Maatschappij

Volhouden! – door Nynke Dijkstra-Algra

Woord en DienstCrisis kan je overspoelen. Hoe houd je hoop? Door je de verhalen te herinneren en de gang erin te houden. Een bijdrage van Nynke Dijkstra-Algra, overgenomen uit het februari-nummer van opiniërend magazine voor protestants Nederland Woord & Dienst.

John McCain, de kandidaat van de republikeinen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2008, zat jaren in krijgsgevangenschap in Vietnam. Hij is daar zwaar gemarteld. Na vijf jaar kwamen de Noord-Vietnamezen erachter dat hij de zoon was van admiraal McCain. Ze wilden hem vrijlaten. Hij weigerde. “Ik ga alleen als jullie de anderen ook vrijlaten.” Dat betekende nóg een jaar gevangenschap. Later vroeg men hem: Hoe houd je vol in zulke barre omstandigheden? Zijn antwoord luidde: “Twee soorten mensen gingen eraan onderdoor. Zij die onmiddellijk de moed opgaven en het hoofd in de schoot legden. En zij die optimistisch dachten: het duurt niet lang, met kerst zijn we wel thuis. Degenen die volhielden, waren degenen die de brute feiten onder ogen zagen én ervan overtuigd waren dat ze ooit thuis zouden komen.”

Iemand
De brute feiten onder ogen zien. De feiten van de secularisatie, van de kerksluiting, van de mensen die vertrekken, van de fouten die de kerk maakt, en die als ‘zonde’ benoemen. En tegelijk weten: er is toekomst, we komen ‘thuis’. Dat heet niet ‘optimisme’, maar ‘hoop’. ‘Hoop is een kwaliteit van de ziel’, schreef Havel. Hoop heet in de Bijbel een anker dat voorbij de horizon ligt (Hebr. 6:19). Je zíét het dus (nog) niet. Maar het anker ligt er al en je bent eraan verbonden. “Mijn anker ligt vast,” zeiden mensen vroeger tegen elkaar in de kerk en ze wisten wat ermee bedoeld werd.

Hoop in de Bijbel is niet zozeer gericht op ‘iets’ – succes of resultaten – maar op ‘Iemand’. We verwachten God. Hoe dat eruit ziet, welke gevolgen dat heeft: dat kan van alles zijn. Mensen hebben daarover hun eigen verhaal. Het probleem is dat we elkaar die verhalen zo weinig vertellen. Het is ook kwetsbaar en persoonlijk. De sfeer moet veilig genoeg zijn. ‘Wanneer heb je iets van God gezien of ervaren in je leven?’ ‘Wie zijn voor jou inspirerend (geweest) als het gaat om geloof in God?’

‘Dat heb Ik jullie toch beloofd?’
Haggai profeteert in moeizame omstandigheden. De tempel ligt in puin. Sommige ouderen herinneren zich nog de glorie van vroeger. Wordt het nog wat? In hoofdstuk 2 spoort de profeet de leiders met naam en toenaam aan om vol te houden. Niet omdat er dan morgen weer een prachtige tempel staat, maar omdat God het vraagt en Hij belooft erbij te zijn: ‘Dat heb Ik jullie toch beloofd, toen al, in Egypte.’

De crisis in de kerk, de crisis in de economie, de crisis in je eigen leven: het kan je overspoelen. Hoe blijf je hopen? Door terug te blikken op de momenten dat je God ervaren hebt in je leven. Door vol te houden, de gang erin te houden. Daarmee laat je zien dat er hoop is. Geen geringe opgave. Maar onderweg zijn er je medereisgenoten. Momenten van doorbrekend Licht. Dan is het wel nodig dat we elkaar durven bemoedigen. Dat niet de verhalen van cynisme de toon zetten, maar de verhalen van hoop.

Nynke Dijkstra-Algra werkt als toeruster Pastoraat en Gemeenteopbouw in de Protestantse Kerkt in de provincie Utrecht.