10 personen uit de Oertijd

22 juni 2020

In het boek Godenstrijd wordt het verhaal verteld van Genesis en het begin van de wereld. Evert Jan Ouweneel gebruikte Genesis als basis en vulde het aan met andere geschriften. Zo werd Godenstrijd een complete mythe met veel bekende en minder bekende personages. Wie zijn die personages? Wij verzamelden 10 personen uit het verhaal van het begin.

1. Adam

God schiep de nieuwe mens. Hij werd naar Zijn beeld geschapen, mannelijk en vrouwelijk. God gaf aan de mens de zaaddragende planten en vruchtbomen te eten. Adam werd gevormd uit stof uit de aardbodem, geweven in de schoot van een maagd en door Gods Geest tot leven gewekt. Buiten de hof werd hij geboren, uit een rechtvaardige van het tweede mensengeslacht. En God blies in hem meer van zijn Geest en kracht dan ooit tevoren, opdat de mens meer dan ooit bewogen zou raken over wat God beweegt.

2. Kaïn

Kaïn was de eerste zoon van Adam en Eva. Hij werd landbouwer en werd leider over de landbouwers. Altijd toonde hij zijn dankbaarheid door de mooiste van de eerstgeborenen aan God te schenken. Toen Abel, zijn broertje, beschermheer werd van de gemeenschap, werd Kaïn jaloers. Kaïn wendde zich in zijn jaloezie tot de Stoicheia Engelen. God zag dat en beantwoorde de offers van Kaïn niet meer en die van Abel wel. De mensen zagen dit en keerden zich af Kaïn af. Kaïn werd hierdoor woedend. Daarop doodde Kaïn zijn broer Abel. Kaïn werd weggestuurd door God. Maar Kaïn was bang, hij zei dat deze straf te zwaar was om te dragen en dat iedereen hem zomaar zou kunnen doden. God merkte hem hierop met een teken zodat niemand die hem tegenkwam hem zou doden. Kaïn vestigde zich in Nod, een land ten oosten van Eden, aan de voet van de berg Hermon. Hier zocht hij toenadering tot de Stoicheia engelen. Zijn zoon heette Henoch.

3. Naäma

Naäma was de dochter van Lamech, die de zoon was van Metusaël, die de zoon was van Mechajuël, de kleinzoon van Henoch. Zij kon heel mooi zingen en ze was heel mooi. Hiermee wist ze de engelen in vervoering te brengen. Zij liet de engelen beseffen dat de mens iets bezat dat de engelen ontbrak: het vermogen zich te vermenigvuldigen door één lichaam met de ander te zijn. Volgens het boek Henoch voerde Naäma de vrouwen aan toen de Wachters neerdaalden uit de hemel en liepen Naäma en de vrouwen de wachters tegemoet. De Wachters kozen ieder een vrouw voor zich en hadden gemeenschap met hen. Naäma koos Azazel en werd zijn vrouw. Ze was zo mooi dat Azazel ertoe kwam de geheimen van de hemel aan haar te openbaren. Toen zij stierf, vonden zij en de andere vrouwen die bereidwillig met Wachters hadden geslapen geen rust in het dodenrijk. Zij ontwikkelden zich tot Sirenen van later tijd en werden door Naäma aangevoerd.

4. Humbaba

Humbaba was een Oger en behoorde tot de huiveringwekkendste monsters die de Wachters deden ontstaan. Zijn brul was een wervelwind, zijn mond een vlammenzee en zijn adem de dood. Het monster had weinig nut en om het toch wat nut te geven, moest het het woud van de Libanon bewaken. Maar op den duur werd Humbaba zo wreed en luidruchtig dat ook de Wachters geen positieve kanten meer zagen aan zijn bestaan. De reus Gilgamesh versloeg uiteindelijk Humbaba.

5. Gilgamesj

Gilgamesj was een reus en regeerde over de stad Uruk. Hij vroeg aan de wachters toestemming om het monster Humbaba te verslaan in ruil voor cederhout. Gilgamesh reisde naar het cederwoud en hij hoorde al van ver het gebrul van Humbaba. De moed zonk hem in de schoenen. Maar er was een Wachter die met veel wind het monster ving. Humbaba kon geen kant meer op en smeekte om zijn leven. Gilgamesj kreeg medelijden, maar de engel riep: “Bedenk waarom je hier gekomen bent!” Daarop sloeg Gilgamesj het hoofd van Humbaba af. Gilgamesj beleefde nog andere avonturen, maar die kunt u lezen in Godenstrijd.

6. Henoch

Henoch werd wel 365 jaar oud. Hij had God lief en bezat een vurig verlangen naar gerechtigheid. Hij zonderde zich veel af om te bidden tot God. God sprak volgens het boek Sefar haJasjar van aangezicht tot aangezicht met Henoch, zoals een mens met een vriend. Er verscheen dan een glans op zijn gezicht die de mensen konden zien. Volgens Hebreeën 11:5 zei men over hem dat hij wandelde met God. En volgens Sefar haJasjar zochten de mensen hem op om Henoch om raad te vragen. Iedere keer dat Henoch zich onder de mensen begaf, onderwees hij hun in de wegen en wijsheid van God. Toen Henoch 365 jaar oud was, nam God hem weg van de aarde. Hij stierf niet en werd niet begraven, want God nam hem weg.

