GeloofMaatschappij

Sinterklaas en het referentiekader van de hoorder: wat de gerichtheid op het zelf betekent voor kerk en geloof – door Hanneke Schaap-Jonker

Sint, Sint, Sinterklaas
Makkers, staakt uw wild geraas
De zorgen aan de kant
Sint is in het land.

De periode rond 5 december is altijd weer een leerzame tijd. Het geloof dat aan de goedheiligman gehecht wordt of niet meer, de liturgie rond Sinterklaas, en de psychologische functies van dit feest geven soms een verrassend zicht op geleefd geloof en spiritualiteit in traditioneel -religieuze zin. Het is jammer dat de Sint nu weer naar Spanje afreist, want hij heeft mij dit jaar weer nieuwe inzichten opgeleverd. Nu wordt wat je ontdekt en wat je opvalt in een bepaalde situatie in belangrijke mate bepaald door het referentiekader dat je hebt. Anders gezegd: ‘de bril waarmee je kijkt’ of de ‘oren waarmee je hoort’ bepalen tot op zekere hoogte wat je ziet en hoort. Hoe deze dynamiek werkt, heb ik van verschillende kanten ervaren rond de publiekslezing die ik in het kader van de maand van de spiritualiteit heb gehouden in Groningen. Het kwam zowel naar voren in de belangstelling van de pers alsook in de manier waarop ikzelf kijk naar kerkdienst en preek. Beide aspecten komen aan de orde in deze blog na een korte weergave van de publiekslezing.

Ik geloof in mezelf: religie en spiritualiteit in een uitblinkcultuur was de titel van de lezing, waarin de gestalte en de rol van het zelf in onze huidige cultuur uitvoerig aan de orde kwamen. In een cultuur waarin zelf, zelfgevoel en zelfwaardering centraal staan, en waarin presteren, ambities waarmaken en gezien worden essentieel is, is een gezonde psychologische ontwikkeling van het zelf een ingewikkelde opgave. Immers, als mensen hebben wij twee ontwikkelingstaken te volbrengen. Allereerst moeten we leren om relaties aan te gaan met anderen en om verbonden te zijn met de wereld om ons heen. In de tweede plaats moeten we zelf iemand worden en binnen de matrix van relaties ons eigen ik ontwikkelen. Autonomie en individualiteit zijn daarbij belangrijk. Het is de kunst om deze twee taken in balans te houden en zowel verbonden te zijn met anderen alsook zelfstandig, autonoom te functioneren. In de huidige cultuur dreigt deze balans gemakkelijk zoek te raken, en in veel gevallen zie je dat ook gebeuren, wat resulteert in een sterke, en soms zelfs extreme, gerichtheid op het zelf ten koste van de gerichtheid op anderen.

Met dit zelf is in de uitblinkcultuur iets bijzonders aan de hand. Als mensen hebben wij niet alleen een beeld van wie we zijn, maar ook van wie we zouden willen zijn. Naast ons reële ik bestaat er dus een ideaal-ik, ik zoals ik droom over mezelf. In de uitblinkcultuur heeft dit ideaal-ik een dominante positie verkregen. Het is een norm geworden die mensen zichzelf opleggen: in de uitblinkcultuur moet ik mezelf waarmaken voor mezelf en presteren om mezelf te overtreffen. Het gaat er uiteindelijk om wie ik ben in eigen oog. Het bijzondere is dat die ideale norm geen vaag idee in het achterhoofd meer is, maar dat het ideale ik in zekere zin concreet gemaakt wordt. Social media als Facebook, Twitter en Hyves dwingen ons om onze eigen identiteit te construeren en te beslissen hoe we onszelf presenteren. Deze presentatie is een concrete gestalte van ons ideale zelf. Als gevolg van deze concretisering kan de spanning tussen het reële en concrete ik toenemen, en in veel gevallen gebeurt dat ook.

Het referentiekader van sommige hoorders van mijn boodschap over religie en spiritualiteit in de uitblinkcultuur zorgde ervoor het punt over de social media op selectieve wijze werd waargenomen en gecommuniceerd. De media bleken opeens geïnteresseerd. Kranten kopten met titels als Religie tegenkracht tegen Facebook en op de radio werd de vraag Twitteren of bidden? gesteld. Op Twitter ontstond een discussie over #uitblinkcultuur en Twitter. Op deze manier kreeg een korte illustratie binnen een uitvoeriger betoog opeens alle aandacht. De toon van bepaalde reacties bevestigde wel mijn constatering dat de social media zeer nauw gerelateerd zijn aan ons (ideale) zelf.

In mijn lezing heb ik laten zien hoe religie en spiritualiteit op verschillende manieren kunnen functioneren binnen de uitblinkcultuur. Religie en spiritualiteit kunnen allereerst een onderdeel zijn van die cultuur en functioneren om de behoeften van de uitblinkcultuur te kanaliseren en tot expressie te brengen. Religie en spiritualiteit worden dan een middel om het zelf verder te ontplooien en in overeenstemming te brengen met het ideale zelf. In de tweede plaats kunnen religie en spiritualiteit een versterkende factor zijn binnen de uitblinkcultuur en door bepaalde inhoudelijke opvattingen of bepaalde praktijken het uitblinken bekrachtigen. In de derde plaats kan religie functioneren als rem, en de uitblinkcultuur begrenzen, onder meer door de moraal, maar ook door de gemeenschap waarin je rekening dient te houden met elkaar, en door inhoudelijke noties. Tenslotte kan religie een heilzame functie vervullen, wanneer het mensen in relatie plaatst tot God en tot elkaar. ‘Mens, waar ben je?’ en ‘mens, waar is je broeder’ vraagt God in het begin van het boek Genesis. Zo blijkt al direct dat je als mens niet alleen op de wereld bent en dat de wereld niet om jou draait, maar dat je leeft in gemeenschap met de mensen om je heen leef je voor het aangezicht van God. Een God die als Schepper je bedoeld heeft in je eigen uniciteit, dat wel maar die tegelijk weet dat je slechts mens bent, stoffelijk. Om die reden verwacht God geen goddelijke prestaties. Integendeel, het als God willen zijn is de hybris, de hoogmoed en de overmoed, bij uitstek, waarmee je jezelf een last oplegt die uiteindelijk te zwaar is om te dragen. Daar staat tegenover dat aanvaarding door God niet afhankelijk is van eigen prestaties, maar gebeurt op grond van Gods liefde. Bij falen en tekort schieten is vergeving en verzoening mogelijk, er kan een nieuwe start gemaakt worden, en als mens blijf je simul iustus et peccator. Dit geloof heeft dus een bevrijdende dimensie.

Voor deze heilzame functie van religie en geloof is het van belang dat religie een doel op zich is of wordt, in plaats van een middel om de eigen doelen te bereiken. Op die manier wordt de gerichtheid op het zelf gecorrigeerd en ontstaat er meer openheid voor de ander en voor God als de Ander. Echter, dat krijgt in de praktijk niet zo gemakkelijk gestalte als het opgeschreven wordt. Religie, kerk en geloof zijn immers zelf onderdeel van de cultuur, en worden ook beïnvloed door de op het zelf gerichte dynamiek van de cultuur. In een kerkdienst die ik laatst bezocht, werd me dat opnieuw duidelijk. Tijdens de dienst bekroop me een gevoel van vervreemding en vroeg ik me af: Wat gebeurt hier? Wat klopt hier niet? Mijn eigen referentiekader bleek een selectieve rol te spelen, want opeens ontdekte ik dat er in liturgie en de preek een sterke gerichtheid op het zelf aanwezig was. We zongen liederen die benadrukten hoe fijn het zal zijn in de hemel, omdat God dan al onze tranen droogt en we nooit meer verdriet of pijn zullen ervaren. We hoorden hoe God ons bevrijdt van de negatieve gedachten waarmee wij onszelf gevangen houden, en hoe prachtig het zal zijn in de nieuwe tijd, waarin we helemaal zullen zijn zoals God ons bedoeld heeft. De christelijke variant van het Sinterklaasliedje dus: in plaats van de zorgen aan de kant, Sint is in het land zingen we niet langer meer getreurd want Jezus leeft.

Het dominante perspectief op geloof dat hier gecommuniceerd wordt, is dat geloof in God bijdraagt aan ons geluk en welzijn. Geloof is een middel voor onze zelfverwerkelijking en geeft een goed gevoel; God en Sinterklaas leveren ongeveer hetzelfde op. Het past helemaal binnen de psychologische constellatie die past binnen de uitblinkcultuur maar religie en geloof vormen niet langer een tegenstem en een kritisch geluid. God als doel is uit het zicht verdwenen. Deze psychologische verschuiving heeft theologische implicaties. De notie van de gloria Dei wordt minder relevant. Dat het in geloven ook gaat om aanbidding, de eer van God, het groot maken van God, het gericht zijn op God om wie Hij is krijgt een secundaire plaats, en dat is op z’n zachtst gezegd jammer, zowel vanuit psychologisch als theologisch oogpunt.

Hoe past dit pleidooi voor geloof als heilzaam tegenover bij mijn publicaties over het serieus nemen van de hoorder in de prediking en het aandacht hebben voor de leef- en belevingswereld van jongeren (zie bijvoorbeeld Alle aandacht! Preken voor kinderen en jongeren)? Die twee hoeven elkaar niet uit te sluiten. Integendeel, juist wanneer zaken als de uitblinkcultuur, de gerichtheid op het zelf en de rol van het ideale ik benoemd worden, en in de communicatie een verbinding gelegd wordt met de (jonge) hoorder, ontstaat er ruimte om de keerzijde te laten zien en het heilzame tegenover gestalte te laten krijgen in de levens van de hoorder. Psychologisch gezien is de bevrijdende dimensie gelegen in een gerichtheid op en verbondenheid met God, wat bevrijdt van de druk van het zelf. Hier horen op de Ander gerichte gevoelens bij. Het gaat niet zozeer om de zelf-gerichte emoties als tevredenheid, kracht, en zelfvertrouwen, maar om emoties als liefde, genegenheid, en dankbaarheid, die gestalte krijgen binnen een relatie. Deze relationele emoties maken dat het bevrijdende aspect niet opnieuw een middel voor het eigen welzijn wordt, maar dat het werkelijk om een beweging naar de Ander toe gaat, en om verbondenheid omwille van de Ander. En dat is dus anders dan bij Sinterklaas.


Hanneke Schaap-Jonker is psycholoog en theoloog en richt zich op psychologische processen in religie, religieuze ervaring en religieuze praktijken. Het godsbeeld is een belangrijk thema in haar werk. Hanneke werkt als universitair docent godsdienstpsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit godgeleerdheid en godsdienstwetenschap. Daarnaast is zij coördinator van het Kenniscentrum Religie en Levensbeschouwing in relatie tot Geestelijke Gezondheid bij Dimence. Van haar hand verscheen onlangs bij Uitgeverij Boekencentrum het boek Alle aandacht. Preken voor kinderen en jongeren.

Op 15 november 2011 hield zij in het kader van de Maand van de Spiritualiteit de publiekslezing Ik geloof in mezelf! Religie en spiritualiteit in een uitblinkcultuur.

Klik hier voor een samenvatting.
Klik hier voor een handout.

2 reacties

  1. 8 december 2011 om 15:02

    Dit blog gaat uit van een vooroordeel mbt sociale media. Alsof men daar zich anders voordoet dan in het echt. Een beter voorbeeld was om de uitblinkcultuur te verbinden aan het maken van promotie.

  2. 9 januari 2012 om 01:07

    … [Trackback]…

    […] Read More: theoblogie.nl/2011/12/07/sinterklaas-en-het-referentiekader-van-de-hoorder-wat-de-gerichtheid-op-het-zelf-betekent-voor-kerk-en-geloof-door-hanneke-schaap-jonker/ […]…