Kerkelijk jaar

Van Advent naar Kerst – dag 23

Aanbidding der herders

Toen de engelen waren uitgezongen, haastten de herders zich naar Bethlehem en ze vonden daar Maria en Joseph met het Kind, gewikkeld in doeken en liggend in een kribbe; want in de herberg was geen plaats geweest voor het gezinnetje (cf. Lc 2,7.12.15-16).
Tafereel in boerenstal van hout.  Beesten in de hoek die door hun aanwezigheid warmte verschaffen, een omgevallen kruiwagen, voldoende hooi op zolder, een beschot met een olielamp dat de ruimte beschijnt.
Maria trekt haar kleed weg om de Verlosser te tonen, terwijl Joseph uitnodigend gebaart naar de herders en herderinnen die met zessen zijn gekomen, groot en klein. Zij buigen zich over de schutting naar het Kind in het licht en slaan Het aandachtig en eerbiedig gade, bekend als Het hun was gemaakt door de Heer (cf. Lc 2,15). De ene herder leunt tegen de balk terwijl hij de doedelzak bespeelt, een andere neemt de hoed af, allen vergapen zich aan de mens geworden onschuld die de mensheid komt redden, mits zij zich blijft oefenen in de nederigheid en de eenvoud van de herders die daar in de stal op bezoek zijn namens ons allen. Zij aanbidden de mens geworden Zoon van God en vereren met Joseph, de beschermer van het goddelijke Kind, Zijn moeder die al het gebeurde bewaart in het hart en bij zich zelf overweegt (cf. Lc 2,19).
Weldra nemen de herders afscheid en loven God om alles wat hun is overkomen, precies zoals de engel hun had gezegd (cf. Lc 2,20).

Bron: Antoine Bodar/Rembrandt van Rijn, God wordt mens. Jesus geboren in Bethlehem