Geen categorieOverige

Van Advent naar Kerst – dag 4

Verband
De adventsperiode staat niet op zichzelf, maar vormt één geheel met de kersttijd en de epifaniëntijd. Zo krijgt het geheim van kerst royaal de tijd, in wisselwerking met het dagelijks leven voor en na kerst. Daarom is het van belang om bij de voorbereiding van de adventszondagen het geheel al te overzien. Dat betekent niet dat eind november alles al vastligt. Natuurlijk bieden Gods Woord en Gods leiding van de tijd verrassingen. Maar wie zich ervan bewust is dat er een spanningsboog loopt van de eerste zondag van de adventstijd tot de laatste van de epifaniëntijd, zal het geheel bewuster beleven. Leestip: lees hoofdstuk 2 van dit boek globaal door in november.

Karakter
Advent ontstond als voorbereidingstijd voor de kerstviering. In hoofdstuk 1 heb ik de oudste vermelding over de adventstijd genoemd: de invoering van het adventsvasten na 460 in Tours.  Er zijn uit de eerste eeuwen weinig adventspreken bewaard gebleven, maar uit de preken die we kennen  maken we op dat het een tijd van inkeer was. Er werd vaak gepreekt over gedeelten uit Lucas 1 en over Johannes de Doper. Later komen daar andere thema’s bij. Bernard van Clairvaux benoemt de drie aspecten van advent: Christus’ komst in zijn geboorte (‘ad homines’), zijn komst in de ziel (‘in homines’) en zijn komst om te oordelen (‘contra homines’).
God is de komende God.  Zo laat Hij zich heel de bijbel door kennen, in het bijzonder in Christus. Dit is de boodschap van advent, die de toon zet voor heel het jaar. Bij Gods ‘komen’ hoort ons ‘verwachten’. Toch thematiseert de adventsperiode niet ons (gebrekkige) verwachten maar Gods komen. Hoewel de adventstijd ontstaan is als analogie van de paasvoorbereiding is de periode minder naar binnen gericht, op inkeer en bezinning, en meer gevuld met de inhoud van het komende feest.
Advent is ook de tijd om te zien hoe God zijn beloften trouw vervult. Juist in deze periode mag de lezing van het Oude Testament niet ontbreken. In het Romeins missaal van 1570 was dat het geval. Wel las het klooster tijdens de nachtelijke lezingen heel de maand uit het boek Jesaja, zoals te zien is in het overzicht aan het einde van dit hoofdstuk. Terecht hebben het nieuwe missaal en het Oecumenisch leesrooster ook in de zondagse diensten een plaats gegeven aan de profetenlezingen, waaronder een aantal uit Jesaja.

Duur
De oudste vermelding van advent, uit Tours, spreekt over zes weken. In de Milanese en de mozarabische (Toledo) liturgie is dit nog steeds het geval. Of Rome ook een adventstijd van zes weken kende of een kortere van vier of vijf weken is onduidelijk.  Zeker is dat er in de tweede helft van de middeleeuwen een vierweekse adventstijd was, zoals ook in het missaal van 1570 is vastgelegd en vandaag in een groot deel van de wereld gebruikelijk is.
Gezien de thematiek die op de adventszondagen aan de orde komt is er wel iets te zeggen voor een zesweekse adventstijd. De praktijk van vier adventszondagen is echter zo ingeburgerd dat hiervan af te wijken alleen maar verwarring zou geven. Overigens is de overgang van de novemberzondagen naar de adventstijd vloeiend.  Ook in november gaat het al over het (terug)komen van Christus. In de adventstijd buigt dit naar Christus’ komst als mens.
De eerste adventsweek begint op de zondag in de periode van 27 november tot en met 3 december. De laatste adventsweek kan 1 tot 7 dagen duren, afhankelijk van de dag waarop 25 december valt.

Natuur
In onze noordelijke streken wordt de natuurbeleving deze weken beheerst door de korte dagen en de lange nachten. De zon komt op tegen 09.00 uur en gaat even na 16.30 uur weer onder. Op de planten en de dieren heeft dit meer invloed dan op de mensen, op de ene mens meer dan de andere, maar het ontgaat niemand. Het ondersteunt de bijbelse thematiek van licht en duisternis die in de adventsliturgie aan de orde komt.
De winter is begonnen. De temperaturen kunnen in deze tijd laag zijn. Het onrustige weer van november kan plaatsmaken voor de verstilde sfeer van een besneeuwd of berijpt landschap.
De natuur is tot rust gekomen. Dieren houden hun winterslaap. Bomen staan zonder blad. ‘Dode’ takken, waarvan we vertrouwen dat ze weer blad, bloemen en vruchten zullen dragen. Een enkele keer zie je een hazelaar of een andere boom die al in december knoppen heeft of zelfs begint te bloeien. Denk aan de belofte van Jesaja 11:1 en de les van Lucas 21:29,30.
Tussen de kale loofbomen vallen de groenblijvende naaldbomen op. Vaak worden ze als symbool gezien van het blijvende of vernieuwde leven.

Cultuur
De cultuur accentueert de licht-donkerbeleving van het natuurseizoen. In winkelstraten brandt de feestverlichting. ’s Avonds thuis wordt de gezelligheid bij kunstlicht, kaarslicht en haardvuur gekoesterd. De groenblijvende naaldboom wordt in huis gehaald en eveneens van lichtjes voorzien.
De kerk, maar ook de rest van de samenleving is druk met de voorbereiding van het kerstfeest. Kerstmuziek klinkt in de winkelstraten en in de media. Je stuurt en krijgt kerstkaarten. Er worden kerstconcerten gegeven en andere activiteiten georganiseerd die met het kerstfeest verbonden zijn. Goede doelen vragen de aandacht. Het kerstfeest thuis wordt voorbereid: visites en cadeaus. De spanning kan positief, hoopvol, maar ook negatief geladen zijn: angst voor teleurstelling en opzien tegen eenzaamheid. Overigens is de kerstsfeer in de samenleving minder dominant aanwezig dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, waar Sint-Nicolaas onbekend is en de jaarwisseling in de schaduw van kerst ligt.
Op scholen en in bedrijven beheerst de drukte rond het afronden van het jaar de sfeer. Soms moeten er nog pijnlijke beslissingen genomen worden. Over het nieuwe jaar kan onzekerheid heersen.

Wat de kerstmuziek en de kerstvieringen betreft is er een soort ongelijktijdigheid tussen de kerkdiensten en de andere activiteiten. De kerstvakantie begint meestal voor de vierde adventszondag. Terwijl op school de kerstwijding al gehouden is en op het werk de kerstborrel, loopt in de kerk de adventsperiode nog door. Ik beschouw het als variante vormen van kerstvoorbereiding die elkaar niet hoeven te bijten. Ik zal echter niet zover gaan dat ik in de kerk de hele maand december kerstliederen laat zingen. De kerstliederen die de schoolkinderen de hele decembermaand leren reserveren we in de kerk nog even voor het kerstfeest.

Bron: Harrie de Hullu, Tijd voor het geheim van Christus