Van burn-out naar brandend verlangen

4 februari 2020

De burn-out epidemie van dit moment zegt iets over de geestelijke staat waarin onze cultuur verkeert. Daar heeft de christelijke traditie iets over te zeggen.  

Interessant genoeg zijn het niet allereerst mensen van de kerken die signaleren dat er een geestelijke kant zit aan onze chronische oververmoeidheid en onze neiging onszelf uit te buiten. Het zijn psychiaters. Met name van oorsprong Vlaamse psychiaters: blijkbaar is de Vlaanderen de psychiatrie minder gemedicaliseerd dan in Nederland.

Mateloos, grenzeloos en angstig

De Leuvense psychiater Dirk de Wachter laat in zijn boek De kunst van het ongelukkig zijn (2019) zien dat veel mensen de overtuiging hebben dat pech onze eigen schuld is en geluk onze eigen verdienste. Problemen worden weggedrukt om maar te kunnen blijven voldoen aan de norm om succesvol te zijn. De Wachter pleit ervoor om pech en tragiek te accepteren. In zijn eerdere boek Borderline Times (2011) stelt hij dat herstel van binding, solidariteit en gemeenschapszin broodnodig zijn. Wij kunnen niet uit onszelf leven.

De Gentse psychiater Paul Verhaeghe stelt in zijn boek Over normaliteit en andere afwijkingen (2019) dat het gedrag dat onze samenleving ons oplegt vroeger als pathologisch werd gezien. We worden gedwongen tot een ziekmakende mateloosheid in wat wij doen en een ondraaglijke grenzeloosheid in onze ambitie.

De in Amsterdam werkende, maar van oorsprong ook Vlaamse psychiater Damiaan Denys toont in zijn boek Een kleine inkijk in onze angsten (2016) aan dat wij leven in een cultuur van angst. Enerzijds proberen wij voortdurend gevaar te mijden en streven wij een onrealistische mate van veiligheid na. Anderzijds is de angst, onze fascinatie ervoor en onze gerichtheid op het bestrijden ervan datgene geworden op basis waarvan onze samenleving keuzes maakt. Zo is angst het fundament van onze cultuur geworden.

In onszelf goed

Deze drie psychiaters hebben succes. Zij gelden als geloofwaardige duiders van de huidige tijdgeest. Maar hoe breed gericht de De Wachter Verhaeghe en Denys ook zijn, het is een probleem als we onze geestelijke oriëntatie in de handen leggen van psychiaters. Immers, op grond waarvan zouden wij in staat kunnen zijn om tragiek te accepteren, maat te houden en ons niet langer te laten regeren door onze angst? De psychiatrie alleen kan die vraag niet beantwoorden.

De sleutel ligt in ‘zingeving’, zo wordt vaak gezegd. Maar is dat wel zo? Als we zeggen dat we ons leven zin moeten geven, leggen we onszelf dan niet weer een nieuwe eis op? En moeten we niet zeggen dat we nu juist aan deze eis niet kunnen voldoen? Zin geeft je niet, zin krijg en vind je als anderen jou en wat je bent en doet van betekenis vinden. Onze eigenwaarde ontdekken wij in het feit dat we voor anderen van waarde zijn.

De christelijke traditie zegt dat we uiteindelijk voor God van waarde zijn: onherroepelijk. Hij heeft ons uit liefde geschapen en houdt onvoorwaardelijk van ons. Niet omdat we iets goed doen, maar omdat wij in onszelf goed zijn: we zijn geschapen naar zijn beeld. Dat het simpele feit dat wij bestaan goed is, juist dat lijken hedendaagse mensen nauwelijks nog te kunnen geloven.

Genade

Daarom is ‘genade’ de meest cultuurkritische categorie van de christelijke traditie. Dat wij ons bestaansrecht niet hoeven te bevechten of te bewijzen, maar zonder reden uit liefde gekregen hebben en steeds weer krijgen, dat maakt alles anders. Daarvan is alles uiteindelijk afhankelijk, ook de mogelijkheid van betekenis te zijn voor anderen en voor de samenleving. Het bevrijdt van de noodzaak jezelf te bewijzen en pas dan kun je je waarachtig in dienst stellen van anderen, je eigen en andermans grenzen accepteren, de tragische kanten van het leven verdragen. Zelfs de zinloosheid draagt God met ons mee, zegt het christendom, en krijgt daarmee op een paradoxale manier zin.

De Vlaamse dominicaan, theoloog en psychotherapeut Patrick Lens schreef een boek getiteld De leeuw en het lam: Spiritualiteit en psychotherapie (2018). Lens presenteert de mystieke traditie als alternatief voor de neiging verlies te ontkennen en te compenseren, onzekerheid te willen dempen, maar ook voor het vinden van zin in een nieuw en krachtig levensproject.

Zinloosheid serieus nemen

Mede op basis van wat hem zelf is overkomen – hij heeft zelf een crisiservaring achter de rug, waarover hij in zijn boek vertelt – pleit Lens er allereerst voor de ervaring van zin- en betekenisverlies serieus te nemen. Niet repararen of compenseren: er wordt ons iets te verstaan gegeven. Aan een leven dat permanent niet blijkt te bevredigen, ontbreekt blijkbaar iets essentieels.

In de ervaren leegte openbaart zich een verlangen dat geen aandacht kreeg, zegt Lens. Het werd weggedrukt om een doel te bereiken, een doel waarvan de cultuur ons leert dat onze belangen ermee gediend zijn. Als goede leerlingen zijn wij dat zelf ook gaan geloven. Verlies van het geloof in dit doel leidt tot angst voor de leegte die het verlies achterlaat en voor de gevaren die het doel moet afweren. Angst voor het verlies van het gevoel van waarde te zijn, bijvoorbeeld, in staat voor onszelf te zorgen. Autonoom, beveiligd tegen materiële, culturele en intellectuele problemen.

Aan deze angst moeten we volgens Lens niet te licht tillen, maar hij pleit er niettemin voor deze angst aan te gaan. Dan kunnen wij ontdekken welk verlangen niet langer genegeerd blijkt te kunnen worden. Door ons dit verlangen toe te eigenen, kunnen er nieuwe mogelijkheden ontstaan erop in te gaan en te ontdekken waar dit ons brengt. Dat hoeft niet groots en meeslepend, integendeel. Dit kan klein en voorzichtig beginnen.

Kracht verborgen in kwetsbaarheid

De uiteindelijke grondslag van deze beweging is de kracht die verborgen zit in de kwetsbaarheid. Anders dan de meeste psychotherapeuten richt Lens zich niet op compensatie. Zinverlies moet niet vervangen worden door zingeving, kwetsbaarheid niet door kracht. Het gaat erom te zien wat er aanwezig is in de zinloosheid en kwetsbaarheid. Hiertoe zoekt Lens steun in het christendom, met name ook in de Bijbelse verhalen, maar eveneens in de traditie van de mystiek. Deze heeft weet van overgave aan en van vertrouwen op God, middenin ‘de donkere nacht’.

Het gaat om kracht in kwetsbaarheid. Voor de kracht gebruikt Lens het beeld van de leeuw, voor de kwetsbaarheid dat van het lam. Hij zegt het niet helemaal met zoveel woorden, maar hij volgt in feite het beeld van Johannes van Patmos, de auteur van het Bijbelboek Openbaring. Deze beschrijft hoe hij in een visioen opkijkt naar wat hem wordt aangekondigd als ‘de leeuw van Juda’ en dan ‘een lam’ ziet ‘als geslacht’ (Openbaring 5,5-6). Waar onze cultuur zwakte en gekwetstheid beschouwt als iets dat moet worden achtergelaten en moet worden vervangen door kracht, daar wordt in dit beeld gesuggereerd dat ware kracht een gestalte is van kwetsbaarheid en andersom.

Leven zonder waarom

Het is de kracht om kwetsbaar te zijn en die gekwetstheid onder ogen kan zien die naar christelijke overtuiging uiteindelijk de wereld overwint. Is deze kracht eenmaal aangeboord en wordt hij vertrouwd – of ook: wordt erin geloofd – dan is het niet langer nodig zich te verzetten tegen wat zich aandient. We hoeven ons niet meer angstig te verschansen tegen wat verschijnen als bedreigingen. Het wordt mogelijk zich te verbinden met wat gebeurt en zich toe te vertrouwen aan wat dit aan oude wegen afsluit en aan nieuwe wegen opent.

Het is een leven zonder vaststaand doel – ‘zonder waarom’, in de uitdrukking van de dominicaanse mysticus Eckhart von Hochheim (ca. 1260-1328), in de kracht van God die het leven voortbrengt, draagt en zich doet voorzetten – maar geleid door het vuur van liefdevolle betrokkenheid op de situatie, als de respons op wat zich steeds opnieuw als God betrokkenheid in deze situatie aandient.

Nieuwe cultuur

Lens beschrijft in zijn boek het traject van individuen in therapie en geeft voorbeelden uit zijn praktijk als psychotherapeut. Maar hij is niet uit op een christelijke niche op de markt van de geestelijke gezondheidszorg. Zijn aanpak is uiteindelijk gericht op een fundamentele omkering. Wie het leven vormgeeft op de manier die Lens suggereert en die de christelijke traditie in zijn visie ondersteunt, die wordt gaandeweg dit proces zelf gevormd. Niet tot een steunpilaar van de cultuur zoals deze is, maar tot een bouwsteen van een nieuwe cultuur.

In deze cultuur staat niet het ego en zijn vermeende belangen centraal staan, maar de betrokkenheid en verbondenheid van allen met alles. Dan kan het leven in al zijn wirwar van paradoxen, botsingen en conflicten tot en met de dood, geleefd worden met het oog op de goedheid die er in Gods ogen in verborgen ligt. Zelfs waar deze goedheid ervaren wordt als een donkere nacht van pijn, verlies en zinloosheid.

Prometheus

De Amerikaanse trappist en schrijver Thomas Merton (1915-1968) vergeleek in de jaren vijftig van de vorige eeuw in een essay de moderne cultuur met Prometheus. Deze Griekse halfgod stal het vuur uit de hemel en maakte zo voor mensen metaalbewerking mogelijk.

Op zich is de vergelijking met Prometheus weinig origineel. Maar bij Merton dient deze vergelijking niet als aanklacht tegen de moderne techniek die de door God aan de menselijke ambitie gestelde grenzen niet respecteert. Merton gaat het om iets anders. Wat hem betreft is het probleem dat Prometheus zich blijkbaar niet kon voorstellen dat de hemel de mensheid dat vuur zou willen geven. De moderniteit kan maar niet geloven dat God ons genadig wil zijn en alles er is om ‘zeer goed’ te zijn, ook voor ons.

Omdat moderne mensen denken dat alles van hen afhangt, wisselen zelfoverschatting en zelfverachting elkaar af. De pointe van het christendom is dat God niets liever wil dan ons het goede geven dat we verlangen. We hoeven het leven niet goed te maken, we hoeven het goede alleen maar te ontvangen.

Vuur van het verlangen

Alleen maar? Patrick Lens maakt duidelijk dat dit niet vanzelf gaat. Wat ervoor nodig is, is wat de christelijke traditie bekering noemt: je afkeren van wat je gevangen houdt en je toekeren naar wat je vrij maakt. Het vreemde is dat wij geneigd zijn ons te verschansen in wat ons gevangen houdt en het gevoel hebben verloren te gaan als onze gevangenschap verdwijnt. Onze gevangenschap is onze identiteit geworden.

Tegelijkertijd blijft het vuur van het verlangen onuitroeibaar in ons branden. Het is bedoeld als vuur dat brandt en niet verteert, maar het manifesteert zich soms als een verterend vuur. Alleen als het verlangen vrij wordt, kan wat nu ziek maakt niet alleen genezen worden, maar zelf een kracht tot genezing zijn. Het is van deze paradox dat het christendom leeft.

Erik Borgman

Patrick Lens, De Leeuw en het Lam: Spiritualiteit en psychotherapie, Gent: Carmelitana 2018 ISBN 9789492434128

Erik Borgman is lekendominicaan en hoogleraar theologie aan Tilburg University. Hij werkt aan een theologie in drie boekdelen onder de titel Alle dingen nieuw: Een theologische visie voor de 21ste eeuw. Het eerste deel verschijnt voorjaar 2020 bij Kok Boekencentrum.