Pastoraat

Wanneer is het goed? Over onzekere jongeren en een prestatiegeloof

Overleven met GodEen gesprek tussen een docent en een student:

S: Ik ben nog niet tevreden over mijn werk.
D: Wat ontbreekt er dan nog aan?
S: Dat weet ik niet precies maar het is nog niet af.
D: Wanneer ben je dan tevreden?
S: Als alles klopt. Gewoon, wanneer er niets mist.
D: Ben je wel eens tevreden geweest over je werk?
S: Eh, ik geloof het niet…

In dit gesprek zie je hoe veel studenten en wellicht ook andere jongeren denken: wat ik doe moet perfect zijn. Het is bij veel jongeren niet gauw of zelfs nooit goed. Misschien denk je wel dat ze er met de pet naar gooien maar dat is dus –lang niet altijd- het geval. Ze doen hun uiterste best om het zo goed mogelijk te doen. Maar daar zit gelijk een probleem.

Perfectionisme?
Het is niet snel goed wat jongeren maken of presteren. Dat vinden ze zelf. Zo beoordelen ze hun eigen prestaties. Dat mondt uit in een soort perfectionisme: het moet –nog-  beter. Waar komt die hang naar perfectionisme vandaan? Jongeren hebben kennelijk hoge, impliciete kwaliteitscriteria. Impliciet, want als je ze erop doorvraagt weten ze eigenlijk niet precies wanneer het wel goed is. Sterker nog, soms is de docent al wel tevreden maar blijft de student onzeker over wat ze heeft gemaakt. Ze blijft zoeken naar het perfecte werk. En het is nooit af.

Onzekerheid.
Onder die onzekerheid over hun werk zit een andere onzekerheid, onzekerheid over zichzelf. Jongeren streven naar perfectie in hun werk om dat gevoel van onzekerheid te vermijden en hun zelfvertrouwen te (her)winnen. Datzelfde streven zie je als het gaat om hun uiterlijk. Je gaat niet de straat op zonder make-up of een toonbare outfit. Je uiterlijk en je prestaties bepalen hoe je je van binnen voelt. Wat anderen van je vinden is belangrijker dan wat je van jezelf vindt. En zelfs als anderen tevreden over je zijn, ben je het zelf nog niet.

Vicieuze cirkel
Wat betekent zo’n voortdurend gevoel van onzekerheid voor je geloofsleven? Hoe verhoudt de boodschap van genade zich tot presteren, nog beter presteren en hoge cijfers? En wat moet je als gelovige doen? In een tijd die vraagt om perfecte prestaties word je als –beginnende- gelovige teruggeworpen op jezelf. Je weet maar al te goed wat er mis gaat in je leven met God en de mensen om je heen. Je kent je fouten en gebreken, je zonden en tekortkomingen. En je denkt al gauw: het is niet goed, niet goed genoeg. Ik ben niet goed genoeg. Je gaat nog meer je best doen en je komt je fouten weer tegen. Je wordt nog onzekerder. Hoe kom je ooit uit deze vicieuze cirkel die je gevangen houdt en die je bij God weghoudt?

Genadige God.
In het boek Overleven met God ga ik ook op deze problematiek in. Hoe kun je je overgeven aan God als je prestaties zo prominent voorop worden geplaatst door iedereen en alles om je heen en ook door jezelf? Hoe kun je Jezus volgen als je nu al weet dat het niks wordt?  Onze kijk op God en onszelf moet daarvoor grondig veranderen. De kern van ons geloven is onze hulpeloosheid en onze erkenning dat we onszelf niet kunnen redden. Alleen dankzij Gods genadige liefde mogen we leven als zijn geliefde kinderen. Het besef dat je Gods geliefde kind bent en altijd blijft verandert alles. Hoe zou een moeder haar kind afschrijven als die niet goed kan lezen, snel genoeg leert fietsen of een greep in de koekjestrommel doet of erger? Het blijft ondanks alles je kind van wie je houdt. Je bent Gods geliefde kind. In zijn ogen doe je ertoe. Je bent dus niet wie je kent: veel vrienden, virtueel of werkelijk, brengen je niet dichter bij God. Je bent ook niet wat je kunt: perfecte prestaties maken je niet tot een –nog- geliefder kind van God. Je bent ook niet hoe je eruit ziet: je hebt als knappe gelovige geen streepje voor bij je Schepper. God heeft je sowieso lief. No matter what.

Gods geliefde kind.
Alleen wie het fundamentele gevoel heeft dat hij of zij Gods geliefde kind is, breekt  door de vicieuze cirkel heen van presteren en falen. Niets maakt die band van liefde meer kapot. En –en dat is minstens zo belangrijk- er is ook niets wat die nog band hechter of beter maakt. Want die is al perfect. Als je naar jezelf gaat kijken zoals God ook naar je kijkt als zijn geliefde kind, weet je waar je thuishoort. Vanuit die wetenschap, dat vertrouwen, kun je elke dag op weg gaan achter Jezus aan. En dankzij hem is de uitkomst van die survival zeker: je komt thuis.

Rolf Robbe


Drs. Rolf Robbe is neerlandicus en werkzaam aan de Gereformeerde Hogeschool Zwolle. Hij heeft jarenlang predikanten begeleid bij het maken van preken voor hun gemeente of specifiek voor radio en televisie. Deze maand verscheen bij Uitgeverij Jes! zijn nieuwe boek Overleven met God. Een stimulerende en praktische gids voor het volgen van Jezus na je belijdenis of doop, of als je nog maar pas gelooft. Voor het complete overzicht van uitgaven bij Boekenentrum Uitgevers, klik hier.

2 reacties

  1. […] Leest u verder […]

  2. 17 maart 2013 om 15:49

    Hoi Rolf,

    mooi stukje tekst en ik denk ook een heel actueel boek.
    Goed dat je er over schrijft! veel jongeren kampen met deze problematiek. Ook onder dertigers zie ik dat weer terug. Veel van mijn leeftijdsgenoten overleven, geestelijk gezien.
    Groet,
    Leendert