De ontheiliging van God

18 december 2017

Bij wat heilig is huiver ik. Of misschien moet ik zeggen: bij wat als heilig beschouwd wordt. Want is dat wat als heilig beschouwd wordt ook daadwerkelijk heilig? Wat is heilig? Wat ís heilig?

Voor mij als protestants-evangelische opgevoede jongen heeft altijd als een paal boven water gestaan dat alleen God heilig is en niets anders. Heilig betekende dan: anders dan al het andere, ver uitstijgend boven deze werkelijkheid, onaantastbaar en volmaakt. Het idee dat alleen God heilig is, geeft een zekere vrijheid: niets of niemand in deze werkelijkheid hoeft aanbeden of verheerlijkt te worden.

Dreiging

Maar waarom dan die huiver? Heiligheid roept bij mij ook dreiging op, een associatie van een volmaakte God, in wiens aanwezigheid ik eigenlijk niet kan zijn in al mijn gebreken. Heiligheid als een aangenaam verwarmend vuurtje, waar je tegelijkertijd vooral niet te dichtbij moet komen, op gevaar van eigen leven.

De Antropoloog René Girard schreef in zijn baanbrekende boek La Violence et le Sacré (1972) dat ‘het sacrale’ niets meer is dan de optelsom van menselijk geweld. In zijn onderzoek naar mythologie en offercultussen zag hij hoe beschavingen in de oudheid hun eenheid vonden in het aanwijzen van zondebokken. Zodra een bepaalde groep een van haar leden de schuld kon geven van alles wat er mis was – ziekte, ruzie, crisis – was de rust wedergekeerd.

De moord op dit slachtoffer werd in mythes opgetekend als ware het een daad, die door een godheid geëist werd.

In offers en riten werd deze moord tijdig ritueel nagespeeld, zodat niet opnieuw de pleuris uit zou breken in de gemeenschap. Uit dit zondebokmechanisme heeft de mensheid beschaving, cultussen, religie en dus ook ‘het heilige’ te danken.

Tegengif

Heiligheid was in die zin van oudsher al iets dat zowel vreugde als vrezen en beven opriep bij mensen. Toch is er een tegengif te vinden in de Bijbelse teksten, zo ontdekte Girard. In plaats van het zondebokmechanisme te verhullen, kiest de Bijbel juist het perspectief van het slachtoffer. Een radicale en gevaarlijke ontmaskering, dat de mensheid berooft van haar eenheid-brengende goden: ‘Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar verdeeldheid,’ zei Jezus dan ook.

Jezus, die nota bene stierf als zondebok.

Op de dag van zijn executie werden zelfs aartsrivalen Herodes en Pilatus vrienden van elkaar. Hogepriester Kajafas reageerde heel ‘realpolitiek’ dat het beter was dat één man zou sterven dan dat het hele volk ten onder zou gaan. Maar het christelijke verhaal vertelt dat juist in deze veroordeelde man God als in niemand of niets anders zichtbaar werd.

Als Jezus sterft, scheurt het voorhangsel van de tempel, waarachter zich het Heilige der Heiligen bevond. Volgens de Ierse theoloog Peter Rollins is het van nogal grote betekenis dat op dat moment duidelijk werd dat er eigenlijk helemaal niets achter dat voorhangsel te vinden is. Jezus als de ontheiliging van God, zonder dat het duidelijk is of God de ontheiligde of de ontheiliger zelf is.

Waarschuwing

Natuurlijk kun je met deze radicale interpretatie de seculiere loftrompet blazen en zeggen dat er niks goddelijks of heiligs is en dat alles wat zo lijkt menselijke projectie is. Maar voor mij is het vooral een waarschuwing: probeer niet te snel die leegte in de tempel op te vullen met wat voor afgodsbeeld dan ook. Want wat heilig is, is misschien wel te vinden waar ik het niet verwacht en in wie het meest wordt veracht.

Zo blijf ik huiveren bij het idee van heiligheid, maar ik geloof dat de huivering zelf steeds heiliger wordt.

Auteur: Daan Savert

Daan Savert is theoloog en gepassioneerd pacifist. Hij deed de Peace, Trauma and Religion Master aan de VU in Amsterdam en hij maakt onderdeel uit van Christian Peacemaker Teams, waarvoor hij regelmatig afreist naar het Midden Oosten.


Boekentip: Vrijspraak voor Losers

Vrijspraak voor losers - Nadia Bolz-Weber

In ‘Vrijspraak voor losers’ houdt Nadia Bolz-Weber een vlammend pleidooi voor religieuze vrijheid. In een eerlijke, verhalende stijl vertelt zij over haar werk als pastor. Zij ontdekt dat God zich laat vinden in alle mensen. Keer op keer ontmoet ze God in mensen die het minst geschikt lijken: een agnost, een travestiet of een criminele bisschop. Door deze onheilige heiligen te ontmoeten, leert ze wat genade is. Dit boek laat zien wat er gebeurt als gewone mensen brood en wijn delen, de Bijbel lezen en elkaar hun levensverhalen vertellen.