KerkKinderenPastoraat

Het samengesteld gezin

In het nieuwste nummer van Woord & Dienst. Opiniërend magazine voor protestants Nederland staat onderstaand artikel over het samengestelde gezin.
‘De gemeenschap van de kerk kan veel goeds geven aan ouders en kinderen in samengestelde gezinnen door aandacht te hebben voor deze verborgen verwikkelingen van hun samenleven. Het vraagt pastorale fijngevoeligheid om dit te doen en woorden te geven aan relaties waarin het vertrouwen zo kwetsbaar geworden is. Waar dat kan, wordt de last van het zwijgen verlicht – al is het even.
Weefsel van vertrouwen

Een samengesteld gezin vormen, is volgens de statistieken een weinig kansrijke onderneming: na vijf jaar is een derde ervan nog bij elkaar. Wat kan de gemeenschap van de kerk geven aan en ontvangen van haar leden die in een samengesteld gezin leven?

Ongeveer tien procent van de gezinnen met thuiswonende kinderen (onder de 18 jaar) in Nederland heet tegenwoordig ‘samengesteld’. Eigenlijk is elk gezin dat, maar hier betekent het specifiek dat de ouders een eerdere relatie hebben gehad en daaruit kinderen hebben meegebracht naar een nieuw gezin.
Wie ervaring heeft met een samengesteld gezin, weet hoe ingewikkeld het kan zijn om het leven met elkaar in de nieuwe samenstelling op een goede manier vorm te geven. Dat is niet vreemd, want behalve nieuwe liefde en goed vertrouwen spelen er ook pijn en rouw bij het begin van het samengestelde gezin.

Kwetsbaarheid
In hun relationele vertrouwen zijn mensen kwetsbaar. De partners wagen het met elkaar. Hun relatie is de spil van het nieuwe samengestelde gezin. Hun vertrouwen in elkaar zal veel draagkracht en geduld moeten geven. De (jonge) kinderen zijn het meest kwetsbaar. Hun bestaanszekerheid is doorbroken. Dat kan een grote schok betekenen in hun vermogen om anderen (volwassenen) te vertrouwen.
Het maakt verschil of er een scheiding is geweest, of verlies van een ouder door overlijden. In het eerste geval kunnen kinderen lang blijven hopen dat vader en moeder weer bij elkaar komen. Die hoop stelt hun rouw uit. In het tweede geval kan het juist de zorg van het kind voor de overgebleven ouder zijn, die maakt dat het zijn verdriet verborgen houdt.
Maar ook de partners zijn kwetsbaar. Het valt niet mee om zorg te krijgen voor kinderen die genetisch niet van jou zijn. Hoe bakenen de partners hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding van elkaars kinderen af? Hoe stemmen zij hun opvoedingsstijlen af? Hoe houdt een partner het vol als de kinderen van de ander hem niet accepteren? Of omgekeerd: hoe verdragen kinderen het dat de vriend van hun moeder een betere vader zou zijn dan hun eigen vader? Hoe leven beide partners met het verlies van de droom van hun kerngezin, waarmee zij door de ogen van hun kinderen regelmatig worden geconfronteerd?

We geloven dat de kerk een plek bedoelt te zijn waar mensen bemoedigd worden om elkaar te vertrouwen, om te werken aan het weefsel van hun verbondenheid. ‘Voor het gelaat van de Eeuwige’ of ‘In de geest van Jezus’ zeggen we daarbij, om de unieke bron aan te duiden waaruit we juist in de gemeenschap van de kerk kracht en inspiratie verwachten.

