“Geloven in God is spannend” – dr. W.J. Dekker

8 juni 2020

Veel moderne lezers kunnen met een God die ook wreker is en oordeelt niet (meer) uit de voeten. Wie is die God? Dr. W.J. Dekker schreef een boek over Jesaja 63 met de titel: Wie is deze? Wij stelden hem een paar vragen n.a.v. zijn boek. Lees hier het interview.


Dit is een bijdrage n.a.v. Wie is deze?

WIe is deze Willem Jan Dekker

“Jesaja 63 geeft moderne lezers en gelovigen te denken: de keerzijden van het leven kunnen meer met God te maken hebben dan gedacht.” ‘Wie is deze?’ De vraag waarmee Jesaja 63 opent is de centrale vraag van deze studie naar de compositie en Godsvoorstelling van deze tekst. Schijnbare tegenstrijdigheden in het Godsbeeld van Jes. 63 zijn een eerste aanzet geweest tot deze studie. Een tweede aanleiding is het gebrek aan literaire samenhang binnen deze tekst geweest, waardoor in het Jesaja-onderzoek twee delen worden onderscheiden: Jes. 63:1-6 en 63:7-64:11.  In deze dissertatie wordt de eenheid van Jes. 63 als literaire compositie nader onderzocht. In het bijzonder wordt er gelet op de samenhang van de Godsvoorstellingen binnen deze tekst. Om de vraag naar de eenheid van Jes. 63 te kunnen beantwoorden wordt de tekst een aantal keren gelezen, steeds vanuit een ander perspectief. Dit levert de auteur inzichten op die aanleiding zijn om ‘onderweg’ een pas op de plaats te maken.  Tegen het einde van het onderzoek gaat de auteur het gesprek aan met W. Brueggemann en J. Jeremias over hun schets van Israëls getuigenis aangaande God. De studie loopt uit op de relevantie van dit onderzoek naar de tekst en Godsvoorstelling van Jes. 63, niet het minst voor ons eigen denken en spreken over God.


1. Een studie naar het Godsbeeld in Jesaja 63. Wat is de relevantie ervan voor onze tijd?

De betekenis van mijn onderzoek raakt ons eigen spreken, zingen en preken over God. In een tekst als Jes. 63-64 spreekt Israël zonder enige terughoudendheid over zijn God als wreker en verlosser. Met twee woorden dus. Veel moderne lezers kunnen met een God die ook wreker is en oordeelt niet (meer) uit de voeten. Voor de eerste hoorders en lezers van deze tekst was deze God hun God. Israëls getuigenis aangaande God zit vol spanning. Uit zo’n tekst blijkt dat geloven in God spannend is. Er staat werkelijk iets op het spel! Want God reageert op ons doen en laten, in liefde en toorn. Teksten als Jes. 63-64 bevragen een eendimensionaal spreken en preken over God als ‘God is liefde’ of ‘God is altijd bij je.’ Wanneer God een aardige God geworden is, wordt het steeds lastiger om Hem te verbinden met het rauwe, weerbarstige leven. Kerk, verkondiging en geloof lopen dan het risico irrelevant te worden. Met een tekst als Jes. 63-64 geeft Israël moderne gelovigen te denken: God kan wel eens meer met de schaduwkanten van het leven te maken hebben dan gedacht. Wat heeft het bij de ervaring van zoveel hemeltergend kwaad en onrecht in deze wereld ons te zeggen, dat God ook een strijder is en wreker? Dat zijn God die God is, geeft Israël hoop en troost. We moeten de weerbarstige zijden van het oudtestamentische getuigenis over God niet wegwrijven, maar opnieuw doordenken en actualiseren.

2. ‘Ik heb hun bloed ter aarde doen neerdalen,’ zo luidt een deel van vers 6 (HSV). En zo bevat Jesaja 63 wel meer geweldsteksten. U haalt theologen aan die vinden dat er een ‘gruwelijke theologie’ schuil gaat achter dit hoofdstuk. Hoe kunnen we deze ‘gruwelijke’ teksten anno nu uitleggen aan de gemeente?

Dan zou ook ik beginnen met op te merken dat zulke teksten ons rauw en vreemd kunnen voorkomen. “Is dit de God die wij geloven!?” Maar ik zou ook zeggen, dat dit gevoel van vervreemding ook een vraag is aan onszelf. Heeft de Bijbel of de God van de Bijbel een probleem of wijzelf? Ik zou vervolgens proberen duidelijk te maken, dat zulke teksten wel in hun verband moeten worden gelezen en verstaan. En dat verband is Gods onverwoestbare verbondenheid met Israël, zijn volk, en de uitzichtloze situatie waarin dit volk door toedoen van vijandige volken is terechtgekomen (Jes. 63:18-19; 64:10-11). Zijn heftig optreden zoals verwoord in Jes. 63:1-6 moet worden verstaan als zijn heilige reactie op het kwaad dat Israël is aangedaan. Steeds weer zijn er de momenten dat God zegt “tot hiertoe en niet verder”. Dan wreekt Hij het kwaad en redt Hij zijn volk. Wie Jes. 63:1-6 als een gruweltekst wegzet, ziet over het hoofd dat in deze tekst Gods wraak op de volken staat in het perspectief van zijn verlossing (63:4). Dit neemt niet weg, dat Gods wraak en toorn heftige kanten van het bijbelse spreken over God zijn. Blijkbaar gaat de Bijbel over een God die we echt serieus zullen moeten nemen. De vraag is of dat in het Nieuwe Testament ineens heel anders is. Ik denk van niet.

3. Kan het in dit verband mogelijk zijn dat ik langs de lezing van Jesaja 63 vanuit het perspectief van het Nieuwe Testament ben heen gebladerd?

In de slotparagraaf van mijn proefschrift ga ik kort in op het verband van Jes. 63-64 met het Nieuwe Testament. Het is belangrijk dat we inzien dat de komst van Jezus Christus iets doet met de toorn en wraak van God. Door de reddende tussenkomst van Christus oefent God nu zijn geduld met ons, deze wereld en de volken. We zouden kunnen spreken over een opschorten van zijn wraak en toorn over het kwaad en de zonden van mensen. Niet het minst vanuit zijn verlangen dat de volken worden gered! Maar dit uitstel betekent allerminst dat het met Gods wraak en toorn eens en voor altijd is gedaan. Een Bijbelboek als Openbaring spreekt dat tegen. Dat Hij straks, aan het einde van de wereld alles recht zet, sluit niet uit dat Hij ook nu wrekend ingrijpen kan. Daarvan zijn in de Bijbel zelf (Hand. 5) en ook in de recente geschiedenis (einde WO-II; val Berlijnse Muur) voorbeelden te noemen. Interessant is dat Jes. 63:1-6 in Openbaring 19:11-16 wordt opgepakt en verwerkt. Het rauwe beeld van God die als wreker de volken vertrapt wordt zonder blikken of blozen toegepast op Christus. De eerste christenen deinsden er niet voor terug om ook over Hem met twee woorden te spreken. En hoeveel toorn zit er niet in Jezus’ optreden ten overstaan van hen die als orthodox en Bijbelgetrouw te boek staan? Zijn ‘laatste preken’ (Matth. 24 e.a.) liegen er niet om. Dus, wat hebben wij van Jezus gemaakt? Vanuit het OT gezien zouden we wel wat meer over zijn grote liefde als heilige liefde mogen spreken.

4. U benadert in Wie is deze? de tekst vanuit wisselende perspectieven. Wat zijn deze perspectieven en wat leveren ze voor antwoorden op?

Het proefschrift gaat over de compositie van Jes. 63. De aanleiding is dat in het Jesaja-onderzoek een tweedeling van deze tekst wordt aangenomen: 63:1-6 en 63:7-64:11. Ik heb onderzocht in hoeverre deze tweedeling juist is. Om toegang tot de tekst te krijgen heb ik vijf sleutels gebruikt.

Een eerste toegang tot de bijbeltekst verschaf ik me door te letten op de syntaxis van deze tekst: zinsbouw, werkwoordsvormen, voornaamwoorden etc. Vervolgens richt ik me op de personages of actanten in deze tekst. Het resultaat van beide analyses is, dat er inderdaad twee tekstdelen kunnen worden onderscheiden, die oorspronkelijk los van elkaar hebben bestaan. Een tweede resultaat is dat ik aanwijzingen heb, dat vers 4 en vers 16 belangrijke verzen zijn in het geheel van de compositie.

De derde sleutel die ik hanteer is die van het onderzoek naar de woorden van de tekst. Ik bestudeer de samenhang van woorden binnen Jes. 63 en de samenhang van woorden met het geheel van het boek Jesaja. Het resultaat is in dit geval tweeërlei. Ik laat zien, dat er ook op grond van de woorden een tweedeling is waar te nemen, maar dat er op grond van weer andere woorden ook sprake is van samenhang binnen Jes. 63. Een belangrijk onderzoeksresultaat is, dat ik aantoon dat de schrijvers van Jes. 63:1-6 en 63:7-64:11 bij de compositie van hun tekst reeds bestaande teksten in gedachten hadden. Voorhanden tekstoverleveringen zijn opgepakt, verwerkt en geactualiseerd. De schrijver of redactie die beide teksten tot één geheel componeerde heeft dat zo gedaan, dat bepaalde woorden eruit springen: גאולי, mijn verlosten in 63:4 en גאלנו in 63:16. Kortom, op het niveau van de woorden vertoont de tekst samenhang.

Hierna onderzoek ik de tekstvorm: hoe zien de overgeleverde Hebreeuwse, Griekse en Latijnse handschriften van Jes. 63 eruit? Deze vorm ‘verraadt’ hoe eerste lezers en hoorders van de tekst deze hebben verstaan. Hier krijgt mijn onderzoek een ‘knik’. Want deze analyse resulteert in de waarneming dat het onjuist is om Jes. 63:19 te beschouwen als het slot van Jes. 63: 63:7-19 vormt een onlosmakelijk geheel met 64:1-11. Deze uitkomst betekent dat ik Jes. 64:1-11 zou moeten meenemen in mijn onderzoek naar de compositie van Jes. 63. Ondertussen laat ook dit onderzoek naar de tekstvorm zien dat er inderdaad twee tekstdelen kunnen worden onderscheiden; 63:1-6 en 63:7-64:11.

In hoofdstuk 6 gebruik ik een vijfde sleutel om in de tekst te komen: ik onderzoek de metaforen of voorstellingen van God. Het onderzoek naar de woorden wees uit dat de samenhang van beide tekstdelen ligt op het niveau van de woorden en dat zijn woorden die veelal verwijzen naar God. Ik toon aan dat de eenheid van de tekst ligt in zijn meervoudig spreken over God als wreker en verlosser (63:1-6), de vader die zich in toorn verbergt (63:7-64:11).

De conclusie van deze studie is a) dat er inderdaad twee teksten kunnen worden onderscheiden die onafhankelijk van elkaar zijn ontstaan, en b) dat beide teksten tot één geheel zijn samengebracht met het oog op de boodschap die de schrijver wilde overbrengen aan een volk in benarde tijden. De eenheid van deze tekst ligt in zijn boodschap aangaande God.

5. En u krijgt bij deze gelegenheid om uw boek aan te bevelen. Waarom zouden in uw ogen theologisch geïnteresseerden Wie is deze? moeten lezen?

Ik denk dat mijn studie om in elk geval twee redenen de moeite van het lezen waard is. Om te beginnen omdat deze laat zien hoe een bijbeltekst als Jes. 63 is ontstaan. Door dit onderzoek heb ik zelf een verdiept inzicht gekregen in de totstandkoming van de Bijbel en in wat we de inspiratie van de Schrift zijn gaan noemen. Ik ben onder de indruk gekomen van het respect voor de overgeleverde profetische teksten. Deze werden ontvangen als relevante woorden van God, die in nieuwe en veranderende tijden vragen om herinterpretatie en actualisering. Zo ontstaan weer nieuwe teksten, de teksten zoals we die nu in onze Bijbel aantreffen. Deze ‘binnenbijbelse’ hermeneutiek is buitengewoon boeiend! In de Bijbel zelf gebeurt al wat wij als voorgangers elke zondag doen: herinterpretatie en actualisering van de ons overgeleverde teksten. Vanuit de overtuiging dat we niet zomaar teksten in handen hebben, maar teksten die als het woord van de levende God verstaan moeten worden.

Een tweede reden is dat ik in dit proefschift aantoon hoezeer het van belang is dat we de vorm waarin de teksten ons zijn overgeleverd serieus nemen. Het is ronduit vreemd dat we tot in de vertalingen toe een knip aanbrengen na Jes. 63:19 of zelfs in Jes. 63:19. We moeten ons realiseren dat dit gevolgen kan hebben voor de interpretatie van teksten. Deze kan zich verwijderen van de betekenis die de eerste lezers en hoorders aan de tekst gaven. In mijn boek verwijs ik naar J.C. de Moor die met betrekking tot Jes. 63:19 beweert dat de knip in vers 19 teruggaat op een anti-joodse uitleg van Jes. 63. Er staat dus nogal wat op het spel!

Een derde, en wat mij betreft de belangrijkste reden om dit boek ter hand te nemen is, dat een tekst als Jes. 63-64 ons inzicht geeft in het spreken van de Bijbel over God. Uit deze tekst blijkt hoe Israël zelf met twee woorden over God spreekt en er niet voor terugdeinst om van Hem te zeggen dat Hij de God is die zich wreekt en de volken in zijn toorn vertrapt. Een tekst als Jes. 63-64 bepaalt ons bij door en door bijbelse noties als Gods toorn, wraak en verberging, maar ook bij een metafoor als God, de vader. Hoe verhouden zulke bijbelse Godsbeelden zich tot elkaar? Daarover gaat het ook in deze studie. In het laatste hoofdstuk schets ik in het kort wat naar mijn idee de relevantie van dit spreken over God voor ons en de kerk van vandaag kan zijn. Ik pleit met J.J. Suurmond voor een eerherstel van het heilige of de Heilige in ons spreken en preken over God wil de boodschap van de kerk en het christelijke geloof ook in deze dagen relevant zijn.

Onlangs werd ds. Willem Jan Dekker ook geïnterviewd door zijn zoon. Klik hier om het interview te lezen.

Meer actuele boeken over wie God is:

WIe is deze Willem Jan Dekker
Liefde is licht Simone Weil
wie ben jij o liefde pater frans van der lugt

Laatst verscheen ook een inteview met Laurent Bastiaens over zijn vertaling van de teksten van Simone Weil. Wat bracht hem tot zekerheid? Welke teksten hielpen hem hierbij? Klik hier om het te lezen.

Categorieën

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *