Geen categorieOverige

Verbinden, vieren én verkondigen

TheoblogieVrijdag 19 april werd het boek Verbindend vieren gepresenteerd. In de liturgie vertelt de christelijke gemeente het verhaal van Gods bevrijdend handelen in Jezus Christus, waarvan zij zelf onderdeel is. Dat alles verbindende verhaal heeft een eigen spanningsboog. De uitwerking ervan kan gevarieerd zijn, met een filmpje, een seculier lied, een interactieve aanpak of een ingetogen aanbiddingslied. Verbindend vieren is geen afgeronde theologische verhandeling, maar een eerste theologische verkenning van deze benadering van de liturgie. Het biedt tal van praktische voorbeelden en daagt u uit de kerkdienst met andere ogen te bekijken en zelf aan de slag te gaan.

Tijdens de presentatie reageerde ds. Machiel van der Giessen op de publicatie. U kunt zijn reactie hieronder integraal nalezen. Ook de twee andere reacties zullen we de komende week op Theoblogie plaatsen.

Een ‘gereformeerde’ reactie bij de presentatie van ’Verbindend vieren’

Graag wil ik de redactie van deze bundel van harte complimenteren met het initiatief tot het uitbrengen van deze bundel. Ik denk dat het van groot belang is dat er in de kerk en de gemeenten op dit punt grondig met elkaar gesproken wordt en zij leggen daarvoor prima gespreksmateriaal neer.

Complimenten voor de titel! ’Verbindend vieren’. Als een ‘vertaling’ van ‘blended liturgy’ heeft deze titel voor mij een meerwaarde t.o.v. het originele woord. Gaat het bij ‘blended liturgy’ om het verbinden van stijlen, dan is dat voor mij nooit een doel op zich, maar een middel voor ‘verbindend vieren’. Geen stijlen, maar mensen!

Ik kies graag voor een wijze van vieren, waarin gelovigen, met heel verschillende voorkeuren en muzikale smaken verbonden worden, zodat zij samen de lofzang zingen en zo het geloof ‘innen’ en ‘uiten’ (Barnard).

Complimenten ook voor de timing van de presentatie van deze bundel. We staan aan de vooravond van het verschijnen van het nieuwe Liedboek. Wat er allemaal in zal staan, weet ik nog niet, maar duidelijk is dat er een veelheid van stijlen en tradities een plaats in zullen krijgen. Was in 1973 nog de gedachte bij het ontstaan van het huidige Liedboek, dat alle liederen voor alle gemeenten bedoeld waren, nu moet iedere gemeente in zijn Beleidsplan haar eigen muziekprofiel gaan vaststellen, dat een hulp – om niet tegen zeggen: instrument – moet zijn bij de keuze van liederen.

Nog voordat echter dat soort gesprekken überhaupt op gang zijn gekomen is, is er al een fikse discussie, die neigt naar een loopgravengevecht, waarbij de één een DirkZwartgallig-commentaar geeft op een mogelijk opnemen van ‘Abba Vader’ en een ander vindt dat er naar de ‘evangelische HansMaat’ te weinig Worship in terecht is gekomen.

Als ‘gewone gemeentepredikant’ heb ik alleen nog maar kennis kunnen nemen van de Proefbundel. Ben wel reuze benieuwd wat de deskundigen boven water hebben gehaald. Op zondag 26 mei zullen wij in de Nieuwe Kerk in Amersfoort daarvan een aantal liederen gebruiken om iets te proeven van deze ‘Hollandse Nieuwe’.

Wil dat proeven echter ook smaken, dan zal de intentie ook die van ‘Verbindend vieren’ moeten zijn. Zo vieren, dat gelovigen met allerlei verschillende voorkeuren, smaken en belevingen verbonden worden tot de gezamenlijke lofzang. Op die manier dus convergerend, ‘convergence worship’.

Zelf zeg ik vaak in de gemeente: “Ver-draagt elkanders lusten”. Qua geloofsbeleving en inhoud hebben we inmiddels- met vallen en opstaan – geleerd om verschillen niet op de spits te drijven, maar ontdekt dat er “meer is dat ons bindt dan ons scheidt”. In en vanuit onze verbondenheid de verschillen benaderen. Zo ontstaat er ook een nieuwe oecumene. Het zou mooi zijn als die beweging zich ook zou kunnen voortzetten op kerkmuzikaal gebied.

Een gemeente is – zoals Cees van Setten schrijft – per definitie een bont gezelschap (pag. 96), een huishouden van Jan Steen. Inderdaad, zo staan wij in Amersfoort ook op de kaart: als gemeente van Christus met leden van heel verschillende pluimage, qua sociale afkomst, qua leeftijd en ook – laat ik het voor het gemak maar even zo noemen – modalitair Anliegen. Zo echt een van oudsher ‘hervormde’ wijkgemeente, waarin op eigentijdse wijze nog iets van de oude volkskerk doorkomt.

We zoeken ook bewust hoe we aan die veelkleurigheid gestalte kunnen geven. Niet op de manier van voor ieder wat wils. Zo kan het op de eerste gezicht lijken, maar meer op de wijze: “Als jij het voor jouw geloofsbeleving nodig hebt, dan zing ik graag met jou een psalm mee. Wil jij dan met mij een Opwekkingslied meezingen?

Ik noem het gerust een echt evangelische uitdaging om ook op dit punt het ‘samen met alle heiligen’ gestalte te geven. ”De kern van verbindend vieren’ schrijft Cees van Setten zeer terecht, “is het respect voor en de ontmoeting met elkaar en met God. Het werkt alleen in een gemeenschap waar recht en liefde heersen, waar men elkaars voorkeuren respecteert, al mag je natuurlijk wel van mening verschillen” (pag. 113).

In de Amsterdamse Jeruzalemkerk, waar ze al enige  jaren ervaring hebben met blendid worship, is het woord ‘stretchen’ een ingeburgerde term daarvoor geworden. Bas van der Graaf, predikant aldaar, zei daarover vorig jaar in een interview in Kontekstueel (Nr 27-2 / november 2012): ‘Bij ons weet iedereen: niemand kan het helemaal krijgen zoals hij het zelf graag wil hebben. Dus moeten we leren stretchen. Ik beschouw het als een oefening in het dienen van elkaar. Dat mensen ook echt proberen om te leren waarderen wat een ander aanspreekt en mooi vindt, ook als ze er zelf niet zoveel mee hebben. Het heeft voor de mensen voelbaar gemaakt dat we heel divers, maar ook heel erg met elkaar verbonden zijn.’

Mooi vond ik afgelopen weekend in het Goede Leven (vrijdag 12 april 2013) het citaat te lezen, dat Dr Martin Hoondert van de Universiteit van Tilburg aanhaalde van kardinaal Walter Kasper. Hoondert schrijft n.a.v. het introductie van het nieuwe Liedboek en stelt de vraag: “Kunnen we van harte instemmen met een nieuw liedboek waarvan we weten dat een deel, een groot deel misschien, van de inhoud niet past bij mij als individu, of bij de stroming waarin ik mij thuis voel? Met betrekking tot deze vraag leer ik veel van de oecumenische beweging. In zijn boek Wege der Einheit schrijft kardinaal Walter Kasper, nadenkend over oecumenische spiritualiteit: ‘Oecumenische spiritualiteit betekent dat we bereid zijn tot omdenken en bekering, maar ook tot het uithouden van het anders-zijn van de ander”. Martin Hoondert voegt daaraan toe: “Ik lees hierin een uitnodiging en uitdaging tot liturgisch-muzikale oecumene”. Ik sluit me graag bij hem aan en ´Verbindend vieren’ levert daar een prima bijdrage aan.

***

Nu een ander punt. Ik ben hier gevraagd als iemand van de ‘gereformeerde traditie’. Toen ik op de aanvankelijke uitnodiging zag staan, dat ik zou spreken vanuit de ‘gereformeerde orthodoxie’ schoot ik in de lach. Dat ik dat ook nog eens mag meemaken. ‘Gereformeerde orthodoxie’ staat voor mij voor dat type van gereformeerd-zijn waar de veelkleurigheid naast de psalmen ten hoogste door ‘enige gezangen’ wordt verrijkt.

De organisatoren hebben mij nu aangekondigd als representant van de ‘gereformeerde traditie’ en ik moet u zeggen: door het lezen van dit boek, ontdekte ik dat ik – denk ik – toch nog meer gereformeerd ben, zo u wilt orthodoxer in mijn gereformeerd-zijn- dan ik zelf doorhad. (Dank voor deze identeitsverheldering, -bevestiging).

Dat heeft te maken met het accent op de prediking. Voor mij wordt ‘gereformeerd-zijn’ bepaald door de concentratie op het Woord en de verkondiging als vorm van heilsbemiddeling. Het hart van de eredienst is voor mij dan ook de verkondiging.

In de bundel zie ik dat wat achter de horizon verschuiven. Jaap Overeem gaat daarin expliciet in zijn bijdrage – denk ik – het verst. De preek is bij hem één van de onderdelen, die zelfs – als dat zo uitkomt – weggelaten kan worden! Citaat: “Maar als de verhaallijn in de dienst geen ruimte biedt voor een drempelgebed, een preek of een geloofsbelijdenis: dan niet” (Pag. 69).

In de bundel is de liturgie mij te veel drager voor het vertellen van het verhaal en de prediking is daar één van de onderdelen van. De orde van dienst als verhaallijn met zijn eigen plot en flow. De flow kan ik nog wel meemaken: de liturgie is véél meer dan wat pauzemuziek rondom de Schriftlezingen of muzikale franje voor en na de preek, maar de plot’ zou ik toch graag in de verkondiging willen plaatsen. De ‘relationele hermeneutiek’ heeft op dat punt de laatste jaren veel aangeleverd. Op dit punt zou ik graag meer met elkaar verder willen praten en een hartelijk pleidooi doen voor de prediking als hart van de eredienst. Overigens is dat geen oratio pro domo van iemand die wekelijks mag preken. Veel gemeenteleden denken er precies zo over.

***

En zo kom ik tot mijn derde punt (je bent gereformeerd of je bent het niet), de toepassing. In catechismustermen: wat nut ons dit boek? Heb ik er wat aan, ook als ik delen van het concept niet onderschrijf?

Zeker! Ik ben inmiddels wel zo ‘blended’, dat ik in de blender het manco eruit filter en in mijn eigen kader graag gebruik maak van deze wijze van werken, zonder dat het ‘liturgisch tekstverwerken’ (pag. 103) wordt. Ik zou zelfs deze stelling wel willen verdedigen: Wie gereformeerd wil zijn, kan niet om deze manier van liturgie heen!

Cees van Setten beschrijft de gereformeerde positie als een heel schraal gebeuren, met eenzijdige nadruk op het horen en het verstand. Het kan m.i. ook anders. Van oudsher zou men in de gereformeerde traditie zeggen ‘bevindelijker’. Het verkondigde Woord wil gehoord, geloofd en ervaren worden. Wil aanspreken, raken, verwonderen en daarvoor is de bedding van een goede liturgie essentieel. Waar de verkondiging gaat resoneren met de inhoud van de liederen, de muziek, de stilte, maar ook met die van gebruikte beelden via de beamer geeft dat een impuls aan de beleving.

En in de praktijk merk ik zo ook de wisselwerking van de inhoud en de vorm. Hoe werkt dat dan bij ons?

In het begin van de week mail ik de organist/pianist het Bijbelgedeelte, tekst voor de verkondiging, eventueel het thema, de scopus, mogelijke liederen en vraag hem naar zijn suggesties. Op dinsdagmorgen volgt er vaak overleg met de dirigente van de Zanggroep, een professioneel zangeres: wat behoeft ondersteuning? Waar een stilte? Waar een solo, vocaal of muzikaal? Waar een articulering? Voor bijzondere momenten gebeurt dat overleg nog wat breder en uitvoeriger – over arrangementen voor verschillende participerende musici. Dat vergt kwaliteit en fijnzinnigheid (zo u wilt mag u het ook tact noemen). In ons enthousiasme zeiden we in het begin nog weleens ’blended is splendid’, maar nu zeggen we eerder: “less is more”. ‘Verbindend vieren is geen loodzwaar programma, maar een vrijplaats.’ (pag. 98). Die zin in het boek zou iedere lezer moeten onderstrepen.

Vorig jaar mocht ik mijn 25-jarig ambtsjubileum vieren en dat deden we in een dienst die niet had misstaan als voorbeeldviering in het boek ‘Verbindend vieren’. Een bricolageliturgie, waarbij alles op z’n plek viel: de cantorij met antifonen, net zo goed als het combo met stevige Praise. Meer dan 50 participanten. Een mooie ervaring, waarin we werden verrast door de wederzijdse beïnvloeding en verrijking, die mogelijk bleek te zijn. Het paste; het viel allemaal op zijn plek – een mooie eenheid. Dat organiseer je niet zomaar. We grijpen bij ons nog vaak op die ervaring terug om dan tegen elkaar te zeggen: het vergt heel wat, maar het kan, dat hebben we toen gezien.

Met onze liturgie-werkgroep zoeken we ons een begaanbaar pad. En onderweg krijgen we dan opeens een boek aangereikt, dat we graag benutten als studie- en bezinningsmateriaal. Ik zou het echt jammer vinden, als verhitte discussies over flow, plot, verhaal en preek, de aandacht zouden afleiden van het vele goede dat er in dit boek staat. Nogmaals een compliment dat het is verschenen en ik hoop dat het velen in onze kerk en gemeenten een impuls mag geven tot ‘Verbindend vieren”.

Vrijdag 19 april 2013
Ds. Machiel van der Giessen

Machiel van der Giessen is predikant van de Protestantse Gemeente Amersfoort en verbonden aan de Nieuwe Kerk (Leusderkwartier).