GeloofMaatschappijPastoraat

Ze dachten dat het psychisch was | door kadmosb

Lieske Keuning - Ze dachten dat het psychisch wasOp eerste pinksterdag 2010 verongelukte Tonio, de zoon van A.F.Th. van der Heijden en hij schreef daarover het boek ‘Tonio’. Ik schreef er een blog over: De dood kan zo hard, kaal en leeg zijn. Het boek verpletterde me, omdat het ondraaglijk was om de pijn van een schrijver zo op papier te zien staan. En het confronteerde me met de vraag hoe het verhaal over Tonio geschreven zou zijn door een man die een levenslange relatie met God gehad zou hebben.

Toen ik die vraag voorlegde aan een medewerker bij Boekencentrum, raadde hij mij het boek ‘Ze dachten dat het psychisch was‘ van Lieske Keuning aan. Lieske is/was de moeder van Nienke. Halverwege 2005 klopte Nienke bij haar moeder aan met barstende hoofdpijn; 32 jaar oud. De eerste maanden werden deze klachten door huisarts, neuroloog en psycholoog afgedaan als een gevolg van psychische problemen. Pas drie maanden later (toen Nienke ondertussen was afgevallen tot een gewicht van 37 kg) zag een neuroloog ‘toevallig’ dat de ene pupil in de ogen van Nienke groter was dan de andere en liet hij dat verder onderzoeken. Er bleek sprake van een pineablastoom; een zeer zeldzame en agressieve tumor die zich als een mos verspreidde door hersenen en zenuwstelsel van Nienke. Ze leefde nog tot einde 2007, maar overleed toen op 34-jarige leeftijd.

Schandalig; dacht ik toen. Maar tegelijkertijd probeerde ik dat te relativeren: waar gewerkt wordt, vallen spaanders en ook artsen zijn niet volmaakt. Ergens diep weggestopt woelde echter boosheid: want hoeveel mensen zijn Nienke voorgegaan en hoeveel moeten er nog volgen voor de hoogmoed van de medische wetenschap(pers!) tot menselijke proporties wordt teruggebracht? Toen ze niet wisten dat mijn blindedarm chronisch ontstoken was (hoe simpel kan het zijn?) liep ik een half jaar lang van huisarts naar ziekenhuis en weer terug. Er gebeurde van alles, maar met m’n blindedarm was niets mis; zeiden ze; nee hoor, echt niet! Tot een eenvoudige echo uitwees dat het wel zo was. Van m’n blindedarm was ondertussen niet veel meer over dan een verkoold aanhangsel aan mijn darmen die daardoor echter flink ontstoken waren. Ze weten het allemaal zo goed; die artsen, maar zelfs toen hield weer een nieuwe arts een jaar lang vol dat het vanzelf wel over zou gaan; dat ik me echt niet druk hoefde te maken. Tot ik zijn herhaalde verhaaltje zat was en dat in twijfel trok. Toen reageerde hij als door een wesp gestoken. Zo, ik wilde zeker een second opinion; zeker bij een academisch ziekenhuis… Een paar weken later werd ik geopereerd, omdat de arts in Rotterdam dat toch echt niet normaal vond; dat ik zolang en ernstig vermoeid met die ontstoken darmen rondgelopen had.

Natuurlijk is mijn verhaal qua impact niet vergelijkbaar met dat van Nienke. Maar ook bij het sterfbed van Philip werd ons zo’n verhaaltje verteld: nee hoor, zijn hersenen zijn nog steeds actief. Vlak voor zijn dood bleken ze ons 14 dagen voorgelogen te hebben, omdat ze niet toe wilden/durfden geven dat ze het simpelweg niet wisten. Er zijn teveel mensen die zo’n verhaal (kunnen) vertellen, maar (huis)artsen lijken nog steeds onaantastbaar en heten nog steeds alles te weten! Ondertussen is dat wel wat dit verhaal over Nienke me over mezelf vertelt: dat ik daar nog steeds boos over ben; over dat ene jaartje in mijn leven dat ik daardoor misgelopen ben. En het verhaal over Nienke leert me ook dat ik veel verdriet in m’n lijf heb zitten. Ik weet niet of het komt door verkeerde keuzes, door wat mensen (ook artsen) me hebben aangedaan of door de dood van Heleen, Bert, Philip, Ferenc en Nikkie, maar ik heb de ogen uit m’n lijf gejankt tijdens het lezen van dit boek; zoveel pijn en verdriet; ik wist niet dat ik het in me had.

Maar ondertussen verwachtte ik ook heel veel van dit boek. Lieske, de moeder van Nienke, is namelijk predikant en een dominee zou het toch allemaal goed moeten weten. Als ergens sprake zou kunnen zijn van een levenslange relatie met God, dan zou dat bij Lieske het geval kunnen zijn. Maar als Nienke haar moeder vraagt waar haar god toch is, nu zij zoveel vragen aan hem te stellen heeft, blijft het ernstig stil. Lieske weet het niet en ze verzucht dat preken toch gemakkelijker is dan het met haar dochter over dit soort vragen te moeten hebben. En laat ik eerlijk zijn: dat vond ik een zware teleurstelling. Is dat nou wat een predikant te bieden heeft: goed in eenrichtingsverkeer naar de gemeente, maar geen antwoorden op dringende vragen? Later blijkt ontdekkend en beschamend dat zo’n vraag opborrelde uit het reformatorische sop waarmee ik nog steeds overgoten ben! Alsof je antwoord zou moeten geven op dat soort vragen! Leer ik het dan nooit? Dat ik op die manier maar al te vaak op de stoel van één van de vrienden van Job kwam te zitten. Dat, als God al iets veroordeelt, het wel de boodschap is van de vrienden van Job. Sterker nog: ’t is, zegt God, aan het gebed van Job te danken dat zijn vrienden verder mogen leven…

