Deze blog is overgenomen uit het boek Samen van de vrouwen, bijbelstudies over m/v in de kerk van Almatine Leene en Maarten Verkerk. Eerder verscheen van hun hand het boek Zonen en dochters profeteren.

Genesis 1 spreekt nergens van een gezagsverhouding tussen samen met de vrouwen almatine leene maarten verkerk
mannen en vrouwen. In Genesis 2 menen veel christenen wel aanwijzingen hiervoor te vinden. Is dat terecht? Genesis 2 geeft meer informatie over de schepping van de eerste mensen. Genesis 1 vertelde dat in één keer een mannelijk en vrouwelijk geslacht wordt geschapen. In hoofdstuk 2 blijkt dat er slechts één mens was. Dat lijkt op het eerste gezicht vreemd, alsof de eerste twee hoofdstukken elkaar tegenspreken. Maar als je beter kijkt, ontdek je dat ze elkaar juist aanvullen. Genesis 1 geeft een kort overzicht van het ontstaan van hemel en aarde, met als refrein ‘en God zag dat het goed was’. Genesis 2 zoomt in en breidt uit. Het geeft antwoord op de vraag waarom God een mannelijk en vrouwelijk geslacht schiep. Waar alles in Genesis 1 ‘goed’ was, zegt God in Genesis 2:18 dat het niet goed was dat de mens alleen is. Daarom besluit de Schepper om een helper te maken. Het moet echt iemand zijn die bij hem past. Daarom brengt God eerst de dieren bij hem, om te zien hoe hij ze zal noemen. Dan komt de mens er zelf ook achter dat hij alleen is, want geen enkel dier past bij hem. Hij vindt geen gelijke. Pas nadat de Schepper de vrouw heeft geschapen, noemt de mens zichzelf man. De Hebreeuwse woorden die dan gebruikt worden, isj (man) en isjah (vrouw) geven die gelijkheid aan.

Helper

God noemt de vrouw ‘een helper’ (vs 18). Het woord kan wat minderwaardig klinken, alsof de vrouw bedoeld is als een slaafje van de man. Dat is echt een groot misverstand. Het woord ‘helper’ is een vertaling van het Hebreeuwse woord ezer. Dat woord komen we ook tegen op andere plekken in de Bijbel (Deut. 33:26, Ezech. 12:14, Hos. 13:9). In deze verzen gaat het niet over een slaafje, maar over God zelf. God is de helper. Veel kerken beginnen de dienst met de woorden van Psalm 124:8: ‘Onze hulp is in de naam van de HEER.’ Mensen hebben God nodig, wij kunnen niet zonder zijn hulp. In Genesis 2 is het de man die een helper nodig heeft. Hij is afhankelijk van de vrouw. Er zijn theologen die ‘helper’ niet de beste vertaling vinden voor ezer. Ze gebruiken liever ‘kracht’ of ‘sterke’, zoals het ook vaak voor God gebruikt wordt. Hoe je het ook vertaalt, het woord ezer is zeker niet negatief of kleinerend.

Er is nog iets opmerkelijks met het woord ‘helper’. De schrijver gebruikt het mannelijke woord ezer in plaats van het vrouwelijke ezra. Daarmee wil de schrijver benadrukken dat de helper (in dit geval de vrouw) niet onderschikt is aan wie geholpen wordt (in dit geval de man). De helper is een zelfstandige persoon, iemand van gelijk vermogen. Dat zie je ook terug in de toevoeging ‘die bij hem past’. Man en vrouw passen als puzzelstukjes bij elkaar. Ze hebben veel overeenkomsten en zijn gelijk aan elkaar. Ook uit het lied dat Adam vervolgens zingt (Gen. 2:23), blijkt die gelijkheid. In de NBV staat: ‘Eindelijk een gelijk aan mij.’

