Henri Nouwen leerde ons dat verheffing alleen mogelijk is als we de minste willen zijn

17 januari 2020
Henri Nouwen leerde ons dat verheffing alleen mogelijk is als we de minste willen zijn

Van Erik Borgman ontvingen we de ingekorte versie van de Henri Nouwenlezing (tweede deel) die hij hield op 23 november 2019 in de Janskerk in Utrecht. Hier vindt u de ingekorte versie van het eerste deel van de lezing. Erik Borgman werkt aan een theologie in drie boekdelen onder de titel Alle dingen nieuw: Een theologische visie voor de 21ste eeuw. Het eerste deel verschijnt voorjaar 2020 bij Kok Boekencentrum. 


De Nederlandse priester Henri Nouwen (1932-1996), die begin jaren zeventig van de vorige eeuw naar de Verenigde Staten emigreerde, is nog altijd een veelgelezen spirituele auteur. Het heeft even geduurd, maar inmiddels is hij ook in zijn eigen vaderland populair. Wat heeft Nouwen ons eigenlijk te zeggen?  Van Henri Nouwen is wel gesuggereerd dat hij soms een beetje naïef was. Als je afgaat op zijn teksten lijkt geloven hem soms wel erg gemakkelijk af te gaan en het lijden en het kwaad soms wel heel gauw verslagen te zijn, de verlorenheid en de eenzaamheid wel erg snel teniet gedaan met Gods barmhartigheid. Inmiddels weten we dankzij de biografische studies die inmiddels over Nouwen verschenen zijn, hoezeer hij in zijn verbondenheid met God en heel veel mensen, niettemin een ‘eenzame mysticus’ bleef en met zijn boodschap van mogelijke heling ‘een gewonde profeet’. De hartstocht van zijn eigen zoeken, zijn eigen diepe verlangen naar liefde en acceptatie, naar ruimte om simpelweg te mogen bestaan, zonder eisen en voorwaarden, geven zijn werk uiteindelijk zijn geloofwaardigheid. Zelfs als de vroomheid soms wel erg ongebroken en conventioneel lijkt. 

Boeken van Henri Nouwen:

henri nouwen wie ben ik
henri nouwen een jaar met
henri nouwen eindelijk thuis

De gewonde heler

Het is wat Nouwen zelf eigenlijk al duidelijk maakt in The Wounded Healer, inmiddels na lange tijd ook in het Nederlands verschenen, onder de titel De gewonde heler. In dit boek maakt Nouwen duidelijk dat pastoraat betekent: de eigen wonden inzetten voor de genezing van anderen. Dit geldt uiteindelijk ook voor prediking en voor geestelijke begeleiding, en wat mij betreft ook voor de theologie. De manier en de intensiteit waarmee Henri Nouwen zijn hele leven met zijn identiteit heeft geworsteld en om zijn spiritualiteit heeft gestreden, verkleint niet, maar vergroot zijn geloofwaardigheid.  Nouwens eerste biograaf, de Haarlemse predikant Jurjen Beumer wijdt in zijn biografie die nog in Nouwens sterfjaar 1996 is verschenen, een reflectie van enkele pagina’s aan het feit dat Nouwen ‘op een zeer cruciaal moment West-Europa verlaten heeft’. Daardoor is hem de hypersecularisatie bespaard gebleven en de ervaring ‘op kale rotsen te ploegen’ en van alle kanten een virulente godsdienstige onverschilligheid te ervaren. Het geeft, zegt Beumer, Nouwens theologie iets lichtvoetigs, maar ook iets onbevredigends voor, zoals hij het uitdrukt, ‘gelovigen die wel door dat dal zijn gegaan, die de diepte van de afwezigheid van God tot op de botten hebben ervaren (en ik reken mijzelf [= Jurjen Beumer] ook tot hen) en nog elke dag worstelen met het bestaan van God überhaupt’. Nouwen maakt dit volgens Beumer goed door de manier waarop hij steeds weer inzet bij thema’s die voor ieder mens herkenbaar zijn: eenzaamheid en lijden, verlangen naar liefde. Ik zou willen aanvullen dat het Nouwen heeft behoed voor een fout die de theologie en de prediking in Nederland tot de dag van vandaag voortdurend op de rand van de afgrond laat balanceren.

Geloven is subjectief geworden

Vanaf de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw werd in Nederland in kerk en theologie de vraag dominant of wij nog wel uit te voeten konden met de christelijke traditie. De Duitse exegeet Rudolf Bultmann (1884-1976) zei bijvoorbeeld dat het onmogelijk is gebruik te maken van het elektrisch licht, radio en medische hulp, en tegelijkertijd te geloven in de Nieuwtestamentische wereld van geesten en wonderen. Aangezien wij het eerste natuurlijk doen, moeten we dat tweede niet meer doen, aldus Bultmann. In het kielzog van Bultmann werd in Nederland het moderne gerationaliseerde wereldbeeld de norm en alles wat er verder nog gezegd en gedacht mocht worden, moest zich aan deze norm onderwerpen. Geloof kon hooguit nog een subjectieve en persoonlijke visie op de werkelijkheid zijn, een overtuiging die geldig is voor degenen die deze overtuiging delen, maar die niets zegt over de werkelijkheid. Tot die werkelijkheid geven de wetenschappen ons toegang, inclusief de sociologie en de psychologie. En zo werd pastoraat counseling, zielzorg coping en religie zingeving.  Henri Nouwen hoefde in de Amerikaanse context waar hij terecht was gekomen niet te bewijzen dat het zin had ‘nog’ in gelovige termen te spreken, om met behulp van Bijbelse categorieën het leven te doordenken, om de christelijke traditie in te zetten bij pogingen hedendaagse vragen en dilemma’s te doorgronden en een weg vooruit te zoeken. Nouwen had psychologie gestudeerd, maar hij gebruikt de psychologische inzichten nergens als alternatief voor gelovige of spirituele noties. Hij ziet ze als nadere invulling ervan. Op elke bladzijde van Nouwens meest bekende boek, Eindelijk thuis, is duidelijk dat de schrijver psychologisch goed op de hoogte is. Maar nergens is er ook maar een spoor van de suggestie dat geloof verklaard zou kunnen worden uit het menselijk verlangen naar erkenning en liefde, en dat een religieuze visie op de eigen ontwikkeling achterhaald of naïef zou zijn. Mijn suggestie is dat hij precies daarom een belangrijke bijdrage te leveren heeft aan de discussie over de toekomst van geloof en kerk. 

Neerwaartse mobiliteit

Henri Nouwen vraagt zich niet af of de christelijke traditie ons nog iets kan en mag zeggen, hij doet wat er binnen deze traditie steeds gedaan is: hij zet de traditie voort door haar in te zetten en zo te veranderen. Door nieuwe thema’s te introduceren en door de betekenis van oude thema’s voor een nieuwe context inzichtelijk te maken. Begin jaren tachtig van de vorige eeuw kwam de vraag op of de christelijke aansporing om alle volkeren tot Jezus’ leerlingen te maken, niet de onderdrukking van de niet-Westerse volkeren door de Westerse heeft bevorderd. Henri Nouwen publiceerde in diezelfde periode een serie artikelen over de ‘neerwaartse mobiliteit’ die Jezus volgens hem propageerde.  In plaats dus van het stellen van de abstracte vraag of geloof in de christelijke zin niet intrinsiek gericht is op overheersing, liet Nouwen zien hoe verleidelijk het streven naar macht is, hoezeer ook christenen aan deze verleiding blootstaan en hoe Jezus zich in het evangelie tegen deze verleiding keerde. Jezus leert op de zwakke kracht van het goede te vertrouwen. Dit vraagt volgens Nouwen om actieve navolging: wij moeten er niet naar streven gelijk aan God te zijn, maar de minste te worden en bereid te zijn te sterven. Niet uit zelfhaat of masochisme, maar omdat de weg naar de verheffing in de voorstelling van het evangelie onderlangs gaat: slechts uit de vernedering is verhoging mogelijk. Het zou Nouwen uiteindelijk bij de verstandelijk beperkten brengen van de l’Arche-gemeenschappen: mensen die zonder macht zijn, niet spectaculair en op geen enkele manier relevant. Niettemin ligt in de verbondenheid met hen en in onze herkenning van onze verwantschap met hen het antwoord besloten op de vraag of wij actief de nabijheid van het rijk van God verkondigen en belichamen zoals Jezus dat verkondigde en belichaamde.

Thuis middenin de angstige en onherbergzame wereld 

Een serie lezingen in het kader van een vastenretraite op Harvard, waar Henri Nouwen toen werkte, gehouden in 1985 – de uitgeschreven tekst ervan in onlangs uitgegeven onder de titel Following Jesus; de Nederlandse vertaling zal binnen niet al te lange tijd verschijnen – stelt: Wij zijn uitgenodigd bij God thuis te zijn middenin deze angstige en onherbergzame wereld. De manier om inderdaad thuis te komen is volgens Nouwen om zelf uit het centrum van je wereld te stappen en Jezus in het centrum te zetten. Zoals hij Jezus parafraseert: ,,Verlaat de plaats van het zelf. Verlaat moeder en vader, broer en zus, huis en familiebezit. Verlaat je ‘ik’-wereld – mijn moeder, mijn broer, mijn zus, mijn bezit – en volg Mij.” Dit verlaten, dat moet je steeds opnieuw doen, door elke dag bij hem te verblijven, met hem te verkeren, in de ruimte van zijn blik te gaan staan, te gaan zitten, en te leren ademen met zijn adem, zijn Geest. Dit betekent pijn en vreugde tegelijk. Er is, zegt Nouwen, geen pijn of angst of woede of uitsluiting die niet door God wordt gedragen en geleden. Dat impliceert dat wij in God met alle pijn en lijden van de wereld zijn verbonden. Maar het impliceert ook dat wij, met al onze woede, met al onze pijn en met al onze strijd in God zijn en zijn opgenomen in Jezus beweging van dood naar verrijzenis. ‘De Verrezene is de Heer in wiens lichaam we verzameld zijn. De hele mensheid.’  Deze liefde van God voor ons, zegt Nouwen, is uiteindelijk onze vreugde: ‘Het mysterie van het leven is dat Jezus kwam om ons lijden te delen’, zegt hij, ‘zodat wij vol vreugde konden zijn.’ Dit is waar het spirituele leven in zijn visie om draait: in contact zijn met de liefde die in onze vreugde wordt (104-105). Wij kunnen Jezus’ Geest ademen en als Verrezene ademt Hij zijn leven in ons: dat is voor Nouwen de volle bloei van het spirituele leven in christelijke zin. 

Fear of Missing Out

In deze tijd dat de kerk lijkt te verdampen, lopen velen te redderen en anderen keren haar de rug toe. Zo versterken wij wat misschien wel bij uitstek de gestalte van het ongeloof in onze tijd is: dat we ons niet kunnen voorstellen dat er iets belangrijks gebeurt waar wij zijn en dat we steeds opnieuw naar iets belangrijks zoeken om ons mee te verbinden. De trendy Fear Of Missing Out geldt nooit de situatie waar we in verkeren, de mensen die ons gegeven zijn, de omstandigheden die wij aantreffen.  Jezus bevrijdt ons uit de illusie dat het echte leven ‘natuurlijk’ elders zou zijn. God laat zich vinden midden in de grauwe, niet-spectaculaire wereld die de onze is. Precies dat vieren we met Kerstmis. De kerk hóeft daarom niet zoveel te doen. Ze hoeft al helemaal niet allerlei interessante dingen te gaan doen. Ze hoeft uiteindelijk alleen maar aanwezig te zijn, stil te vallen en te luisteren hoe God hier waar wij zijn, rond en met ons en in ons, bezig is ons toekomst te geven, door alle pijn van verlies en afbraak, door alle woede en verdriet over verkeerde keuzes, door alle onvermogen en gêne heen. Daarna komt de rest vanzelf.  Henri Nouwen vat het zo samen: ‘Wees hier. Wees stil. Luister.’ Steeds weer en steeds opnieuw. Wees hier. Wees stil. Luister. Wees hier. Wees stil. Luister Dat moet potverdorie toch te onthouden zijn.

Erik Borgman is lekendominicaan en hoogleraar theologie aan Tilburg University. Hij werkt aan een theologie in drie boekdelen onder de titel Alle dingen nieuw: Een theologische visie voor de 21ste eeuw. Het eerste deel verschijnt voorjaar 2020 bij Kok Boekencentrum. 

Alle dingen nieuw

alle dingen nieuw erik borgman a

In Alle dingen nieuw presenteert Erik Borgman een katholieke theologie die in het hart van de hedendaagse cultuur al denkend het christelijk geloof presenteert dat God liefde is. Daarvoor gaat hij in gesprek met een brede waaier aan denkers en wetenschappers, kunstenaars en mystici uit heden en verleden. Dit eerste deel onderzoekt waar de theologie begint en wat theologie op het oog heeft. Theologie opent de wereld als plaats van verlangen naar God, die in dit verlangen zijn aanwezigheid toont.