Spiritualiteit

Tuinieren als spiritualiteit?

In het net verschenen meinummer (thema ‘De tuin’) van het tijdschrift Open Deur verscheen onderstaand artikel van Maaike de Haardt.
Tuinieren als spiritualiteit?

 

Tuinen nemen in alle religieuze tradities een belangrijke plaats in. Wat zegt dat over de spirituele betekenis van tuinieren? Kun je wel spiritueel tuinieren en hoe doe je dat dan?

In alle religieuze en spirituele tradities nemen tuinen en tuinieren een belangrijke plaats in, letterlijk en figuurlijk. In de christelijke traditie kennen we de hof van Eden uit het tweede scheppingsverhaal, de tuin uit het Hooglied en hof van Getsemane of die van Josef van Arimathea. We kennen Jezus en zelfs God in de gedaante van tuinman. ‘Ik ben de wijnstok, mijn vader de wijngaardenier’ wordt in menige kerk gezongen.
In islam, hindoeïsme, en boeddhisme komen ook veel tuinen voor, zowel in de heilige boeken als in de werkelijkheid. Denk bijvoorbeeld aan de tuin van de Taj Mahal, de zentuinen in Japan en de prachtige tuinen rondom hindoetempels.
De tuin als het beeld voor de ziel heeft een lange traditie: het koesteren van de ziel wordt beschouwd als het koesteren van de tuin. Niet vreemd dat een tuin als een helende plaats wordt beschouwd en tuinieren als een helende activiteit. De bloemen uit bijbelse en andere, ‘echte’, tuinen hebben vaak een spirituele of geneeskrachtige betekenis.

Dichterbij het goddelijke?
We zijn ons van deze spirituele dimensies van tuinen doorgaans weinig bewust. Maar zou in de steeds groter wordende hedendaagse aandacht voor tuinieren iets door kunnen klinken van deze eeuwenoude betekenissen? Kan het werken in de tuin ons in relatie brengen met het goddelijke?
Voor veel mensen is tuinieren een heel ontspannen bezigheid. Een beetje wroeten in de aarde, zaaien, maaien, verpotten, snoeien, wieden, water geven. Uren kunnen ze bezigzijn, alle zintuigen voluit open. Ervan genieten als de tuin er goed bij staat, bezorgd zijn als er iets niet in orde lijkt. Waarom slaat die stek niet aan, is het niet te droog, is de grond wel goed voor die plant? Denken met je handen. Kennis en ervaring van jaren omzetten in schoonheid, in iets dat leeft. Tegelijkertijd weten dat je het niet in de hand hebt, het weer, de kwaliteit van het zaad, de grond, de mineralen… er kan zoveel ook anders gaan.

Vertrouwen
In de tuin werken is op een bepaalde manier een uitdrukking van hoop en vertrouwen op de toekomst: de kale grond in de winter bewerken in het vertrouwen dat hetzelfde stukje grond er in de zomer heel anders uit zal zien. Weten dat de afstervende tuin in herfst en winter haar eigen schoonheid kent en in het voorjaar weer tot leven komt. Steeds opnieuw de verwondering en bewondering dat het nieuwe leven zich ondanks alles toch weer aandient in het prille lentegroen.
Tuinieren is in die zin zowel actief als passief, creatief als ontvankelijk. Je moet hard werken om er iets van te maken, maar het resultaat is niet of maar ten dele afhankelijk van je eigen inspanningen. De houding die je bij het tuinieren nodig hebt staat haaks op een basismythe van de westerse samenleving, namelijk dat je als mens alles kunt beheersen of juist compleet hulpeloos bent. In religieuze termen: je hebt God helemaal niet nodig of je bent compleet van God afhankelijk. Tuinieren als houding doorbreekt die schijnbaar onoplosbare tegenstelling.

Tender competence
De uitdrukking ‘tender competence’ (zachtmoedige deskundigheid) die ik leen van Norvene Vest, geeft de spirituele dimensie aan van deze houding. Tuinieren is dan een houding of activiteit waaruit zorg en aandacht voor de basisvoorwaarden van het leven blijkt. Voor de bewegingen van het leven, sterven en nieuw leven, van kwetsbaarheid en onbeheersbaarheid ervan. Iemand met deze zachtmoedige deskundigheid weet dat het leven in de tuin een constante en steeds andere vorm van zorg en aandacht nodig heeft om tot groei en bloei te kunnen komen. Naast geduld, doorzettingsvermogen en noeste arbeid vraagt het om openheid, om empathie voor wat zich in de tuin afspeelt. Ik zie de creativiteit van het tuinieren dan ook als een vorm van mede-scheppen. Daarin ligt het raakpunt met spiritualiteit, met religie, en met het openbarende karakter van het christelijke geloof. In het zo basale werken in de tuin is God aanwezig. Niet voor niets is er zoveel tuinsymboliek in de christelijke traditie.
Maar of we deze spiritualiteit van het tuinieren nu wel of niet met christelijke woorden omkleden, voor velen heeft het een helende en heilzame betekenis. Daardoor lijkt het me een type spiritualiteit dat zich als onkruid door de waan en de mythen van de moderne samenleving heen weet te wringen. Blijkbaar is het op een bepaalde manier onuitroeibaar.

 

Maaike de Haardt is hoogleraar Religie en Gender aan de Radboud Universiteit Nijmegen en universitair hoofddocent Religie en Cultuur aan de Universiteit van Tilburg.

Opmaak 1