Missa in tempore coronae

16 juli 2020

Dit artikel, geschreven door dr. Liuwe H. Westra, komt uit Kerk en Theologie, het toonaangevende kwartaaltijdschrift voor theologie voor de predikanten en theologen die vakmatig willen bijblijven. Inhoudelijk bestrijkt het blad het gehele theologische veld, van exegese en kerkgeschiedenis tot dogmatiek en homiletiek. U vindt dit artikel in nummer 3 van deze jaargang.

Bij het schrijven van mijn artikel over de vorm van de kerkdienst door de eeuwen heen (zie het vorige nummer van Kerk en Theologie), kon ik niet vermoeden dat we er zo snel een nieuwe vorm bij zouden krijgen: de dienst vanuit een lege kerk, uitgezonden en gevolgd door mensen thuis. De gang van zaken in de wereld blijkt niet alleen de inhoud van de prediking of de beleving van de dienst te stempelen, maar ook de vorm zelf ingrijpend te kunnen bepalen. Zoals men in Haydns beroemde Missa in tempore belli in bijna alle delen de dreiging van oorlog hoort doorklinken, zo beleven we nu kerkdiensten die ons geen moment de actualiteit uit het oog laten verliezen. In mijn bijdrage tot de kroniek wil ik niet zozeer de vraag stellen naar het meest geschikte kerkelijke antwoord op de huidige crisis, landelijk of plaatselijk, als wel reflecteren op wat de gekozen vormen, de omgang met regels en richtlijnen in het algemeen en niet te vergeten de betrokkenheid bij deze vorm van kerkdiensten aan mensen meegeeft.

Dat er wel erg veel over regels wordt gepraat, is al vaker opgemerkt. Iedereen die ik weer voor het eerst ontmoet na het moment dat de epidemie Nederland ook duidelijk bereikt had, vindt het blijkbaar nodig aan de regels te refereren. De een met de nodige ironie, de ander doodserieus – maar iedereen legt kort of uitgebreid verantwoording af over zijn of haar persoonlijke beleid. Over de maatregelen om de ziekte te bezweren wordt duizend maal meer gesproken dan over de ziekte zelf, zoals een opmerking over het weer ook bijna altijd wordt beantwoord door een verwijzing naar het weerbericht. Ik kan me daaraan ergeren (onze tuin heeft niets aan het weerbericht), maar juist in deze tijd zie ik dat er achter dit gedrag iets anders schuilgaat: solidariteit. Men wil duidelijk maken dat men op de hoogte is van wat mag en niet mag, dat men op een bepaalde manier meedoet, loyaal is met de gemeenschap. Het kan dan volgens mij ook niet anders, of de kerken zullen op één of andere manier aan deze crisis een behoorlijke dosis krediet overhouden. Of men nu kiest voor een algehele sluiting, openstelling van het kerkgebouw als deel van de openbare ruimte, verwijzing naar aanbieders van online vieringen, eigen uitzendingen, hetzij met alleen geluid, hetzij met beeld en geluid, al dan niet met de mogelijkheid van directe interactie via internet – de kerkelijke gemeenschappen betonen zich bijzonder loyaal aan het geheel van de maatschappij, en dat zal worden gewaardeerd.

Daarbij delen de individuele kerkleden in de breed en diep gevoelde ontreddering van de huidige westerse maatschappij. Zoveel tot dusver als volstrekt normaal ervaren mogelijkheden zijn van de ene dag op de andere verboden of zelfs verdwenen, dat er sprake is (of althans: was) van algehele onzekerheid. Het scherpst was dat te merken bij de momenten van overlijden en afscheid. Juist in de eerste weken werden mensen daar soms bruut door overvallen, en bij een overlijden is er geen mogelijkheid om eerst niets te doen en tijd te nemen voor beraad – er moest juist direct worden gehandeld. Dat gaf schrijnende taferelen, maar ook voorbeelden van bemoedigende creativiteit. Fascinerend vond ik echter de momenten waarop mensen daadwerkelijk werden geconfronteerd met een afscheid volgens de nieuwe regels. Een hand geven of omarmen was onmogelijk – de weinige aanwezigen werden gedwongen afstand in acht te nemen. Maar niemand was het verboden enkele woorden tot de nabestaanden te richten. Toch was ik meerdere keren getuige van een soort spontane pantomime waarmee begrafenisgangers probeerden hun medeleven aan de nabestaanden uit te drukken. Waarom? Ik kan het alleen hierdoor verklaren, dat men zozeer doordrongen was van het einde van de normale situatie dat men zich met lege handen voelde staan, en vanuit die situatie helemaal opnieuw probeerde manieren te vinden die werkten. Theologisch zou ik bijna willen spreken van een algehele boete, een vrijwillige onthouding óók van middelen die wel beschikbaar zijn, om uit te drukken dat men de ernst van de situatie wel inschat en daarvoor ook een deel van de verantwoordelijkheid op zich neemt.

Zelf heb ik het geluk in een klein gezelschap mee te mogen zingen in kerkdiensten die live worden uitgezonden. De eerste keer dat we hiervoor bij elkaar kwamen, sprak de cantrix ons als volgt toe: ‘Ten eerste: wie zich hier niet goed bij voelt, moet zich volkomen vrij weten naar huis te gaan. Ten tweede: mocht iemand hier het coronavirus oplopen met wat voor gevolgen dan ook, dan is dat niemands schuld. Ten derde: we horen tegenwoordig veel over de gevaren van samenkomsten, maar samenkomsten van de ondergrondse kerk in China zijn nog altijd vele malen gevaarlijker dan wat er hier gebeurt.’ ‘Amen,’ dacht ik bij mezelf. Maar toch is er een overeenkomst tussen die ondergrondse kerk daar en wat er nu hier gebeurt. Voor beide geldt, dat een gemeenschap, aangesproken door het Evangelie, zich niet laat opsluiten door de heersende machten. Er wordt gebeden, er wordt gezongen, er wordt gelezen en gepreekt en getroost, en mensen krijgen een zegen. En daar is behoefte aan. Ook dat heb ik deze maanden meer dan eens waargenomen. Voor een uitvaart had ik me samen met andere vrijwilligers opgegeven een kerkgebouw schoon te maken. Een persoon begon ermee omstandig te verklaren dat ze bij niemand in de buurt wilde werken en direct na afloop weer naar huis zou gaan. Uiteraard werd dat geaccepteerd. Tijdens het werk raakten we aan de praat en bleek plotseling de afstand van anderhalve meter geen issue – het werd wel beleden, maar bepaalde niet het gedrag, of theologisch gezegd: het was een letter, geen geest. Uiteindelijk werd het een door en door pastoraal gesprek, waarvoor we beide dankbaar waren. Ze bleef na afloop gewoon met de anderen theedrinken, en schudde me aan de deur spontaan de hand. Zoals velen van mijn generatiegenoten op Hydepark hebben geleerd uit het bekende werk van Friedman: The issue is not the issue. Datgene wat iemand zegt dat hem of haar bezig houdt, is vaak niet datgene waar hij of zij daadwerkelijk mee rondloopt. De mensen spreken allemaal over regels en afstand, maar in het hart klinken vaak heel andere noden. In dit geval was dat de behoefte aan aandacht en nabijheid. Als een kerk die behoefte weet te zien en voor die behoefte iets heeft te bieden, door de korst van regels en praten over regels heen, dan komt volgens mij het Evangelie tot leven.

Nog even over de diensten zelf: bij alle aanbod heb ik (maar dat kan aan mij liggen) tot nu toe de diensten vanuit kloosters gemist. Toch is dat misschien nog wel de meest aangewezen vorm voor dit moment: een afgesloten gemeenschap die het virus niet toelaat en niets anders verspreidt dan het Evangelie en de Psalmen. En waarom dezelfde formule niet beproefd in de veelgeplaagde maar weinig bezochte verzorgings- en verpleeghuizen? Op vrijwillige basis moet het toch mogelijk zijn met een aantal professionals en naaste betrokkenen enkele weken samen te zorgen voor een groep van de allerkwetsbaarsten, zonder contact met de buitenwereld, voorafgegaan door en afgesloten met een quarantaine of een test, waarna aflossing door een nieuwe ploeg volgt? Dat zou nog eens liturgie zijn in tempore coronae.

Liuwe H. Westra

Dr. Liuwe H. Westra was gemeentepredikant in de PKN, postdoc patristiek aan de FKT en universitair docent Nieuwe Testament aan de PThU en de RUG. Hij is nu freelance theoloog en gastonderzoeker bij de Fryske Akademy en Tresoar te Leeuwarden. Veel van zijn publicaties zijn te vinden op www.academia.edu.

 

Meer reflecties lezen over de coronamaatregelen? Lees ook de bijdrage van dr. Alco Meesters.

Dit is een bijdrage n.a.v. Kerk en Theologie

Kerk en theologieKerk en Theologie is het toonaangevend kwartaaltijdschrift voor theologie voor predikanten en theologen die vakmatig willen bijblijven. Inhoudelijk bestrijkt het blad het gehele theologische veld, van exegese en kerkgeschiedenis tot dogmatiek en homiletiek.
Primair onderwerp van reflectie zijn thema’s die in de praktijk van de kerkelijke gemeente naar voren komen. Daarnaast is er aandacht voor wat in de praktijk zelf misschien minder aan de orde is, maar wat het dagelijks theologisch bestaan wel verrijkt. Kronieken en boekbesprekingen maken iedere uitgave compleet en verschaffen inzicht in recente ontwikkelingen en publicaties. Per jaargang verschijnt één themanummer.

In dit nummer onder andere:

Reijer J. de Vries – Onderling pastoraat ontwikkelen
Jacques Schenderling – De Me Too-beweging en de kerken. Nieuwe ontwikkelingen in het denken over grensoverschrijdend gedrag
Peter-Ben Smit – ‘De vrede van Christus!’ De vredegroet in het spanningsveld van theologie en praktijk
Klaas-Willem de Jong en Jan Dirk Wassenaar – Kennen en horen. De stem van de gemeente in de Protestantse Kerk in Nederland
Hermen Kroesbergen – Betekenisverlies van het christendom. Een vergelijking met Zambia

button

 

Categorieën