Geen categorieOverige

Vensters op de eeuwigheid – door Evert van der Veen

Zo worden iconen vaak genoemd: ze willen nadrukkelijk méér zijn dan een schilderij als uitdrukking van persoonlijke creatieve inspiratie. Iconen bemiddelen tussen God en mens, zij slaan een zichtbare brug tussen hemel en aarde en laten ons iets zien van Gods belofte.

Zo lezen we in het eerste hoofdstuk van Geloven op ooghoogte: ‘Iconen verbergen inderdaad een geestelijk geheim. Daarom zegt de Orthodoxie diepzinnig dat wie de essentie van een icoon écht wil ontdekken, eigenlijk ook innerlijke verlichting nodig heeft. Men zou het Licht dat God zelf is eerst moeten ontvangen – zeg maar: een gelovige worden. …. Want iconen nodigen uit om al kijkend met God, met Christus, maar evenzo met onszélf in gesprek te gaan’, pag 11.

Er wordt in dit boekje uitgebreid aandacht aan de geschiedenis en de ontwikkeling van iconen besteed. Ook enkele Russische iconenscholen komen ter sprake maar er wordt geen aandacht besteed aan iconen die in Griekenland, op de Balkan en Cyprus zijn vervaardigd. Goed is ook de aandacht voor het zgn. omgekeerde perspectief dat wezenlijk is voor iconen. Zij hebben geen creatieve maar een liturgische functie, zo wordt duidelijk gemaakt: ‘ze zijn voor de analfabeten, dat wat de Heilige Schrift is voor mensen die lezen kunnen’ aldus paus Gregorius de Grote in de 6e eeuw.

Het algemene kader waarbinnen iconen hun plaats hebben wordt dus nogal uitvoerig beschreven maar het is de vraag of de gemiddelde geïnteresseerde daar als eerste naar vraagt. Ik denk dat mensen graag naar de iconen zélf kijken en willen weten wát ze daar zien. In dat opzicht vind ik dit boekje helaas toch wat tekort schieten. Er worden zeker iconen besproken en er zijn ook enkele afbeeldingen maar ik had liever in enkele hoofdstukken een meer systematische bespreking van iconentypen gezien met historische afbeeldingen erbij.

De opbouw van de iconostase is een prima uitgangspunt om de voorvaderen van het Oude Testament met de zgn. oudtestamtentische triniteit neer te zetten, vervolgens de profeten aan weerszijden van de Moeder Gods van het teken. Daaronder de 12 feesten van de orthodoxe kerk en vervolgens de personen van de deësis (voorspraak bij Christus). Tenslotte de voorstellingen op de koninklijke deuren, de Moeder Gods en de Christus Pantocrator en als laatste een aantal belangrijke heiligen en kerkvaders uit de orthodoxe kerk. Langs die weg komen mensen vooral met de iconen zélf in aanraking en leren zij de voorstellingen beter verstaan.

Het hoofdstuk over het schrijven van de iconen laat niet concreet zien hoe een icoon wordt gemaakt en welke ontwikkelingsstadia er zijn. Achterin zijn tal van nuttige verwijzingen die mensen verder helpen. Mooi is dat er in de verwerking onderscheid wordt gemaakt in de benadering van hart en verstand. Misschien kan Geloven op ooghoogte nog eens een vervolg krijgen waarin de iconostase centraal staat.

Evert van der Veen