4. Gelukkig die zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien

20 maart 2019

Bespiegelingen bij Paus Franciscus’ Gaudete et exsultate
Elsbeth Greven

Vorig jaar publiceerde paus Franciscus zijn pauselijke brief aan de Kerk, Gaudete et exsultate. In het Nederlands heet deze publicatie Wees blij en juich. Het is een tekst die gaat ‘over de roeping tot heiligheid in de hedendaagse wereld’. Het boek(je) van Franciscus beslaat 82 pagina’s, verdeeld over vijf hoofdstukken. Elk hoofdstuk bestaat uit enkele paragrafen die onderverdeeld zijn in genummerde subparagrafen, meestal alinea’s van circa 10 regels. Kleine stukjes tekst dus iedere keer. 

Wat probeert Franciscus ons, mij, te zeggen met zijn tekst? En wat roept dat bij mij op? Welke passages raken mij? Ik noem er hier weer enkele, genomen uit het derde hoofdstuk, In het licht van de Meester. Drie eerdere blogs van mijn hand over Franciscus’ tekst verschenen op de website www.nieuwheilig.nu.

63. ‘Heel eenvoudig legt Jezus uit wat heilig zijn wil zeggen toen Hij ons de zaligsprekingen onderwees (cf Mt 5,3-12; Lc 6, 20-23). Ze zijn als het ware de identiteitskaart van een christen’.

De waarheid is eenvoudig, dat blijkt maar weer uit de woorden van Franciscus. We hoeven ons enkel te richten op Jezus en zijn zaligsprekingen, want daarin vinden we het ‘gelaat van de Meester’. We worden uitgenodigd om in ons leven dat gelaat, Zijn gelaat, te weerspiegelen. Het woord ‘zalig’ staat in dit geval ook voor ‘heilig’, en heilig is iemand die erin slaagt om zichzelf weg te geven, ten gunste voor anderen. Franciscus maakt hier een belangrijke kanttekening, namelijk dat dit zichzelf wegschenken alleen positief kan uitpakken wanneer iemand zich daar gelukkig bij voelt. Tegen heug en meug iets doen (of laten) vloeit meestal niet voort uit het Evangelie, dat uiteindelijk op (ieders) vreugde gericht is.

Gelukkig die arm van geest zijn, want hun behoort het koninkrijk der hemelen.

74. ‘Deze geestelijke armoede komt in de buurt van wat Ignatius van Loyola als ‘’heilige onverschilligheid’’ omschrijft en waardoor we een heerlijke innerlijke vrijheid bereiken’.

Hier laat paus Franciscus zijn ignatiaanse wortels zien; hij verwijst naar de ordestichter van de jezuïeten, de heilige Ignatius, en naar diens Geestelijke Oefeningen. Die ‘heilige onverschilligheid’ trok mij bij het lezen aan, want zij verwijst naar het niet-gehecht zijn aan aardse zaken, zodat je eerder je hart vrij kunt houden voor God en waardoor je eerder in staat zult zijn om zijn wil na te leven of te doen. En ja, soms kan het inderdaad heerlijk zijn om afstand te doen en bevrijd te worden van bijvoorbeeld je vaste denkpatronen, je verworven positie, je zekerheden, je status, je zorgen …

Gelukkig die zachtmoedig zijn, want zij zullen het land erven.

84. ‘Zachtmoedigheid is een andere uitdrukking voor de innerlijke armoede van hen die hun vertrouwen alleen op God stellen’.

Franciscus verwijst in zijn toelichting naar het Hebreeuwse woord anawim, waarmee de armen, de zachtmoedigen bedoeld worden, degenen die zijn ‘aangetast’. Zachtmoedigheid kan in zijn ogen nooit verkeerd, teveel of beschamend zijn; ‘Indien ik te zachtmoedig ben, zal men denken dat ik dwaas, idioot of zwak ben’. De mooie repliek van Franciscus daarop is: ‘Dit kan het geval zijn, maar laat anderen dat maar denken. Het is beter dat we altijd zachtmoedig zijn en dat onze diepste verlangens vervuld worden (…) en de beloften van God vervuld zien’. Vooral dat ‘laat anderen dat maar denken’ raakte mij. Hoe geloofszeker, ondersteunend, vaderlijk en hoe werelds toont Franciscus zich hier.

Gelukkig die zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

84. ‘De Vader die in het verborgene ziet (Mt 6,6), herkent wat onrein en onoprecht is, wat alleen maar een schone schelp en schone schijn is…’.

Een oprecht verlangen hebben, het zuiver aanvoelen van goede bedoelingen, van jezelf en van anderen, een zuiver hart hebben, gaat het daarom? Het hart spreekt immers boekdelen. Het is fijn dat Franciscus benadrukt dat onze Vader ‘in het verborgene ziet’. Hij ziet – en misschien vooral – de mensen die niet op de voorgrond treden, die niet zozeer een veruitwendiging nastreven van hun evangelisch innerlijk, die niet opgemerkt worden met hun goede daden voor anderen. Gelukkig, Hij weet het, ziet het – en wij zullen Hem zien.

Gelukkig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

89. ‘Men brengt ook geen vrede door conflicten te ontkennen of te versluieren, maar door het conflict uit te houden, het op te lossen en het om te vormen tot een schakel in een nieuw procesVrede zaaien om ons heen, dat is heiligheid!’

Terecht zegt Franciscus dat een evangelische vrede niet gemakkelijk is om te realiseren in ons leven. Wie vindt het niet moeilijk om met ‘lastige mensen’ om te gaan, of met diegenen die zo anders zijn dan jij, of met mensen waarvoor je een engelengeduld moet opbrengen? En wanneer er een conflict is, bestaat de neiging al snel om het te verdoezelen of het juist te verergeren. Daarom is het in sereniteit uithouden van een conflict vaak het beste, van daaruit verder te werken naar een oplossing en je zeker niet te laten verleiden om de ruzie te verergeren, maar door pro-actief de scherpe kanten ervan af te halen. Bemoedigend en troostend.

Ideologieën die het hart van het Evangelie verminken

100. ‘Enerzijds zijn er christen die de evangelische eisen los zien van hun persoonlijke relatie met de Heer, hun innerlijke verbondenheid met Hem. Het christendom wordt zo een soort ngo, ontdaan van zijn stralende mystiek’(…).

Alle grote heiligen hebben laten zien dat zij altijd in zeer dichte verbondenheid met de Heer geleefd hebben, met hun gebed en hun evangelielezing. Dat is iets wat we altijd voor ogen moeten houden volgens Franciscus. Zonder Hem, de levende Heer, ontgaat ons de spirituele betekenis en werking.

101. ‘Anderzijds is er de schadelijke ideologische dwaling die voorkomt bij degen die argwaan koesteren tegenover het maatschappelijk engagement van anderen, dat ze als oppervlakkig, werelds, seculier, materialistisch, communistisch of populistisch beschouwen’.

Inderdaad, er gebeurt in onze samenleving heel veel goeds, heiligs, door mensen die zichzelf niet als christelijk of christen beschouwen, of zich daarvan niet bewust zijn. De grote theoloog Karl Rahner SJ sprak niet voor niets over zogenaamde ‘anonieme christenen’. We hoeven ons als christenen, in onze naastenliefde en barmhartigheid, niet beter te voelen.

109. ‘Het christendom is vooral bedoeld om in praktijk te brengen. Het kan voorwerp van studie en reflectie zijn, maar alleen om ons te helpen het Evangelie beter na te leven’.

Met deze uitspraak van Franciscus staan we, sta ik, weer met beide benen op de grond! Uiteindelijk gaat het om het ware leven met Christus, om het menselijk leven voluit te leven en er voor anderen te zijn, en om daarmee altijd de verbinding te houden.


Vorige blogs van Elsbeth Greven

Eerste blog zie hier:
https://www.theoblogie.nl/gelukkig-die-zuiver-van-hart-zijn-want-zij-zullen-god-zien/

Tweede blog zie hier:
https://www.theoblogie.nl/de-oproep-van-paus-franciscus-om-heiligheid-opnieuw-te-laten-klinken/

Derde blog zie hier:
https://www.theoblogie.nl/3-paus-franciscus-gnosticisme-als-vijand-van-heiligheid/

De naam van God is genade

De naam van God is genade - Paus Franciscus

Paus Franciscus richt zich in dit boek persoonlijk tot elke man en vrouw ter wereld, binnen en buiten de kerk. Via een intieme dialoog wil hij een inspiratie zijn voor iedereen die op zoek is naar een betekenis in het leven. Op elke bladzijde zindert het verlangen om vooral het onrustige, gekwelde deel van de mensheid te bereiken dat erom vraagt te worden omarmd in plaats van weggeduwd: vluchtelingen, gevangenen, armen, en mensen aan de rand van de samenleving.

Categorieën