MaatschappijPastoraat

Wilsverklaring: nuttig praatpapier, geen garantiebewijs

Het doodshemd heeft geen zakken - Dr. Annemarieke van der WoudeHaar hele leven vegetariër geweest. Nu verblijft ze in een verpleeghuis. Ze zit aan tafel met mensen die, net als zij, dementerend zijn. Ze kijkt in het rond, pakt een gehaktbal van de schaal en begint die met smaak op te eten. Had mevrouw een wilsverklaring opgesteld, dan had ze misschien beschreven dat ze nooit vlees zou willen eten. Dat is voor haar immers een kernwaarde. Maar nu bevindt ze zich in een andere fase van haar leven. En geniet ze van het stukje vlees. Wat moet je doen? De bal afpakken en tegen mevrouw zeggen dat dit tegen haar principes is? Of mevrouw haar gang laten gaan en concluderen dat thans andere dingen in haar leven belangrijk zijn?

Nee, wel of geen bal gehakt is geen kwestie van leven of dood. Toch is de vergelijking zinvol. Het voorbeeld, opgetekend uit de mond van een specialist ouderengeneeskunde, maakt duidelijk dat een wilsverklaring geen routeplanner is die je op het kruispunt van behandelbeslissingen vertelt of je linksaf moet of rechtsaf. De tekst behoeft interpretatie.

Eerst even de feiten. Het aantal gemelde gevallen van euthanasie in 2011 bedroeg 3695, een toename van 18% ten opzichte van 2010. Bij 49 personen ging het om dementie. Ter vergelijking: in 2010 betrof het 25 en in 2009 betrof het 12 mensen bij wie die aandoening was vastgesteld. Er wordt een trend zichtbaar. Zowel het aantal sterfgevallen door middel van euthanasie stijgt, als ook het aantal keren dat daarbij van dementie sprake is. Meestal gaat het om mensen in het beginstadium van de ziekte, maar in 2011 is ook een diep-demente vrouw gestorven door opzettelijke levensbeëindiging. Haar casus heeft in de landelijke dagbladen veel stof doen opwaaien.

Bij dementie en euthanasie is de wilsverklaring een belangrijk document in de beoordeling van het verzoek. Op dit punt tekent zich kloof af in de samenleving. Voor velen is dementie een schrikbeeld. Zij hebben een verklaring opgesteld dat als zij er “zo” aan toe zijn, het van hen niet meer hoeft: “En mijn dokter weet dat.” Maar de artsen, bij monde van hun beroepsvereniging KNMG, zijn terughoudend om het leven te beëindigen als iemand, op het moment zelf, niet meer in staat is om te beamen dat hij werkelijk sterven wil.

De beperking van een vooraf opgestelde wilsverklaring is gelegen in het feit dat deze uitgaat van zaken waaraan iemand hechtte toen hij nog gezond was. Terwijl niet per definitie is gezegd dat de indertijd geuite wens in de meest volkomen zin zijn actuele belang dient. Wanneer je mevrouw haar gehaktbal laat oppeuzelen, wijk je af van wat, in het licht van haar biografie, past bij deze mens. Maar je sluit wel het meest adequaat aan bij wat voor haar hier-en-nu belangrijk is.

Mijn aarzeling betreft niet de wilsverklaring als zodanig, maar de hooggespannen verwachtingen ervan. Als praatpapier is het nuttig, maar laten we niet doen alsof het een garantiebewijs is. Een wilsverklaring blijft een vorm van in de toekomst kijken. En iedereen weet hoe moeilijk dat is.

Annemarieke van der Woude


Dr. Annemarieke van der Woude, geestelijk verzorger (Zinzia Zorggroep, locatie Oranje Nassau’s Oord) en onderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Auteur van: Het doodshemd heeft geen zakken. Nadenken over het levenseinde (Meinema 2011). Deze opiniërende bijdrage verscheen eerder in PZC, BN/De Stem, De Stentor en het Brabants Dagblad.