Een peetvader aan zijn peetzoon

10 december 2019

De ontdekking dat genade de kern van het Evangelie is heeft mijn leven op de kop gezet. Helaas deed ik die ontdekking pas op mijn 33ste. Een periode van dorstig drinken bij deze nieuwe identiteitsbron ging geleidelijk over in het inspireren van anderen. Kerkzalen en conferentieoorden, gevuld met net zulke dorstige types, lieten zich laven of deden daar krampachtig pogingen toe. Die ervaringen, met inmiddels duizenden toehoorders, vormden de aanleiding voor de steeds sterker wordende vraag hoe het toch mogelijk is dat zovelen christelijk waren opgevoed en toch, net als ik zelf, het unieke kenmerk van dat wat christelijk is hadden gemist? Nu ik alweer een flink aantal jaren met die vraag aan de slag ben worden er wel contouren zichtbaar van een antwoord. Inmiddels ben ik gegroeid in de overtuiging dat een christelijke geloofsopvoeding bijzonder gevaarlijke kanten heeft als het gaat om de ontdekking van genade. Vanwege de natuurlijke hechting en loyaliteit tussen ouders en kinderen is het nagenoeg onmogelijk om via die relatie de genade van God zo te ontvangen dat de identiteit van het kind erdoor verandert. Voor een (klein) kind is het onmogelijk om de ouders, als belangrijkste identiteitsbron, in te ruilen voor God. Op zich is daar nog niets mis mee, maar het wordt ‘gevaarlijk’ als de ouders vervolgens wel hun best doen om hun kinderen ‘christelijk te maken’. Vooral als die ouderlijke inspanningen gepaard gaan met het aanleren van godsdienstige rituelen, christelijke gedrag en gehoorzaamheid aan een heilige moraal. Dat leidt in de meeste gevallen tot een moreel goed en christelijk uitziend leven. Wat zo’n leven helaas mist is dat het niet voortkomt uit een geraakt zijn door genade, maar ontstaan is uit een loyaliteit aan en afhankelijkheid van ouders. Jezus noemt de gezinssituatie om deze reden zelfs levensgevaarlijk. “De vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten. Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waardig. Wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waardig.” (Mattheüs 10: 34-37). Deze relationele krachten zijn zo sterk dat Jezus er zelfs (figuurlijk) een zwaard en een wig voor moet gebruiken om ouders en kinderen, op identiteitsnivo, van elkaar te splijten.

Constateren dat veel geloofsopvoedingen dus gevaarlijk zijn is één ding, met goede alternatieven op de proppen komen is iets anders. In mijn denk- en speurwerk naar mogelijke oplossingen kreeg ik onverwacht het boek “Brieven aan mijn peetzoon” in handen. Direct vanaf het voorwoord intrigeerde dit boek mij. Juist omdat het gaat over betrokkenheid op het leven van een kind door iemand die zich diep verbonden voelt met de ouders én het kind. Een betrouwbare ‘derde partij’ die uit dezelfde bron put als de ouders, en daarmee hetzelfde verlangt voor het kind, maar op een heel andere manier invloed heeft op het kind. Tijdens het lezen bekroop mij steeds meer het gevoel dat die andere manier, de peetrelatie, wel eens een belangrijk middel zou kunnen zijn voor de Geest van God om het kind (ooit) te overtuigen van Gods kostbare genade. Een peetouder is door zijn positie beter in staat het opgroeiende kind te laten ervaren hoe waardevol en kostbaar het is zonder de schijn van eigenbelang of een appèl te doen op de loyaliteit van het kind. De peetrelatie leent zich daarom uitstekend om het kind genade-ervaringen op te laten doen. Daarnaast kan de peetouder een waardevolle rol vervullen richting de ouders. Vanwege de vertrouwensband kan de peetvader/moeder de ouders op een liefdevolle manier confronteren met hun overmatige manier van claimen, bemoeien of dwingen, mocht dat aan de orde zijn. De rol van de wig en het zwaard waar Jezus in Mattheüs 10 over spreekt. Samuel Wells noemt het in zijn voorwoord een priesterrol.  

“Brieven aan mijn peetzoon” geeft een openhartig inkijkje in de rol die Stanley Hauerwas vervulde als peetvader van Laurie Wells, de zoon van Samuel Wells. De subtitel “Over karaktervorming voor kleine en grote christenen” is treffend. Op een mooie persoonlijke manier (be)schrijft Stanley jaarlijks een karaktereigenschap. Niet op een belerende manier maar vanuit zijn eigen persoonlijke ervaringen inspireert en bemoedigt hij Laurie in zijn karakterontwikkeling. Mooie karaktereigenschappen vragen veel bewustwording en inspanning zeker in de tijd en cultuur waarin we leven. Die cultuur wordt door Stanley scherp gepeild en hij is niet verlegen zijn eigen mening daarover te geven. Hoewel het persoonlijke brieven betreft zijn ze universeel toepasbaar op elke christen die zich wil inspannen om zijn christelijke karakter op te scherpen of als je anderen daarin behulpzaam wilt zijn, bijvoorbeeld als peetouder. Het lijkt mij ook een boek dat zich uitstekend leent voor kleine groepen die willen investeren in de groei van hun persoonlijkheden en het onderlinge vertrouwen in hun geestelijke gemeenschap. Ik zie overigens ook een mooie toepassing voor huwelijkspartners. Het boek kan zeer behulpzaam zijn om elkaars karakters nog beter te leren kennen en eventueel te ontwikkelen.

Door Arie de Rover, spreker, schrijver en coach.


Over Brieven aan mijn peetzoon

Theoloog en ethicus Stanley Hauerwas geeft zijn peetzoon in Brieven aan mijn peetzoon een waardevol cadeau: levenswijsheid. Hauerwas verstuurde zestien brieven naar Laurence Wells (de zoon van Samuel Wells): de eerste bij diens doop, en daarna jaarlijks. In elke brief bezint Hauerwas zich op een deugd en gaat hij na wat deze betekent voor jonge en oudere christenen. In zijn persoonlijke brieven over vriendelijkheid, moed, dienstbaarheid, vreugde, en andere eigenschappen, verwerkt Hauerwas eeuwen aan religieus denken en veel zelfrefectie. Bovendien reikt hij op deze manier woorden aan aan ouders die ook over christen-zijn willen praten met hun kinderen.

Categorieën