Theologie

Theologische duiding van het kwaad

Het is een goede zaak dat er een vertaling van een proefschrift Play and foundation uit het Hongaars in het Engels heeft plaatsgevonden en dat er op deze wijze een samenwerking tot stand is gekomen tussen uitgeverij Exit Kiadó in Kolozsvár enerzijds en het Boekencentrum in Zoetermeer anderzijds. Op deze manier kunnen wij kennis nemen van de theologische bezinning in Hongarije en Roemenië, terwijl Oost-Europese collega’s tegelijkertijd internationaliseren. Bovendien is het goed dat een studie over het lijden juist vanuit de Roemeense context plaatsvindt, aangezien de protestanten in dit land weten van druk.

Visky heeft zich intens met de vragen rondom de theodicee beziggehouden. Hij heeft zijn onderzoek verdeeld in drie delen. In het eerste deel behandelt hij de mogelijkheden om de theodicee vanuit een dualisme te benaderen. Dit betekent in deze studie concreet een verkenning omtrent de leer van de duivel. Omdat de duivel uiteindelijk ook bij Gods schepping behoort en geen ontologisch tegenover ten opzichte van God is, blijkt dit geen begaanbare weg op te leveren om het kwaad te duiden.

In het tweede hoofddeel verkent Visky de mogelijkheden om het kwaad christologisch te duiden. Hij gaat dan  in op het concept van een lijdende God, zoals hij dat aantreft bij Kitamori, Moltmann, Sölle en Jonas. Bij Kitamori ligt de nadruk op het lijden van God Die uit liefde voor de zondaar lijdt, zodat Gods toorn wordt overwonnen en Gods lijden vergevend is. Visky verwijst Kitamori dat deze geen raad weet met Romeinen 5:3, terwijl hij zich afvraagt of er nog sprake kan zijn van een goede schepping. Sölle geeft Gods almacht en liefde al te gemakkelijk prijs, evenals Hans Jonas. Het meest uitgebreid gaat Visky in op de benadering van Moltmann die het lijden uit zijn eigen oorlogservaring kent en die daarom ook de desillusie heeft meegemaakt van het optimisme van een natuurlijke theologie en een culturele vooruitgang. Daardoor wordt de vraag indringend gesteld hoe een absurde wereld een spiegel van God kan zijn. In een radicalisering van Luther komt Moltmann uit bij het kruis als enige zichtbare gestalte van God. Hierin openbaart God Zijn trinitarische wezen. In plaats van God in de historie moet er volgens Moltmann worden gesproken over de historie in God. Daar valt ook Auschwitz onder. Visky kan dit niet meemaken, evenmin als de noties dat het scheppen van God reeds Zijn lijden is en dat het historische lijden van Christus het eeuwige lijden van God is. Waarom zou het lijden nog bestreden moeten worden als het behoort tot de ultieme werkelijkheid? Is er nog wel hoop op redding als God overweldigd is door de geschiedenis?

Zo komt Visky tot het derde hoofddeel van zijn studie waarin hij zijn eigen benadering uiteenzet. Hij spreekt van een pneumatologische theodicee. Hij bedoelt hiermee dat we alleen door de geloofservaring een antwoord vinden op het lijden in deze wereld en in ons eigen leven. In navolging van de Reformatie bepleit hij een cognitio Dei experimentalis waarin de tweedeling tussen object en subject wordt doorbroken. De geloofservaring is immers niet te zien als de toepassing bij een neutrale theorie, maar het gaat veeleer om een hermeneutische cirkel van begrip en ervaring. Theologie is derhalve altijd praktische theologie. Dit is de belangrijkste insteek van Visky. Hij verzet zich tegen een intellectualistische benadering van de vraag naar het kwaad, omdat een dergelijke benadering veronderstelt dat wij afstand kunnen nemen van deze wereld, van deze geschiedenis en van onszelf.

Om tot zijn punt te komen maakt Visky ook nog duidelijk dat we op twee niveaus over de schepping kunnen spreken, namelijk vanuit het eindige niveau en vanuit het niveau van de herschepping. Omdat gelovigen delen in de herschepping door de Zoon ligt hier het antwoord op de nood en gebrokenheid waarin we delen. Dit brengt ook met zich mee dat we niet over het antwoord op het lijden kunnen spreken zonder dat we onze diepste nood van de zonde aan de orde stellen. Vanuit het perspectief van de herschepping kunnen we ‘ja’ zeggen tegen pijn en smart in deze bedeling.

Ik denk dat Visky een mooie studie heeft geschreven over de theologische duiding van het kwaad. Zijn uiteindelijke ontwerp bepleit een geloofsmatige geestelijke houding ten opzichte van het kwaad die mij uit het hart is gegrepen, evenals de analyse van het werkelijkheidsverstaan. De eerlijkheid gebiedt wel te zeggen dat het boek soms wat moeizaam leest, omdat de scherpe vraagstelling, structuur en toespitsing al te veel ontbreken.

Dr. W. van Vlastuin

Dr. W. van Vlastuin is universitair docent systematische theologie vanwege het Hersteld Hervormd Seminarie aan de VU.