Zien wie er niet zijn
Samengestelde gezinnen met jonge kinderen zijn zelden ‘compleet’ – doordeweeks en op zondag. De omgangsregeling of het co-ouderschap brengt mee dat de kinderen op meerdere adressen wonen, afwisselend bij hun moeder of bij hun vader. Dat maakt het voor deze kinderen ook ingewikkelder om hun eigen plek in de kerk te vinden. Als de rollen voor het kerstspel worden verdeeld en je bent er niet bij, is er dan iemand die jouw naam inbrengt?
Wanneer de ouders van een samengesteld gezin trouwen in de kerk, of wanneer dat gezin een kerkbank vult of rond de doopvont staat, zien we dan wie er níet zijn? Gedacht vanuit het bestaan van de kinderen is er altijd een andere ouder die er niet bij is. Hoe zwaar dat voor hen weegt, is niet van buitenaf te zeggen. Maar het is altijd goed om rekening te houden met de wezenlijke verbondenheid van de kinderen met hun niet-aanwezige ouder. Zij worden in hun eigen bestaan recht gedaan wanneer de andere ouder er op een of andere manier mag zijn. Misschien door het noemen van haar of zijn naam, misschien, minimaal, door de suggestie dat er nog iemand is, aan wie je (het kind) altijd denkt…
De gemeenschap van de kerk kan veel goeds geven aan ouders en kinderen in samengestelde gezinnen door aandacht te hebben voor deze verborgen verwikkelingen van hun samenleven. Het vraagt pastorale fijngevoeligheid om dit te doen en woorden te geven aan relaties waarin het vertrouwen zo kwetsbaar geworden is. Waar dat kan, wordt de last van het zwijgen verlicht – al is het even.
Hoe subtiel dat soms is, blijkt wel uit de opmerking van een jonge vrouw, 18 jaar, van wie de ouders scheidden toen zij zes was: “Het lastigste vond ik mensen die naar mij keken alsof ik zielig zou zijn, ‘kind van gescheiden ouders’. Zij maakten het voor mij moeilijker dan het was.” Zegt zij dit omdat haar vader en moeder betrouwbare ouders voor haar zijn gebleven? Of houdt zij hen ‘uit de wind’, omdat zelfs een impliciet negatief oordeel van anderen over haar ouders voor haar onverdraaglijk zou zijn? Zulke kwetsbaarheid vraagt om respect dat bestaat in geduldig luisteren en niet-weten.

Ethische vraag
Wij denken dat de gemeenschap van de kerk ook kan ontvángen van samengestelde gezinnen in haar midden. We zien zorg van volwassenen voor kinderen, zonder biologische of juridische band. We worden behoed voor een argeloos spreken over het kerngezin als een impliciete norm voor het goede leven. Het evangelie bevat woorden van Jezus die het kerngezin openbreken: ‘Wie zijn mijn moeder en broers? Iedereen die de wil van God doet…’ (Marcus 3:31-35). Deze woorden lezen we als een uitnodiging om verschil te maken.
Niet de natuurlijke banden zijn beslissend, maar de ethische vraag wie goed is voor de meest kwetsbare mensen. We zien volwassenen die de teleurstelling over hun verloren partnerschap te boven komen en samen betrouwbare ouders voor hun kinderen blijven. We zien nieuwe partners die jarenlang geduld opbrengen omdat de eerste zorg van hun geliefde zijn of haar kinderen zijn. Die voorrang van de jongste generatie begrijpen we als een zaak van rechtvaardigheid.

Werken aan vertrouwen
In de ‘samengestelde’ gezinnen van de Bijbel (Genesis!) wordt het natuurlijke eerstgeboorterecht doorbroken door de vraag wie gedaagd is om zorg te dragen voor de toekomst van de meest kwetsbaren. In overdrachtelijke zin kan de kerk zelf als samengesteld gezin gezien worden. Niet om de kracht en betekenis van natuurlijke banden te ontkennen, maar om steeds weer bewust te zijn dat we als mens wezenlijk met ánderen aan de hand voor God staan, ook al zijn die anderen (zogezegd) eígen kinderen. Naastenliefde valt juist te oefenen aan mensen die we in hun anders-zijn ontmoeten. Dat gebeurt eigenlijk in elk gezin; in een samengesteld gezin gebeurt het in verhevigde mate. Leven met anderen vraagt om werken aan vertrouwen. Het feit dat mensen die de pijn van scheiding en verlies ervaren hebben, zich toch wagen in een nieuw samenleven met anderen, wijst erop dat hun hoop groter is. Laat de kerk een gemeenschap zijn waar we elkaar steunen in deze hoop op verbondenheid.

Drs. Annette Melzer en dr. Kees Bregman zijn gemeentepredikanten (PKN) en opleiders contextueel pastoraat.


Meer informatie: www.contextueelpastoraat.nl.

 

Opmaak 1