Antoine Bodar: ‘Geen uur van mijn leven zou ik willen overdoen’

24 februari 2020

Antoine Bodar is Nederlands bekendste priester. In zijn boek Antoine Bodar, een portret blikt hij, met schrijver Nels Fahner, terug op belangrijke episodes uit zijn leven. Op 28 november 2019 hield hij tijdens de boekpresentatie deze toespraak.


Dit is een bijdrage n.a.v. Antoine Bodar

antoine bodar een protret

Antoine Bodar is een portret van Nederlands bekendste priester, geliefd én verguisd, en altijd bereid om een impopulair standpunt in te nemen. Met Nels Fahner blikt hij voor het eerst uitgebreid terug op belangrijke episodes in zijn leven.


Hoe is het om 75 jaar oud te worden?

Op 27 oktober 1944, vijfenzeventig jaar geleden, is ‘s-Hertogenbosch na zes dagen hevige strijd door de Britten bevrijd. Ruim eenderde van alle panden was beschadigd of verwoest. Van de burgers kwamen er 118 om evenals 144 Britten en 274 Duitsers. In één nacht tijds werden 50.000 granaten op de Hertogstad afgevuurd. Twaalf uren verkeerden de Bosschenaren in doodsangst. Het treinstation van Pierre Cuypers was vernietigd en ook de brug over de Zuid-Willems-Vaart in het verlengde van de Sint Joseph Straat. Zo meldt althans de NOS-rubriek ’75 jaar bevrijding’ bij deze datum.

Vanuit deze Kerkstraat is het vijf minuten te voet naar het Grootziekengasthuis via de Torenstraat langs de Sint Janstoren en de Mariakapel, de Sint Joseph Straat en het Kardinaal van Rossum Plein naar het oord in de Nieuwstraat waar ik twee maanden na de bevrijding van de stad, op 28 december 1944, in de late avond uit de moederschoot tevoorschijn ben gekomen. Het in rode baksteen opgetrokken pand uit 1932 staat er nog en is onlangs gerestaureerd en is nu naar verluidt een rusthuis voor oude mensen — vijfenzeventig-plus vermoed ik. Aan de gevel waken nog altijd Elisabeth van Thüringen en Vincentius van Paul, voorbeeldige figuren, vereerd als heiligen, die zich hebben bekommerd om zieken en anderszins hulpbehoevenden.

Bij gelegenheid van dit, mijn kroonjaar verschijnt vandaag op 28 november 2019 een door Nels Fahner geschreven portret — gevolg van een reeks vertrouwelijke gesprekken op plaatsen waarvan de straten mijn voetstappen hebben gedrukt. Amsterdam en Leiden, Rome en ‘s-Hertogenbosch.

In de Hertogstad ben ik wel geboren

Hier in de Hertogstad ben ik wel geboren maar de ouders vertrokken spoedig met de toen twee zonen, van wie ik de tweede ben, eerst naar Bussum en later naar Amsterdam waar ik getogen ben, school gegaan tot en met mijn eerste studie aan de Universiteit van Amsterdam. Ik heb toen niet vermoed nog eens zo gaarne in mijn geboortestad te verkeren. Natuurlijk reisden wij als gezin, inmiddels van vier kinderen, met grote regelmaat naar ‘s-Hertogenbosch waar de beide families woonden en waar een bezoek aan de Zoete Moeder in de kathedrale basiliek nooit werd overgeslagen. Maar het was in de tijd dat mijn vader zestig jaar was geworden dat mijn ouders samen terugkeerden naar hun geboortestad en zij hier nog weer een kwarteeuw hebben gewoond, dat ik de Brabantse wortels ontdekte, mij overtuigd lid van de Generaliteitslanden begon gewaar te worden en zoals de Vlamingen en de Limburgers als Brabander de beterweters van boven de Moerdijk met andere ogen ging beschouwen.

“Ik heb mij een periode lang begrepen als het monster van de Hertogstad.”

Gewijd tot priester in de Sint Bavo van Haarlem deed ik hier mijn eerste Heilige Mis in de Sint Jan. Hier voer ik mijn beide ouders uit vanuit de Cathrien of Kruiskerk waar beiden ook waren gedoopt in 1917 en 1920. Hier speelde ik een jaar kort plebaan, door een enkeling geliefd maar voor het overige tamelijk gehaat — zelfs zo dat ik mij een periode lang heb begrepen als het monster van de Hertogstad.
Hier zal ook mijn uitvaart zijn en de rustplaats van mijn stoffelijke resten.

Dit is geen biografie

Om waarschijnlijk publicitaire redenen wordt dit nu verschenen portret aangemerkt als biografie, ofschoon het dat niet is. In 2020 verschijnt een biografie, waarvan leven en werk beide deel uitmaken. Maar dat volgende boek kan niet worden voltooid zonder dit geschrift , dit portret van Nels Fahner waarvoor ik hem hier dank zeg. Ik heb open en zonder terughoudendheid over mijn leven verteld en hij, Nels, heeft daarvan terughoudend en beschaafd zonder zin voor sensatie gebruik gemaakt. Ik heb dit portret geautoriseerd, omdat hierin over mijn leven wordt verteld, zoals ik het zelf heb beleefd. Treurige zaken en schone zaken. De herbeleving van menige levensepisode is mij niet goed afgegaan. Te meer is het mijn tevredenheid dat hetgeen in dit boek wordt gezegd niet nog eens gezegd behoeft te worden. Wat mijn eigen aandeel aan dit portret betreft: Ik ben daarop niet trots, geenszins. Ik hoop niemand vanuit het verleden of het heden erdoor gekwetst te hebben. Indien zo, dan verontschuldig ik mij nu reeds. In ieder geval was het niet mijn oogmerk met deze reeks opgetekende gesprekken mijn eigen levensstraat schoon te vegen.

Alsof alleen het leven schoon is

Hoe is het om 75 jaren oud te worden? Ik ben lang jong gebleven. Naar eigen inzicht heb ik de volwassen middelbare leeftijd overgeslagen en ben ik zonder overgang in de ouderdom aangekomen — de jonge ouderdom wel te verstaan. Het is pas van werkelijk recente datum dat de zin om op te treden vermindert en ook de zin om te studeren, te schrijven, te werken. Of dat zo blijft, weet ik nog niet. Maar om het eigentijds en in D66-taal te zeggen: Ik vind het leven zo wel voldoende. Ik ben nagenoeg klaar om te gaan. Niettemin zou ik nog wat kunnen blijven.

“Geen uur van mijn leven zou ik willen overdoen.”

De wijsheid van de ouden is mij niet ten deel gevallen. Maar desondanks heb ik vrede met het leven. Geen uur van mijn leven zou ik willen overdoen. Ik aanvaard dat het is gegaan zoals het is gegaan. Alle lessen die ik anderen heb voorgehouden omtrent de dood mag ik nu zelf overwegen: ‘Media vita summus in morte.’ (Midden in het leven zijn we in de dood.) ‘Hodie mihi, cras tibi.’ (Heden ga ik dood maar morgen gij.) ‘Memento mori.’ (Bedenkt dat ge zult sterven.) ‘Homo bulla.’ (Meer dan een luchtbel is de mens niet.) ‘Sic transit gloria mundi.’ (Zo vergaat de eer van de wereld.) En ten slotte deze uitspraak van Montaigne: ‘Maakt de dood tot uw vriend, dan kan hij u ook niet overvallen.’

Het ligt in de natuurlijke voorbeschikking van de mens dat de geslachten elkaar opvolgen. Het getuigt van de hedendaagse dwaasheid dat de mensen hun leven op deze aardkloot zo lang mogelijk zouden willen doen rekken, alsof alleen het leven schoon is maar niet evenzeer de dood in de rust van de kist.

Ik ben dankbaar

Ik ben dankbaar voor het leven dat mij is geschonken. Matig heb ik wat ervan gemaakt. Maar mocht ik toch 80 worden of zelfs 85, dan hoop ik u allen te blijven kennen en ook te kunnen werken totdat de dood erop ten slotte toch onherroepelijk zal volgen, indachtig deze les van Jezus die Hij uit jegens Petrus (Jo 21,18): ‘Voorwaar, voorwaar ik zeg u — toen ge jong waart, deedt ge zelf uw gordel om en ging waarheen ge wilde, maar wanneer ge oud zijt, zult ge uw handen uitstrekken, een ander zal u omgorden en u brengen waarheen ge niet wilt.’

Ik dank u allen voor uw komst naar hier. Ik dank voor de gastvrijheid André Stikkers, eigenaar van boekhandel Heinen, ik dank uitgever Peter Gorter van KokBoekencentrum, ik dank vormgeefster Marion Rosendahl en fotograaf Wim van de Hulst, ik dank nog eens Nels Fahner en ook in enen Beppie de Rooy die ons beiden als engel heeft bijgestaan in de voltooiing van dit portret. Aan haar overhandig ik het zo juist uit handen van Nels ontvangen eerste exemplaar als eerbetoon.

Lees hier de recensie van Bep van Muilekom over het boek Antoine Bodar, een portret.

Andere actuele boeken van Antoine Bodar:

antoine bodar een protret nels fahner
droef gemoed antoine bodar nels fahner
ongeordende liefde antoine bodar wim houtman

Categorieën