7 randfiguren uit de Bijbel

3 augustus 2020

In de Bijbel spelen buitenstaanders en randfiguren vaak een verrassende rol. Vaak hebben ze meer begrepen en ontvangen van God dan de mensen die er wél bij horen. Hun verschijningen zijn vaak verrassend en zorgen ervoor dat de verdeling tussen wie erbij hoort en wie niet toch niet zo duidelijk blijkt als verwacht. De randfiguren zijn het bewijs dat God met iedereen een plan heeft en zorgt ervoor dat we onze indeling in hokjes nog eens  overdenken. Uit het boekje Randfiguren van Johan Visser selecteerden wij 7 randfiguren uit de Bijbel.

1. Melchizedek

De eerste van de 7 randfiguren uit de Bijbel is Melchizedek. Hij is koning over Salem. Abraham komt hem tegen nadat hij de strijd geleverd heeft om Lot, zijn neef, terug te krijgen. Opvallend is het contrast met de andere koningen in het verhaal. De andere koningen zijn typische koningen die nemen. Melchizedek is, net zoals Abram, iemand die geeft en zegent. Hij verschijnt met geschenken en biedt de strijders een koninklijke maaltijd aan.

2. Bileam

Het verhaal van Bileam staat in het Bijbelboek Numeri. Bileam is een profeet uit Pethor, waarschijnlijk lag dat in de buurt van de stad Karkemesh aan de Eufraat. Hij is een Arameeër (Aram is een oude naam voor Syrië). Het Bijbelverhaal geeft een heel dubbel beeld van hem. Aan de ene kant is hij een profeet van de Heer, noemt Hem zelfs ‘Mijn God’, en zegt alleen het woord van de HEER te spreken. Aan de andere kant vertoont hij trekken van een magiër. De boodschappers van Balak komen met een waarzeggersloon naar Bileam, wat bevestigt dat hij een heidense magiër is. In de rest van de Bijbel domineert een negatief beeld van Bileam. Dit komt doordat hij als raad aan de Midjanieten heeft gezegd dat de Moabitische vrouwen Israël moeten verleiden tot afgoderij.

In het visioen dat Bileam krijgt, ziet hij ‘een ster uit Jakob’ en ‘een scepter uit Israël’ opkomen. De ster staat voor een koninklijke figuur. Bijbeluitleggers denken dat het staat voor koning David, die uiteindelijk ook Moab zal veroveren. Maar in de loop van de tijd kreeg het visioen ook een Messiaanse lading: er wordt dan gedacht aan de ster die opkwam bij de geboorte van Jezus en de wijzen (magiërs) naar de Koning van de Joden heeft geleid (Mat:1-12).

3. Rachab

Rachab, de derde van de 7 randfiguren uit de Bijbel, is een prostituee in Jericho. Twee verkenners uit het vol Israël komen bij haar terecht. Rachab is de eerste Kanaäniet die in het boek aan het woord komt. Ze vertelt over de angst die leeft onder de Kanaänieten voor Israël en zijn God en kiest partij voor Israël, omdat ze er zeker van is dat de Heer dit land aan Israël geeft en haar familie wil redden. Wanneer de veiligheidsdiensten van Jericho de spionnen in het vizier krijgen, verbergt Rachab de verkenners. Door een scharlaken koord uit haar raam te hangen, wordt ze gered op het moment dat de muren van de stad omvallen.

4. De koningin van Seba

Het verhaal van de koningin van Seba speelt zich af in de tijd van Israëls Koningen. Salomo, de zoon van David, is koning. De koningin van Seba komt bij Salomo op visite. Niet in de eerste plaats om zijn rijkdom, maar om zijn wijsheid te horen. Ze functioneert in het verhaal als degene die de roem van koning Salomo beter uit laat komen. Toch krijgt ze een eigen plekje in de Bijbel door wat Jezus over haar zegt in Matteus 12:42 en Lucas 11:32: “Op de dag van het oordeel zal de koningin van het Zuiden samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van Salomo, en hier ziet u iemand die meer is dan Salomo!’

5. Generaal Naäman

Naäman is een generaal. Hij had de ziekte die ‘melaatsheid’ wordt genoemd. Na zijn genezing gelooft Naäman in de HEER. Terug bij Elisa spreekt hij de belijdenis uit dat ‘er op de hele aarde geen God is, dan in Israël.’  Daarmee zegt de heidense generaal dat er slechts één God is, die hij dan ook in zijn eigen land zal dienen. Omdat Naäman nog religieuze verplichtingen had die bij zijn positie horen, vraagt hij Elisa bij voorbaat om vergeving. Elisa zegt zonder te oordelen zijn zegen: ‘Ga in vrede’.

6. De wijzen uit het oosten

Toen Jezus werd geboren, kwamen er wijzen om hem te aanbidden en hem geschenken  te brengen. In het Matteusevangelie worden ze Magai genoemd, meestal vertaald met ‘wijzen’. Dat waren oorspronkelijk Perzische priesters, maar ook wordt de term gebruikt voor magiërs en astrologen in Mesopotamië of Perzië die zich bezighielden met verschillende soorten van wijsheid. Astrologie gaat er vanuit dat de bewegingen van de hemellichamen van betekenis zijn voor de gebeurtenissen op aarde en het lot van de mensen.

In de christelijke uitleg wordt vaak de link gelegd tussen de wijzen en de profetieën over koningen die de Messias met geschenken komen bezoeken. Sinds de zesde eeuw worden ze hierdoor als koningen gezien. Later kregen de wijzen zelfs namen en werden ze gezien als vertegenwoordigers van de hele mensheid. Casper uit Afrika, Melchior uit Europa en Balthasar uit Azië.

Voor Matteüs is de precieze identiteit van de wijzen niet van belang. Wél waren de magiërs uit het Oosten echte heidenen, die zich bezighielden met de geheimen van de sterren. Dat is in de Bijbel verboden. Toch zijn juist deze heidenen de eerste en enige bezoekers in het Matteüs-evangelie. Jezus is niet alleen de verwachte koning van de joden, hij zal ook de koning van de hele mensheid zijn.

7. De Kanaänitische vrouw

In de Bijbel richtte Jezus zich vooral op het volk van Israël. Toch zijn er een aantal gebeurtenissen opgeschreven waarin heidenen (niet-Joden) Jezus verrassen met hun geloof. Bijvoorbeeld de Romeinse centurio die volgens Jezus een groter geloof had dan mensen uit Israël (Mat. 8:5-13). Ook de naamloze Kanaänitische vrouw uit Matteus 15:21-28 werd geprezen om haar grote geloof. Deze buitenstaanders overtuigen Jezus op een bijzondere manier, namelijk met een gelijkenis. De Kanaänitische vrouw is de laatste van deze 7 randfiguren uit de Bijbel.

In Matteüs wordt de vrouw een ‘Kanaänitische’ genoemd. Zowel ‘Kanaäniet’ als ‘ hond’ waren negatieve termen die door Joden werden gebruikt voor onreine heidenen. Voordat de vrouw Jezus aansprak, heeft Jezus lang gesproken over reinheid en onreinheid. Hij sprak over dat Hij rituele reinheid, die te maken heeft met voedsel en reiniging van het lichaam, ondergeschikt maakt aan de reinheid van het hart (Mat. 15:1-20). Door van haar grote geloof te getuigen, laat ze zien dat heidenen ook rein van hart kunnen worden.

Het geloof gaat over je overgeven en toevertrouwen aan God, maar ook strijden met God. De vrouw gaat voor Jezus door de knieën, ze accepteert dat ze een heiden is en overtuigt Jezus om haar dochter te genezen. Dit samengaan van nederigheid en overtuiging maakt haar tot een gelovige.

Meer lezen over figuren uit de Bijbel? Lees ook: 7 feiten over Elisa, of: 10 personen uit de Oertijd.

Dit is een bijdrage n.a.v. Randfiguren

randfiguren johan visserIn Randfiguren, onderdeel van de serie “Verhalende Bijbelstudies’, wekt Johan Visser tien Bijbelse randfiguren tot leven. Buitenstaanders en randfiguren zijn er overal — ook in de Bijbel. Het verrassende van Bijbelse randfiguren is dat ze vaak meer hebben begrepen van God dan de mensen die er wél bij horen. Buitenstaanders tonen de onverwachtse en genadige manier waarop God zijn weg onder de mensen gaat.

In de serie “Verhalende Bijbelstudies’ worden Bijbelverhalen verteld met verbeelding en oog voor de Bijbelse details, achtergronden en verbanden. Uitleg over de betekenis en achtergronden en suggesties voor verwerking maken de boeken uitermate geschikt voor Bijbelkringen en gespreksgroepen.

button

 

Categorieën

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *