Geen categorieOverige

Van de Beek sluit de Geest op in het ambt – door drs. Teun van der Leer

Ook deze keer heb ik het nieuwste boek van prof. dr. Bram van de Beek, Lichaam en Geest van Christus, met grote interesse gelezen. Van A tot Z, inclusief de voetnoten. Als altijd weet Van de Beek (van nu af: VDB) te boeien met zijn brede kennis van Bijbel en theologie, te prikkelen met zijn eigen verrassende invalshoeken en uit te dagen met zijn vaak scherpe en dwarse stellingnames. Zo zijn er mooie passages over de Schrift, de canon, de verhouding Oude en Nieuwe Testament en hermeneutiek. Maar ook over Maria, de Triniteit en de persoon van de Heilige Geest. VDB houdt van Christus, van de Schrift en van de kerk. Die liefde deel ik. Toch is er geen boek van zijn hand waarmee ik het zo fundamenteel oneens ben als met dit boek. Dat heeft er alles mee te maken dat hij even nadrukkelijk de hand reikt aan Rome als dat hij de vrijkerkelijke ecclesiologie afwijst. Beide betreur ik. Ik denk niet dat we deze kant uitmoeten. Daarom reageer ik vooral kritisch.

Mijn eerste vraag ligt al direct bij zijn keuze om éérst over de kerk te spreken en dan pas over de Geest. Nu deel ik zijn huiver om de pneumatologie zo breed uit te laten waaieren dat die wordt losgezongen van de christologie, maar dat is nog wat anders dan de Geest van de weeromstuit zo’n beetje op te sluiten in de kerk, of eigenlijk in het ambt. Dat is de consequente uitkomst van VDB’s keuze om het Nieuwe Testament (NT) te lezen door de bril van de kerkvaders in de eerste drie eeuwen, met als het om de ecclesiologie gaat een sterke oriëntatie op Ignatius (‘waar de bisschop is, daar is de kerk’) en Cyprianus (de kerk als moeder, buiten wie geen heil is). Waar ik me met Nieuwtestamentici als bijv. Schweitzer, Reiling en Dunn blijvend verbaas over de kloof die er is tussen de wereld van het NT en de vroege kerk, juist als het gaat om de ecclesiologie, ziet VDB hier een doorgaande lijn. Zaken als het bisschopsambt en de kinderdoop moeten naar zijn mening wel van de apostelen zijn overgeleverd, want anders was er wel meer protest tegen geweest. Een dergelijk argumentum ad silencio vind ik wel erg mager om zulke omstreden en in hun ecclesiologische consequenties verstrekkende noties te onderbouwen en uit te dragen. Terecht merkt VDB op dat de Schrift aanzetten (252) geeft voor een ambtelijke structuur. Maar dat is nog wat anders dan het ambt op hetzelfde niveau als de Schrift (en het Symbool) tot bewakingsinstrument van de kerk te maken.

Wat mijns inziens meer een randverschijnsel in het NT is dat per context onder leiding van de Geest zijn eigen gestalte mag krijgen, vormt voor VDB het hart. Hij gaat zelfs zover te zeggen dat aan het geordineerde ambt via de Woordverkondiging en de toelating tot de eucharistie ‘de sacramentele toegang tot God en zo de sleutels van het hemelrijk zijn toevertrouwd’ (206). De ambtsdrager is de instantie die de kerk bij Christus houdt in persoon, hij is ‘de priester van Christus’ (207). Ambtsdragers mogen beslist niet democratisch verkozen worden, want als iedereen verantwoordelijk wordt voor de koers van de kerk, kan dat alleen tot chaos leiden (198). Eén van de redenen waarom ik vermoed dat er kort na het NT zo snel gekozen is voor de verambtelijking ten koste van de charismatische gemeenschap, is die vermeende angst voor ‘de chaos’ als ‘iedereen maar meedoet’.

Toch is dat laatste precies wat het NT mijns inziens leert. Dat er géén hiërarchie is en géén tweedeling tussen clerus en volk, maar dat allen de Geest ontvangen, allen kunnen profeteren, allen priester zijn en allen delen in de verantwoordelijkheid om het lichaam op te bouwen in de liefde. Tegenover het enthousiasme van de Korintiërs dat tot zoveel conflicten leidde, heeft volgens VDB ‘Christus aan de kerk het geordineerde ambt gegeven en dat is een zegen’ (246). Het ambt wordt wel vaker ‘verdedigd’ met een beroep op 1 Korintiërs. De vraag is dan wel waarom Paulus zelf niet met die oplossing kwam. Juist in de Korintebrief noemt hij het niet, behalve via de lijst met charismata (apostelen, profeten, leraren). Op geen enkele wijze bekritiseert hij het charismatische op zichzelf. Hij reguleert het alleen. Zoals een verstandige overheid het verkeer niet afschaft als het een chaos wordt, maar het reguleert met regels, borden en verkeerslichten.

Het (noodzakelijke!) ‘tegenover’ in de gemeente is niet gefixeerd in een ambtsdrager, maar in het Woord dat door de Geest mij als een spiegel wordt voorgehouden via een andere broeder of zuster en uiteraard ook – maar niet exclusief – door een ambtsdrager. De hele gemeente heeft de roeping ‘elkaar te vermanen’. Wie daar een duidelijke gave voor heeft kan – met erkenning daarvan door de gemeente – een ambt of een bediening worden toevertrouwd. Met andere woorden: het charisma bepaalt het ambt, niet andersom (zie opnieuw 1 Kor. 12). VDB hecht zeer aan het geordineerde ambt, waarbij tijdens de ordinatie het charisma geschonken wordt. Dat lijkt me eerder de uitzondering die de regel bevestigt (en die regel is dat de volgorde omgekeerd is).

Het is een beetje lastig om vanuit het baptisme en het evangelicalisme het debat met VBD aan te gaan. In zijn Woord vooraf geeft hij eerlijk aan dat hij zich heeft moeten beperken als het gaat om het in gesprek gaan met het hele brede veld van de theologie en dat dus ‘de Middeleeuwen, de oosterse kerken, het methodisme en het baptisme node worden gemist’. Dat is te begrijpen. Maar het is dan wel jammer dat hij desondanks vaak zo stellig is in wat volgens hem baptisten, evangelischen en charismatici geloven en daar een niet mis te verstaan oordeel over heeft. Waar worden deze oordelen dan op gebaseerd? In elk geval niet op een grondige kennis van zaken. Zo gooit hij evangelischen en congregationalisten regelmatig op één hoop, terwijl de meeste evangelische gemeenten helemaal niet congregationalistisch zijn (was het maar waar!). Het congregationalisme zelf komt nauwelijks aan bod (17 zinnen op p. 228) en wordt niet echt in z’n intenties gepeild. Hier wreekt zich dat hij zich voor zijn kennis van het congregationalisme en van het evangelische denken over de kerk vooral baseert op Ouweneel, die bepaalt niet representatief kan worden geacht (zie mijn genoemde artikel onderaan).

Om me nu verder maar tot de baptisten te beperken: die zijn niet pas na de methodisten ontstaan (maar ruim twee eeuwen eerder) en zijn zeker niet allemaal over een arminiaanse kam te scheren. Sterker: de meeste baptisten waren en een heel aantal zijn nog steeds voluit calvinistisch. Denk maar aan Bunyan, Gill, Fuller, Carey, Spurgeon en Piper. Zo gemakkelijk kun je de volwassendoop niet als een arminiaanse dwaling wegzetten.

Dat is ook een hardnekkig misverstand dat bij VDB steeds weer opduikt: dat bij baptisten en evangelischen de menselijke keuze het een en het al is. En dat zij vooral door het individualisme worden aangestuurd. Wat het eerste betreft: zowel bekering als doop op belijdenis zijn antwoorden op wat de Geest in een mensenhart heeft gewerkt. God heeft het eerste woord, jazeker. Tegelijk hoort dat antwoord er wel helemaal bij en roept de Schrift daar ook voortdurend toe op.

En wat dat veronderstelde individualisme betreft: daar was bij de vroege dopers in de 16e en de baptisten in de 17e eeuw al helemaal geen sprake van. De humor is eigenlijk dat baptisten minstens zulke gemeenschapsdenkers zijn als VDB en in hun ecclesiologie op een bepaalde manier heel dicht bij Rome staan (en op een andere manier heel ver er vandaan). Geloven is geloven in gemeenschap en je verbinden aan de gemeenschap en zo is ook de doop gemeentevormend en zeker geen individuele daad. Het verstaan en de uitleg van de Schriften is ook geen kwestie van ‘lees zelf je bijbeltje maar’, maar het is een lezen in en met de gemeenschap om zo samen te onderscheiden waarop het aankomt (‘discerning the mind of Christ’).

Ik raad ieder aan dit boek goed te lezen. Het is een goed doordacht en consequent opgebouwd betoog dat leest als een trein. Het geeft een helder inzicht in een sterk sacramentele ecclesiologie die verbindend kan werken in het gesprek met Rome. Voor wie daaraan hecht is het zelfs een bemoedigend boek. Maar ook voor wie zoals ik een volstrekt andere ecclesiologische weg inslaat is het boek een aanrader. Het dwingt je immers je positie opnieuw te doordenken en aan te scherpen. En dat laatste is paradoxaal genoeg hard nodig, juist nu dit boek verschenen is!

Over Teun van der Leer
Teun van der Leer is rector van het Baptistenseminarium, de predikantenopleiding van de Unie van Baptistengemeenten in Nederland, verbonden aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Hij doceert o.a. ecclesiologie. Recent verschenen van hem de volgende artikelen over dit onderwerp:
‘Welke kerkvorm heeft de toekomst? De mogelijkheden van een “Believers Church”’ in Theologia Reformata 53.1 (2010), 16-28.
‘De kerk als voertuig van de Geest? Minder ballast, meer mogelijkheden’ in GEESTkracht no. 66 (2010), 3-12.
‘Hoe evangelisch is Bram van de Beek?’ in Soteria 28.3 (2011), 7-12.
‘De kerk van Ouweneel: Moedig en uitdagend, maar ook eenzijdig’ in Soteria 28.4 (2011), 45-49.

10 reacties

  1. Geïnteresseerde
    2 april 2012 om 15:28

    Heeft de behoefte aan een ambt misschien niet zozeer een theologische, als wel een psychologische oorzaak? Sommige mensen hebben meer behoefte aan structuur, vaste kaders en dergelijke. Anderen hebben juist weer een sterke psychologische behoefte aan vrijheid. Ik raad aan om de psychologie meer te betrekken; dan kan ook blijken dat er Bijbels gezien een grote ruimte is; dus níet alleen ambtstheologie, en ook niet alleen congregationalisme.

    Laat ieder naar die kerk gaan die (niet alleen theologisch maar vooral ook) psychologisch gezien het beste bij hem of haar past. Dan kunnen we elkaar ook een stuk meer de ruimte geven om van kerk te gaan wisselen (van gereformeerd naar evangelisch, of andersom, of van/naar katholiek enz.).

  2. L.S.
    2 april 2012 om 21:26

    Geachte heer Van der Leer,
    Graag reageer ik op uw artikel.
    1. U schijft: ‘’Dat is ook een hardnekkig misverstand dat bij VDB steeds weer opduikt: dat bij baptisten en evangelischen de menselijke keuze het één en het al is. En dat zij vooral door het individualisme worden aangestuurd’’.

    30 jaar binnen de evangelische wereld heeft mij ervan overtuigd dat VDB gelijk heeft.
    U haalt calvinistische baptisten aan zoals Bunyan, Carey, Spurgeon en Piper. En inderdaad hingen zij de volwassendoop aan. Maar, in die tijd ging prediking van ‘zonde’ en ‘oordeel’ in elk geval nog vooraf aan of ging gepaard met de genadeverkondiging voor zondaars. Dat ligt vandaag heel anders. Vandaag hoor ik weinig meer over ‘zonde’. Wel veel over ‘kanjers voor God’ (EO). Dat is het hedendaagse klimaat. De mens staat centraal met zijn potenties. Als we ‘kanjers voor God’ zijn, i.p.v. zondaars, dan wordt de volwassendoop al gauw een uiting van de menselijke keuze voor God. Dat is het evangelische klimaat in Nederland vandaag, lijkt mij. In die context wordt de volwassendoop in de praktijk een verlengstuk van menselijke keuze.
    U schrijft dat VDB de evangelischen, charismatischen en baptisten op één hoop gooit. VDB generaliseert, dat kan zijn, maar hij heeft wel het algemene geestelijke klimaat te pakken van het evangelicalisme in Nederland. Het is echt geen hardnekkig misverstand bij VDB.
    Hij analyseert scherp wat hij ziet in de evangelische wereld, generaal gesproken. Dat is ook wat ik heb ervaren na jarenlange betrokkenheid bij de 3 genoemde stromingen van het evangelicalisme. De mens staat in het middelpunt. Over zonde wordt weinig meer gesproken.
    De voorbeelden van de godsmannen die u noemt zijn niet representatief voor het hedendaagse evangelische klimaat in Nederland. Het theologische erfgoed van de godsmannen die u noemt vind je eerder terug binnen de reformatorische kerken in Nederland. Bij de kinderdopers dus.
    Het denken vandaag in het evangelicalisme is een evangelie van geborgenheid en menselijke mogelijkheden. Een kruis versierd met mooie tulpen i.p.v. een doornenkroon (Elisabeth bode: Pasen) staat centraal. Helaas ook in veel PKN kerken, die beïnvloed worden door het evangelicalisme of liberalisme. Aangevuld met een dagelijkse diarree aan oproepen voor steun aan christelijke ‘’goede doelen’’. Dat staat voorop. Activisme, tekenen oprichten, Koninkrijken bouwen, gaven en talenten, mijn inzet voor God. VDB richt zijn kritiek allereerst op de PKN. Maar, met het evangelicalisme is het niet veel beter gesteld.
    De gelovigendoop wordt door u ingelezen in het NT. Met de ‘’huis’’ teksten weet u ook geen raad. Het NT denkt collectief. De hedendaagse mens is een individu, die kiest voor Jezus. Bovendien is in de hedendaagse context na de Verlichting de kinderdoop sowieso verre te verkiezen boven de volwassendoop (behalve uiteraard voor bekeerlingen). En dan bedoel ik wel met de invulling die VDB aan de inhoud van de doop geeft. Het voert te ver daar op in te gaan. VDB heeft een punt.

    2. U schrijft: ‘’VDB hecht zeer aan het geordineerde ambt, waarbij tijdens de ordinatie het charisma geschonken wordt. Dat lijkt me eerder de uitzondering die de regel bevestigt’’

    Toch ben ik na vele jaren in de evangelische wereld ook de nadelen gaan zien van de benadering vanuit het charisme. Er is in de evangelische wereld een groot aantal door zichzelf gezalfde leidslieden. Er is veel geclaim van bepaalde ‘’gaven’’ en ‘’talenten’’. Er zijn vele ‘’roepingen’’ onder de mensen. En dat ook nog in de context waarin over het algemeen niet veel Bijbelkennis meer is. Wel veel kennis van menswetenschappen, management, macht en marketing. Dat heeft ertoe geleid dat we nu in een situatie zijn beland waar uitgedragen wordt: ‘’geloven is doen’’ (EO), waarbij de inhoud van het christelijke geloof niet meer voorop of centraal staat, of erger. Activisme en de mens met zijn mogelijkheden (voor God) staan centraal. Zonde, gerechtigheid en oordeel hoor je nauwelijks meer. Allerlei christelijke bladen, zoals EO-gids, Elisabeth bodes etc. etc. moeten elke week weer vol geschreven worden met christelijke succes stories t.b.v. de chr. media business, met vooral mensenverhalen. Maar, over kruis, vreemdelingschap, oordeel, waar VDB over schrijft, daar hoor ik doorgaans niet veel over. Dat heeft het zgn. charisma, en het uitwaaieren van de Geest buiten de ambten om, ons kennelijk gebracht. Een vrij kerkelijke ecclesiologie? Nee, dank u wel, liever niet, en zeker niet met de hedendaagse ‘manager voorganger’. Chr. leiders, nee, dank u wel. Dan ben je voor je het weet in de kerk een projectmedewerker geworden voor het bouwen van iemands ‘geestelijk huis’ (zo heet het dan).

    En wat te denken van die enorme verschillen in leer, in vooral evangelische kring. De één gaat voor 666, de ander zoekt de verloren stammen, weer een ander kent de ‘’tekenen der tijden’’ en weer een ander heeft ‘’de uitleg over Openbaring, want die is immers zo eenvoudig als je maar letterlijk leest wat er staat’’. Nee, geef mij dan de ambten maar, zoals VDB voorstelt. Ik ga liever naar een huisarts en dominee die er voor heeft gestudeerd. Verreweg te verkiezen boven het vrije charisma.

    3. U schrijft: ‘’ Hier wreekt zich dat hij zich voor zijn kennis van het congregationalisme en van het evangelische denken over de kerk vooral baseert op Ouweneel, die bepaalt niet representatief kan worden geacht’’.

    Ik denk dat W.J. Ouweneel meer representatief is voor het evangelicalisme in Nederland dan u misschien denkt. Vele evangelische mensen volgen zijn lezingen en lezen zijn boeken.
    Na Ouweneel, Bottenbley, Bakker, Van der Leer ben je met de evangelische theologen wel zo ongeveer uitgepraat. Wie anders had VDB dan moeten aanhalen als representatief voor de evangelische wereld in Nederland? De door u genoemde theologen zijn of van vorige eeuwen en de Pipers hebben we hier niet. Gelukkig dat er nu ook evangelischen zoals baptisten gaan studeren aan de VU en een opleiding krijgen op academische niveau.

    Het is bemoedigend dat u zo positief afsluit en het boek van VDB aanbeveelt. Ik zou zeggen: doe er wat mee. Luister naar VDB. Laat hem nog veel aan het woord zoals u al deed in Soteria. Dat vraagt om meer, niet om hem te bekritiseren maar, om van hem te leren. Dat is hard nodig ook en misschien wel vooral in de evangelische wereld in Nederland. Met groet.

  3. Krijn Vogelaar
    2 april 2012 om 21:44

    Veel in de boeken van prof. V.d. Beek heeft me getroffen en bemoedigd, maar bij veel van wat hij bijvoorbeeld in “God doet recht” over de eucharistie las, ervaar ik vervreemding . Dat geldt nog meer t.a.v. wat ik gelezen heb over wat prof. V.d. Beek over de eenheid van de kerk naar voren heeft gebracht.
    Voor mijn besef gaat het bij de eenheid van de kerk om de eenheid van Johannes 17 d.w.z . over een eenheid in het licht van de eenheid van Jezus Christus als de Zoon van God met de Vader: de eenheid van het geloof.(Ef.4:13).
    Betekent dat niet dat alles wat niet overeenstemt met wat Christus over de Vader bekend gemaakt heeft tegen de eenheid van de kerk ingaat?
    De min of meer organisatorische eenheid die de kerk .al gauw gezocht heeft, lijkt me zoals Van der Leer zegt waarschijnlijk te maken te hebben met angst voor de chaos. Is dat geen uiting van de poging om veiligheid te zoeken in iets van deze wereld? Heeft het op die manier zoeken naar eenheid ook niet veel onheil gebracht? Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de vervolging van de Egyptische kerk door de kerk van Constantinopel . Heeft die manier van het bevorderen van de eenheid van de kerk -als ik het goed heb- er zelfs niet toe geleid dat de Kopten de legers van de Islam als bevrijders hebben binnen gehaald?.
    Zou het niet veel meer in de lijn van het Nieuwe Testament liggen als de kerk het zou gelaten hebben bij een organisatie te vergelijken met de synagoge zoals die ook bij de Islam min of meer is te vinden?
    Al geeft een min of meer congregationalistische organisatiestructuur uiteraard geen enkele garantie voor de eenheid waar het in Johannes 17 over gaat.
    Wel past zo’n structuur voor mijn besef beter bij het werk van de Heilige Geest over wie mensen niet kunnen beschikken dan een organisatie die geforceerd de eenheid wil proberen te handhaven.Daarbij komt me het verhaal over de Groot Inquisiteut van Dostojewski in gedachten.

  4. lezer
    2 april 2012 om 22:48

    Geachte heer Van der Leer,

    Graag reageer ik op uw artikel.

    1. U schijft: ‘’Dat is ook een hardnekkig misverstand dat bij VDB steeds weer opduikt: dat bij baptisten en evangelischen de menselijke keuze het één en het al is. En dat zij vooral door het individualisme worden aangestuurd’’.

    30 jaar binnen de evangelische wereld heeft mij ervan overtuigd dat VDB gelijk heeft.
    U noemt calvinistische baptisten zoals Bunyan, Carey, Spurgeon en Piper. En inderdaad hingen zij de volwassendoop aan. Maar, in die tijd ging prediking van ‘zonde’ en ‘oordeel’ in elk geval nog vooraf aan of ging gepaard met de genadeverkondiging voor zondaars. Dat ligt vandaag heel anders. Vandaag hoor ik weinig meer over ‘zonde’. Wel veel over ‘kanjers voor God’ (EO). Dat is het hedendaagse klimaat. De mens staat centraal met zijn potenties. Als we ‘kanjers voor God’ zijn, i.p.v. zondaars, dan wordt de volwassendoop al gauw een uiting van de menselijke keuze voor God.

    U schrijft dat VDB de evangelischen, charismatischen en baptisten op één hoop gooit. VDB generaliseert, dat kan zijn, maar hij heeft wel het algemene geestelijke klimaat te pakken van het evangelicalisme in Nederland. Het is echt geen hardnekkig misverstand bij VDB.
    Hij analyseert scherp wat hij ziet in de denkwereld van het evangelicalisme. Dat is ook wat ik heb ervaren na jarenlange betrokkenheid bij de 3 bovengenoemde stromingen. De mens staat in het middelpunt. Over zonde wordt tegenwoordig (t.o.v. vroeger) weinig meer gesproken.
    De voorbeelden van de godsmannen die u noemt zijn niet representatief voor het hedendaagse evangelische klimaat in Nederland. Het theologische erfgoed van de godsmannen die u noemt vind je eerder terug binnen de reformatorische kerken in Nederland. Bij de kinderdopers dus.
    Het denken vandaag in het evangelicalisme is vooral een evangelie van geborgenheid en menselijke mogelijkheden. Een kruis versierd met mooie tulpen i.p.v. een doornenkroon (Elisabeth bode: Pasen) staat centraal. Helaas dus ook in veel PKN kerken, die beïnvloed worden door het evangelicalisme of liberalisme. Aangevuld met dagelijkse oproepen en collectes voor steun aan christelijke ‘’goede doelen’’. Dat staat voorop: Activisme, tekenen oprichten, koninkrijken bouwen, gaven en talenten, mijn inzet voor God. VDB richt zijn kritiek allereerst op de PKN. Maar, met het evangelicalisme is het niet veel beter gesteld.
    T.a.v. de doop ben ik meer gaan zien dat je rekening moet houden met het collectieve denken in het NT. Bijv. de ‘’huis’’ teksten. Het NT denkt collectief. Maar, de hedendaagse mens denkt als een individu, die kiest voor Jezus. Ook de gelovigendoop visie kan worden ingelezen in het NT, zonder dat je het beseft. Dat deed ik. Ik geef nu de voorkeur aan de kinderdoop, tenminste als je die zo invult zoals VDB dat doet in ‘’God doet recht’’. Een geweldig sterk boek. Hfst. 12 in zijn ‘’Tussen traditie en vervreemding’’ en een aantal van zijn artikelen heeft mij als voormalig evangelisch christen overtuigd door de sterke argumenten voor de kinderdoop, die ik nooit eerder zo had gehoord. VDB heeft een punt.

    2. U schrijft: ‘’VDB hecht zeer aan het geordineerde ambt, waarbij tijdens de ordinatie het charisma geschonken wordt. Dat lijkt me eerder de uitzondering die de regel bevestigt’’

    Na vele jaren in de evangelische wereld ben ik ook de nadelen gaan zien van de benadering vanuit het charisme. Er is in de evangelische wereld een groot aantal leidslieden die zichzelf naar voren hebben geschoven. Of voor zichzelf beginnen. Er is veel geclaim van bepaalde ‘’gaven’’ en ‘’talenten’’. Er zijn vele ‘’roepingen’’ onder de mensen. En dat in de context waarin over het algemeen niet veel Bijbelkennis meer is. Mensen worden dan gemakkelijk gemanipuleerd. Theologische kennis en interesse is vandaag veelal verdrongen door kennis van de menswetenschappen, management, macht en marketing. Dat heeft ertoe geleid dat we nu in een situatie zijn beland waar massaal het idee uitgedragen wordt: ‘’geloven is doen’’ (EO), waarbij de inhoud van het christelijke geloof niet meer voorop of centraal staat, of uit het zicht verdwijnt, voorzover men daar nog weet van heeft. Activisme en de mens met zijn mogelijkheden (voor God) staan centraal. Zonde, gerechtigheid en oordeel hoor je nauwelijks meer. Allerlei christelijke bladen, zoals EO-gids, Elisabeth bodes etc. moeten elke week weer vol geschreven worden met christelijke succes stories t.b.v. de chr. media business, met vooral mensenverhalen. Maar, over kruis, vreemdelingschap, oordeel, zonde, waar VDB over schrijft, daar hoor ik doorgaans niet veel over. Dat heeft het zgn. charisma, en het uitwaaieren van de Geest buiten de ambten om, ons kennelijk ook gebracht. Een vrij kerkelijke ecclesiologie? Nee, liever toch maar niet. En zeker niet met de hedendaagse evangelische ‘manager voorganger’. Dan ben je voor je het weet in de kerk iemands projectmedewerker geworden. Is het dan bij de baptisten veel beter gesteld? VDB heeft denk ik wel een punt.

    En wat te denken van die enorme verschillen in leer, in vooral evangelische kring. De één gaat voor 666, de ander zoekt de verloren stammen, weer een ander kent de ‘’tekenen der tijden’’ en weer een ander heeft ‘’de uitleg over Openbaring, want die is immers zo eenvoudig als je maar letterlijk leest wat er staat’’. Nee, geef mij dan de ambten maar, zoals VDB voorstelt. Ik ga liever naar een huisarts en dominee die er voor heeft gestudeerd en middels een erkend diploma blijk kan geven van deskundigheid. Het is niet om het even wat er gezegd wordt over God. Verreweg te verkiezen boven het vrije charisma, is mijn conclusie geworden.

    3. U schrijft: ‘’ Hier wreekt zich dat hij zich voor zijn kennis van het congregationalisme en van het evangelische denken over de kerk vooral baseert op Ouweneel, die bepaalt niet representatief kan worden geacht’’.

    Ik denk dat W.J. Ouweneel representatief is voor het evangelicalisme in Nederland. Vele evangelische mensen volgen zijn lezingen en lezen zijn boeken. Wie anders had VDB dan moeten aanhalen als representatief voor de evangelische wereld in Nederland? De door u genoemde theologen zijn of van vorige eeuwen en de Pipers hebben we hier niet. Gelukkig dat er nu ook evangelischen zoals baptisten gaan studeren aan de VU die een opleiding krijgen op academische niveau. Nu maar hopen dat de toekomstige dogmatiek van Brink/Kooi een goede dogmatiek wordt, maar vooral ook dat studenten VDB niet vergeten te lezen.

    Het is daarom bemoedigend dat u zo positief afsluit en het boek van VDB aanbeveelt. Met groet.

  5. Albrecht Bastemeyer
    3 april 2012 om 22:20

    L.S.,

    In de eerste plaats wil ik Teun van der Leer hartelijk bedanken voor het grondig lezen van het boek ‘Lichaam en Geest van Christus’ van prof. dr. Bram van de Beek.
    Zijn bespreking hier maakt dat ik het boek wil lezen. Verder heb ik waardering voor het feit dat van der Leer hier laat zien dat de ‘keuze om het Nieuwe Testament (NT) te lezen door de bril van de kerkvaders in de eerste drie eeuwen’ een enge en onzuivere kijk op “De Kerk” oplevert.

    Met hartelijke groet,

    Albrecht Bastemeyer

  6. lezer
    5 april 2012 om 00:58

    Geachte heer Van de Leer,

    N.a.v. de reactie van de heer Bastemeyer reageer ik nogmaals op uw commentaar op het boek van VDB. Er zijn, zo komt het mij voor, altijd mensen die ”het lezen door de bril van”, in dit geval de kerkvaders, verachtelijk vinden. De suggestie is dan vaak, dat zij zelf een objectieve interpretatie van de schrift hebben. Het spijt me te moeten zeggen dat ik dit het meeste bij sommige evangelische christenen tegenkom, waaronder ook baptisten. Waar een dergelijke objectieve interpretatie toe leidt, zal ik u deze keer besparen. Ik zeg niet dat u of de heer Bastemeyer zich daar schuldig aan maken, maar wel getriggerd door laatste reactie. Als opstapje voor wat ik eigenlijk wil zeggen.

    Graag wil ik nog het volgende onder uw aandacht brengen.

    In het NT waren er toch ook apostelen die gezag hadden? Paulus schrijft als apostel een brief aan 1 Kor. omdat er t.g.v. charismatische uitingen, chaos was ontstaan. Dat is toch ook een vorm van ambtelijk gezag en hierarchie? Zo, waren er ook andere apostelen die brieven schreven tegen misstanden in de gemeente. Die oefenden dus allen leergezag uit, om de gemeente te corrigeren. Dat is toch ook gewoon een vorm van hierarchie en tweedeling, clerus en volk, om uw termen te gebruiken (die ik niet mooi vind)? Het probleem ontstaat nu juist als iedereen in de gemeente dat gezag van een apostel gaat claimen. Paulus ziet er ook op toe dat er gezagsdragers blijven zoals Timotheus.

    Kennelijk weten we niet zoveel zeker over hoe het allemaal precies verder is gegaan in het tijdvak tussen het NT en de kerkvaders. Het blijft speculeren, interpreteren hoe het precies is gelopen, zoals met (kinder)doop, bisschopsambt, ecclesiologie. Er zal continuiteit en discontinuiteit zijn, wie zal het zeggen waar en op welke punten allemaal. Het ”argumentum ad silencio” vind ik wel erg mager bij VDB, zegt u. Maar, als er gewoon niet meer gegevens zijn, moet je je ergens op baseren en de schaarse gegevens interpreteren/invullen. Dat doet Dunn ook en dat zult ook u ongetwijfeld ook doen. Dunn, VDB, uzelf en ik, wij waren er ook niet bij en moeten uitgaan van dezelfde bronnen, en het is dan een kwestie van interpreteren. Als u denkt dat u het NT leest ”zonder bril”, zit u er naast. Ik denk niet dat u dat zult ontkennen. Het is voor ieder een kwestie van zoeken naar de ”juiste bril”. ”Zonder bril” zie je in elk geval vaak niet veel, dus dat is gewoon geen optie. En, de Heilige Geest, geeft ook niet de oplossing. Want die levert in de praktijk ook ”vele brillen”, elkaar vaak tegensprekende brillen, op.
    Het blijft ons feilbare interpreteren van het spreken van de schrift hier beneden.

    Gevolg van uw standpunt en dat van de heer Bastemeyer is wel dat de kerk dan is overgeleverd aan een ”uitgewaaierde” Heilige Geest. Dat is niet erg als het gaat om de weg die het heil gaat naar de mensen die middels de werking van de Heilige Geest tot geloof komen. Dan mag de Geest uitwaaieren, zo breed als kan, wereldwijd zelfs, zodat er velen tot Christus komen. Maar, dat kan toch niet betekenen dat die Heilige Geest ook alle gelovigen in een gemeente heeft toegerust tot apostel, profeet, leraar. Dan ontstaan er nu juist de problemen van het NT zoals in 1 Kor? ”Onder leiding van de Heilige Geest” gaat dan iedereen opstaan en gezag claimen namens die Geest en namens Christus gezag uitoefenen. Dat was nu juist het probleem dat Paulus bestrijdt. De ”chaos” die dit ook vandaag oplevert is evident. Volgens mij het meest bij de vrijkerkelijke ecclesiologie. Daar heb ik al eerder over geschreven op deze blog. Ik lees dus in het NT wel terdege over ambten en hierarchie. Ook over priesterschap van alle gelovigen, jawel. Maar, dat wil absoluut niet zeggen dat alle christen daarmee opziener, herder en leraar zijn. Nee, er is een leergezagshierarchie in het NT. De stap naar een bischop (what’s in a name) zie ik dan ook niet zo groot. Hoe dan verder?

    Daarom lijkt het me toch een goed idee om te denken in een hierarchie. Of dat altijd goed gaat. Vast ook niet. Dat hoef je niet te verwachten. Hier beneden is het niet (VDB), ook niet in de kerk. VDB is zich denk ik zeer bewust van het falen van de kerk, bij alle ecclesiologien.
    Maar de ene ecclesiologie kan betere garanties bieden om de kerk bij haar belijden van Christus te houden, dan de andere. Daar zoekt VDB denk ik naar, en hij komt dan uit waar wij protestanten niet van houden. En dan is de boot aan. Maar, VDB zoekt denk ik een oplossing uit de enorme kerkelijke verdeeldheid en impasse. Zien protestanten dat dan niet. Omwille van Christus die niet gedeeld kan zijn en dus ook een kerk die niet verdeeld mag zijn. Volgens mij gaat dat VDB zeer aan zijn hart dat de kerk zo verdeeld is. Het boek laat dat duidelijk zien. En daarbij gaat hij echt niet over één nacht ijs. Het houdt hem kennelijk al heel lang bezig, wat blijkt uit zijn eerdere engelstalige artikelen over de kerk. Maar, dat zult u wel weten.

    En waarom gaan dominees dat initiatief van VDB dan direct weer met kritische stukken zitten afkraken, zoals ook u eigenlijk doet (ook al zegt u ook veel positiefs) en ds. Plaisier ook. Ik begrijp dat niet. Heeft u of ds. Plaisier dan de sleutels in handen om uit die kerkelijke impasse te komen, of de wijsheid in pacht. Ziet u dan niet in dat we terug moeten naar de kern van het christelijke belijden. Dat er toetsing en leertucht nodig is. En dat VDB daar wegen voor zoekt. Denkt u dat de vrijkerkelijke ecclesiologie dan de oplossing is? Hoe krijgt u daarmee dan de kerken op 1 lijn? Waar wilt u dan beginnen?

    Misschien is een bisschop zoals VDB voorstelt dan toch een goed idee.
    Een beginpunt. Alleen, een richting voor een probleemoplossing. Heeft u een betere? Durft u uw nek zo uit te steken, zoals VDB doet? En tegen de stroom in te gaan, voor iets wat wezenlijk is voor de kerk. Is VDB dan zo fout bezig, door iets positiefs over Rome te zeggen? Legt u daarmee zijn voorstel aan de kant? U wilt een geheel andere kant op. Maar, welke dan? Laat het horen en schrijf ook een boek! Misschien is uw voorstel een betere.

    Het gaat er bij VDB neem ik aan uiteraard om dat er wel een bisschop moet komen die daarvoor geschikt is op grond van roeping en grote bewezen bekwaamheid, onderschrijven van de kernartikelen van het christelijke geloof en brede erkenning van zijn gaven en talenten die daarvoor nodig zijn. Dergelijke bisschoppen kunnen niet democratisch worden gekozen, wat VDB zegt. Die worden openbaar, herkend en uiteindelijke erkent, zeg maar door een bevoegd kerkelijk gezag. Het is immers een zware verantwoordelijke taak.

    Waarom zouden we het voorstel van VDB niet omhelsen en verder uitwerken, zoeken naar wegen en misschien is het zijn richting die de prot. kerken op moeten gaan, met vallen en opstaan. Misschien tot zegen van de kerken.

    met groet.

    • lezer
      18 april 2012 om 11:13

      Ik reageer even op mijn eigen artikel hierboven.
      Ik haalde daar ds. Plaisier aan als zou ook hij kritisch schrijven over het boek van VdB. Dat heb ik ten onrechte gezegd, want ds. Plaisier heeft juist een positieve recensie geschreven over het boek. Wel had ik problemen met zijn kritische opmerking over de kruis theologie van VdB in zijn andere boeken.
      Excuses aan ds. Plaisier en met dank voor zijn positieve recensie.
      Met groet

  7. lezer
    6 april 2012 om 13:35

    Geachte heer Van der Leer,
    ”Van de Beek sluit de Geest op in het ambt”
    Dat is de titel van uw artikel.
    Dat lijkt me een misleidende samenvatting van de intenties van VDB.
    VDB wil denk ik door het ambt een bedding/kanaal aanbrengen waardoor de Geest van Christus vrij kan stromen, zonder dat de boel onder water (lees: geest van mensen) komt te staan en mensen in de kerk verdrinken.
    Lees interview in RD met VDB: http://www.rd.nl.
    Van harte aanbevolen. Ook ter navolging.

  8. Anna Marie
    8 april 2012 om 23:54

    Wauwie, eindelijk iemand die de kerk niet gecontroleerd uit laat branden, zoals nu onder de pkn vlag gebeurd. Daar schiet een gemeenschap meer mee op dan het zaaien van verdeeldheid onder de kerkleden.

  9. Anna Marie
    8 april 2012 om 23:56

    ps een lesje kerkgeschiedenis zou iedereen goed doen, stukje over de kruistochten is ook heel interessant.