Het lezen van Weils Liefde is licht is een ervaring

23 april 2020

We moeten ons concentreren op het goede, zegt Weil. Niet het kwaad bestrijden, vernietigen, maar denken aan het Goede. De liefde is een ‘kwestie van oriëntatie […] en niet een zielstoestand.’Dat schrijft Bep van Muilekom in haar recensie over het boek Liefde is licht, een essaybundel met teksten van Simone Weil. U leest de recensie hier.


Dit is een bijdrage n.a.v. Liefde is licht

Liefde is licht Simone Weil

In de essaybundel Liefde is licht houdt Simone Weil haar lezers confronterend een spiegel voor. Aan de hand van filosofie, Griekse mythen en Bijbelse verhalen laat zij zien dat wij mensen de waan najagen. Deze op jonge leeftijd overleden Franse filosofe kijkt ons recht in de ogen en beweert dat het mogelijk is om elke waan te ontmaskeren. Op die manier ontstaat er ruimte om God te ontmoeten. In deze niet eerder of nieuw vertaalde teksten lukt het haar diepe inzichten te delen die verder reiken dan het verstand ons tegen kan werpen. Met een inleiding van Frits de Lange.


“Ik bemin je”

De mens drinkt een glas water. Het water is het ‘ik bemin je’ van God. Hij verblijft twee dagen in de woestijn zonder iets drinkbaars te vinden. Zijn uitgedroogde keel is het ‘ik bemin je’ van God. God is als een lastige vrouw die haar minnaar omhelst en hem urenlang, zonder ophouden, zachtjes in het oor fluistert: ‘ik bemin je, ik bemin je, ik bemin je.’’

S.W.

Veel goeds, waars en schoons

Er is veel goeds, waars en schoons te vinden in deze bloemlezing uit het werk van de filosofe Simone Weil (1909 – 1943). Fragmenten die te denken geven, ontroeren. Het lezen van Weil is een ervaring. Een confrontatie met een kristalhelder verstand dat het mijne te boven gaat. Een ontmoeting met een mystiek hart dat klopt voor de lijdende medemens. Weil spreekt in een abstracte taal, in paradoxen, vierkante cirkels – en palmt me dan plots in met een verrassend aanschouwelijk beeld, zoals de voorstelling van God als een dienstbode uit een sprookje. ‘De in lompen gehulde, lijdende verschijning van de prinses, haar aanwezigheid in het paleis als keukenmeisje, toont ons een God die helemaal ontdaan is van zijn glorie. Hij verschijnt ons ‘verborgen’. Ons heil bestaat erin Hem te herkennen.’

“Het lezen van Weil is een ervaring.”

De christusfiguur

Weil is gegrepen door de Christusfiguur, die zij ontwaart in de grote literaire en spirituele tradities, in de cultuur van alle tijden. Osiris, Adonis, Antigone, Eros, Sneeuwwitje, het zusje van de zeven zwanen uit het sprookje van Grimm, de middelevenredige in de Griekse geometrie, Krishna, de Tao: al deze namen verwijzen volgens haar naar een en dezelfde Persoon: de Enige Zoon van God.

Christus is aanwezig in de schoonheid van de dingen in de wereld. Schoonheid, ‘dat is Christus die tegen ons glimlacht doorheen de materie. […] De liefde voor de schoonheid komt van God, die nedergedaald is in onze ziel, en zij gaat naar God, aanwezig in het universum. Het is dus ook zoiets als een sacrament.’

Concentreren op het goede

We moeten ons concentreren op het goede, zegt Weil. Niet het kwaad bestrijden, vernietigen, maar denken aan het Goede. De liefde is een ‘kwestie van oriëntatie […] en niet een zielstoestand.’ Elders herhaalt zij over de liefde: ‘Zij is reeds in ons, van geboorte tot dood, als een immer knagende honger. Het enige wat we moeten doen, is die Liefde richten.’

“Liefde is een ‘kwestie van oriëntatie’.”

Een ander woord voor liefde is ‘instemming’, een zich onvoorwaardelijk overgeven, weggeven aan al wat is. ‘Zich ontledigen van zijn valse godheid, zichzelf ontkennen, zich niet langer meer inbeelden dat men het centrale punt is van het universum, beseffen dat alle dingen in het heelal recht hebben op dezelfde titel van centraal punt, en dat het echte, ware centrum van alles buiten de wereld ligt, is instemmen […].’

Het is een mariaal beeld van gehoorzaamheid. We moeten niet zoeken naar God, maar wachten, Zijn afwezigheid uithouden. De zoeker is als een kind dat in de stad zijn vader en moeder kwijtraakt en huilend de straten doorkruist, terwijl het er verstandiger aan zou doen te wachten, zodat zijn ouders hem gemakkelijker kunnen terugvinden.

Ze steekt, prikt door, provoceert

Weil schrijft over de Liefde, maar haar persoonlijkheid en teksten zijn niet lieflijk. Daar is ze te radicaal, anarchistisch, excentriek voor. Ze steekt, prikt door, provoceert. ‘Het is niet waar dat mensenliefde sterker is dan de dood. De dood is veel, veel sterker.’

Het blijft niet bij filosoferen. Weil leeft als een asceet, is politiek actief, sluit zich aan in de strijd tegen de Spaanse fascisten, werkt op boerderijen en vissersboten. In 1934 slooft zij zich een jaar lang af in staal- en autofabrieken om het leven van arbeiders te delen. Hier dringt lijden, ‘het ongeluk’ zegt Weil, tot in alle vezels van haar wezen door. Later zal zij zeggen dat het lot van de arbeider treffend is verbeeld door Charly Chaplin in ‘Modern Times’.

“Zij leert de goddelijke liefde doorheen het ongeluk lief te hebben.”

Lichamelijk en geestelijk gebroken, reist ze af naar een Portugees vissersdorp. Daar ziet ze een processie van vissersvrouwen die brandende kaarsen dragen en oude, droevige liederen zingen. Het grijpt haar diep aan. In 1937 brengt ze ‘twee wonderbare dagen’ door in Assisië, in de kapel waar Giotto het leven van Franciscus in fresco’s heeft vastgelegd. ‘Daar […]dwong een kracht die sterker was dan mezelf mij voor de eerste maal in mijn leven neer te knielen.’ Een jaar later is zij tijdens de Goede Week te gast in de Benedictijnse abdij van Solesmes. Ze wordt gekweld door migraine, maar ervaart een volmaakte vreugde bij de schoonheid van de liturgie en de Gregoriaanse gezangen. Hierdoor leert zij de goddelijke liefde doorheen het ongeluk lief te hebben.

Twee delen, lastig te doorgronden

Deze bloemlezing bestaat uit twee delen. Het eerste, ‘Folklore en Mythen’, bevat een bespreking van twee sprookjes,enkele Griekse tragedies en een Bijbelverhaal, maar bestaat voor een aanzienlijk deel uit teksten over Plato. Het tweede deel, ‘Liefde’ bestaat uit beschouwingen over het goede, het ware en het schone.

De teksten zijn voor een niet-filosofisch geschoolde lezer lastig te doorgronden, al wordt elk hoofdstuk voorafgegaan door een samenvatting van de vertaler. De heldere inleiding van Frits de Lange had gerust nog een stuk langer mogen zijn. In hoeverre is haar denken katholiek? Hoe stond zij tegenover haar tijdgenoten? Albert Camus had altijd een portret van Simone Weil op zijn bureau staan. Sartre en De Beauvoir waren haar studiegenoten aan de École Normale Supérieure. Weil was de tweede vrouw die werd toegelaten tot deze zeer prestigieuze universiteit. In een recensie van een biografie van Weil vond ik een weergave van het eerste en enige gesprek tussen De Beauvoir en Weil. Volgens De Beauvoir zou Weil hebben gezegd: ‘Het enige wat er nu toe doet: de revolutie die alle van honger stervende mensen op aarde te eten zal geven.’ Ik antwoordde vinnig […] dat het er niet om ging mensen gelukkig te maken, maar om hen te helpen hun bestaan betekenis te geven. Ze staarde me aan en zei: ‘Het is duidelijk dat u nog nooit honger hebt geleden.’

Weil stierf op 34-jarige leeftijd door een combinatie van tuberculose en ondervoeding.

Bep van Muilekom (1955) is afgestudeerd in literatuurwetenschap en is boekverkoper.

Meer actuele boeken van mystici:

Liefde is licht Simone Weil
Oerewoet Hadewijch
God en ik wij zijn een - Marga Haas

Nieuwsgierig geworden naar Weil? Lees ook het hoofdstuk van het boek dat wij op Theoblogie plaatsten!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *