Maatschappij

Reactie op de lezing van prof. dr. P. Chatelion Counet – door Axel Rooze Masterstudent PThU

Alex RoozeAxel Rooze, masterstudent aan de PthU, reageerde tijdens de presentatie van De Bijbel theologisch, hoofdlijnen en thema’s op de lezing van prof. dr. Patrick Chatelion Counet. Wij zijn Alex erkentelijk dat we de integrale tekst van zijn reactie op Theoblogie mogen publiceren.

Om de andere blogs naar aanleiding van de presentatie van De Bijbel theologisch te lezen, klik hier.

Geachte professor Chatelion Counet,

Allereerst dank en lof voor deze interessante en inspirerende lezing. Ik ben frisse perspectieven op de Bijbelse Theologie tegengekomen ‘zelfs zoveel dat ik dit deel van de plichtplegingen kort zal houden om snel over te gaan op een inhoudelijke reactie. Maar dit niet zonder eerst mijn waardering uit te spreken voor uw bemoeienis om u expliciet uit te spreken tegen seksueel misbruik.
Er is een aantal clusters van themata die mijn aandacht hebben getrokken in uw lezing, en die ik nu kort wil aanstippen door meerdere vragen en gedachten bij elkaar te groeperen.

1.) Negatieve theologie
Ten eerste wat betreft het spreken over God; het net kunnen onderbrengen van God in een systeem, de beperkingen die de Bijbelse tekst zelf daaraan stelt, en het daarom aansturen op een negatieve theologie. Mijn waardering voor die methodische insteek. Het deed me wat aan hoe Barth perk en paal stelde aan het spreken over God in bijvoorbeeld KD II,1. Ik heb mijn aantekeningen bij dat boek nog eens overgekeken en dat zette me in relatie tot uw lezing aan het denken. Want na inderdaad een grondige verdediging van negatieve theologie, zet Barth in tweede instantie wel degelijk de stap naar een positieve theologie. Men kan en mag niet net over God spreken. Men kan niet net systematiek bedrijven, ondanks het gegeven dat God niet te vangen is in een systeem. Ook in de lezing van professor Talstra viel mij op dat er in de theologie een soort weerzin lijkt te zijn tegen systematiek en abstracties, terwijl het me al onbegonnen werk lijkt om abstracties en concreet heden überhaupt uit elkaar te
halen. Ook lijkt het mij niet goed mogelijk om wetenschappelijke theologie te bedrijven zonder de hulp van abstracties en systematiek. Ik moet in dat verband ook denken aan de beroemde uitspraak van de sociale psycholoog Kurt Lewin: ‘There is nothing as practical as a good theory.’

Een beetje anders gezegd: als het Bijbels verhaal (de verhalen) een grens stelt of is aan het spreken over God, dan is dit toch niet zomaar een grens, maar een zeer specifieke grens. Nog anders gezegd: als de Bijbel bijvoorbeeld een afdruk is van een stempel, dan valt aan de negatieve indruk toch een en ander te formuleren en te systematiseren over dat stempel. Kortom, is het niet waar dat men niet net kan systematiseren, dat men op een bepaald moment wel zal moeten overgaan tot positieve theologie en dat het Bijbels verhaal (de verhalen) zelf ook aanleiding geven tot die stap?

2.) Negatieve theologie in de praktijk
Dat brengt me tot een punt over dialectiek (of: personalisme). De empirische geloofswerkelijkheid van veel kerkgangers is dat men wel positief spreekt over God. Velen zullen zelfs zeggen Gods wil te kennen en te vernemen wat Hij tot het gelovige mensenhart spreekt. Velen zullen belijden/beweren in een wederkerige en dialogische Ich-und-Du-relatie tot hem te staan, direct met hem, met de ‘persoon’ van God, te interacteren. Wat doet een negatieve theologie, bijvoorbeeld i.c. pastoraat, met dat gegeven? Een dergelijke dialogische relatie impliceert immers dat men in positieve zin kennis heeft over God?!

3.) Systematisch spreken over seksualiteit in de praktijk
Over het thema ‘seksualiteit’. U hebt, als ik het goed heb begrepen, eerst geschetst hoe een Bijbelse Theologie überhaupt wel en niet kan spreken over God en hebt deze methode  ‘dat men niet achter de concrete verhalen kan komen’  doorgetrokken naar wat men in de Bijbelse Theologie dan wel en niet kan formuleren over seksualiteit. De Bijbelse Theologie presenteert nergens een doorwrochte systematiek over seksualiteit. U zegt in die lijn over bijvoorbeeld pedofilie dat het in de Bijbelse Theologie eigenlijk ook niet mag uitgroeien tot een systeem. Dat doet me opnieuw denken aan Barth die stelt dat het kwaad ‘das Nichtige’ is en het niet verdient een naam te krijgen. Ook ten aanzien hiervan wil ik vragen hoe zich dat verhoudt tot de empirische werkelijkheid. Kan de Bijbelse Theologie het hier zonder systematiek stellen? Er is systematiek over pedofilie, in bijvoorbeeld de psychologie maar ook in andere wetenschappen. Kan de Bijbelse Theologie in een interdisciplinaire discussie ermee volstaan te stellen dat ze pedofilie niet kan of wil uitdenken in een systeem?

4.) Hermeneutiek over Jezus en de kinderen
Een korte opmerking. Ik twijfel over uw voorstel dat de verhalen over Jezus en de kinderen hun ‘Sitz im Leben’ zouden hebben tegen de achtergrond van een toenmalige discussie over pedoseksualiteit. Het lijkt mij zinvol om vandaag een dergelijke hermeneutiek als ‘vreemde contextuele hermeneutiek’ in te brengen, maar ik ben er niet meteen van overtuigd dat dit het oorspronkelijke contextueel-hermeneutische uitgangspunt van de evangelisten is geweest.

5.) Het (a)seksuele leven van Jezus: een eitje
Het laatste punt dat ik wil aanstippen, is niet direct een vraag of opmerking over uw lezing ‘maar is er wel door geïnspireerd. Hoe beoordeelt u het feit dat Jezus in de evangeliën zelf nergens last lijkt te hebben gehad van seksuele problematiek of ook aanvechting? Het heeft me altijd gefrappeerd dat deze existentiële menselijke aangelegenheid ‘misschien wel het moeilijkste existentiële thema in menig menselijk leven’ in het evangelie over Jezus nergens wordt gethematiseerd? Ten aanzien van dat hoogst fundamentele aspect van het leven lijken we dan ook weinig tot niets te hebben aan de evangeliën. Ik wil de stelling hier aangaan dat het leven van Jezus in seksuele zin een eitje was.

Axel Rooze
Masterstudent PThU