Muziek & liturgie

Psalmen zonder problemen

Op 7 november vond in de Geertekerk te Utrecht het minisymposium over het kerklied plaats. Aanleiding om dit symposium te organiseren was de jubileumviering van Nico de Waal, directeur van Boekencentrum en toonaangevend uitgever op het gebied van het kerklied. Hij vierde dat hij dit jaar 25 jaar in dienst is bij Boekencentrum. Tijdens dit jubileum hielden André F. Troost, Pieter Endedijk, Roel A. Bosch en Sytze de Vries een lezing. U kunt deze lezingen op Theoblogie nalezen. Hieronder de lezing van Roel A. Bosch, ‘Psalmen zonder problemen’.

***


In de redactie van het liedboek, eerst in Werkgroep 1, vroegen we ons af hoe we het psalmendeel rijker konden maken. Graag van zoveel mogelijk psalmen een alternatieve versie! Het is toch maar niets: een klein aantal psalmen domineert de praktijk: bijvoorbeeld 23, 42, 100, 121, 130. En daarvan weer vooral bepaalde strofen. Dat kan toch anders?

Nu, vijf jaar later, zijn we geen stap verder. In het overzicht blijkt: van 60 psalmen komen 120 alternatieve versies voor; van 90 psalmen dus alleen de Geneefse vorm. Toppers zijn Psalm 23 (8 toonzettingen, twee teksten) en 98 (7 toonzettingen). De onbekende, wat is daar mis mee? Liggen die té dwars? Wat kan een liedboek daar aan veranderen? Alleen aan de Geneefse toonzetting kan het niet liggen; dezelfde voorkeuren vind je ook in andere bundels, met andere wijzen, zoals de Schotse.

Het ligt voor de hand te wijzen op psalmen met harde en bittere elementen: wraak- en strijdpsalmen. Maar er is een andere groep psalmen die ook zeldzaam was. Dat zijn psalmen zonder problemen…
Anders gezegd: in de gereformeerde traditie zijn veel psalmverzen gezongen die ergens op de lijn ellende-verlossing-dankbaarheid thuishoren. Direct herkenbaar, zoals 42, 130, wat omfloerster zoals 23; soms ook gaat het om psalmen die we kunnen lezen als: verloste mensen op weg naar de plaats om te danken, 121, 100. Dan kan het ook zijn dat we Jezus de Messias er in herkennen, 24, 22, 72, ellende, verlossing en dankbaarheid bij elkaar.

Maar als er geen probleem is, alleen vrede,
geen zonde, alleen genade,
geen vijanden, alleen God en ik,
dan past het niet in het stramien dat we in liturgie of geestelijk leven verwachten. ‘Ik miste de genade, dominee’, kan kritiek op een preek zijn; maar ook op zulke psalmen. Neem nu psalm 15

15:
1 Een psalm van David.
HEER, wie mag gast zijn in uw tent,
wie mag wonen op uw heilige berg?

2 Wie de volmaakte weg gaat en doet wat goed is,
wie oprecht de waarheid spreekt.

3 Hij doet aan lasterpraat niet mee,
hij benadeelt een ander niet
en drijft niet de spot met zijn naaste.

4 Hij veracht wie geen achting waard is,
maar eert wie ontzag heeft voor de HEER.
Zijn eed breekt hij niet, al brengt het hem nadeel,

5 voor een lening vraagt hij geen rente,
hij verraadt geen onschuldigen voor geld.
Wie zo doet, komt nooit ten val.

Een zeldzame psalm. De laatste keer dat ik hem opgaf belde de organist, of ik niet per ongeluk de 5 en de 1 had omgedraaid. In overzichten van orgelbriefjes van klassieke, enkel psalmenzingende kerken, komt hij hooguit voor bij de bespreking van de Heidelberger Catechismus, over niet liegen en niet lasteren, of in de roosters van de weinige kerken die bijv. voor de dienst alle 150 psalmen doorzingen.
Is die Psalm 15 nu bekender geraakt? Nee, hij heeft nog geen andere versie in het Liedboek. Wel kan je zeggen dat bepaalde gezangen rond recht en vrede er iets van weergeven.
Wél opgenomen is een psalm die in korte tijd éven heel bekend werd, de psalm waarmee Herman Finkers zijn show na de pauze opende: Psalm 131.

131, NBV:

Een pelgrimslied van David.

HEER, niet trots is mijn hart,
niet hoogmoedig mijn blik,
ik zoek niet wat te groot is
voor mij en te hoog gegrepen.

2 Nee, ik ben stil geworden,
ik heb mijn ziel tot rust gebracht.
Als een kind op de arm van zijn moeder,
als een kind is mijn ziel in mij.

3 Israël, hoop op de HEER,
van nu tot in eeuwigheid.

Bij deze psalm spelen, denk ik, twee zaken mee om hem lang onbekend te houden. Het eerste noemde ik al: hij lijkt probleemloos. Geen erfzonde, original sin, maar erfgenade, original glory, om mijn boekje over Keltische spiritualiteit, ‘Er zijn’, te citeren.
Maar er is nog iets: het lichamelijke ervan.
In de cultuur van de psalmen worden veel beelden gebruikt. Die spreken, inderdaad, tot de verbeelding. ‘Rivieren klappen in de handen, de bergen jubelen het uit.’

Maar als het lichaamsgerelateerde beelden worden ontstaat vaak een zekere huiver. De berijming 1773 kuiste zo Psalm 139 van al te rechtstreekse verwijzingen naar de schoot van de moeder; de berijming 1967 liet in Psalm 46 de weeën die een barende vrouw overvallen weg.
Bij Psalm 131 komt er nog een probleem bij: het oude woord ‘spenen’, een kind van de borst ontwennen, is zo in onbruik geraakt dat het in de NBV maar is weggelaten.
(In Genesis 21,8, waar het een integraal onderdeel van het verhaal uitmaakt, vertaalt de Statenvertaling:

Ende het kint wert groot, ende wert gespeent,

de NBV heeft hier: Het kind groeide voorspoedig op, en toen de dag gekomen was dat het van de borst werd genomen..)

Een jonge singer songwriter, Wouter Seinen, maakte een lied, waarin zich de psalm moeiteloos laat herkennen, herboren, met deze tekst:

wieg me zachtjes in Uw armen
laat me drinken aan Uw borst
laat het diep van binnen landen
U bent God

ik heb de onrust afgezworen
en zo mijn ziel tot rust gebracht
in Uw blik word ik herboren
want U lacht

Soms is de Nederlandse cultuur niet geschikt om zulke beelden nog te vatten, en moet er dus maar wat anders mee gedaan worden: Seinen en de NBV laten het spenen weg. Seinen haalt in plaats daarvan het beeld uit het slot van Jesaja op, van God die haar kinderen troost aan haar borst, Jesaja 66,11.

Drie voorbeelden uit vertalingen die het ‘spenen’ wel een plaats geven:

Statenvertaling, 1637
So ick mijne ziele niet en hebben gesett ende stille gehouden, gelijck een gespeent kint by sijne moeder! mijne ziele is als een gespeent kint in my.

uitgave Jongbloed:
2 Zo ik mijn ziel niet heb gezet en stil gehouden, gelijk een gespeend kind bij zijn moeder! Mijn ziel is als een gespeend kind in mij.

Herziene Statenvertaling:
2 Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust en tot stilte gebracht,
als een kind dat de borst ontwend is, bij zijn moeder,
mijn ziel is in mij als een kind dat de borst ontwend is.

Nije Fryske Bibeloersetting:
2 Nee, ik ha mysels alhiel bedimme en bestille
as in ôfwend bern by syn mem.
Ja, as in ôfwend bern bin ik.

Anders dan bij Psalm 15: deze onbekendere psalm kwam wel in het Liedboek terecht, als Lied 131a. Via de Schotse Ionabeweging, en de collega van Pieter Endedijk waar het het Schotse liedboek betreft, Church Hymnary 4. John Bell, musicus, predikant, voor velen gezicht van de Ionabeweging, koos een melodie die populair is, ‘The Isle of Mull’, op Youtube in vele variaties, met vele tempi te beluisteren. Hierbij maakte hij de tekst van Psalm 131, en wij deden hem na. Het ‘spenen’ komt terug in het ‘weg alle woede’, het beeld van een peuter dat boos is op moeder en tegelijk door haar getroost wordt.

1 U helpt mij, Heer, mijn trots te vergeten
en uit mijn hart is hoogmoed verdwenen.
Dat wat te groot is leg ik terzijde,
aandacht en eenvoud mogen mij leiden.

2 Nee, ik ben stil nu, weg alle woede,
stil als een kind, op schoot bij zijn moeder.
Zo zingt mijn ziel, met wie op God hopen:
‘luister, kijk goed, Gods toekomst gaat open’.

Roel. A. Bosch

Lezing op het symposium, ter ere van Nico de Waal 25 jaar bij Boekencentrum Uitgevers.- 7 november 2013. Roel Bosch is als predikant verbonden aan de NoorderLichtgemeente te Zeist. Hij vertaalde vele Keltische teksten, is actief betrokken bij de Ionagroep Nederland en bezocht vele malen Schotland, Wales en Holy Island. Bij Uitgeverij Meinema verscheen onlangs van zijn hand het boek Er zijn. Keltisch-christelijk geloven. Bezoek ook de weblog van Roel Bosch.