Een andere vraag is waarom God de vrouw uit een rib maakte. Deskundigen hebben verschillende uitleggen voor de betekenis van de rib, maar ze zijn het erover eens dat het een teken is van gelijkheid. Een bekende rabbijnse uitspraak zegt: ‘De vrouw is niet uit het hoofd van de mens gemaakt, opdat ze zich niet boven haar partner zou verheffen. Niet uit de voet, omdat ze niet onderworpen aan hem is. Ze is gemaakt uit zijn zijde, opdat ze zijn gelijkwaardige partner zou zijn.’ Er zijn overigens theologen die denken dat de vrouw uit de complete zijkant van de man is geschapen, als letterlijke wederhelft. Maar zoals al eerder gezegd: de gelijkwaardigheid staat voorop. Man en vrouw staan naast elkaar.

In heel Genesis 2 gaat het over de bijzondere eenheid van man en vrouw. Het bevestigt de eenheid waarover we in het eerste hoofdstuk van Genesis lazen. Een van de laatste woorden die Genesis 2 gebruikt, is zelfs letterlijk het woordje ‘één’: ‘zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt’. De man gaat achter zijn vrouw aan. Hij zoekt de eenheid.

Volgorde en rangorde

Man en vrouw zijn dus geschapen als gelijken. De een stond niet boven de ander. Maar er was wel een volgorde. De man werd eerst geschapen en daarna de vrouw. Uit die volgorde wordt vaak een conclusie getrokken. Men maakt van de volgorde een rangorde: mannen moeten leiding geven en vrouwen moeten volgen. Men noemt dat dan de ‘scheppingsorde’. Is dat een juiste conclusie? In rabbijnse bronnen kom je deze stap, van volgorde naar scheppingsorde, in elk geval niet tegen. Ook Calvijn vond het geen sterke gedachte. Het klopt ook niet met Genesis 1, want daar komen we juist de gelijkheid tegen. Sterker nog: de mens is als laatste geschapen en mag toch over de hele schepping regeren.

Maar Paulus dan? In 1 Timoteüs 2:13 lijkt hij precies hetzelfde te zeggen: dat je uit de volgorde van Genesis 2 de conclusie kan trekken dat er sprake is van rangorde. Over die uitleg van Paulus kun je in de vierde bijbelstudie meer lezen. Op grond van Genesis 2 kun je in elk geval niet de conclusie trekken dat volgorde ook rangorde of scheppingsorde inhoudt. De conclusie is wel dat mannen en vrouwen elkaar nodig hebben.

Verschil en gelijkheid

Mannen en vrouwen verschillen. Christenen denken vaak dat het belangrijkste verschil te maken heeft met gezag, met wie het voor het zeggen heeft. Maar verschil is meer dan alleen gezag, en gezag wordt niet bepaald door verschil. Trouwens, gelijkwaardigheid en gelijkheid betekenen ook niet dat mannen en vrouwen hetzelfde zijn. Zoals mannen verschillen van andere mannen en vrouwen van andere vrouwen, zo verschillen ook mannen en vrouwen van elkaar. Dat is altijd al zo geweest. De tijd en cultuur waarin je leeft heeft veel invloed op je denken en je gedrag. Als je landen met elkaar vergelijkt, zie je al enorme verschillen in rolpatronen, in hoe mannen en vrouwen zich gedragen. Dat heeft veel te maken met hoe men er tegen gelijkheid en hiërarchie aankijkt.

In Nederland vinden de meeste mensen dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn. Dat merk je doordat mannen en vrouwen in de samenleving, in het gezin en in de kerk meer samenwerken en in de meeste gevallen dezelfde posities kunnen hebben. Die gelijkwaardigheid betekent niet dat verschillen tussen mensen niet meer bestaan. Elk mens zal een baan of taak op een andere manier invullen. De diversiteit van Gods schepping komt zelfs vaak beter tot zijn recht als mensen samenwerken. Beter dan wanneer er strikte rolpatronen zijn waarin mannen en vrouwen hun eigen werkgebied kennen. Dan doen we minder recht aan de opdracht uit Genesis 1 om samen gezag uit te oefenen.

Uit: Samen met de vrouwen / Almatine Leene en Maarten Verkerk / Uitgeverij Boekencentrum

Alle boeken van Almatine Leene:

[huge_it_portfolio id=”21″]