Tijdens de jaren dat ik in Jeruzalem woonde vroegen Israëli’s en Palestijnen me steeds weer: ‘Waar sta je, ben je voor ons of tegen ons?’ Beide volken staan vaak lijnrecht tegenover elkaar. Datzelfde geldt voor joden, christenen en moslims. Hun ideeën over de staat Israël zijn totaal verschillend. Ze botsen op elkaar, sluiten elkaar uit. Je zou kunnen zeggen dat wat de een hoop geeft, de ander juist tot wanhoop drijft.

In dit hoofdstuk schets ik drie perspectieven op de staat Israël. Daarmee wil ik laten zien wat deze staat complex maakt en waarom ze zoveel emotie oproept. Dat het daardoor niet makkelijker wordt om over die staat te spreken, zeg ik vast. Daar staat tegenover dat we meer oog krijgen voor de mensen die daarin leven en wat zij ons te zeggen hebben. Met enkele slotopmerkingen wil ik de lezer uitdagen om zich aan hen te verbinden.

Perspectief van de joodse staat

De staat Israël betekent voor joden vooral dat zij de vrijheid hebben om zelf invulling te geven aan hun identiteit. Eeuwenlang is dat niet mogelijk geweest. Integendeel, steeds weer hebben joden te maken gehad met antisemitisme en anti-judaïsme. Ook nu nog moet Israël vechten voor zijn bestaan.

Voor orthodoxe joden komt daarbij dat zij in een joodse staat meer volledig volgens de Thora kunnen leven, bijvoorbeeld door de landbouwwetten te houden. Velen zien de herleving van volk, land en staat als de vervulling van oudtestamentische beloften. Bij een beperkt deel van hen gaat dit samen met sterke messiaanse verwachtingen. Men wil heel het land in bezit nemen en erkent de rechten van Palestijnen niet.

De Holocaust en de stichting van de staat Israël hebben de westerse kerk wakker geschud. Het joodse volk werd eeuwenlang verguisd. Nu erkent de kerk dat Israël nog altijd Gods volk is. Voor het eerst gaat de kerk in gesprek met joden en komt er oog voor de eigenheid van Israël.

De zogenaamde christen-zionisten willen een stap verder gaan. Voor hen betekent de verbondenheid met Israël dat de kerk loyaal moet zijn aan de bedreigde joodse staat. Voor kritiek op die staat is weinig ruimte.

Vaak ziet men deze staat als voorwaarde voor de heropleving van de joodse identiteit en de komst en aanvaarding van Jezus als messias.

Zo’n visie brengt het gevaar met zich mee dat joden opnieuw worden geperst in de mal van wat christenen denken. Wat zij zelf vinden is dan niet zo belangrijk.

In deze benaderingen gaat het om een joodse staat. Daar wringt ook de schoen. Want wat betekent dat? Joden denken daar namelijk heel verschillend over. Een volgende vraag is wat een joodse staat betekent voor de vele niet-joden binnen die staat en in de Palestijnse gebieden. Kunnen zij als volledige staatsburgers meetellen of een eigen staat hebben?


 

Geloven op goede gronden

In beknopte bijdragen denken christelijke theologen na over twaalf diverse onderwerpen die met Israël te maken hebben. De bijdragen nodigen uit tot doordenking en bespreking. De gespreksvragen aan het eind van elke bijdrage dienen als opstap en handvat.

U kunt dit boek voor €8.99 bestellen bij boekenwereld.

 

 

 

 

Perspectief van verzet tegen bezetting

Voor Palestijnen en ook de christenen onder hen, is de staat Israël een steen des aanstoots. Men voelt zich vernederd door de Israëlische militaire overheersing in grote delen van de Palestijnse gebieden. Maar ook de plaats die Arabische burgers in de joodse staat innemen leidt tot frustratie.

De situatie van Palestijnen is de afgelopen decennia dramatisch verslechterd. Veel christenen emigreren. Dat komt deels door gespannen relaties met moslims, maar vooral door de vrijheidsbeperkingen en de algehele uitzichtloosheid van de situatie.

Palestijnse christenen vinden inspiratie bij het verzet tegen onrecht en machthebbers van de oudtestamentische profeten. De gezamenlijke verklaring Kaïros Palestina heeft niet voor niets als ondertitel ‘uur van de waarheid’. Er moet nú iets gebeuren om de bestaande situatie te doorbreken. De steun van de internationale gemeenschap is daarbij onmisbaar.

Een voorbeeld van de geweldloze strijd tegen de Israëlische macht is het project Tent of Nations van Daoud Nasser. Zijn indrukwekkende lijfspreuk luidt: ‘We weigeren om vijanden te zijn.’

In deze benadering lijkt het soms dat de oorzaak van ieder onrecht vanzelfsprekend komt door de zogenaamde bezetting. Dat neemt niet weg dat de oproep tot gerechtigheid gehoord moet worden. Onverschilligheid is geen optie.

In dit perspectief wordt het bestaan van de staat Israël wel aanvaard, maar dan niet als joodse staat. Deze staat moet gelijkwaardigheid bieden aan alle burgers en zich houden aan het internationale recht. Daar liggen dan ook grote vragen. Kan zo’n staat de eigenheid van joden erkennen, zal die staat een vluchthaven blijven voor joden wereldwijd? En is het realistisch te vertrouwen op de internationale gemeenschap en rechtsorde? Het is de vraag of zij Israël daadwerkelijk kunnen helpen als zijn voortbestaan wordt bedreigd.

Perspectief van de verzoening

Dit perspectief vinden we bij initiatieven van Israëli’s en Palestijnen (of joden, christenen en moslims) die zich inzetten voor ontmoeting en samenwerking. Een mooi voorbeeld daarvan is de evangelische verzoeningsbeweging Musalaha. Deze organisatie plaatst kruis en verzoening midden in de werkelijkheid van Israëli’s en Palestijnen. Het kruis is daarbij symbool van verdeeldheid, onmacht en pijn. Maar ook van de omkeer die mogelijk is als mensen met hun vijandschap naar het kruis gaan en daar verzoend worden met elkaar.

Zoals duidelijk zal zijn zoekt men verandering van de situatie niet bij de politiek of de internationale gemeenschap, maar op persoonlijk en relationeel niveau. Daarbij is zeker aandacht voor de machtsongelijkheid tussen Israëli’s en Palestijnen en de noodzaak van gerechtigheid.

Anders dan in het vorige perspectief komen tijdens ontmoetingen de pijn, de angst en de wanhoop van beide kanten aan de orde.  Daarbij gaat het erom dat Israëli’s en Palestijnen elkaars verhaal leren begrijpen en ontdekken hoe zij samen gevangenzitten in de situatie.

De staat Israël, maar evengoed de gebieden onder Israëlische controle of een toekomstige Palestijnse staat vormen de arena waarin die boodschap wordt uitgedragen.

Deze benadering werkt kleinschalig. De veranderingen die ze teweegbrengt blijven vaak onzichtbaar. Daarnaast blijkt het moeilijk om vanuit de ontmoeting te komen tot concrete actie voor een andere toekomst. Verdeeldheid ligt dan toch weer op de loer. Ook laat de nadruk op kruis en verzoening weinig ruimte voor een eigen plaats van Israël in de theologie.

Verbinden

Geen enkel perspectief kan recht doen aan de complexe situatie. Daarvoor botsen ze te veel op elkaar of sluiten ze elkaar uit, zoals we zagen. Daar zit ook de pijn. Israëli’s en Palestijnen zetten zich in voor wat zij als hun ideaal zien. Maar zij weten heel goed dat hun droom een nachtmerrie is voor de ander.

De vraag ‘waar sta je?’ moet ons er dan ook niet toe brengen om te kiezen voor de een of de ander. Belangrijker is het om open te staan voor wat elk perspectief ons te zeggen heeft: respect voor het eigene van Israël, bereidheid om de oproep tot gerechtigheid te horen, besef dat omkeer nodig is op politiek én op relationeel vlak.

Maar er is nog iets. Ook wij moeten erkennen dat we met onze geloofsovertuigingen en theologie geen passend antwoord hebben op de werkelijkheid van de staat Israël. Misschien is het nodig dat we iets minder zeker worden van onze eigen visie. Misschien is het goed dat we onrustig worden van het gelijk van de ander. Daarmee komen we in elk geval dichter bij de ervaring van Israëli’s en Palestijnen, die voortdurend heen en weer geslingerd worden tussen hoop en wanhoop. Als ik me in hen weet te verplaatsen, dan raak ik diep onder de indruk van Israëli’s en Palestijnen die bruggen bouwen en samen willen vechten voor een beter bestaan.

Deze tekst is overgenomen uit 12 Artikelen over Israël, Kees Kant, Michael Mulder, Bernhard Reitsma e.a.