7. Sem

Sem was de zoon van Noach. Toen Noach eens dronken was, zag Kanaän, de zoom van Cham, zijn grootvader naakt. Hij vertelde dit aan Cham en die vertelde het weer aan zijn broers, Sem en Jafet. Sem besloot zijn vaders naaktheid te bedekken en samen met Jafet legde hij een mantel over heen door achterstevoren de tent binnen te lopen. Toen Noach zijn roes had uitgeslapen en wakker werd, zalfde hij Sem in aanwezigheid van zijn broers. Hij zou nu Melchizedek heten. Hebreeën zegt over hem dat hij een vredevorst zal zijn en volgens Exodus een koninklijke priester in de lijn van Adam, Set en Henoch.

8. Lot

Lot was de neef van Abram. Hij was met Abram meegetrokken vanaf Haran en had zijn eigen schapen, runderen en tenten. Samen met Abram bezat hij zoveel vee, dat er te weinig land beschikbaar was om bij elkaar te blijven wonen. Er ontstonden conflicten tussen de herders van Abram en die van Lot. Daarom zei Abram tegen Lot dat ze geen ruzie met elkaar moesten maken en ook hun herders niet. Het zou beter zijn wanneer ze zich zouden verspreiden. Lot moest kiezen waar hij heen zou gaan, dan zou Abram de andere kant op gaan. Hij koos voor het gebied langs de Jordaan, vlakbij Sodom. Later ging hij in Sodom wonen. Maar God besloot dat hij Sodom zou verwoesten. Op een dag kwamen er twee engelen in de stad en Lot bood ze onderdak aan. De engelen weigerden eerst, omdat gastvrijheid een zwaar vergrijp was in Sodom, maar Lot bleef aandringen. De engelen gingen met hem mee. Maar het gerucht ging als een lopend vuurtje door Sodom en de inwoners van Sodom waren woedend. Lot vroeg de andere inwoners om de engelen geen kwaad te doen, maar ze waren te boos. De engelen beschermden Lot en zijn huis. Ze vertelden Lot dat ze de stad gingen verwoesten en vroegen of hij nog meer familie had. Snel verzamelde Lot zijn familie en daarna gingen ze weg uit de stad. Ze mochten niet omkijken. Edith, de vrouw van Lot, deed dat toch en daardoor veranderde ze in een zuil van zout. Andere verhalen over Lot kunt u lezen in Godenstrijd.

9. Hagar

Toen Sarai, de vrouw van Abram nog steeds geen kinderen kreeg, zei ze tegen Abram: “God houdt mijn baarmoeder gesloten. Kennelijk verwacht Hij dat ik langs een andere weg voor nakomelingen zorg. Slaap toch met Hagar, mijn slavin. Wellicht kan ik uit háár nageslacht krijgen”. Abram stemde hiermee in en Sarai gaf haar slavin aan Abram. Hagar werd zwanger van hem. Maar Hagar maakte Sarai het leven zo zuur dat Sarai het leven van Hagar heel zwaar maakte. Hagar vluchtte weg in de woestijn. God verscheen aan haar als een Engel en vroeg: “Hagar, slavin van Sarai, waar kom je vandaan en waar ga je heen?”
Hagar antwoordde: “Ik ben gevlucht voor Sarai, mijn meesteres.”
“Ga naar je meesteres terug en onderwerp je aan haar”,  sprak God. “Je gehoorzaamheid zal niet tevergeefs zijn, want Ik zal je nakomelingen zeer talrijk maken; zó talrijk dat ze niet te tellen zullen zijn. Je zult een zoon ter wereld brengen en hem Ismaël noemen – ‘God luistert’.”
Hagar keerde terug naar de tenten van Abram en toen hij 86 jaar oud was kreeg ze een kindje en ze noemde hem Ismaël.

10. Paltith

Paltith was de dochter van Lot. Op een dag zag ze een man halfdood bij de stadspoort liggen, nadat hij een marteling had ondergaan. Toen ze zijn geroep had gehoord, huilde zij in haar binnenste en raakte met ontferming bewogen. Iedere dag dat zij water ging halen rond het middaguur, gaf ze de man wat brood. De mensen die in Sodom woonden waren verbaasd dat de man niet doodging terwijl hij honger leed. Iemand moest hem helpen! Op een dag betrapten ze Paltith en sleepten haar voor de rechter. Daar werd ze veroordeeld tot de brandstapel.

Dit is een bijdrage n.a.v. Godenstrijd

Godenstrijd Evert Jan OuweneelIn Godenstrijd vertelt Evert Jan Ouweneel het mythische verhaal van het vroegste begin. Zelfs van vóór dat begin, toen ook de engelen nog niet wisten welke taak hun in de kosmos was toebedeeld. Deze kroniek doet verslag van de strijd tussen het geslacht van de mensen en dat van de engelen. Met frisse literaire overmoed construeert Evert Jan Ouweneel een verhaal dat gebaseerd is op vele oeroude mythen en sagen. Het resultaat is een meeslepend verhaal, een nog nooit vertelde mythe.

button

Meer acutele boeken over het begin:

Godenstrijd Evert Jan OuweneelGenesis Max LucadoExodus Harald Overeem

Meer lezen? Lees ook 10 feitjes over de Bijbel die iedereen zou moeten weten.

Categorieën

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *