Henrike Dankers over jong ouderverlies

21 oktober 2019

Na zo lang nog van Henrike Dankers is een informatief en pastoraal boek over jong ouderverlies. Ruim tien procent van de mensen in de leeftijdscategorie 20-70 jaar heeft vóór hun twintigste een of beide ouders verloren door overlijden. Wat zijn daarvan de gevolgen en wat kun je betekenen voor volwassenen met jong ouderverlies? Wij spraken met Dankers, die zelf op jonge leeftijd haar vader verloor.

Wat maakt het rouwproces naar aanleiding van jong ouderverlies zo anders?

Jong ouderverlies is een verlies dat je als kind overkomt. Dat is echt anders dan een ouder verliezen op volwassenleeftijd. Het belangrijkste verschil met volwassenen is dat kinderen nog volop in ontwikkeling zijn. Midden in die ontwikkeling vindt er een ingrijpend verlies plaats. Dat verlies draagt dus bij aan wie je later als volwassene wordt. Daarbij is het voor kinderen een loodzware klus om om te gaan met zo’n groot verlies en tegelijkertijd jezelf te ontwikkelen. Kinderen kunnen de overweldigende gevoelens bij het overlijden van hun ouder vaak niet toelaten. Daarom komt er bij hen een soort noodmechanisme op gang. Dat heet overleven. Kinderen vinden een manier om ondanks het verlies verder te kunnen leven. Ze moeten heel hard werken om hun leven op de rails te houden. Ondertussen wordt de pijn en het verdriet zo veel mogelijk vermeden, weggestopt achter slot en grendel. Het overlevingsmechanisme is begrijpelijk en het helpt kinderen onder moeilijke omstandigheden groot te worden. Tegelijk werkt het voor later waarschijnlijk belemmerend, omdat het de pijn en het verdriet om het verlies verdringt. De grote wond moet namelijk wel een keer verzorgd worden.

Je hebt het in je boek over ‘achterwaarts rouwen’. Wat bedoel je daarmee?

Het kan dus jaren duren voordat het inmiddels vaak volwassen kind het verlies van toen gaat verweven in zijn leven nu. Het is begrijpelijk en dus niet raar of fout dat volwassenen met jong ouderverlies, na zo lang nog, rouwen om het verlies van hun ouder. Dat heet ‘achterwaarts rouwen’. Rouwen in het hier en nu om een verlies dat jaren geleden plaatsvond.

De pijn van het verlies kan onverwacht de kop opsteken. Na jaren goed functioneren kun je ineens instorten. Dit wordt vaak getriggerd door belangrijke momenten in je leven

Bij achterwaarts rouwen wordt het verlies opnieuw ervaren; het verlies krijgt een zichtbare plek. Door verdrietig te zijn in plaats van je steeds maar weer groot te houden. Door aan anderen te vertellen wat er precies is gebeurd. Ook de overleden ouder krijgt een zichtbare plek als je op zoek gaat naar wie hij of zij was. Het zichtbaar maken helpt om het overlijden van je ouder als een verlies te erkennen.

Wat zijn do’s en don’ts in de pastorale zorg aan volwassenen met jong ouderverlies?

Do’s:

Vraag en luister naar hun verhaal

De gevolgen van het verlies van een vader of moeder op kinderleeftijd zijn dus jaren later nog voelbaar. Mijn advies voor het omgaan met volwassenen met jong ouderverlies is uiteindelijk vrij simpel: stel vragen en luister naar hun verhaal. Erover vertellen is voor volwassenen een enorme troost. Vaak schamen ze zich om er zelf over te beginnen, ze moeten een drempel over, want dit had toch al lang over moeten zijn? Daarom helpt het als de omgeving een begin maakt, een hand reikt: ‘Mag ik je vragen hoe het voor jou is om als kind je vader/moeder te verliezen?’ Of: Wat is er precies gebeurd? Wat is de invloed van het verlies voor je leven nu? Wat betekent het verlies voor je geloofsleven? Zet zeker als pastor de eerste stap; je bent ‘gezonden’ en daarom mag je vrijmoedig het initiatief nemen om naar mensen te gaan.

Blijf het verlies benoemen

Ook als je volwassen bent geworden, blijft de geboortedag of sterfdag van je overleden ouder, net als Vaderdag of Moederdag, vaak een gedenkwaardige dag waarop het gemis extra wordt gevoeld. Houd als omgeving rekening met die dagen en benoem het verlies, ook na zo lang nog, door iemand een kaartje of appje te sturen of gewoon door te zeggen dat je aan hem of haar denkt. Benoem het verlies ook rondom bijzondere gelegenheden zoals trouwen, dopen, jubilea, uitvaarten.

Don’ts:

De aandacht vooral uit laten gaan naar de overgebleven ouder. Alleen maar de vraag stellen: ‘Hoe is het met je moeder/vader?’ en niet de vraag: ‘Hoe gaat het met jou?’ Op deze manier is er geen aandacht voor het persoonlijke verhaal van de volwassene zelf.

Als je één ding mag meegeven aan iemand die op jonge leeftijd een ouder heeft verloren, wat is dat dan?

Vertel je verhaal. Het is moedig als je je verhaal durft te vertellen, ook al is het zoveel jaar geleden. Verzamel de moed, zoek ervaringsgenoten of iemand anders die je vertrouwt en tegen een stootje kan; iemand die oprecht geïnteresseerd is. Stort je hart uit en vertel je verhaal over het overlijden van je ouder(s) en wat dat vroege verlies betekent voor je leven nu. Schaam je niet voor je tranen, huil maar. Huilen is helend. Tranen spoelen schoon. Je hoeft je niet (meer) groot te houden.


Na zo lang nog

Na zo lang nog van Henrike Dankers is een informatief en pastoraal boek over jong ouderverlies. Ruim tien procent van de mensen in de leeftijdscategorie 20-70 jaar heeft vóór hun twintigste een of beide ouders verloren door overlijden. Wat zijn daarvan de gevolgen en wat kun je betekenen voor volwassenen met jong ouderverlies? Dankers, die zelf op jonge leeftijd haar vader verloor. sprak over deze vragen met volwassenen die als kind hun ouder(s) verloren. In Na zo lang nog komen hun verhalen terug, naast het persoonlijke verhaal van de auteur. De pastorale adviezen maken het boek bijzonder waardevol voor volwassenen met jong ouderverlies en voor pastorale werkers.

Henrike Dankers was negen jaar toen haar vader overleed. Deze ervaring was aanleiding voor haar onderzoek ‘Pastorale zorg aan volwassenen met jong ouderverlies’, als onderdeel van haar studie theologie. Uit het onderzoek kwam Na zo lang nog voort.

Categorieën

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *