN zou er goed aan doen om naar haar eigen ”profeten” zoals Bram van de Beek en Wim Dekker te luisteren in de volle breedte wat zij zeggen. Er hoeft niet meer gepraat te worden, het is nu de tijd om te luisteren naar wat ”de eigen profeten” al hebben gezegd. Het komt nu aan op ”luisteren”.

    Want het besef van crisis lijkt niet overal in de PKN aanwezig. In elk geval geen crisis die met onze relatie tot God te maken heeft.

    Nee, wat las ik vandaag (19-4-2012) in het ND: ”Zo’n 200 predikanten, met name uit de PKN hebben een brief aan premier Rutte en de Tweede Kamer ondertekend waarin zij oproepen niet te bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking”. Dan breekt mijn klomp.

    Alsof de kerk zich dáár mee zou moeten bezighouden !

    Deze dominees hadden beter de Apostolische geloofsbelijdenis en die van Nicea kunnen bestuderen en ondertekenen in plaats van de petitie aan Rutte en Efezen 4 kunnen lezen. Want dáárvoor zijn zij in het ambt aangesteld om de kerk te dienen. En dan gaat het om andere zaken dan politiek. Om nederigheid in plaats van bedweterigheid.

    Nu maar hopen dat er niet nog meer predikanten zijn die (impliciet ook namens mij) denken dat het ondertekenen van politieke petities bij hun ambt en het mandaat van de kerk behoort. Nog afgezien van het feit of ze daar eigenlijk wel verstand van hebben.

    Deze dominees hebben nog steeds de missie van ”kruisraketten de wereld uit”. Triest, want het gaat in de bijbel om verzoening van de zonde. Dat zou hun boodschap moeten zijn. Deze dominees kwalificeren naar mijn mening voor de hierboven omschreven tuchtuitoefening.

    Misschien dat de kerken dan minder verder leeglopen, want voor een politieke boodschap hoef ik niet (en wil ik niet) naar de kerk.

    met groet.

  2. lezer
    19 april 2012 om 12:53

    Mijn verhaal hierboven zal wel aan dovenmans oren zijn gericht.

    Want luisteren, daarvoor moet je niet altijd bij moderne dominees zijn. Die praten vaak liever, denken in idealen en tegenwoordig: managen graag (kerk- en ontwikkelingsprojecten), met het geld van kerkmensen.

    Want wat zie ik tot mijn verbazing op de agenda staan van de PKN synode vergadering 19 + 20 april 2012?

    Jawel, ontwikkelingssamenwerking: ”Nota voor de vorming van een ICCO-cooperatie”.

    Nu de overheid zich terugtrekt wil de kerk een andere vuist gaan maken. Dus het kerkvolk moet bewerkt worden om nog meer geld te gaan geven aan aardse horizontale doelen. Dus, let op de fondsenwervers komen eraan: aan de kerkdeur.

    En dat terwijl de kerken verder leeglopen.

    Je vraagt je dan toch af. Zouden er nog wel ”christenen” genoeg zijn die dat chr. ontwikkelingswerk namens de kerken kunnen uitvoeren?
    Nee dus !
    Die professionals zijn er niet genoeg binnen de kerk. En wat zich als christen voordoet, weet vaak maar bar weinig meer over de inhoud van het chr. geloof, behalve dat het iets te maken heeft met ”goede doelen” of zoiets.

    Maar, laten we eerlijk zijn, wie die hulp uitvoert maakt voor christelijke hulpverleningsorganisaties in de praktijk ook helemaal niets meer uit. Het gaat hun om uw geld.

    Want voor hun geldt: evangelieverkondiging = ontwikkelingswerk.

    Het evangelie is aangepast aan het goede doel, en daarbij scoort de bijbel altijd uitstekend in de fondsenwerving. Wat er met dat geld gebeurt, daar heeft de gever toch geen kijk op of verstand van.

    En of er dan genoeg christenen namens de kerk kunnen worden gerecruteerd maakt ook helemaal niets meer uit vandaag: Moslims, Boedhisten, Humanisten etc. kunnen net zo goed namens de ICCO’s/PKN’s/Kerk in Akties en andere chr. org. het ”hulpbrood” uitdelen. Want dat gaat toch samen met al die onnoemelijke vele andere organisaties van allerlei snit en hulpgiganten die het Zuiden (Ontw. landen) overspoelen.

    De kerk in dienst van een seculier ontwikkelingsprogramma van VN, UNHCR, UNICEF, EU, USAID en millenium doelen. Daarin wil de kerk natuurlijk haar mannetje staan (van Ruler). Nou, de kerk? Nee, de leiders van die kerk, die het kerkvolk manipuleren met wereldsgerichte ideologieen en bedelbrieven voor het door hun bedachte goede werk. Wat ik schrijf willen ze natuurlijk absoluut niet horen, ook al hebben ze van ontwikkelingswerk geen verstand. Want hun ideologie moet van ”God”.

    De PKN gaat zich nu beraden hoe ze haar hulpverlening samen met ICCO in stand kan houden nu de overheid zich gaat terugtrekken. Let wel, hoe ze meer geld uit de zakken van kerkmensen kan kloppen.

    Of je kunt beter zeggen: het opzetten van een enorm burocratisch apparaat in Utrecht om geld bij mensen en overheden vandaan te halen, om vervolgens te besteden via een andere in ontwikkelingslanden functionerend enorm burocratische systeem in Nairobi en noem maar op. Business voor dure accountants, en financiele en projectconsultants. Met geld van kerkmensen ! En het penninkje van de weduwe.

    Dus, kerkmensen, let op uw zaak. De volgende collecte van Kerk in Aktie en straks ICCO komt er al weer aan. Want als u niet geeft, gaat de wereld echt door gebrek aan uw bijdrage voor kerkelijke hulpverlening ten onder, zo heet het. Althans, dat zeggen de fondsenwervers, omdat het hun business is. Dat is hun beroep ! Daar hebben ze voor geleerd. Ze moeten scoren, geld ronselen. Een bijbeltekst doet dan wonderen voor het ”goede doel”.

    Want ontwikkelingswerk, goede doelen is vandaag ook in een tijd van crisis nog steeds een booming business, met mooie salarisstaffels. En ”fondsenwerving” lijkt het vak geworden voor de toekomst.
    En al dat geld moet natuurlijk wel snel ”op”. Want anders ontstaan er teveel reserves op de balans. En dat is niet plezierig voor het ”goede doel”.
    En met door het CBF genormeerde wegggegoochelde overhead onder de projecten, kunnen ze u precies voorrekenen dat de overhead niet meer is dan x % (laag natuurlijk).

    Totdat men via de media een keer schrikt van de directeurs en managementsalarissen en van hun ”goede doelen” medewerkers en de burocratie die daarvan leeft, met mooie reisjes.
    Vraagt u maar eens naar het directeursalaris bij de PKN, ICCO en al die ontwikkelingsorganisaties. Zeker geen armoede. Laat u verrassen.

    Maar, is dat nou waar de kerk zich mee moet bezighouden?
    Laat zo’n kerk maar verder leeglopen. Want voor ontwikkelingswerk kun je als christen ook bij de VN aan de slag om de kost te verdienen. Daar heb je geen kerk voor nodig en ook geen Kerk in Aktie/ICCO.

    Een kerk die zich onthoudt van ontwikkelingswerk wordt vreemdeling in deze wereld omdat zij een andere boodschap verkondigt dan een horizontale.

  3. lezer
    19 april 2012 om 16:11

    RAADSEL

    Hoe schat u de verhouding tussen het ”penningske van de weduwe” (inkomen) en dat van de ICCO directeur?

    Antwoord 1: 1:5 FOUT, u valt niet niet de prijzen
    Antwoord 2: 1:23 GOED, u heeft de media indertijd goed gevolgd.
    U ontvangt een bonus !