Interview met Cees Zweistra

2 november 2020

Een tijdje terug deelden we op Theoblogie.nl een video met een gesprek tussen Cees Zweistra en acquirerend redacteur Peter Gorter. We mochten hem nog een paar vragen stellen over de inspiratie van dit boek, de filosofische stroming die in zijn boek aan de orde komt en het gebruik van media.

Wat was uw inspiratie om aan dit boek te beginnen?

De inspiratie van dit boek begon lang geleden, eigenlijk op het moment dat ik afstudeerde in de filosofie met een scriptie waarin ik de filosofie van Levinas, Kierkegaard en Heidegger vergelijk. Een veel te ambitieus project, maar ik nam er wel een paar dingen  van mee. Die heb ik verwerkt in mijn proefschrift aan de TU-Delft en later in het boek Verkeerd Verbonden. Van Levinas leerde ik dat sociale relaties niet zomaar iets zijn. De ander is volgens hem ons ticket naar de buitenwereld. Zonder ander, zo vertaalde ik dat, blijven we in onze eigen waarheden en zekerheden opgesloten liggen. Dat kan prettig zijn, maar is uiteindelijk destructief voor de samenleving. De samenleving bestaat als pluraliteit, een verzameling wezens die anders zijn dan ik ben. Dat is een belangrijk uitgangspunt dat ik heb meegenomen in mijn boek.

En ook de fragiliteit van dat perspectief. We denken graag vanuit onszelf. Pluraliteit accepteren is lastig. Van Heidegger nam ik het inzicht mee dat technologie een grote rol speelt in hoe we naar de wereld kijken. Mijn intuïtie is altijd geweest dat technologie – ik heb het vooral over sociale media – ons vooral helpen om naar de wereld te kijken vanuit ons eigen perspectief. De werking van online sociale media verdraagt zich moeilijk met de diversiteit van een samenleving.

In de loop van mijn proefschrift en het boek Verkeerd Verbonden heb ik die intuïtie moeten nuanceren. Tegelijk blijf ik benadrukken dat online sociale media een inherente tendens hebben om ons te bevestigen in wat we al dachten. Helaas zie ik dat nu nog meer dan toen aan de oppervlakte komen. Ik denk dan concreet aan de epidemie van complottheorieën die we nu zien. Voor mij is dat hét voorbeeld van een situatie waarin online sociale media ons in een echokamer brengen waarin we uiteindelijk alleen nog maar onszelf en ons eigen gelijk horen.

Heeft het schrijven van dit boek invloed gehad op uw media gebruik? Hoe zet u dit nu anders in?

Door het schrijven van mijn boek en daarvoor al mijn proefschrift ben ik heel anders gaan kijken naar het gebruik van media. Ik ben gaandeweg gaan zien dat het niet zozeer is dat ik media ‘gebruik’. Het is meer interactief: media vormen ook mij, ik gebruik ze niet alleen maar. En inmiddels is de balans misschien nog meer doorgeslagen naar het aandeel van media. We denken Facebook te gebruiken, maar Facebook gebruikt vooral ook ons. Ons keuzes worden beïnvloed door de advertenties die we zien, en de advertenties die we zien zijn het gevolg van keuzes die het algoritme van Facebook maakt. Zo is het ook met Google. We denken informatie te zoeken op ‘het internet’. In werkelijkheid zoeken we binnen prioriteiten die Google voor ons heeft bepaald. We zien de dingen die Google belangrijk vindt, dingen die voor Google commercieel interessant zijn. Inzicht in dat soort principes heeft me zeker veranderd.

Ik heb mezelf gematigd in het gebruik van online sociale media. En tegelijk zijn veel van die toepassingen verslavend, zo zijn ze ook ontworpen. Hoe langer en vaker we Youtube-filmpjes kijken, hoe meer commercieel interessant we worden. Voor die verslaving ben ook ik gevoelig.  Series op Netflix die altijd eindigen met een cliffhanger, suggesties voor nieuwe mails en nieuwsberichten die oplichten. Online is er altijd wel wat nieuws te ontdekken. Dat is het verslavende eraan. Dat is een zelfstandig probleem dat ik slechts zijdelings bespreek.

Uw boek baseert zich op de fenomenologische stroming in de filosofie. Heeft deze stroming u altijd al aangesproken?

Mijn eerste fascinatie in de filosofie was met Spinoza. Ik hield van zijn heldere, wiskundige formuleringen. Daar lag een bepaalde schoonheid in ook al begreep ik niets van de inhoud.

Later ben ik bij de existentialisten aangekomen. Eerst Kierkegaard en toen Camus en Sartre. Vooral Camus was mijn eerste echte liefde in de filosofie. Ik hield van zijn stijl, de weemoed waarmee hij schrijft over zijn jaren in Algerije en ook van zijn filosofie zelf. Tijdens mijn studie in Utrecht was het vooral Angelsaksische filosofie: logica, taalfilosofie en kenleer. Mijn liefde voor de filosofie ontwaakte pas weer via mijn contact met de fenomenologie. Vooral Heidegger vond ik waanzinnig boeiend. Levinas in eerste instantie matig, ik begreep er ook niets van. Het project van de fenomenologie sprak me aan: de filosofie een eigen onderzoeksgebied geven, naast de empirische wetenschappen. Die poging ligt dicht aan tegen de literatuur en dat vind ik niet een zwaktebod. Ik vind het juist krachtig. Evenals literatuur doet fenomenologie een poging om te begrijpen wat het wil zeggen mens te zijn, in concrete ervaringen. Die van dood, van sociale contacten, van eenzaamheid. Het blootleggen van alledaags bestaan, zo zag Heidegger zijn project. Dat vind ik nog altijd inspirerend en ik denk dat het ook dat het nog altijd nodig is. Het leven dijt voortdurend uit, er zijn telkens nieuwe dingen om te begrijpen.

In mijn boek doe ik in die zin een fenomenologische poging. Ik probeer aan het licht te brengen wat eenzaamheid kan betekenen in een  technologische cultuur die ons belooft in verbinding te brengen. Ik zie het zelf als een fenomenologische ontdekkingsreis.

We willen Cees Zweistra hartelijk danken voor het interview.

Heeft u genoten van dit interview met Cees Zweistra en bent u benieuwd naar meer? Bestel hier zijn boek Verkeerd Verbonden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *