GeloofPastoraat

Tijd heelt niet in haar eentje alle wonden

Ter gelegenheid van de verschijning van de derde druk van haar boek Verdriet is een werkwoord schreef auteur Margriet van der Kooi onderstaande blog.

Tijd heelt niet in haar eentje alle wonden

Toen de uitgever van Boekencentrum mij vroeg een boek te schrijven over rouw en verlies, was ik niet direct enthousiast. Er is al zoveel gezegd en geschreven over dat thema. Denk alleen al aan het boek Over troosten en verdriet van Wim ter Horst, nog altijd een van de betere boeken op dit gebied.
Toch liet het verzoek van de uitgever mij niet los. Dus dacht ik: wat zou ik kunnen toevoegen aan wat al beschikbaar is? Ik vond vijf dingen:

  1. In de meeste boeken over verlies wordt weinig of niets aan reflectie meegegeven over hoe wij denken over leed. Mensen hebben daar gedachten over, die de wijze van troost geven en ontvangen kleuren. Ik ving een flard op uit een gesprek op een stations perron, van twee dertigers, verwikkeld in en ernstig gesprek: ‘Niets gebeurt zonder reden’, hoor ik de jongeman zeggen.
    ‘Zo?’, denk ik. `Wat een dogma! Hij zegt nogal wat, hij weet meer dan ik.’
    Zij zullen anders ‘troosten’ dan de man die ik na het ongeluk met de trucker in Haaksbergen hoorde zeggen: ‘Zulke evenementen moeten ook niet op zondag plaatsvinden; dat is Gods straf.’ Of de jonge islamitische vader die bij de dood van zijn kind zei: ‘Het is de wil van Allah.’ Het is belangrijk over je opvattingen over het waarom van leed na te denken, en de consequenties van je ideeën in je te laten doordringen. Dat kleurt de manier waarop je troost of troost ontvangt.
  2. Rouwen wordt doorgaans gereserveerd voor verlies aan de dood. Mijn ervaring is dat mensen zich recht gedaan voelen als ook verdriet om verlies van een baan, van gezondheid, van een politiek of gelovig ideaal, van een vriendschap of toekomstperspectief `rouw’ mag heten. Dat heeft met erkenning te maken.
  3. Andere metaforen dan de weg van Elisabeth Kübler-Ross doen dikwijls meer recht aan het proces van verdriet. Het labyrint of de wenteltrap zijn behulpzame beelden.
  4. Is er iets voor seculieren en gelovigen te zeggen over hoop? Er is een prachtig gedicht van Charles Péguy over het kleine meisje van de hoop. Dat meisje zie ik sindsdien op allerlei onverwachte plaatsen lopen. ‘Troost impliceert de belofte dat het beter wordt’, zegt A.F.T. van der Heijden in zijn requiemroman Tonio. Wie geloven kan in de komst van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde heeft een kostbaar perspectief. Over hoop en troost ‘dat het beter wordt’ heeft de kerk – en ook de Koran – visioenen beschreven. Dat hoort thuis in een boek over verdriet.
  5. Er zijn nogal wat ideeën  in omloop over verdriet en rouw.  Mythes noem ik die. Daarmee wordt in dit verband bedoeld: clichés, halve waarheden en hele onwaarheden. In het boek heb ik heb er een aantal op een rij gezet, omdat het kan helpen sommige van die ‘wijsheden’ te onderscheiden, te overwegen en te verwerpen. In deze blog zal ik er één uitwerken:

De tijd heelt alle wonden. Rouwen om een dierbare betekent dat je vanzelf een aantal fases doorloopt, na een maand of drie neemt de pijn af en na maximaal een jaar moet het over zijn.

Tijd is belangrijk. Maar het is niet genoeg. Zoals een lichamelijke wond niet vanzelf goed geneest, zo is het ook met een wond die het leven slaat. Een wond moet schoongemaakt en verzorgd worden, misschien zijn er medicijnen nodig. Het is niet anders met zielsverdriet en hartenpijn. Tijd is maar één van de nodige dingen. Zorg en aandacht en verstandig omgaan met jezelf, begrip van wat er met je gebeurt is ook nodig. Een omgeving van geduldige mensen die zorg-op-maat geven helpt ook. Het Engels heeft daar een goed woord voor: ‘a community of the concerned’. De Nederlandse vertaling is nog mooier: een gemeenschap van betrokken mensen, van mensen die zich laten betrekken, betrokken zijn.
Om mensen betrokken te kunnen laten zijn is het nodig dat je hen betrekt. Weer aangeboden hulp niet te veel af, sluit je niet op, maar zoek naar wat je echt zou kunnen helpen, waar je behoefte aan hebt. Wees zelf de regisseur: niet iedereen die aan de deur komt of belt heeft hoeft lang te woord gestaan worden. Selecteer de mensen aan wie je iets hebben kunt.

De man van Annemiek was nog maar zes weken tevoren begraven toen haar vriendin haar uitnodigde voor een lezing met als thema `rouw’. Annemiek had het gevoel dat het te vroeg was, ze kon de moed niet opbrengen om mee te gaan. Haar vriendin vond dat onverstandig; je moet er doorheen, je kunt hier wat aan hebben, ik ga toch met je mee? En toen ook nog: je moet je verdriet niet koesteren.
Ik denk dat de vriendin zelf niet goed tegen tranen kan, dat die maar vlug moeten worden gedroogd, omdat Annemieks verdriet haar een ongemakkelijk gevoel geeft. Daar kan de vriendin veel eigen redenen voor hebben. Misschien weet ze zelf nog niet goed wat verdriet is, of misschien weet ze dat zo goed dat ze niet verdraagt dat aan de rafels getrokken wordt.

Annemiek hield stand. Gelukkig. Gras groeit niet door eraan te trekken, had ze begrepen, ze stond zichzelf toe niet harder te gaan dan ze voelde dat goed voor haar was. Haar vriendin begreep het niet, en dat was jammer. Tijd nemen betekent dat je probeert goed rekening te houden met je eigen tempo. Tijd nemen betekent dat je probeert contact te houden met je eigen gevoel. Dat doe je door geregeld met jezelf op de bank te zitten, niet steeds en geen uren, maar wel vaak genoeg om zelf te weten hoe het met je gaat.

Julia kreeg kanker. Ze nam op een bijzondere manier de regie in handen. Tegen iedereen die op bezoek kwam zei ze: je bent welkom, maar laat je verhalen over tante Zus en buurman Zo thuis. Die helpen me niet, want die gaan niet over mij. Ik weet dat zulke verhalen over me worden uitgestort omdat mensen willen meeleven, maar ik raak erdoor van streek en in de war. Bespaar me die.

Haar omgeving had wat aan die duidelijkheid. Niemand heeft gestudeerd voor omgaan met schrik. Het vertellen van verhalen over anderen is meestal goed bedoeld. Maar ze helpen in de regel niet. Ze verwarren wel. Je kunt zo’n algemene regel voor je bezoek ook heel goed afkondigen in een rondschrijfmail. Veel mensen hebben het voordeel van de mail ontdekt voor dagen van schrik en verdriet. Je wilt je omgeving op de hoogte houden van wat er gaande is, maar je kunt ook niet al je tijd aan de telefoon doorbrengen. Een mail aan degenen die je op de hoogte wilt houden van bijvoorbeeld het proces van een operatie of ziekbed is een doeltreffend middel om zowel die mensen geïnformeerd te houden als de nodige rust te bewaren. Een uitkomst als je niet almaar aan de telefoon hetzelfde verhaal wilt vertellen, en toch meeleven niet wilt afkappen. Daarin kun je vriendelijk vertellen wat je wel en niet aan kunt of wilt. Zo houd je de regie. Je kunt natuurlijk ook iemand die je vertrouwt vragen dat voor je te doen, als jij maar zegt wat er in het bericht moet staan.

Niemand heeft gestudeerd voor rouwen. Belangrijk is dat elk mens daar zin eigen manier voor vindt. Er zij wel een paar handvatten beschikbaar, waarmee we ons voordeel kunnen doen. Mede daarom schreef ik dit boek, met daarin ervaringen van heel veel anderen die met me deelden hoe zij het deden.

Margriet van der Kooi, maart 2015
www.margrietvanderkooi.nl