Kerk

Veelkleurigheid – door Nynke Dijkstra-Algra

Piet SchellingPlaatselijke protestantse gemeenten zeggen vaak van zichzelf dat ze ‘open en gastvrij’ zijn en de meeste voegen daaraan toe: pluriform, met ruimte voor iedereen. Dat klinkt mooi. Maar wat zeg je eigenlijk? En hoe werkt dat in de praktijk? Is er werkelijk ruimte voor ‘iedereen’? Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Opiniërend magazine voor Protestants Nederland Woord & Dienst editie mei 2012.

‘Onze gemeente is pluriform.’
‘Wij hebben ruimte voor iedereen, wij zijn divers.’
‘Je kunt onze gemeente typeren als een regenboog of als een kralenketting.’
‘Wij hebben geen profiel, dat kan ook niet, want bij ons is ruimte voor iedereen.’

Eilanden
Volgens eerder onderzoek van onderzoeksbureau Motivaction (www.pkn.nl/missionair) bestaat de Protestantse Kerk in Nederland vooral uit twee ‘mentalitymilieus’: traditionele burgerij en postmaterialisten. Bij de andere zes onderscheiden milieus vindt de Protestantse Kerk weinig of geen aansluiting. Hoezo ‘ruimte voor iedereen’? Vervolgens zijn er in iedere gemeente ook spanningen tussen de verschillende kleuren van de regenboog. Af en toe vloeken die kleuren behoorlijk met elkaar. Er groeit onbegrip. De verschillende kleuren leven niet in een mooie boog naast elkaar, ze zijn ook niet meer verbonden als in een kralenketting, maar de kralen liggen los op de grond. Eilanden van diversiteit. O ja, we hebben ‘respect’ voor elkaar, maar in de praktijk betekent dat meer onverschilligheid. Laten we er ook maar niet over gaan praten, voor je het weet hebben we ruzie. Nu kan zwijgen erg wijs zijn, maar ook dodelijk. Als je elkaar niet ontmoet, ontstaan er gemakkelijker vooroordelen. Je maakt een plaatje van de ander. Het gevaar is niet denkbeeldig dat dat plaatje minder fraai is dan het plaatje dat je van jezelf hebt ontworpen. Jouw ‘kleur’ is in theorie wel een van de vele, maar in je hart vind je je eigen kleur natuurlijk de beste. De ander is ‘minder’. Hij of zij is ‘te modern’, ‘te vrijzinnig’, ‘te evangelisch’ of ‘te traditioneel’. In ieder geval ‘te’.

Ontmoeting
Piet Schelling schreef een praktisch handboek voor de plaatselijke gemeente over het omgaan met verscheidenheid. In een serie korte, toegankelijke hoofdstukken schetst hij de verscheidenheid en wijst hij wegen die verder gaan dan langs elkaar heen leven. Hij spoort ons aan tot de ontmoeting. In het slothoofdstuk doet hij dat met buitengewoon praktische vragen en werkvormen. Hoe gaan we om met conflicten? De rol van de predikant komt apart aan de orde. Wie is hij of zij in het geheel?

Het boek bevat een aantal mooie portretten van gemeenteleden in al hun verscheidenheid. Je herkent ze onmiddellijk in je eigen omgeving. Ze brengen de verschillen dichtbij en maken die concreet, gekoppeld aan personen. Je kunt niet meer ‘theoretisch’ praten: het gaat om mensen. Jezus spoort ons niet voor niets aan om zelf initiatief te nemen naar mensen die iets tegen jou hebben of tegen wie jij iets hebt. Je praat niet ‘over’ ze (dat heet: roddelen) maar met ze. Samen praten over iemand die er niet bij is geeft je wellicht een lekker gevoel (wij samen zijn beter) maar helpt niet echt verder. De ontmoeting is ook bedreigend. Het stelt vragen aan jezelf: wil ik echt verder komen, wil ik dit conflict de wereld uit helpen? Ben ik dus ook bereid om mijn eigen aandeel onder ogen te zien en mijn eigen ongelijk toe te geven? De eigen houding is daarbij cruciaal. Zie ik die ander als ‘ouderwets’ of als ‘iemand die het licht nog niet gezien heeft’? Beschouw ik hem of haar eigenlijk als ‘ketter’? Dat proeft je gesprekspartner onmiddellijk. Hij of zij voelt zich niet serieus genomen.

Het is van belang dat je in vrijheid weet waar je staat en dat ook durft te zeggen

Voor het omgaan met verscheidenheid is het van belang dat je in vrijheid weet waar je staat en dat ook durft te zeggen. Er zal dus veiligheid moeten zijn. Hoe vrijer je bent, hoe minder angstig. Tolerantie, verdraagzaamheid heeft letterlijk te maken met ‘dragen’. Dat wortelt in betrokkenheid en in liefde. Je kiest voor de ander. Tegelijk is het niet waar dat ‘alles’ mogelijk is. Piet Schelling spreekt ook over ‘grenzen’ en over ‘kernen die ons binden’. Misschien is dat niet één kern maar zijn het er meer. Op dit punt wordt het spannend. Welke grenzen trekt een kerkenraad? Wat kan wel, wat kan niet? Speelt de waarheidsvraag daarin ook een rol?

Confronteren
Ik maak nogal eens mee dat mensen in een kleine, veilige groep woorden durven geven aan hun geloof. Bijvoorbeeld naar aanleiding van de verschillende meningen over de liturgie en de te zingen liederen. Een gevoelig onderwerp. Vaak is het dan al heel wat als we daar in alle rust over kunnen praten, elkaars visies kunnen horen en uitwisselen. Spannend! En dan? Laten we het dan verder zo naast elkaar staan onder het motto ‘duizend bloemen bloeien’? Of kunnen we ook doorpraten over wat wezenlijk is, waarin we elkaar vinden en kunnen we het dan ook nog eens afzetten tegen wat de Bijbel en de traditie ons aanreiken? Is er een norm die ons allen overstijgt? Welke? ‘Wat vraagt God van ons?’ Dat is een spannende vraag, waarop niet zomaar een eenduidig antwoord te geven is. Alleen sámen, in de gemeenschap, rondom de Schrift, biddend, kan die weg gevonden worden. Maar als het bij uitwisseling blijft, kan het vrijblijvend blijven. We zijn bang elkaar te ‘verketteren’. Durven we daarom niet meer door te vragen en soms ook te confronteren?

Kernen
Daarom vond ik de ‘kernen’ die Piet Schelling verwoordt het mooiste gedeelte uit het boek. Het zijn er vijf, maar meteen erna voegt hij eigenlijk nog een zesde toe. Die zesde vind ik ook terug bij Henk de Roest: de kerk is ‘van de Heer’. Wat mij betreft staat die kern op nummer 1. De kern ‘kruiswoorden’ is verrassend. Ze wijzen naar: vergeving, nabijheid, gedenken, vertrouwen, verlangen, voltooiing en overgave. En naar de wanhoop, zou ik willen toevoegen. De vragen die blijven – ze horen ook bij de kern. Aan de hand van zulke kernen moet het mogelijk zijn om tot een duidelijk inhoudelijk profiel te komen dat méér is dan ‘wij zijn veelkleurig’. Het helpt als dat profiel een werkwoord is. Zoals bijvoorbeeld in Zeewolde: ‘Wij hebben lief omdat God ons eerst heeft liefgehad’. Of in Amsterdam: ‘De liefde van God gestalte geven in de stad’. Zo laat je als gemeente zien wie je bent en wat je doet. Als het goed is, vallen die twee samen.

Kernen
1. de liefde
2. de kruiswoorden
3. mensen zijn elkaar gegeven
4. de ontmoeting als levenscentrum
5. leven in sjaloom
6. Jezus verbindt ons met elkaar