Israël en de volken – Gods weg nieuw leren lezen

28 september 2020

De messias leren van Edjan Westerman Zoetermeer: Boekencentrum, tweede druk 2020. Besproken door Ds. Giel Schormans. Schormans is als predikant verbonden aan de Protestantse Gemeente Voorburg (PKN).

De Messias leren van Edjan Westerman

Met De Messias Leren (de titel verwijst naar het Joodse ‘lernen’ als blijvend leerproces) legt  Edjan Westerman een basis voor nieuw gesprek in het gepolariseerde debat rond Israël. Dit jaar verscheen de tweede druk van deze lijvige bijbels-theologische studie. Dat is op de beperkte Nederlandstalige theologische markt maar weinig boeken van deze omvang gegeven en een felicitatie aan de auteur waard. In 2018 verscheen ook een Engelse vertaling, die in de Angelsaksische wereld een positief onthaal kreeg.

Westerman is emeritus predikant in de Protestantse Kerk en houdt zich al vele jaren intensief bezig met de dialoog tussen ‘Kerk&Israël’. Hij heeft een uitgebreid netwerk in zowel de Joodse als de Messias-belijdende wereld en schrijft met hen als nadrukkelijke meelezers. Dat maakt dit boek spannend en voorkomt dat het – zoals zo vaak gebeurt – een binnenkerkelijk gesprek over en zonder Israël is geworden. Hoewel Westerman zich primair richt tot de (westerse) kerk, heeft het toch ook het karakter van een (messiaans) Joods-Christelijke dialoog.

 Het is bijzonder wat Westerman in deze studie biedt: een compleet en grondig uitgewerkt bijbels theologisch ontwerp dat haar vertrekpunt principieel neemt in de blijvende verkiezing en opdracht van Israël. Westerman is duidelijk verwant aan R. Kendall Soulen (The God of Israel and Christian Theology) maar maakt tegelijk op veel punten andere keuzes.

 Een nieuw canoniek verhaal

We zitten als kerk volgens Westerman dringend verlegen om een nieuw ‘canoniek verhaal’ waar het de relatie Kerk-Israël betreft. Daarmee bedoelt Westerman niet dat hij twintig eeuwen theologiegeschiedenis af wil danken, maar wel dat het nodig is die kritisch tegen het licht te houden en waar nodig bij te stellen. Na de holocaust is er in de kerk weliswaar meer bezinning gekomen op de relatie Kerk en Israël, toch blijft het klassieke schema schepping-val-Israël-kerk-koninkrijk vigerend en daarin is voor Israël hooguit een rol in de marge weggelegd. Israël blijft ook na de holocaust vaak een losse locus in de dogmatiek, zonder dat de samenhang met het geheel duidelijk wordt. En dat is volgens Westerman problematisch. Ten eerste omdat het traditionele theologische narratief voor Israël bedreigend was en is, ten tweede omdat het geen recht doet aan de grondstructuren van de Schrift zelf.

 De roeping van Israël verankerd in de Schepping

In 24 hoofdstukken en drie hoofddelen schetst Westerman de grondtrekken van zo’n alternatief ‘canoniek verhaal’. Iedere samenvatting doet tekort aan de rijkdom van wat Westerman de lezer biedt en ook aan de bijzondere structuur van dit boek. Toch een poging. Westerman maakt overtuigend duidelijk hoezeer O.T. en N.T. een eenheid vormen en beide zich centreren rondom Israël en haar blijvende roeping. De komst van de Messias heft Israëls priesterlijke en koninklijke roeping niet op (als zou zij de stuwraket zijn die de kerk lanceert om daarna te verdwijnen in de zee van de geschiedenis), maar vervult en bekrachtigt die juist.

Jezus is de eerste die de van Israël gevraagde avoda (gehoorzaamheid) en de daarmee samenhangede kedoesja (heiliging) volbrengt. De 8e (eschatologische) dag breekt met Hem aan: de dag van de HEER is in aantocht. Enerzijds betekent dat heil: met de uitstorting van de Geest op heel Israël (Pinksteren) zal zij haar taak als priestervolk daadwerkelijk kunnen vervullen en de volkeren Thora onderwijzen. Anderzijds gaat aan de dag van de HEER ook de donkerte van het oordeel en lijden vooraf. Jezus is als eersteling namens en voor Israël door die nacht heengegaan. Israël volgt Hem in dat spoor. Dat betekent lijden voor dat deel van Israël dat Hem als Messias erkent (de vervolging van de eerste gemeente), maar ook voor de rest van Israël geldt dat (de tweede ballingschap). Daarin gaat ze op mysterieuze wijze in de voetstappen van Jesjoea. Israël gaat door de donkerte van het oordeel heen die voorafgaat aan de dag van de Heer. God blijft haar daarin trouw.

Volgens Westerman betekent dat Israëls geschiedenis ook na de komst van de Messias een doelgerichtheid kent. JHWH is met zijn verstrooide volk opnieuw onderweg naar Sion, zoals eens in de woestijnperiode. En met Sion bedoelt Westerman het concrete geografisch aanwijsbare Sion. Westerman verwijt de kerk dat zij in zekere zin identiteitsroof heeft gepleegd op Israël door de beloften aan Israël te vergeestelijken. De wet als ‘identity-marker’ voor Israël is (bijvoorbeeld in de theologie van Tom Wright) met de komst van de Messias niet meer nodig en daarmee is het beloofde land, Jeruzalem en Israël de facto zelf betekenisloos geworden.

Anti-docetisch

Overtuigend toont Westerman aan dat zo’n lezing niet alleen haaks staat op het anti-docetische karakter van de Schrift, maar ook de betrouwbaarheid van JHWH zelf op het spel zet én strijdig is met de grondstructuren van Gods handelen. Want die kennen volgens Westerman een grote consistentie. En daarmee komen we bij de kern en de kracht van Westermans ‘nieuwe canonieke verhaal’. Dat Israël een blijvende roeping heeft, heeft alles te maken met haar ‘functie’. Westerman verankert die niet in de soteriologie (de verlossingsleer), maar (in navolging van de rabbijnse exegese) in de scheppingsleer. Israëls roeping is met de schepping zelf al gegeven en daarmee ‘tijdloos’.

Dubbele gerichtheid van de schepping

De schepping kenmerkt zich volgens Westerman namelijk door een dubbele gerichtheid. Ten eerste is zij aangelegd op de voltooiing, zij is nog niet ‘af’. Zoals de zes scheppingsdagen op de zevende dag de heiliging van de sjabbat ingaan, zo moet de hele geschiedenis een proces van heiliging doormaken om uiteindelijk de heiliging van de eeuwige sjabbat (de 8e dag) in te gaan. De mens speelt daarin een centrale rol. Hij mag vanuit het paradijs als centrum de wereld gaan bevolken. Als de volkeren in gehoorzaamheid aan God hun dienst vervullen, leidt dat tot zegen en heiliging (kedoesja) van de hele schepping. Kennis van God zal uiteindelijk heel de aarde bedekken. Gods handelen wordt daarbij gekenmerkt door een centrifugale structuur. Hij werkt vanuit het midden in kringen naar buiten. Vanuit het centrum, het paradijs stroomt zegen de hele wereld in.

Epistemologische functie van Israël

De schepping is volgens Westerman daarnaast ook op onderwijs (Thora) aangelegd. Want begrippen als ‘zegen’, ‘sjabbat’en ‘heiliging’ klinken wel in het paradijs, maar wat ze betekenen dat weet de mens als beelddrager van God nog niet. Adonai kiest ervoor dat pas later te openbaren op de Sinaï. En daar komt Israël in beeld. Zij wordt geroepen de andere volkeren de Thora te onderwijzen, zij heeft een epistemologische ‘functie’ voor de volkeren. Tot in het eschaton houdt Israël volgens Westerman die positie. Ook daar blijft onderwijs nodig.

Na de zondeval wordt ook de dienst van verzoening en heling aan Israël als priestervolk toegewezen. Zoals binnen Israël de priesterstam Gods eigen bezit was en van hen een bijzondere heiliging en gehoorzaamheid werd gevraagd, zo is Israël Gods eigen bezit onder de volkeren. Zij is Gods priestervolk en van haar wordt een bijzondere gehoorzaamheid gevraagd. De Thora kent volgens Westerman een concentrische structuur: de Thora voor de priesters, de Thora voor heel het volk en de Thora voor de volkeren. Die blijft ook na de komst van de Messias van kracht en dat betekent dat Messias-belijdende Joden als deel van de kerk hun eigen Joodse identiteit niet hoeven op te geven. Zij zijn geroepen de spijs-en reinheidswetten in acht te nemen, zoals Paulus en Jezus zelf dat deden. De Messias verbindt hen zo met dat deel van Israël dat Hem nog niet volgt.

God werkt centrifugaal, maar zijn doel is peripetaal

Van schepping naar herschepping werkt JHWH volgens Westerman voor en na de val consequent vanuit het midden: tempel-Sion-Israël-volkeren-schepping. Israëls roeping is daarom niet temporeel (een heilshistorische fase), maar structureel. Het heil is inderdaad universeel, maar niet onbepaald. JHWH meet ieder volk zijn eigen rol en plaats toe, Israël in het midden. De volkeren zijn geroepen hun blik naar Sion te richten en zich door Israël te laten onderwijzen in de Thora. Voor de kerk betekent dat in de eerste plaats een luisteren naar het Messiaans-Joodse deel van de kerk. Maar ook de erkenning dat in de ontwikkeling van het Rabbijnse Jodendom en haar interpretatie van de Schrift God niet afwezig is geweest, ook langs die weg heeft de Geest gewerkt. De roeping van de kerk uit de volkeren is met Israël mee te leven en te lezen en haar te troosten in haar lijden. Westerman stelt de vraag of de kerk ook niet (opnieuw) haar feestkalender moet laten aansluiten op die van Israël en Pasen en Pinksteren op dezelfde datum gelijktijdig met Pesach en Sjavoeot te vieren. In dat verband stelt Westerman ook de vraag of de kerk niet het Loofhuttenfeest in haar feestkalender zou moeten opnemen om zo met Israël uit te zien naar de voltooiing van de schepping, maar dan op zo’n manier dat er geen sprake is van ‘identiteitsroof’.

De Messias

En de Messias? Hij is niet ‘mens’ geworden, maar Hij wordt Israël en vervult haar roeping. Westerman gebruikt niet de term ‘incarnatie’, maar ‘invlezing in Israël’. Als priester, door de zelfovergave aan het kruis brengt Hij het zondoffer dat verzoening biedt. Als koning gaat Hij de weg van David. Zoals David in Hebron koning was over een deel van Israël en pas in Jeruzalem koning werd gekroond over heel Israël, zo is Jezus’ koningschap nog partieel, eens zal Hij heel Israël in zich verenigen. Hij regeert al over een deel van Israël en de volkeren, maar tegelijk is Hij net als David een koning in ballingschap. Zijn koningschap kenmerkt zich dan ook door lijden. Hij lijdt met zijn volk mee dat verstrooid leeft over de wereld. In haar bestemming ligt de bestemming van de volkeren. Met Israël in het nieuwe Jeruzalem God aanbidden.

Evaluatie

Het is buitengewoon knap wat Westerman doet: in een grote greep een coherente en consistente Bijbelse theologie presenteren. Westerman heeft veel contacten in de (Messiaans-) Joodse wereld en dat maakt dit boek spannend, hij schrijft het met hen als nadrukkelijke meelezers en is met hen in gesprek. Het is het een van de weinige boeken die ik ken (maar ik ben geen vaktheoloog), die de eigen plaats en betekenis van Israël gedegen bijbels-theologisch onderbouwt en daarbij oog heeft voor het Joodse Messias-belijdende deel van de kerk.

Verrassend en overtuigend vind ik hoe hij Israëls roeping aan de schepping verbindt. Dat maakt een blijvende roeping van Israël inzichtelijk. Ook het consequente van JHWH’s handelen vanuit het midden, tot in de structurering van de Tenach toe is een eye-opener, net als het priesterschap als verstaansmodel voor Israëls roeping. Al met al een fascinerend boek.

Om het ‘Israël-minded’ deel van de kerk hangt soms (terecht of niet) een zweem van fundamentalistisch- apocalyptistische bijbeluitleg waar het midden van de kerk liever niet mee geassocieerd wil worden. Dit boek heeft dat niet, en zou mijns inziens in staat moeten zijn de hele breedte van de kerk te bereiken, ook al is de toon in het derde deel (waar Westerman het falen van de kerk richting Israël beschrijft) soms stevig. Anderzijds gaat het hier om theologie die existentieel is: er staat iets op het spel. Soms fel, maar ook bescheiden en eerbiedig is de stijl van Westerman. Spreken over God is voor hem duidelijk het betreden van heilige grond en dat neemt mij voor hem in.

Zoals gezegd, vind ik Westermans studie origineel, creatief en overtuigend. Zijn er ook kritische kanttekeningen te plaatsen bij dit boek? De term ‘nieuw canoniek verhaal’ vind ik – hoewel begrijpelijk – niet behulpzaam. Het suggereert de diskwalificatie van 20 eeuwen christelijke theologie en de mogelijkheid ‘from scratch on’ een nieuw een gezagvol alternatief te ontwerpen. Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling van de auteur, toch blijft de suggestie rondom zo’n term hangen.

Westermans betoog zou wat mij betreft aan kracht winnen als hij meer het (systematisch-theologische) gesprek zou voeren met ‘Israël-theologen’ als K.H. Miskotte of F.W. Marquard, in hoeverre gebruiken zij het ‘canonieke verhaal’?

De kerk is geroepen Israël te zegenen en zich naar toe te wenden zo stelt Westerman. Om met haar en niet tegen haar de schriften te lezen. Akkoord, maar hoe kan dit praktisch gestalte krijgen? Is Israël niet te zeer verwond door de kerk, om hier nog voor open te staan? Westerman stelt de vraag of de kerk haar feestkalender niet zou moeten gelijkschakelen met die van de synagoge en ook het Loofhuttenfeest zou moeten vieren. Ik zou er voor zijn, maar hoe voorkom je (waar Westerman zelf ook voor beducht is) dat dit van de kant van Israël toch zal worden verstaan als een bedreiging van haar eigen religieuze identiteit?

Westerman’s pleidooi de landbelofte niet te universaliseren of te spiritualiseren waardeer ik. Dat God onderweg is naar Sion geeft hoop een concrete gestalte, maar de theologie ook een politieke dimensie. En juist dat is in onze samenleving een open zenuw en roept ingewikkelde vragen op. Als God concreet in het heden met Israël aan het werk is (het thuiskomen in Sion), impliceert dat niet dat de kerk geroepen is politiek stelling te nemen? En ligt het gevaar niet op de loer dat wij God voor de voeten gaan lopen als wij menen Hem een handje te moeten helpen? Dat Geest en geest verward worden? Westerman stipt deze vragen in zijn studie aan, maar dit had wat mij betreft nog verder uitgewerkt mogen worden.

Resumerend: ‘De Messias Leren’ is mijns inziens een must-read voor zowel theologen en predikanten als geïnteresseerde gemeenteleden. Het maakt de roeping van Israël en haar blijvende plaats in Gods heilsplan op een overtuigende, integere en coherente manier inzichtelijk, zonder af te doen aan de fundamentele betekenis van Jezus Messias.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *