GeloofTheologie

Troost door argumenten: Herwaardering van een filosofische en christelijke traditie

Onderstaand artikel verscheen in het nieuwste nummer van het Nederlandse Theologisch Tijdschrift. Dit dubbeldikke themanummer gaat over ‘dood en troost’. In recent onderzoek naar het thema ‘dood’ blijft het thema ‘troost’ onderbelicht. Komt dit voort uit wantrouwen ten opzichte van een proces waarin men iets ontvangt en niet de regie heeft? Hoe vonden mensen in het verleden troost? En waarin vinden mensen nu nog troost?
Dit nummer verkent de complexe samenhang van dood en troost vanuit theologisch, filosofisch en godsdienstwetenschappelijk perspectief.
Gastredactie: Christoph Jedan en Eric Venbrux. Klik hier voor de volledige inhoudsopgave.

Hieronder kunt u het eerste deel van het artikel ‘Troost door argumenten’ van Christoph Jedan lezen, u kunt het volledige artikel downloaden tegen betaling van € 3,25.

 

Engelse samenvatting
ARGUMENTATIVE CONSOLATION: RE-EVALUATION OF A PHILOSOPHICAL AND CHRISTIAN TRADITION
The article attempts to put the undervalued cultural phenomenon of offering comfort by means of persuasive speech acts (‘arguments’) on the research agenda of the humanities. The article proceeds in four steps. First, it defines ‘argumentative consolation’. Second, it argues that there has been a broad overlap of ancient philosophical and Christian modes of argumentative consolation. Third, it would be misguided to attribute today’s uneasiness with argumentative consolation to a process of ‘secularization’; the uneasiness stems from a radicalized intensification of life that is played out against the possibility of consolation in the face of death. Fourth, the ensuing emphasis on the notions of desires, plans and projects to measure the completeness of a life is self-defeating. The article argues the continued relevance of pre-modern argumentative consolation that identified virtue as the key factor in the completeness of a biography.

 

De 19-jarige Nanna Birk Larsen is op gruwelijke wijze vermoord. Haar ouders gaan op gesprek bij de dominee om de rouwdienst voor te bereiden. De dominee belooft dat hij in zijn toespraak over Nanna zal praten ‘zoals jullie haar herinneren’. In de beelden die deze scène omgeven, wordt de verwijdering zichtbaar tussen het intense verdriet van de ouders en kerkelijke doctrines. De ruimte, de kunstwerken met hun beeldtaal spreken van een hoop op verlossing en betekenis van leed, die de rouwende ouders niets zegt. Als de dominee bij de afscheid een poging onderneemt de ouders te troosten met de woorden ‘Denk erom dat ze ’t goed heeft. Ze is nu bij God’, ontploft de moeder: ‘Wat heb ik daaraan? (…) Hoe helpt mij dat? Het zal me worst wezen dat ze bij God is. Begrijp je dat? Ze hoort bij mij te zijn.’ Achter haar valt de kerkdeur met een donderend geraas in het slot. (1)

Dit fragment uit de beroemde Deense misdaadserie Forbrydelsen (The Killing) was in 2012 op de Nederlandse televisie te zien. Het laat in minder dan twee minuten de hedendaagse Noordwest-Europese maatschappelijke orthodoxie zien over het thema troost:
1. In onze tijd is een ‘biografische memorialisering’ ook de default strategie van christelijke rouwdiensten geworden (in het kader van de zogeheten ‘persoonlijke uitvaart’). (2)
2. Pogingen om te troosten door middel van christelijke leerstellingen zijn suspect geworden. Ze gaan voorbij aan de individualiteit van een mensenleven en zijn in feite – althans dat suggereert de karikatuur van de Deense dominee – een zaak geworden van marginale engerds: zij getuigen van een gebrek aan empathie en ze kunnen in onze tijd enkel nog kwetsen, maar niet meer troosten.

In dit artikel problematiseer ik de hedendaagse maatschappelijke troost-orthodoxie. Ik wil aantonen dat in deze nieuwe orthodoxie niet enkel de geloofwaardigheid van bepaalde christelijke geloofsovertuigingen ter discussie staat. Het gaat om wantrouwen jegens – en zelfs afkeer van – een cultureel fenomeen dat in een belangrijke rol in de Westerse cultuurgeschiedenis speelde en nog steeds speelt: de poging om door middel van argumenten, van persuasieve taalhandelingen te troosten. In de volgende paragraaf beschrijf ik het fenomeen van argumentatieve troost. Ik laat vervolgens zien dat argumentatieve troost niet alleen zaak is (geweest) van de christelijke theologie en spiritualiteit, maar dat er een brede overlap bestond tussen de antiek-filosofische en vroegchristelijke troosttradities. Daarna reconstrueer ik hoe het tot de afkeer van argumentatieve troost is gekomen. Ten slotte vraag ik naar de blijvende relevantie van argumentatieve troost in onze tijd.

Wat is argumentatieve troost?
Het opmerkelijke van pogingen om met argumenten te troosten wordt duidelijk wanneer we ons realiseren dat het rouw- en troostrepertoire vele andere (niet-argumentatieve) uitingen omvat. We kunnen bijvoorbeeld in het verlies opgaan of ons verdriet uiten door de wenen en te klagen. Dergelijke lamentaties hebben veelal ook een literaire gestalte gekregen (vgl. b.v. Job 1.20; 2.12). Onze betrokkenheid, ons medelijden en onze wens te helpen, kunnen ons in de nabijheid van rouwenden brengen. De rouwende nabij zijn door een arm om de schouders te leggen, hem of haar vast te houden of er gewoonweg te zijn – dit zijn allemaal pogingen het isolerende van het verlies te doorbreken. Ook dingen kunnen troosten, zoals dingen die aan de overledene herinneren of plaatsen die ons verbinden met een overledene of muziek die aan gedeelde beleving met de overledene herinnert of die een volheid van menselijk  bestaan laat oplichten. We kunnen ook afleiding zoeken, door televisie of activiteit. (3)

Met de retoriek van rouwdiensten komen we al dichter bij het fenomeen van troost door argumenten. Weliswaar is ‘biografische memorialisering’, de herinnering aan het leven van de overledene, een basisstrategie van rouwdiensten geworden, maar idealiter worden herinneringen aan de overledene niet zomaar verteld. Anekdotes en verhalen geven de indruk van een afgerond leven; ze laten zien wat de overledene heeft gekarakteriseerd, ze maken duidelijk hoe hij of zij ons leven heeft verrijkt en een erfenis heeft achtergelaten die door de dood niet wordt opgeheven. Een toespraak – maar uiteraard ook een liturgie of ritueel – geeft op deze manier uitdrukking aan veelal impliciete, abstracte duidingen van de realiteit. Dergelijke abstracte duidingen worden soms ook geëxpliciteerd, bij voorbeeld in een kerklied dat de dood als Gods wil interpreteert of een opstanding en een eeuwig leven in het vooruitzicht stelt. (4)
Wat in dit soort liederen gebeurt, kunnen we als volgt beschrijven: Abstracte duidingen van de realiteit, de grote metafysische en religieuze uitspraken functioneren als argumenten die aangeven waarom verdriet en wanhoop niet het laatste woord hoeven te hebben. Ze bedden de dood en de ervaring van verlies in een groter geheel in; ze geven de dood een de ervaring ‘een plek’. Daardoor moeten ze ons helpen het verlies te dragen. Kortom, we hebben te maken met op overtuiging gerichte, ‘persuasieve’ taalhandelingen, die met de intentie worden geuit om te helpen het verlies te verwerken. (5) Precies dit fenomeen van troost door persuasieve taalhandelingen noem ik ‘troost door argumenten’ of korter ‘argumentatieve troost’.
We moeten kort stilstaan bij het verschil tussen deze karakterisering van argumentatieve troost en een metafoor die Douglas Davies heeft geformuleerd. Davies spreekt van riten – maar ook van architectuur, muziek en kunst – als ‘woorden tegen de dood’ (words against death), waardoor mensen uitdrukking geven aan hun vertrouwen dat hoop zegeviert over de angst. (6) Op het eerste gezicht lijkt deze metafoor een aantrekkelijk theoretisch kader te bieden, omdat ze de verwantschap beklemtoont tussen verschillende reacties op verlies. (7) Echter, de typering van deze reacties als woorden als uitdrukking van hoop tegen de dood in is problematisch. Davies’ metafoor lijkt ingegeven door Bijbelse passages als ‘de laatste vijand die vernietigd wordt is de dood’ (1 Kor. 15:26). Hier rijst niet alleen de vraag of deze metafoor buiten een christelijke culturele context adequaat is, (8) maar het is ook binnen de overlappende filosofische en christelijke tradities van argumentatieve troost twijfelachtig of het beeld van de dood als te overwinnen vijand ‘past’. Mijn stelling luidt: in de concrete praktijk van troost door argumenten gaat het niet zozeer om het eschatologische vergezicht van een overwinning op de dood, dan veeleer om een aanvaarding van – of een verzoening met – de dood. In dit perspectief zijn de vele manieren van troosten – rituelen, literatuur, kunst enzovoorts – het beste te typeren als ‘woorden tegen verdriet’ (words against grief), die ofwel het verdriet pogen weg te nemen of te reduceren of tenminste de verlammende en isolerende effecten van het verlies proberen weg te nemen of te verminderen. Binnen het kader van ‘woorden tegen verdriet’ kunnen we het thema van dit artikel als volgt herformuleren: de vraag waarom één specifieke vorm van ‘woorden tegen verdriet’, namelijk argumenterende woorden (‘argumenten’), met een dergelijk wantrouwen worden bekeken.
Om misverstanden voor te zijn wil ik meteen beklemtonen dat het evident is dat troostargumenten niet in elke situatie welkom zijn, laat staan helpen.(9) Maar als we op zoek gaan naar de signatuur van christelijke troost, zullen we ons vooral op argumentatieve troost moeten richten. In het kader van mijn betoog dat we tegenwoordig een onbehagen over troost vinden dat dieper gaat dan een sterk afgenomen overtuigingskracht van specifieke christelijke geloofsinhouden, analyseer ik in de volgende paragraaf de brede overlap tussen antiek-filosofische en vroegchristelijke argumentatieve troost.

 

Klik hier om het volledige artikel te kopen (€ 3,25) en klik hier om het hele themanummer te bestellen (€ 29,- excl. verzendkosten).

 

Noten
1. Forbrydelsen (The Killing), seizoen 1, reg. Birger Larsen, Denemarken 2007, aflevering 3, 36:10–38:05.
2. Voor een invloedrijk pleidooi voor het belang van biografische memorialisering in het rouwproces zie T. Walter, ‘A New Model of Grief: Bereavement and Biography’, Mortality 1 (1996), 7–25.
3. Voor een fenomenologie van de troost vgl. ook M. Sarot, ‘En Jezus weende: Een kleine filosofie van de troost’, Praktische theologie 33 (2006), 165-172.
4. Interkerkelijke Stichting voor het Kerklied, Liedboek: Zingen en bidden in huis en kerk, Zoetermeer 2013, 511:3; 786:1; 913:1; 608; 729.
5. Voor preken als argumentatief en discursief fenomeen vgl. U. Roth, Die Beerdigungsansprache: Argumente gegen den Tod im Kontext der modernen Gesellschaft, Gütersloh 2002.
6. D.J. Davies, Death, Ritual and Belief: The Rhetoric of Funerary Rites, London enz. 20022.
7. Hoewel Davies zelf geen aandacht schenkt aan het fenomeen argumentatieve troost, zou zijn metafoor een toepassing op dit gebied zonder meer toelaten.
8. Vgl. Tineke Nugteren in dit themanummer.
9. De vrienden van de oudtestamentische Job wordt in ieder geval een zekere portie empathie en praktische intelligentie toegeschreven – ‘Zeven dagen en zeven nachten bleven ze naast hem op de grond zitten zonder iets tegen hem te zeggen, want ze zagen hoe vreselijk hij leed’ (Job 2:13). Een gebrek aan een dergelijke empathie en praktische intelligentie wordt juist gebruikt in de karikaturale schets van christelijke troost in Forbrydelsen.
Klik hier om het volledige artikel te kopen (€ 3,25).

 

Opmaak 1