Geen categorieOverige

Als ik mijn handen was, zie ik nooit een zeepbel zonder aan de goedheid van God te denken

Jean-Jacques SuurmondFLORENCE NIGHTINGALE: BETEKENIS VOOR DE ZORG VANDAAG

Lezing door Jean-Jacques Suurmond tijdens het symposium Geïnspireerde mensen, geïnspireerde zorg, op 30 september 2010 georganiseerd door de Gereformeerde Hogeschool in Zwolle.

Honderd jaar geleden stierf Florence Nightingale. Ze is een van de grote figuren uit de moderne geschiedenis. Haar naam kent iedereen. Veel minder bekend is wie ze was behalve dat ze iets met verpleging deed. Sinds haar dood zijn er 50 boeken over haar geschreven, dat is gemiddeld elke twee jaar een. Vaak wordt ze gezien als een uitzonderlijk goed mens, voor anderen is ze een wat sentimentele lady met de lamp, voor weer anderen een kil rekenwonder en sommigen vinden haar een seksueel gefrustreerde egoïst. Toen in 1989 de Berlijnse muur viel riep iemand op een congres voor verpleegkundigen dat nu alleen nog Florence Nightingale omver gehaald moest worden.

EEN COMPLEXE VROUW
Wie zoveel verschillende dingen oproept moet wel een complexe persoonlijkheid zijn. Ze was van adel maar wilde niets liever dan verplegen in haar tijd meer iets voor keukenmeiden. Ze was enorm begaan met mensen en kon tegelijk wraakgevoelens koesteren die nooit meer overgingen. Ze was een mystica en een originele theologe maar vond de kerk van haar tijd net zo geschikt om gelovigen te trainen als een studie wiskunde iemand opleidt voor de landbouw. Ze schreef een boek dat een feministische klassieker werd, maar tegelijk hield ze zich afzijdig van de beweging voor vrouwenkiesrecht. Ze had een wetenschappelijk brein. Wat een hersens! Ik zou willen dat ik haar op het ministerie van oorlog had is een beroemde uitroep van koningin Victoria met een bijzonder talent voor zowel talen als wiskunde, maar ze stak liever de handen uit de mouwen dan dat ze achter een bureau zat. Vanwege haar kennis en faam had ze zoveel macht dat in de politiek gesproken werd van Nightingale power, maar ze kon moeilijk weerstand bieden aan de manipulaties van haar familie. Ze leverde grote bijdragen aan de volksgezondheid maar de hele tweede helft van haar leven was ze zelf ziek. Hoewel ze zich vaak zwak voelde, verzette ze een enorme berg werk: vanuit haar ziekbed in Londen stuurde ze de zuivering van het waterleidingsysteem in Madras, India aan. Ze lobbyde voor sociale wetgeving die het lijden van miljoenen heeft verlicht, maar kon soms over individuele personen heen walsen. De invloed van haar politieke en wetenschappelijke werk is groot maar bleef lang onbekend voor het publiek– toen ze in 1910 overleed kon de New York Times haar leven beschrijven zonder haar werk als sociale hervormer te noemen.

Met een persoonlijkheid die zoveel verschillende aspecten had, viel het haar niet altijd mee om de boel een beetje bij elkaar te houden. Haar favoriete gebed komt dan ook uit de door haar vertaalde Plato (ze was ook een groot Plato kenner): Geef me schoonheid in mijn innerlijke ziel, en mogen de uiterlijke en innerlijke mens één zijn.’

SPIRITUALITEIT
De keus om in de zorg te gaan werken getuigt op zichzelf al van spiritualiteit. Zo’n keuze maak je als verzorger of verpleegkundige immers meestal niet in de eerste plaats uit materialistische overwegingen, om geld te verdienen, maar omdat je begaan bent met mensen, iets voor hen wil betekenen. Florence Nightingale zag daarom elke zorgverlener als goddelijk geïnspireerd. Als u in de zorg werkt en u zich het genot van een kerkdienst ontzegt, is dat misschien een nieuwe gedachte. Toch kan niemand zonder die inspiratie een goede verpleegkundige of maatschappelijk werker zijn, vond ze.

In haar tijd al keerden veel mensen zich van het geloof en de kerk af. Speciaal voor hen schreef ze een boek om opnieuw de bronnen van het geloof te ontsluiten: Suggestions for Thought. Het is nooit gepubliceerd. Pas recent is het beschikbaar gekomen. In mijn boek De spiritualiteit van Florence Nightingale vat ik haar gedachten samen. Ze geeft aan de christelijke leer een mystieke draai waarmee ze vooruit liep op latere theologische ontwikkelingen. Ze dacht al na over de kerk na de kerk, over geloof voorbij de traditionele religie.

Tegelijk was ze een no-nonsense verpleegkundige voor wie theologie tot concrete daden moest leiden. Ze had geen tijd voor allerlei bespiegelingen die geen praktisch doel dienen. Mijn vader, klaagde ze, kan uren filosofische discussies houden zonder dat er ook maar een glas water uit zijn handen komt.

Enerzijds is de keus om in de zorg te gaan werken spiritueel gemotiveerd. Anderzijds echter denken vandaag veel zorgmedewerkers aan afhaken (een op de vijf, volgens een onderzoek vorig jaar van de Socialistische Partij), vooral omdat ze geen bezieling meer ervaren. Het is daarom goed om stil te staan bij de spiritualiteit van de zorg, iets waar Nightingale veel over nagedacht heeft.

Op het eerste gezicht lijkt het te wringen dat de zachte sector van de zorg zich afspeelt in een harde wetenschappelijke omgeving. Een verpleegkundige die begaan is met mensen, komt terecht in een wereld van objectieve protocollen en wetenschappelijk beproefde medicijnen en apparatuur. Het bijhouden van gegevens op de computer vraagt veel tijd. Velen in de zorg klagen daarom dat ze te weinig aan de patiënten zelf toekomen waardoor het werk hen steeds minder inspireert.

Nu is het contact met mensen zonder meer een belangrijke bron van inspiratie. Samen met een patiënt zit je als hulpverlener in een heilige ruimte, geladen met hoop, betrokkenheid, betekenis en zin. Maar zegt Nightingale, ook het volgen van protocollen, je handen wassen voordat je een infuus vervangt, het aandachtig inbrengen van een katheter, kan een spirituele bezigheid zijn. Er is voor haar geen enkele tegenstelling tussen geloof en wetenschap, tussen spiritualiteit en techniek. Een bedpan legen is een gebed, een wond verbinden een religieus ritueel.

Dat klinkt nog steeds nieuw. Bij mij komt de vergelijking op met een ambachtsman die met liefde en toewijding, gehoorzamend aan de regels van zijn vak, een stoel maakt. Zo iemand gaat daarin helemaal op. Waar anderen jarenlang voor mediteren en dure workshops in spiritualiteit voor volgen, gebeurt met zo’n vakman terwijl hij in zijn werkplaats een stoelpoot snijdt: hij vergeet zichzelf. Werk waarin je hart ligt, dat je met aandacht doet, zegt Nightingale, is een betere weg naar spirituele verdieping dan alle geestelijke oefeningen bij elkaar. Want daarin blijven we uiteindelijk maar met onszelf bezig.

Nightingale zag dat God een orde in de wereld heeft gelegd. Denk bv. aan de natuurwetten, zoals de wet van de zwaartekracht. Onze opdracht is die orde met behulp van de wetenschap te ontdekken en daarnaar te gaan handelen. In haar tijd stierven bv. veel vrouwen in kraamklinieken omdat de artsen hun handen niet wasten totdat het belang van hygiëne werd ontdekt. Hygiëne blijkt tot de orde van God te behoren. Zoals een steen op je voet kan vallen als je geen rekening houdt met de zwaartekracht, zo kan het veronachtzamen van de hygiëne ziekte veroorzaken. Ze riep haar verpleegsters toe: Kook jezelf en alles binnen je bereik, inclusief de chirurg.

Verpleging, zegt Nightingale, is kennis van de wetten van de gezondheid. Wie die niet kent en zich daaraan niet houdt, kan niet goed verplegen. Evenmin als een meubelmaker een mooie stoel zal maken als hij niet weet hoe hij een beitel moet hanteren.

Die wetten, die orde in de wereld noemt zij ‘de gedachten van God. Daarbij horen ook psychologische wetmatigheden, zoals aandacht en respect voor een zieke die niet betutteld moet worden. Omdat die orde de gedachten van God zelf zijn, kan een ziekenverzorger die schone lakens op een bed legt en een dito urinaal in het nachtkastje plaatst, zeggen: ik ben in God en God is in mij.

Het punt is dat een verzorger die vakbekwaam haar werk doet daaruit dezelfde inspiratie kan halen als een vakman die met respect voor de wetmatigheden van zijn vak de beitel moet scherp zijn, het licht helder – een stoel maakt. Die man in overall wordt één met die stoel en verkeert daarmee in het gezelschap van niets minder dan de grote mystici, zoals een verpleegkundige die bekwaam voor patiënten zorgt collega wordt van mystica Florence Nightingale. Ik ben in God en God is in mij.’

Het is zo druk, hoor je medewerkers in de zorg vaak zeggen. Inderdaad is er meestal veel te doen. Dat is echter van alle tijden. Nightingale waarschuwde al voor het gevaar van harde routine en geren, wat ten koste gaat van de medemenselijkheid en empathie. Hoe staan we eigenlijk in ons werk? Zit de drukte niet vooral in onszelf? Wie met aandacht zijn werk doet, zal ontdekken dat hij zichzelf vergeet. Nightingale zegt het haar geliefde Thomas van Kempen na, de mysticus uit Zwolle: laat jezelf los en je zult grote innerlijke vrede vinden de genietende eenwording met God.

Wie zichzelf vergeet met alle zorgen en beslommeringen krijgt innerlijk veel meer ruimte voor alles wat er op je afkomt. Dan ben je ook niet meer continu bezig met je af te vragen wat anderen van je werk vinden. Dat geeft ook drukte. Nooit werken we zo goed en met oog voor detail als wanneer we onszelf vergeten. De kwaliteit, het professionele gehalte van ons werk neemt aanzienlijk toe. Zoals een timmerman die helemaal opgaat in zijn werk een perfecte stoel zal maken.

Nightingale had daarbij een milde kijk op fouten. De vrees om fouten te maken geeft ook een druk gevoel. En wie zichzelf almaar verwijt dat er iets mis is gegaan, blijft met zichzelf bezig. Maar we mogen dankbaar zijn voor fouten, zegt Nightingale. Ze zijn noodzakelijk om verder te komen. Als een patiënt niet kan slapen, het te warm of te koud heeft, is dat meestal door onjuiste verpleging. Diens klachten dagen uit om een oplossing te vinden, om de dingen anders, beter te gaan doen.

God geeft ons de oplossing niet als door een wonder, zegt ze. Daar zouden we niet veel mee opschieten. We groeien alleen als we zelf een oplossing vinden. God deelt niets minder dan zijn eigen wezen met ons, zijn goedheid, wijsheid en kennis, zodat we ons werk kunnen verbeteren.

Dezelfde God die het hart warm maakt, die inspireert om iets voor kwetsbare mensen te betekenen, geeft ook bezieling als we op ambachtelijke wijze de regels van het vak toepassen. In het legerhospitaal vroeg Nightingale soms chirurgen om even te wachten met opereren totdat zij erbij kon zijn zo fascinerend vond ze die techniek. Haar deftige ouders waren geschokt als ze in brieven geestdriftig beschreef wat ze zoal in die soldatenbuiken zag bewegen.

Geïnspireerd werken ging echter ook voor haar niet altijd vanzelf. Eens schreef ze: Ik maak me zo’n zorgen en word gekweld en heb zo’n gebrek aan rust over Gods werk en zijn arme mensen, alsof het mijn werk en mijn arme mensen waren in plaats van die van hem. Maar als ze zich dan weer helemaal op haar werk richtte, vergat ze haar getob en kreeg innerlijke rust.

God staat niet los van het gewone leven, hij is er het hart van. God is geen waarde die we al dan niet aan ons werk toevoegen hij is er al. De kerk, vindt Nightingale, heeft het geloof nodeloos ingewikkeld gemaakt zodat mensen zijn gaan denken dat ze allerlei theologische opvattingen moeten begrijpen voordat ze iets van God kunnen merken.

Ze vindt dat de kerk zich eenzijdig op die paar uur van Jezus kruisgang concentreert, terwijl God eeuwig lijdt omwille van de wereld. Nightingale vertaalde mystieke teksten en schreef dat God dagelijks aan het kruis hangt, in het leven van alle mensen die met vallen en opstaan de vooruitgang van de wereld dienen. Zoals in haarzelf en alle verpleegkundigen die het lijden van zieken proberen te verlichten, in chirurgen die een lastige operatie uitvoeren, in managers die problemen trachten op te lossen, in timmerlui die nog beter meubilair willen maken. In ons werk zitten voortdurend momenten van moeite en frustratie, een vallen uit ons evenwicht dat ons motiveert om op te staan en verder te gaan met een nieuwe, creatieve oplossing.

Niet alleen in mensen maar in al ons werk is het goddelijke aanwezig. In een onderzoek van het Titus Brandsma Instituut over spiritualiteit in de zorg zegt een verzorgster: als ik iemand was, zie ik zijn wezen. Zo kun je ook zeggen: als ik met aandacht medicijnen klaarzet, zie ik het wezen van de dingen.

Waarom vinden we dan vooral het contact met mensen bezielend? Nightingale zegt: omdat we zo graag bemind willen worden. Je wil zo graag horen dat je het goed doet van een patiënt die dankbaar naar je  glimlacht, je wilt gewaardeerd worden, dat maakt je dag goed. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar zo blijven we wel met onszelf bezig. De uitnodiging is om de grenzen van onze liefde te verruimen, om minder met onszelf bezig te zijn en meer en meer te zien dat het werk zelf naar ons glimlacht, niet alleen in patiënten maar ook in een glanzend schone katheter, in een smetteloos verband, in zo’n vernuftig til apparaat. God klokt en borrelt in slangetjes en infusen. Haar tijdgenoten waren verbaasd dat Nightingale meer bezield werd door het geheel van haar werk, dan door de individuele patiënten. Juist omdat ze hun waardering minder nodig had, was ze vrijer om er voor hen te zijn zodat de zieken haar schaduw kusten als ze voorbijkwam.

Florence Nightingale leert werkers in de zorg dat er geen competitie hoeft te zijn tussen het contact met patiënten of bewoners en de technische of administratieve kant van het vak. In beide aspecten van het werk kunnen we opgaan en onszelf vergeten, beide kunnen bezieling geven, in beide kan het goddelijke aanwezig worden. Dan wordt ons werk een uitdrukking van ons wezen en groeien we als persoon. Dat wordt bevorderd door een organisatie die spirituele waarden stimuleert, zoals aandacht, respect, authenticiteit en creativiteit.

Voor Nightingale kon zelfs een doodgewoon, noodzakelijk klusje als het wassen van je handen voordat je een patiënt helpt, een extra dimensie krijgen. Die eenvoudige handeling kon haar bezielen en iets leren. Ze schrijft:

Als ik mijn handen was, zie ik nooit een zeepbel zonder aan de goedheid van God te denken, die (…) ons hielp zeep uit te vinden. Hij dacht (…) hoe hij het proces van schoonmaken mooi kon maken, verrukkelijk voor onze ogen, zodat elke zeepbel de mooiste kleuren van de wereld toont. Het is een symbool van zijn Geest: als we onze handen er te ruw insteken, spatten ze direct in druppels uit elkaar en verdwijnen. Daarom probeer ik zo weinig mogelijk van mijzelf in de dingen te steken.

Als een simpele zeepbel een formidabele dame als Florence Nightingale bescheidenheid kon leren, dan moet dat wel goddelijke inspiratie zijn geweest.