GeloofSpiritualiteit

Wat is waarheid?

In het februarinummer van het tijdschrift Open Deur met het thema ‘liegen’ verscheen onderstaand artikel van Bram Grandia. We nemen het hier graag over, met zijn toestemming.

Wat is waarheid?

Kun je de waarheid dienen door te liegen? Of liegen door de waarheid te spreken? Ja, zegt oud-IKON-pastor Bram Grandia. Hij bevindt zich in goed gezelschap.
Wat is de waarheid spreken als je daarmee anderen beschadigt of hun leven in gevaar brengt? Rachab – de hoer uit Jericho (Jozua 2) – geeft onderdak aan twee Joodse verspieders. De koning heeft hier lucht van gekregen en beveelt Rachab hen uit te leveren. Rachab antwoordt dat de twee inderdaad bij haar zijn geweest, maar de stad zijn uitgegaan voordat de poort sloot. Rachab zegt geen idee te hebben waar die twee naar toe zijn gegaan. Door te liegen tegen haar koning, redt ze het leven van de twee. Er zijn meer bijbelse verhalen waarin gelogen wordt om leven te redden. Ik denk aan Sifra en Pua, die twee prachtige Egyptische vroedvrouwen in Exodus 1. De farao heeft hen opdracht gegeven alle pasgeboren Hebreeuwse jongetjes te vermoorden. Ze verklaren tegen de farao dat die Hebreeuwse vrouwen zo sterk zijn dat ze al gebaard hebben voordat de vroedvrouwen er zijn. Om hun levensreddende leugen krijgen zij in Exodus een naam, in tegenstelling tot de anonieme farao.

Bonhoeffer en loyaliteit
De Duitse verzetspredikant Dietrich Bonhoeffer schrijft vanuit de gevangenis in Tegel op 18 november 1943 aan zijn vriend Eberhardt Bethge dat hij een opstel heeft geschreven met als titel ‘Wat betekent waarheid spreken?’ Die vraag speelt sterk voor hem. Wat betekent het als hij eerlijke antwoorden geeft aan zijn ondervragers? Als hij dat doet, verraadt hij de mensen die zich met hem tegen Hitler verzetten. Over die vragen heeft hij het niet direct in het artikel. Dat was ook onmogelijk in zijn situatie. Bonhoeffer spreekt over de ‘levende waarheid’ tussen mensen, al ziet hij in dat dit een gevaarlijk begrip is. Hij bedoelt niet te zeggen dat je de waarheid altijd naar eigen willekeur kunt aanpassen. Hij illustreert dit met een voorbeeld: ‘Een kind wordt voor de klas door zijn leraar gevraagd of het waar is dat zijn vader vaak dronken naar huis komt. Het is waar, maar het kind ontkent het. Het is door de vraag van de leraar in een situatie gebracht waartegen het nog niet opgewassen is. Het kind ervaart slechts dat hier een onterechte inbreuk op de orde van het gezin plaatsvindt, die het moet afweren. Wat in het gezin gebeurt, is niet bestemd voor de oren van de schoolklas. Het gezin heeft zijn eigen geheim, dat bewaard moet worden. De leraar heeft de werkelijkheid van deze ordening niet gerespecteerd.’ Het kind kon niet anders dan ontkennen en zo zijn vader beschermen. De schuld van de leugen van het kind slaat geheel op de leraar terug, zegt Bonhoeffer. Hij heeft het kind in een onmogelijke situatie gebracht. Hij had het kind niet op die manier mogen benaderen in het openbaar. Het kind neemt zijn toevlucht tot een leugen om bestwil. Een soort noodleugen.

Noodleugen
De verhalen over de noodleugen horen we van ouders en grootouders die de oorlog hebben meegemaakt. ‘Heeft u onderduikers in huis?’ Ja zeggen betekent die onderduikers verraden. Er zijn voorbeelden van mensen die op zo’n moment inderdaad onderduikers in huis hadden en met een lach op hun gezicht zeiden: ‘Onderduikers. Ja een huis vol.’ Met als gevolg dat de bezetter ook lachend wegliep. Dat is spelen met vuur. Zij vonden vanuit hun geloof dat ze niet mochten liegen, maar zochten naar een vorm van de waarheid spreken die niet geloofwaardig zou overkomen. Door niet de waarheid te zeggen ben je betrouwbaar voor de onderduikers en onbetrouwbaar voor de bezetter. ‘Liegen’ is hier een daad van mensenreddend verzet.

Zeg je het niet tegen papa?
Als kind was ik een braaf jochie; ik haalde zelden kattenkwaad uit. Op woensdagochtenden kwam een rooms-katholieke vrouw bij ons werken. Tussen de middag bleef ze eten. Ze kon prachtige verhalen vertellen. Vooral de moppen over Petrus aan de hemelpoort vond ik schitterend. Door haar verhalen raakte ik soms door het dolle heen. Ze raakte iets in me. Met haar en bij haar kon je gek doen. Mijn moeder zei dan na een tijdje dat ik moest stoppen en dat deed ik dan ook. Ik vroeg haar standaard dat niet aan mijn vader te vertellen. Als mijn vader thuiskwam, vroeg hij aan mijn moeder of er nog wat geweest was. Dat vond ik een spannend moment. In het loyaliteitsconflict dat mijn moeder ongetwijfeld voelde, zei ze dat ik ondeugend was geweest. Ik voelde dat als verraad. Het was alsof een geheimpje dat ik met mijn moeder had, verklapt werd. Mijn vader werd alsnog boos. Ik vond één keer wel genoeg. Soms is ‘liegen’ een vorm van de waarheid spreken, van de relatie niet schaden of op het spel zetten. Dat heb ik geleerd van Sifra, Pua, Rachab en Dietrich Bonhoeffer.

Bram Grandia, oud-IKON-pastor.

Literatuur: D. Bonhoeffer, Aanzetten voor een ethiek. Samengesteld, vertaald en ingeleid door Gerard den Hertog en Wilken Veen, Zoetermeer 2012.

Opmaak 1