Wat zijn de ‘unique selling points’ van de kerk?

30 januari 2020

Ds. Barbara Lamain (‘t Woudt-Den Hoorn) reageert op het nieuwe boek van dr. Herman Paul. ‘Het USP van de kerk is niet het hier en nu maar de toekomst: de verwachting van Christus komst, is een onderscheidend kenmerk van het christelijk geloof.’ Herman Paul bekleede van 2012-2020 namens GZB en IZB de bijzondere leerstoel secularisatiestudies.


Deze lezing werd gehouden naar aanleiding van:

shoppen in advent

Is secularisatie een ‘storm’ of ‘vloedgolf’ die de kerk bedreigt? Nee, stelt Herman Paul in Shoppen in advent. Wie secularisatie in een beeld wil vangen, kan beter denken aan een gonzende winkelstraat in december. De mensen zijn er zo druk met hun kerstaankopen, dat ze nauwelijks acht slaan op het carillon in de stadhuistoren dat een oud Engels adventslied speelt. Het beeld drukt uit dat secularisatie draait om transformatie van het zelf: wie ik ben, waar ik bij hoor, wat ik aandacht geef en waar ik naar verlang.


Lezing door ds. Barbara Lamain

Het is een eer en genoegen te mogen reageren op jouw boek. In de agenda staat: reactie uit de pastorie. Dat is sinds 1,5 jaar mijn habitat. Een veel groter deel van mijn leven heb ik doorgebracht op kantoor. Dus mijn bijdrage vertegenwoordigt beide levenssferen. Dank voor deze prachtige bekroning op je oeuvre over secularisatie. Je levert een theorie die zeer vruchtbaar gemaakt kan worden voor de praktijk. Het is aansprekend en verhelderend hoe je secularisatie duidt in termen van verlangen en van ongeduld en het vergeten van Advent. Je boek heeft ook kenmerken van een goede preek: onderzoekend en onderscheidend. Secularisatie gaat niet alleen over kerkverlaters. Secularisatie gebeurt ook onder kerkgangers. Om nog een stapje verder te gaan: het gebeurt evenzeer onder dominees. Ondergetekende heeft ook kasten die uitpuilen, houdt van uit eten gaan en van nog wat dingen. Laten we eerlijk zijn, laten we niet net doen alsof wij zelf zo enorm anders zijn dan onze kerkgangers, of dan de kerkverlaters. Je schrijft veel waardevols om op te reageren. Teveel om te noemen. Ik beperk mij tot een paar punten.

Ten eerste: een reactie op ds. Zonderland.

Je essay begint met een ervaring opgetekend uit de mond van veel dominees, onder de gefingeerde naam dominee Zonderland: De gemeente heeft aandachtig geluisterd en goed meegezongen. Maar als ik dan hoor waar het gesprek onder de koffie over gaat! Nieuwe carrièrekansen, een huis van zes ton, een vakantie op Bali, de zoektocht naar een nieuwe nanny… Ik begrijp het allemaal wel. Maar dat mensen er zo vól van zijn, een luttele minuut nadat ik hen heb mogen verkondigen dat de Heer zijn aanschijn over hen zal laten lichten..(p.7)

Wat gebeurt hier? We zien graag een verbinding tussen het luisteren en meezingen tijdens de dienst met het praten erover na de dienst. Ofwel: we zien graag direct resultaat. Begrijpelijk. Maar het luisteren naar een preek, en het goed meezingen betekent niet dat de kerkganger zelf ook de taal heeft om te verwoorden wat hij gelooft. En betrokken meedoen in de dienst betekent niet dat de kerkganger de vrijmoedigheid heeft om te verwoorden van hij gelooft. De kerkgangers praten met elkaar over carrière kansen, een groot huis, een mooie vakantie en de zoektocht naar een nanny. De dominee heeft het net gehad over de Heer die Zijn aanschijn over hen zal lichten. Dus zeer concrete zaken staan tegenover iets wat toch op zijn minst enigszins abstract is. Wij doen als kerk een groot beroep op het abstracte denkvermogen van de kerkganger. En is dat niet wat veel gevraagd. Vergt het niet een grotere mate van concretisering in onze preken. Een concretisering die wel het lijfelijke benoemt, ook in de Bijbel en in ons leven, zonder ordinair te worden. Een concretisering die wel man en paard benoemt op het gebied van levensstijl en keuzes, zonder moraliserend te worden. Een concretisering die nog steeds ruimte geeft voor een eigen ontdekkingstocht door het Woord en met God en ruimte voor de weerbarstigheid van onze harten en onze levens.

Dominee Zonderland vervolgt: Niet dat de koffiegesprekjes over mijn preken zouden moeten gaan. maar laat ze alsjeblieft eens gaan over Jezus Christus, het vleesgeworden Woord, het heil van de wereld, óók het heil van al die vrome, serieuze, oppassende gemeenteleden die met hun hoofd bij zoveel andere dingen zitten…(p.8)

Maar gaan we het heil van de wereld, van het vleesgeworden Woord wel begrijpen zolang we niet op de een of andere manier nood hebben meegemaakt? Moeten we dan zelf hoogstpersoonlijk allemaal zoveel ellende meemaken? Nee, dank God als je daarvoor bewaard blijft. Maar ik geloof wel dat mensen iets nodig hebben om het contrast te beseffen tussen wat deze wereld ons aanreikt en wat God ons aanreikt. Onze welvaart en ons gebrek aan nood zit ons danig in de weg. Ons probleem is dat we nog steeds teveel van dit leven verwachten. Blijkbaar hebben we tegengas nodig om daarvan af geholpen te worden. Dat tegengas kan zijn een goede preek. Het kan ook zijn tegenslag. Vaak is er wel iets voor nodig om geloof in de mythe van het geluk in deze wereld te breken. Vaak heeft dat te maken met ervaringen van verlies, ziekte, dood, van onrecht, achterstelling en armoede. Als dat niet in ons eigen leven is, kan dat ook zijn in het leven van een ander met wie we ons verbonden weten. Een van de redenen waarom het leven in christelijke gemeenschap zo belangrijk is. Om in elk geval een beetje verlost te worden van onszelf. Om in het leven van die ander te zien wat heil van Christus betekent.

Ten tweede: Vorming van het ik

Je schrijft over de vorming van onze ‘zelven’ en het modelleren van ons ‘ik’. Je stelt de bijna retorische vraag of de ‘vorming van het ‘ik’ in de zondagse kerkdienst veel effect sorteert op het leven dat mensen leiden op kantoor.’ (p. 13/14) Je stelt de vraag: ‘Wat doen 36 wekelijkse uren op kantoor met een mens?’ (p. 125) Goede vraag!

Over het modelleren van ons ‘ik’: op je werk wordt daar vaak meer concrete aandacht aan besteed dan in de kerk. Er worden assessments gedaan, ontwikkelplannen opgesteld, feedback gevraagd, beoordelingen gegeven en trainingen gevolgd. Daarin krijgen we meer feedback en concrete handvatten voor gedragsverandering dan in de kerk. Trainingen in seculiere sfeer over gedrag zijn vaak praktischer in het benoemen van gedrag en het ontwikkelen ervan dan onze uitleg van de Bijbel voor het dagelijks leven. Dit soort zaken zijn zeker niet in alle sectoren en takken van werk even sterk ontwikkeld. Maar als we het hebben over de wereld van de hogeropgeleiden, of de ‘carrièretijgers’ dan is dat juist wel aan de orde.

Wat ik geregeld merk in de kerkelijke wereld: dat er een tegenstelling wordt gezien tussen de wereld van de kerk en de wereld van het kantoor. Er is het idee dat het bedrijfsleven vooral hard is, zakelijk en niets ontziend. Natuurlijk zijn daar genoeg voorbeelden van te geven. Natuurlijk kan het bedrijfsleven of andere seculiere organisaties allerlei naars in de mens naar boven brengen: streven naar geld, streven naar macht, streven naar aanzien. Inclusief de ‘collateral damage’ die dat met zich meebrengt. Maar ik denk dat die tegenstelling tussen de kerk en het kantoor niet zo groot en niet zo absoluut is, zeker als het gaat om gedrag.

In de kerk gebeurt ook genoeg wat moeiteloos voldoet aan de hierboven genoemde kwalificaties voor het kantoor. Ik heb zelf ook in kerkelijk verband dingen meegemaakt die mij deden beseffen: ik ben in het bedrijfsleven over het algemeen behandeld met groot respect voor mijn christen-zijn en de manier waarop ik dat invul. Met meer respect en openheid dan ik wel eens ervaren heb in kerkelijke gremia.

Natuurlijk: 36 wekelijkse uren op kantoor kunnen een hoop onwenselijk gedrag stimuleren en een christelijke houding belemmeren. Dat heb ik ook ervaren. Maar er is ook een andere kant. Op kantoor heb ik situaties meegemaakt waarin zoveel goedheid en naastenliefde naar voren kwam, ook van niet-christenen – die mij als christen beschaamden. Collega’s die met elkaar meeleefden tijdens ziekte, niet even, maar maand in, maand uit. Tijdens reorganisaties: iemand die niet weg hoeft maar aanbiedt om te gaan in plaats van een ander. Niet omdat dat hem zoveel geld zou opleveren. Maar omdat hij besefte: mijn collega kan het er nu niet bij hebben in zijn leven, ik wel’. Iemand weer een kans geven nadat het fout gegaan is. De credits voor een prestatie geven aan je teamlid in plaats van aan jezelf. Collega’s die een aanzienlijk deel van salaris gaven aan familieleden of goede doelen in het land van herkomst – vaak veel meer dan de 10% die wij al zo ingewikkeld vinden. Die 36 uren dragen er ook aan bij dat die seculiere ‘heiden’ een gezicht krijgt, en een naam. De naam van degene met wie je dag in dag uit optrekt. Met wie je hoogtepunten en dieptepunten beleeft. En die soms ook degene is, die jou helpt – als jij op de grond ligt. Die ander die voor jou de barmhartige samaritaan blijkt te zijn. De barmhartige samaritaan komt niet alleen voor op de weg naar Jericho. Die kun je namelijk ook ontmoeten op dat seculiere kantoor op de Zuidas.

Kortom, christelijke ‘ik’-vorming gebeurt gelukkig ook in de kerk. Maar daar niet alleen. De Heilige Geest is veel breder te vinden.

Ten derde: de USPs van de kerk

Je stelt: De prangende vraag is niet meer, zoals in de jaren zestig en zeventig, waarom mensen de kerk verlaten, maar veeleer: Welke tegenkrachten zorgen ervoor dat mensen ondanks secularisatie op de kerk betrokken blijven? (p. 83)

Populair vertaald: wat zijn de ‘unique selling points’ van de kerk? Je noemt zelf een paar cruciale punten die ik onderstreep en ik voeg er wat gedachten aan toe.

Het USP/unieke van de kerk is de liturgie: dat haal je verschillende malen naar voren. Het belang van de liturgie, Woord en Sacrament, het zingen van Gods lof. Zoals je schrijft: Het vormt ons en helpt met het toe-eigenen van het verlangen naar God. (p.63/64) We hadden het hierboven over de vorming van ons ‘ik’. De liturgie vormt ons, niet zozeer tot ons allerchristelijkste ik, maar het vormt ons in Jezus’ weg van dood en opstanding. Het gaat in de kerk niet om ethiek of moraal, daar gaan we het niet op winnen. Het gaat over dood en opstanding. Die van Christus. En die van ons: Hoe we zelf aan het eind van ons latijn komen, ons geloof verliezen en wonder boven wonder merken dat de Heilige Geest het geloof in ons hart laat groeien en hoe Christus ons meesleept Zijn Koninkrijk in.