Het kostte me heel veel moeite – moet ik nu toegeven – om die gereformeerde bril af te zetten en onbevangen te kunnen luisteren naar de impliciet uitgesproken boodschap die Lieske Keuning in haar boekje mee heeft willen geven. Nu ik het boekje uit heb, denk ik dat haar boodschap is: je mag (bij mij en bij God) komen zoals je bent. Zoals het in de preek in een klooster ter nagedachtenis aan Nienke door de predikant werd gezegd: “Vandaag moeten we het wat Nienke betreft doen met haar uitroep dat als ze God zou tegenkomen, Hij haar dan heel wat uit te leggen heeft. Ik denk dat Petrus vorige week toen hij Nienke aan de hemelpoort ontving en bij God moest aandienen, zoiets tegen God heeft gezegd als: ga d’r maar eens even goed voor zitten: ze komt eraan!”. En ook Lieske zelf doet dan uit de doeken wat haar drijft; dat ze niet naar de kerk gaat om er een boodschap te brengen, maar om zich te laven aan het Woord en aan Zijn nabijheid om dat daarna door te kunnen geven aan de gemeente. We hebben zijn aanwezigheid niet in the pocket; Hij spreekt niet op het moment dat ik dat wil; alleen als Hij dat wil, doet Hij dat op Zijn eigen manier. Een levenslange relatie met God voorkomt niet – met andere woorden – dat je met lege handen kunt staan, als je dochter/zoon je vraagt, waar die god van jou nou toch gebleven is; als het erop aankomt. Sterker nog: misschien is dat wel kenmerkend voor zo’n levenslange relatie: dat je er steeds minder van begrijpt, maar dat je het in vertrouwen in Zijn hand durft te leggen; zelfs als je dochter overlijdt en in gevecht met dat gegeven aan jou haar dringende vragen voorlegt; over God en leven.

En dat brengt me bij wat ik (opnieuw) over God geleerd heb. In 1 Corinthe 13 heb ik me sinds de dood van Bert altijd sterk herkend: “Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben”. Met andere woorden: het gaat er niet om dat ik God ken en begrijp (dat is nou eenmaal niet zo!), maar dat Hij mij kent. Ik wist niet dat zoiets nog een keer zo letterlijk in de Bijbel stond; nog sterker; nog prangender; Nota Bene in Job 23, waar ik ook zo enorm veel in heb herkend in mijn leven:

“O, wist ik maar waar ik hem kon vinden
kon ik hem maar opzoeken in zijn verblijf.
Dan zou ik mijn zaak aan hem voorleggen
en het zou mij aan argumenten niet ontbreken.
Ik zou horen wat hij mij te zeggen had
en begrijpen wat hij tegen mij aanvoerde.
Zou hij zijn macht gebruiken, als hij mij bestrijdt?
Nee, hij zou aandachtig naar mij luisteren.
Dan kon ik, geheel oprecht, mijn zaak uiteenzetten
en zou voor altijd door mijn rechter worden vrijgesproken.
Maar ik ga naar het oosten – daar is hij niet,
naar het westen – ik zie hem nergens.
Hij is in het noorden – en blijft onvindbaar,
hij toeft in het zuiden – ik kan hem niet ontdekken.
Maar hij kent de wegen die ik kies;
als hij me toetste, zou ik puur als goud zijn.”

In zo’n stukje uit de Bijbel (dat werd gelezen tijdens de herdenkingsdienst voor Nienke) kijk ik door de ogen van Job recht het hart van mijn Vader in. Tegelijkertijd voel ik me verlaten, als ik Hem zoek en Hem nergens vindt; zo herkenbaar! En telkens opnieuw moet ik leren (en fleur ik daarvan op) dat het niet draait om mijn (on)begrip, maar om de Vader die mij kent; bij elke keuze die ik maak.

Dus ook bij elke keuze die Nienke maakte in haar leven; ook de keuzes die tegen God in leken te gaan. De dood hoeft niet ‘hard, kaal en leeg’ te zijn! Ook in tijden van pijn, dood en verdriet kunnen hoop, geloof en liefde (opnieuw 1 Corinthe 13!) de drijvende kracht blijven voor ons leven. Als ik iets geleerd heb van Lieske Keuning, dan is het dat wel! Hoe verdrietig en pijnlijk de dood ook in ons leven in kan grijpen: Hij is er ook dan bij!

Bij dit soort boeken is Print on Demand echt een uitkomst! Hoewel het boek niet op voorraad is, kun je het toch bestellen en wordt het speciaal voor jou gedrukt. Voor instructie, zie de site van het Boekencentrum.

kadmosb is Karel J. van der Lelij.
Hij studeert Theologie,
Hij studeerde Informatica en Wijsbegeerte,
is Manager HR aan de TU Delft
en schrijft op persoonlijke titel een blog
over boeken, muziek, films en meer…
op http://lelij.com

1 reactie

  1. 26 april 2012 om 15:07

    Wij begrijpen God niet maar geef niet op en weet dat zijn eeuwige armen onder ons zijn. Keer je niet om maar kijk God recht in de ogen. Worstel maar met hem. Zijn liefde zal je nooit loslaten. Mij heeft het verhaal en het boek van Christa Rosier heel erg aangesproken. Het boek “Lijden in Gods hand, God wil meer dan ons geluk” van Christa Rosier. Echt een aanrader