Paulien Vervoorn #5: Zorg voor een krachtige kern

4 juli 2019

Paulien Vervoorn is fulltime bezig met het begeleiden van mensen die in kerken (s)preken. Denk aan predikanten, voorgangers, sprekers en jeugdleiders. Op Theoblogie publiceren we een tiendelige serie waarin zij haar belangrijkste tips voor dit (s)preken met ons deelt. Vandaag bespreekt ze het belang van een krachtige kern.

Elke zondag zat ik twee keer in de kerk. Op het bord voorin stonden de Psalmen die we zongen en de preektekst. Die waren uiteraard elke week anders. Er waren ook veel dingen die elke week hetzelfde waren. Zo kreeg ik bijvoorbeeld na de laatste Psalm voor de preek een snoepje. Terwijl ik erop sabbelde, vertelde de dominee de drie punten van de preek. Bij het tweede punt kreeg ik opnieuw een snoepje. Bij het derde punt veerde ik ook weer op. Meestal was het een teken dat we nog een Psalmversje zouden zingen. Daarna kreeg ik mijn derde snoepje. Soms zei de dominee na de drie punten: ‘de toepassing. Dan wist ik dat de dienst er bijna op zat. Als dat niet zo was, keek ik mijn moeder aan met een blik van ‘hij zei toch dat hij bijna klaar was?!’

Vader, Zoon en Geest. Dromen, durven, doen. Rust, reinheid en regelmaat.

De drieslag doet het goed. Twee punten, redenen of argumenten vinden we vaak te oppervlakkig en vier is alweer ingewikkelder om te onthouden.

De driepuntenpreken geven een duidelijke structuur. Soms worden de drie punten eigenlijk meer drie preekjes, waardoor de preek niet meer een geheel is. Daarbij komt dat de driepuntenpreken vaak nogal rationeel werden ingestoken.

Natuurlijk is het fijn als je weet wat je kunt verwachten, maar soms wordt het daardoor ronduit saai en voorspelbaar. Hoe houd je je hoorders betrokken?

Zorg dat het duidelijk is

Margriet spreekt over 1 Petrus 2: Leg dan af alle slechtheid, alle bedrog, huichelarij, afgunst en alle kwaadsprekerij.En verlang vurig, als pasgeboren ​kinderen, naar de zuivere melk van het Woord,opdat u daardoor mag opgroeien,indien u tenminste geproefd hebt dat de Heere goedertieren is (HSV).

Ze bouwt haar preek op rondom de drie kernwoorden: verlangen, groeien en proeven.  Helder lijkt me. Het is handig om zulke kernwoorden een paar keer te noemen, zodat men het kan onthouden. Iemand geeft Margriet de tip om de woorden in een andere volgorde te zetten: groeien, proeven en verlangen, omdat de beginletters dan het woord GPV vormen. Persoonlijk vind ik dit vergezocht. Dan moet je eerst aan de jongeren uitleggen wat de GPV was. Ook is er geen enkele link tussen de tekst en de GPV. Een creatieve vondst is fijn als het niet gekunsteld is. Als je erg je best moet doen om een acroniem te bedenken, iets te laten rijmen of te laten allitereren, doe het dan maar niet. Bedenk steeds of het duidelijk en helpend is of dat het juist afleidt.

Zorg voor duidelijke tussendeuren

Bij de deur zeg je wat de hoorders kunnen verwachten. Hierover lees je in een volgende blog. Je nodigt hen uit om de kern van je preek te horen. Je kern is het langste stuk van de preek. Op de bank mag je best een poosje zitten. De kans dat mensen het spoor kwijtraken is hier het grootst. Daarom is het belangrijk om mensen rond te leiden. Ik weet het, het beeld klopt niet helemaal, want je zit op de bank. Je begrijpt het idee. Het is alsof je mensen rondleidt. Alsof je ze even de keuken laat zien. Je brengt tussendeuren aan in je verhaal. Je opent de deur om een nieuw inzicht te geven. Je doet ‘m dicht om het vorige stuk af te ronden. De inzichten zijn echter slechts met één tussendeur van elkaar verwijderd.

Er zijn allerlei mogelijkheden bij de tussendeuren. Een paar voorbeelden:

  • Je stelt een nieuwe vraag.
  • Je weet nu dat … Wat je ook moeten weten is …
  • Ik neem je mee naar het volgende voorbeeld.
  • Je hebt gezien dat …
  • Niet alleen, maar ook …

Als de aandacht wat verslapt helpen tussenzinnen als:

  • Wat je niet moet vergeten is …
  • Wat ik heel bijzonder vind…
  • Wat veel mensen niet weten…

Zorg dat het spannend blijft

We zijn er steeds meer aan gewend om snel te switchen. Om snel afgeleid te zijn. Grote hoeveelheden informatie lezen we scannend. Jongeren lezen steeds minder. Als ze een filmpje kijken, klikken ze ‘m weg als het niet interessant genoeg is. Natuurlijk kun je allerlei idealen bedenken om in de kerk een tegencultuur te bieden. Je kunt ook aanvaarden dat we hiermee te dealen hebben. Je gaat de uitdaging aan om te variëren, zodat je mensen blijft boeien in de kern.

Een van de manieren waarop je kunt variëren is: je geeft uitleg, je geeft een voorbeeld en je past het toe op het nu. Dit doe je bij alle drie je punten. Explanation, Illustration, Application, zoals dat in het Engels heet. Zonder uitleg begrijpen je hoorders je punt niet. Zonder voorbeeld blijft het te vaag en kunnen ze het ook niet toepassen.

Elke kern is anders

Als ik zou zeggen dat je altijd iets moet uitleggen, een voorbeeld moet geven en daarna de link naar het nu moet leggen wordt het gekunsteld. Iedere preek is tenslotte anders. Iedere spreker is anders. Je hebt allemaal je eigen stijl en je eigen kracht.

Speel. Varieer. Experimenteer. Als het maar Bijbels verantwoord is. Als het maar duidelijk is. Als er maar iets te beleven valt. Als je je eigen leven er maar naast kunt leggen.

Wat te doen bij een narratieve preek?

Drie punten lijken eerder te passen bij een betoog. Jij wilt samen met je hoorders iets beleven. Een verhaal heeft in zichzelf vaak al een structuur. Met fases, momenten, bewegingen, moves, scènes. Hoe je ze maar wilt noemen. Je neemt je hoorders erin mee. Alsof je de camera laat meebewegen.

Je hebt meerdere mogelijkheden om je preek rondom een Bijbelverhaal te structureren.

Je hebt ‘gewoon’ een intro, een belofte, een Bijbelgedeelte, context en een afsluiting. Alleen je kern heeft een andere structuur.

Bijvoorbeeld:

  • Je volgt de structuur zoals in het Bijbelgedeelte.
  • Je maakt het verhaal chronologisch.
  • Je kiest de persoon waarin de meeste mensen zich zullen herkennen. Je vertelt het verhaal vanuit het perspectief van deze persoon.
  • Je vertelt het verhaal vanuit een onverwacht perspectief.
  • Je vertelt het verhaal vanuit verschillende perspectieven. Overigens ontdek je dan vervolgens soms alsnog een drieslag. Bijvoorbeeld bij de gelijkenis van de verloren zoon: de jongste zoon, de oudste zoon en de vader.
  • Je vertelt het verhaal vanuit de omstanders. Wat zagen zij? Wat dachten zij? Wat vroegen zij zich af? Hoe zou het voor hen geweest zijn?
  • Je vertelt het verhaal en daarna vertel je de boodschap. Net zoals Jezus dat vaak deed met zijn gelijkenissen.
  • Je vertelt alleen het verhaal. Iedereen voelt aan wat de boodschap is. Jezus legde het ook niet altijd uit. In je afsluiting maak je alsnog de brug naar het heden.

Deze blog is een samenvatting en bewerking van hoofdstuk 9.1 en hoofdstuk 12 van Geloofwaardig spreken. 


Geloofwaardig spreken

geloofwaardig spreken

Geloofwaardig spreken van Paulien Vervoorn, voor iedereen die steengoed wil preken. Aan de hand van dit boek leer je om een preek te maken die staat als een huis. De IKEA-structuur geeft houvast: je ontwerpt een inspirerend intro en een krachtige kern, je geeft erkenning bij bezwaren en je hebt een activerende afsluiting. Je leest wat je al goed doet én je wordt uitgedaagd te spreken op een manier die bij jou én bij deze tijd past.

Boekenwereld
Voor de verkoop van onze producten werken wij samen met boekenwereld. Hierdoor bestel je betrouwbaar en gemakkelijk bij een online boekenwinkel die in bezit is van het keurmerk van de Thuiswinkel. Hier vind je meer informatie of veelgestelde vragen over het bestellen bij boekenwereld.