Het USP van de kerk is niet het hier en nu maar de toekomst: de verwachting van Christus komst, is een onderscheidend kenmerk van het christelijk geloof. (p. 115) Daar ga je terecht uitgebreid op in. De focus op advent, op verwachten, op de grote toekomst van God. Wat volgens mij nog wel een aanpassing vergt in hoe we vaak nadenken over discipelschap. Hoe ik er tenminste vaak over gepraat heb met mensen: wat betekent mijn christen zijn voor mijn relatie en gezin, voor mijn werk, voor mijn vrije tijd; in het hier en nu. Allemaal heel belangrijk. Maar als we al die levensterreinen plaatsen in het licht van de grote toekomst van God, geeft dat een ander perspectief op het hier en nu. Misschien vergt het teleurstelling in het hier en nu, het ‘dashing of our dreams’ om uit te zien naar de toekomst. Hoe dan ook: toekomst en hoop zijn cruciale thema’s in de kerk.

Het USP van de kerk is de gemeenschap. Hoe vinden mensen de weg naar de kerk? Vaak meegetrokken door anderen. Vaak argeloos en zonder het te beseffen. Kinderen uit de gemeente trekken kinderen van school mee naar een koortje in de kerk; en daardoor worden ouders meegetrokken de kerk in. Mensen komen via iemand die hen uitnodigt, en ze denken: laat ik het eens doen.

Kortom, via de gemeenschap. We slepen elkaar mee het Koninkrijk in. En ook: door nood, persoonlijke nood (familieproblemen, relatieproblemen etc). Juist in nood worden mensen getrokken tot de gemeenschap; ook al begrijpen ze niet half waar de boodschap over gaat; net of wij die boodschap wel zo goed begrijpen..

We hebben elkaar nodig; op zondag en door de week. Gemeenschap vergt meer dan de wekelijkse eredienst. We zijn belangrijker voor elkaar dan we beseffen. Als gemeenschap kunnen we zeker nog veel leren. Ik las een verhaal van een man die naar zijn eigen kerk ging voor een Bijbelstudie. Hij stapte een van de zalen in, omdat hij dacht dat daar zijn Bijbelstudie groep bij elkaar kwam. Hij zat verkeerd. Het bleek een bijeenkomst te zijn van de Anonieme Alcoholisten. Hij maakte een deel van de avond mee. ‘Ik ben Piet, ik ben alcoholist’. Niet: dat was ik 10 jaar geleden, nu ben ik heel anders, nee: dat ben ik. Op Bijbelkring willen wij nog wel eens wat vertellen over een probleem van vele jaren geleden waarbij we gelijk aangeven dat het nu allemaal prima is met ons.. Hij luisterde naar hoe mensen vertelden over hun week; hoe ze ‘het’ hadden weten te vermijden. Of juist niet. Wat hij hoorde maakte indruk op hem, op zijn Bijbelkring had hij het zelden zo meegemaakt. Namelijk: de eerlijkheid van de mensen, het toegeven van falen, het vieren van succes en het bemoedigen van elkaar in een gemeenschappelijke strijd. De mensen die hij ontmoette waren wanhopig, en wilden veranderen, en beseften dat ze elkaar keihard nodig hebben daarvoor. Is dat ook niet iets van hoe Christus de kerk heeft bedoeld?

Ds. Barbara Lamain (‘t Woudt-Den Hoorn)

Met toestemming overgenomen van IZB.nl


Meer informatie over Shoppen in advent:

secularisatie

Is secularisatie een ‘storm’ of ‘vloedgolf’ die de kerk bedreigt? Nee, stelt Herman Paul in Shoppen in advent. Wie secularisatie in een beeld wil vangen, kan beter denken aan een gonzende winkelstraat in december. De mensen zijn er zo druk met hun kerstaankopen, dat ze nauwelijks acht slaan op het carillon in de stadhuistoren dat een oud Engels adventslied speelt. Het beeld drukt uit dat secularisatie draait om transformatie van het zelf: wie ik ben, waar ik bij hoor, wat ik aandacht geef en waar ik naar verlang. Een verrassende nieuwe invalshoek op het begrip secularisatie. Herman Paul publiceerde eerder over dit onderwerp. Lees een bijdrage over secularisatie.

Categorieën