Kerkelijk jaar

Van Advent naar Kerst – dag 11

Lezen: Lucas 1:26-38

… laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd (vs. 38)

Denk je eens in: God plantte zijn Zoon als een embryo in de baarmoeder van Maria, een jonge, Joodse vrouw. Negen maanden was Jezus in haar moederschoot en na zijn geboorte huilde Hij in haar armen tot ze Hem de borst gaf. Zo dicht was God haar nabij.
‘Gelukkig de schoot die u gedragen heeft, en de borsten waaraan u gedronken hebt!’
‘Zeker,’ zegt Jezus, ‘inderdaad, dat is waar.’
Toen ze nog maar net van Jezus in verwachting was, had Maria dat zelf ook al gezegd. ‘Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen’.
Maar dan kijkt Jezus naar die vrouw daar voor Hem, en naar al die mensen om Hem heen. En Hij kijkt naar ons. Hoor wat Hij zegt. ‘En zalig ben jij als…’
Ik? Wij? Gelukkig? Zalig?
Die vrouw die zich op verjaardagsvisites waar alleen maar over de kinderen wordt gepraat heel alleen kan voelen?
Die man en die vrouw die, als ze weten dat er ’s zondags een kindje wordt gedoopt, bewust niet naar de kerk gaan omdat het zo zeer doet vanbinnen dat zij nooit bij de doopvont zullen staan?
Die jongen die van zichzelf weet dat hij nooit zal trouwen omdat hij ‘anders’ is, en die daar met niemand over durft te praten?
Gelukkig? Zalig? Ik? Wij? Zij? Mooi niet!
Maar Jezus kijkt je in je ogen. In je hart. En toch: zalig ben jij als…
Als je naar het woord van God luistert en ernaar leeft.
Kijk maar naar moeder Maria. Ze begreep niets van het plan dat God met haar leven had, ze kon er met haar verstand niet bij dat zij de moeder van Gods Zoon zou worden. Ze zei verbaasd: ‘Maar hoe kan dat dan?’ Toch geloofde ze het en ze liet het met zich gebeuren.

Met je laten gebeuren wat God zegt, daar word je gelukkig van.

Bron: Dien de Haan, Lees maar, er staat meer dan er staat