Layout 2Begin deze maand verscheen het boek Raam op het Zuiden. Religie en spiritualiteit van het alledaagse van Maaike de Haardt. Tijdens de presentatie sprak Agnes Grond de onderstaande recensie uit. We danken haar voor de mogelijkheid deze tekst hier te plaatsen.

‘Soms komt het me vreemd voor: van achter je computer pleiten voor meer aandacht voor de kennis, wijsheid, spiritualiteit en theologie van het alledaagse, voor het belichaamde zintuiglijke alledaagse.’ Deze eigen kanttekening heeft theologe Maaike de Haardt gelukkig niet weerhouden om Raam op het Zuiden. Religie en spiritualiteit van het alledaagse te schrijven. Hierin wil zij vooral kijken, tasten, proeven en luisteren naar wat zich aan religiositeit en spiritualiteit in het leven van elke dag aandient.
Religie noemt zij het vermogen je te laten raken door het onvoorziene en onvermoede, en dat wat vanzelfsprekendheden doorbreekt. Allemaal ruimschoots te vinden in het gewone leven, mits je je openstelt en verwondert. Want verwondering, waardoor je iets ziet wat je eerder niet zag en het gewone buitengewoon kan worden, is de basis van iedere vorm van religie. Dan immers kun je goddelijke aanwezigheid ervaren. Op hele gewone plaatsen. De Haardt koos dan ook haar huis als kader voor haar zoektocht.
De huiskamer en de keuken zijn bij uitstek plaatsen van het alledaagse, van rommel, ontmoeting en routine. Banaal en bijzonder, waar gesprekken worden gevoerd, en, soms zomaar gemeenschap kan ontstaan. Genadevolle momenten, noemt De Haardt die, waarin mensen opbloeien en vollediger mens worden. Waar goddelijke aanwezigheid zichtbaar en voelbaar kan worden.
Zoals ook in ‘tender competence’, het kunstenaarschap van vrouwen die de tuin bewerken, die dichten, zingen, weven of pottenbakken; die daaruit kracht halen, hun liefde voor schoonheid vorm geven en ook de kwetsbaarheid van het leven ervaren. Vaardigheden die concrete zorg en aandacht vragen. En juist daarin schuilt een kracht die in onze op beheersing gerichte samenleving soms weerstand oproept. Ook die kracht benoemt De Haardt als goddelijke aanwezigheid.
Is er in de studeerkamer verwondering over de fragiliteit en de weerbarstigheid van het leven te vinden, over de onverwachte schoonheid maar ook de wreedheid ervan?, vraagt De Haardt zich af. En is er verschil tussen een studeerkamer van een vrouw en die van een man? Tussen boeken van vrouwen en van mannen?
In de slaapkamer kunnen we de geheimen van leven en dood en onze verwondering en verbijstering daarover het minst ontlopen. En religie heeft alles te maken met deze geheimen, met vragen over leven en dood. We ontmoeten er Laura, de hoofdpersoon uit ‘Terugblik’ van May Sarton, die in haar ziekte meer en meer een scheiding maakt tussen zichzelf en haar lichaam. Ze weet niet meer wie ze is. Tot ze accepteert dat ze anderen nodig heeft. Dan ontdekt ze dat ze daarmee niet haar autonomie verliest, maar juist een grotere verbondenheid vindt. Goddelijke aanwezigheid, stelt De Haardt, wordt zichtbaar in de ervaring dat het lichaam erbij hoort in al zijn mooie en gruwelijke aspecten. En is er dan troost? ‘De onverwoestbaarheid van het vermogen om schoonheid te zien en ervan te genieten, misschien ligt daarin, al is het maar voor even, de grootste troost.’

Ik werd blij van De Haardts boek. Er wordt geen jargon gebruikt, niemand wordt buitengesloten. Sterker nog, al lezend maakt het onmiddellijk eigen verhalen los. Zoals dat van mijn moeder en veel moedes van haar generatie. Te midden van de drukte van het grote gezin, creëerde zij, met haar rustige aandacht, vele genadevolle momenten. Toch lag één zin in haar mond beschoren: het stelt niks voor. Wat zou zij genoten hebben van dit boek waarin een hoogleraar theologie momenten van goddelijke aanwezigheid herkent in de dingen die zij deed en belangrijk vond.
De Haardts pleidooi voor verwondering en ontvankelijkheid prikkelt bovendien om het bijzondere in het gewone te blijven zien en te aanvaarden dat het rommelige en toevallige bij het leven horen. En vooral is het een troostrijk boek, want God blijkt zo dichtbij.
Natuurlijk heb ik ook vraagtekens. Anders dan De Haardt geloof ik dat er voor een goede roman meer nodig is dan een hoogstpersoonlijk verhaal, dat overgave geen blinde gehoorzaamheid is maar juist een kracht en dat je niet zomaar religie en spiritualiteit in één adem kunt noemen. En ik bedacht nog wat vergeten ruimtes in dat fictieve huis: de kinderkamer met al zijn wonderen, teleurstellingen en verwachtingen; de rommelzolder met alle herinneringen; de schuur met de fietsen en de oude rugzak vol verre dromen; en misschien zelfs de badkamer met de spiegel, al ben ik onzeker over het slot erop.
Een amuse, noemde Maaike de Haardt haar oratie in 1999. Laat dit boek dan het hoofdgerecht zijn, dan kijk ik alweer uit naar de volgende gang. En dat hoeft heus het toetje niet te zijn!

Agnes Grond is milieufilosoof, journalist en publicist.