Filosofie

Van rollatortheologie tot Nietzsches snor

De vierde vrouw - Frans Willem VerbaasWie deze zomer op luchtige wijze wil kennismaken met Karl Barth, de invloedrijkste theoloog van de 20e eeuw, kan terecht bij de nieuwste roman van Frans Willem Verbaas. In De vierde vrouw tekent deze Schoonhovense predikant en romanschrijver een fantasievol portret van Karlilein en de vrouwen in zijn leven. Dit artikel is met toestemming overgenomen uit Woord & Dienst juni/juli 2013.

Bazel, mei 2005. Restaurant Charon. De vaste tafel van het Bazeler Metusalem Genootschap.

Daar begint Verbaas’ roman over Karl Barth, waarin hij de bronnen van fantasie en historie samenbrengt in een verhaal dat de lezer van begin af aan meeneemt. De hoogbejaarde Barth, 119 jaar inmiddels en bezig aan zijn ‘tweede ouderdom’, vormt het middelpunt van het groepje oude mensen in het restaurant dat de naam draagt van de veerman van de onderwereld. Karl Barth, de oudste mens ter wereld, lijkt daarbij vergeten. Nog een jaar en hij is zo oud als Mozes!

Kidnap
Dan wordt de beroemde professor, die net een interview gegeven heeft dat hem nog lang zal heugen, op klaarlichte dag ontvoerd. De reden van zijn ontvoering weet Verbaas te verbergen tot pagina 276. Op knappe wijze wordt zo de spanning opgebouwd. Karl moet zich zien te redden en doet dat; met zijn humor, pijp en heldere geest, waarvan de auteur de lijn krachtig doortrekt naar zijn ouderdom.

Op klaarlichte dag wordt de hoogbejaarde Barth ontvoerd

Verbaas kiest ervoor in alle oneven hoofdstukken het verhaal van Barths ontvoering te vertellen en de bizarre belevenissen daaraan verbonden, tot in het verre buitenland. De andere hoofdstukken vertellen het verhaal van zijn leven; van het dorpje Pratteln in 1896 waar Barth onverwacht als klokkenluider optreedt, langs de universiteitssteden waar hij doceert en de vrouwen die hij bemint, tot het einde van zijn levensverhaal, terug in Bazel. Zijn jarenlange vriendschap met Eduard Thurneysen komt daarbij ruimschoots in beeld, evenals de karakters van zijn vrouw Nelly en minnares Charlotte von Kirschbaum (‘Lollo’). Feitelijk wordt heel Barths levensloop ons voor ogen geschilderd in de even hoofdstukken van de roman, een hoge ambitie.

Vrijheid
Verbaas vlecht ook de nodige theologie door zijn verhaal. Als Barth gevraagd wordt naar zijn leeftijd, luidt zijn commentaar: “De betekenis die mijn hoge leeftijd voor mij heeft, hangt nauw samen met een woord dat altijd een cruciale rol heeft gespeeld in mijn theologie. Ik doel op het mooie woord ‘vrijheid’. Ik heb er mijn hele werkzame leven op gewezen dat de bijbelse getuigen ons aanzeggen dat wij door Gods genade als vrije mensen kunnen en mogen leven.” Tegelijk worstelt de professor met zijn eigen waarden, temeer daar de ouderdom hem parten speelt: “Mijn herinneringen zijn als sneeuwvlokken die wegvallen zodra ze gevallen zijn. Ze blijven niet meer liggen. Ze verbinden me niet meer met de man die ik was.” Met rake typeringen als deze biedt Verbaas ook een kleine filosofie van de ouderdom.

Roman
Maar al het materiaal is onderhorig aan het verhaal. Dat wil de schrijver althans, naar de eis van de roman als kunstvorm. Het is gewaagd in een roman een complete biografie – en theologie – te willen verwerken. Op de meeste plaatsen weet de schrijver het een en het ander echter goed te combineren en prachtig te integreren. Het boek leest daardoor moeiteloos door. Slechts op sommige plaatsten, met name aan het eind, had ik de indruk geen boek maar eerder een werkstuk te lezen: op de momenten dat de opsomming van feiten uit Barths leven even niet doorspekt wordt met levende fantasie, zoals op andere plaatsen. We stoten hier op de grenzen van het genre boeken waarop Verbaas inmiddels een patent heeft; je kunt niet alles erin stoppen, slecht zoveel als dienstbaar is aan het verhaal.

Al met al is De vierde vrouw is een hilarisch boek. Niet zonder kern van ernst, maar steeds lucide en luchtig. “Ik heb altijd een hekel gehad aan theologen met van die zorgelijke gezichten.” Dat lijkt niet alleen Barth, maar ook Verbaas op het lijf geschreven. Het plezier straalt van zijn boek af en hij is er met zijn inlevingsvermogen graag bij: op de colleges van de professor, bij zijn moeizame huwelijksleven en op de ‘Bergli’ in de alpenweiden, waar de zomers worden doorgebracht en waar Karl Charlotte van Kirschbaum leert kennen.

Pijn
Binnen de roman neemt Barths huwelijk met Nelly en gelijktijdige liefdes- annex werkrelatie met Lollo een prominente plaats in. De drie volwassenen leven jarenlang onder hetzelfde dak. Dat schuurt nogal eens. Verbaas volgt de ontwikkelingen als met een verborgen camera. Hij komt Barth en zijn vrouwen daarbij dicht op de huid. En dat is precies wat de lezer horen wil. In het uitspinnen van de ingewikkelde driehoeksverhouding in huize Barth ontwikkelt zich de roman ook het verst; waarschijnlijk niet tot vrolijkheid van Barth-adepten, die dit hoofdstuk liever zullen overslaan. Verbaas doet dat niet, al relativeert hij een en ander mijns inziens met de titel van zijn boek – waarover ik hier niets wil verklappen.

Verbaas komt Barth en zijn vrouwen dicht op de huid

De keuze voor de titel heeft mij niet in hoerastemming achtergelaten vanwege de ongelijksoortigheid van de vierde vrouw in Barths leven na Rösy, zijn eerste verloofde, Nelly en Charlotte. De titel kan ook als vergoelijking worden opgevat. Het was mij liever geweest als Verbaas de pijn van het ingewikkelde liefdesleven van Barth, dat hij indrukwekkend onder woorden brengt, had laten staan. Zoals op pag. 247: “Ik zou me geen raad weten met Nelly zonder Lollo in één huis,” zei Karl op verhoogde toon. “Je weet niet, Eduard, hoe onmisbaar Lollo voor me is geworden (…) Zonder Lollo blijft er van Karl Barth hooguit de helft over.”

Snor
Er valt qua taal ook het nodige te genieten bij Verbaas. Zo horen we van ‘rollatortheologie’, van Barths zelfreflectie “eerst maakte ik geschiedenis, daarna werd ik geschiedenis”, van de observatie dat ‘het absurde een trouwe metgezel is van de menselijke soort’ en ‘het uiteindelijke mysterie van het leven niet verklaard, maar ondergaan moet worden.’ Raak is ook de typering van de snor van vrouwenhater Nietzsche als ‘het vijgenblad waarachter hij zijn vrouwelijkheid verborg’. Je moet er maar opkomen.

Bij Barth hoort ook zijn voorliefde voor Mozart, die in de roman ruimschoots aan bod komt. Zo horen we Barth verklaren: “Als de engelen God loven spelen ze Bach, als ze voor zichzelf muziek maken spelen ze Mozart.”

Commentaar
Via zijn hoofdpersoon levert Verbaas ook actueel theologisch commentaar. Soms staat de predikant in de schrijver op. Zo moeten we niet treuren om de kerkelijke leegloop, want: ‘Achter de bezorgdheid over de toekomst van het christendom zit vaak het misplaatste verlangen God te redden. Gelukkig hoeven wij God helemaal niet te redden. God redt zichzelf wel. En Hij zal óns redden’ (…) ‘Wat de kerk vooral niet moet doen, is in paniek raken. Wat de kerk vooral wél moet doen, is vraagtekens en uitroeptekens plaatsen in de marge van de cultuur. Dat kan heel goed met kleine groepjes van trouwe gelovigen.’

Zo is De vierde vrouw een verrassend compleet boek met, naast veel bekende Barth-klassiekers, vele kleuren op het palet.

Frans Willem Verbaas, De vierde vrouw. De wonderlijke lotgevallen van een tegendraads theoloog, Mozaïek: Zoetermeer 2013, 284p. € 19,90